73,716 research outputs found

    Een rechtsvergelijkend onderzoek over de ervaringen met Titel VIA van Boek 4 van het Wetboek van Strafvordering

    No full text
    Title VIA contains provisions relating to the criminal investigation of offences 'outside the judicial district of a court'. The title creates a basis in Dutch law for exercising certain criminal investigative powers on the territory of foreign states, the (Dutch) territorial sea and the high seas, the air above and the (cosmic) space. Not only does Title VIA provide a general foundation for criminal investigations by Dutch authorities in foreign countries, it also contains a number of specific rules for such investigations which depart from the other rules in the Code of Criminal Procedure.The main research question is to what extent and in which manner Title VIA of the fourth book of the Dutch Code of Criminal Procedure should be amended in order to remove any impediments, shortcomings and sources of confusion. This question will be dealt with through the next four sub-questions:What can be said, in general, about the background and development of the provisions in Title VIA with regard to criminal investigation 'outside the judicial district of a court'?How often have the ARTICLES: in Title VIA been applied in concrete cases from 2010-2018, and in which contexts?What experiences do the actors involved have with the application of the title?What comparable legal provisions exist in the United Kingdom, Belgium, Germany and France and what are the differences and similarities with the Dutch legislation?Het Wetboek van Strafvordering (Sv) bevat in Titel VIA van het vierde boek (de art. 539a-539w Sv) bepalingen met betrekking tot de opsporing van en het onderzoek naar strafbare feiten buiten het rechtsgebied van een rechtbank. De titel schept een basis in het Nederlandse recht voor de uitoefening van bepaalde strafvorderlijke bevoegdheden op het grondgebied van vreemde staten, de (Nederlandse) territoriale en volle zee, de lucht daarboven en de (kosmische) ruimte. Niet alleen biedt de titel een algemene grondslag voor strafrechtelijk onderzoek en opsporing door Nederlandse autoriteiten in het buitenland, ook bevat de titel een aantal bijzondere regels voor dergelijk optreden waarbij juist wordt afgeweken van de overige regels binnen het Wetboek van Strafvordering. Nederlandse opsporingsambtenaren zullen immers doorgaans niet ter plaatse zijn op het moment dat zich op afgelegen locaties, zoals op zee of in de lucht, een strafbaar feit voltrekt. Ook kan een verdachte niet zomaar voor een rechterlijke autoriteit worden geleid wanneer hij zich op een schip midden op de oceaan bevindt.De doelstelling van het onderzoek omvat vier onderdelen: (1) het beschrijven van de inhoud en context van de bepalingen inzake strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank, (2) inzichtelijk maken van de toepassing van en ervaringen met deze bepalingen in de praktijk, (3) nagaan hoe strafvorderlijke bepalingen met een vergelijkbare doelstelling zijn vormgegeven in de buurlanden en (4) nagaan – op grond van de punten 2 en 3 – of het strekt tot aanbeveling om de art. 539a e.v. Sv aan te passen in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. De doelstellingen 1-3 worden beschouwd als de eerste fase van het onderzoek en doelstelling 4 als de tweede fase. Deze doelstellingen monden uit in de volgende onderzoeksvragen: Wat kan (op hoofdlijnen) worden gezegd over de achtergrond en ontwikkeling van de bepalingen met betrekking tot strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank? Hoe vaak werden in de periode 2010-2018 in concrete gevallen de art. 539a e.v. Sv in strafprocedures toegepast en in welke context? Welke ervaringen hebben betrokken partijen met de toepassing van de art. 539a e.v. Sv? Welke wettelijke mogelijkheden met vergelijkbare strekking als art. 539a e.v. Sv bestaan er in het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en Frankrijk en welke verschillen en overeenkomsten zijn er met de Nederlandse wetgeving? INHOUD: 1. Inleiding: onderzoeksvragen en methodologie 2. De achtergrond van Titel VIA van Boek 4 van het Wetboek van Strafvordering 3. De toepassing van Titel VIA 4. Rechtsvergelijkend onderzoek 5. Beschouwing 6. Conclusies en aandachtspunten 7. Samenvatting 8. Summary 9. Bibliografie 10. Bijlage

    Aanzanding nabij de haven van Viana do Castelo

    No full text
    Viana do Castelo is een havenstad in het noorden van Portugal, en telt 15.000 inwoners. De haven was oorspronkelijk een kleine vissershaven, maar door een toename van de activiteiten in de stad, was het gewenst de havenfaciliteiten uit te breiden. Daartoe is kort geleden het volgende tot stand gekomen: - Een toegangsgeul met een diepte van 6.5 m. is gebaggerd. - Een grotere haven is aangelegd. - Een lange golfbreker (ong. 2 km.) ten noorden van de haven is gebouwd en een korte havendam ten zuiden van de haven. Er komt ter plaatse van de haven een rivier met zandbanken, de Lima, in zee uit. Ter plaatse van de haven is de loop van de rivier enigszins veranderd en is de oever vastgelegd. Door bovenstaande ingrepen is een reactie hierop van de omgeving te verwachten. Het is de bedoeling van dit afstudeerverslag deze verandering te voorspellen en een uitspraak te doen over eventuele alternatieve oplossingen, waardoor bepaalde nadelige effecten gereduceerd kunnen worden. Omdat de studie hieromtrent erg omvangrijk is, is deze opgesplitst in twee delen; namelijk een gedeelte omtrent de golfbreker en een morfologisch gedeelte. R. Ruig [lit. 15] neemt de golfbreker en de hiervoor benodigde golfgegevens voor zijn rekening, terwijl ik de morfologische verandering van de kust rondom de haven bestudeer en de hiervoor benodigde golfgegevens bepaal.KustwaterbouwkundeHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Do al Bir An t: Akaçal Travertenleri (Van-Ba kale)

    No full text
    Bilindigi tizere dogal siirecler sonucunda olusan ban yer sekilleri insanlann ilgisini ceken onemli dogal turistik kaynaklardir. Ozellikle morfodinamik siireclerle cok Iuzli olusumlar goriildiigi: karstik yorelerde, dogal anit niteligi tasiyan cok cesitli sekiller gelismistir. Karstik birikim sekillerinden biri olan travertenler de bu olusumlardan biridir. Ulkemizde Denizli Pamukkale Travertenlerine benzeyen, hatta minyatiirii saytlabilecek traverten sahalarindan biri de Van ili Baskale ilcesi Akcali koyiinde yer almaktadir. Soz konusu traverten sahasi yaklasik lOOx200 I1l boyutlannda, yuzlerce eskive yeni basamakli havuzlartyla olaganiistii bir giizellige sahiptir. Traverten-sahastnda 10'a yakut kaynak ve 7 m yiiksekten dokiilen bir de faglayan bulunmaktadtr. Bu calismada tanituni atnaclanan Akcali Travertenleri ulasuni zor, biiyiik merkezlerden uzak, henliz turizm acistndan degerlendirilmeyen karstik bir olusumdur. So; konusu dogal turistik kaynak, cevresindeki diger turistik cekiciliklerle (Van Gala, Siiphan Dag), Netnrut Dagi, CUo Dag: gibi) bir biaiin olarak degerlendirilmesi halinde yore ve idke ekonomisine yarar saglayacaktlr.It's known that some of the earth shapes which becomes as a result of some tiaturel processes and draw people's attention (Ire important nature! touristic sources. Especially, a variety of earth shapes like naturel monuments are formed at tnorpliodynamical process and l'el)' rapidly occured karstic places. The travertines which are karst accumulations are one ofthose formation. One of the mini travertines which is similar to Patnukkale is located at Akcal: village, in Baskale-Van. The area of travertines is about 100 x 200 tn It has extraordinary beauty and hundreds of old and new stepped pools. In this area there about 10 wells an done waterfall whose height is 7 tn. The Akcal: travertines, explanied/described in this study, far ([tvayfrom big city centres, difficult to visit by car, not used for touristic purposes, is a karstic formation. If Akcali travertines are considered with other nat/rei touristic sources like Van Lake, Siiphan, Nemrut and Cilo Mountains. It is fine that the Akcali travertines will contribute to the economies of local cities and country ofTurke

    onderzoek naar de doelgroep, uitvoering en doeltreffendheid van leerstraf Tools4U

    No full text
    Tools4U is an individual training in cognitive and social skills, which is applied as a (penal) sanction for juvenile delinquents. The training aims to reduce lack of cognitive and social skills related to the juvenile’s delinquent behavior. The present study addresses the following questions: Is the target population of Tools4U reached? Is the program implementation sufficient? Do participants show the expected positive development in program goals?Tools4U is een gedragsinterventie die in het kader van een extramurale leerstraf kan worden ingezet. Deze gedragsinterventie is bedoeld voor de doelgroep jongeren (12-17 jaar oud), die één of meerdere delicten hebben gepleegd. Tools4U is een intensieve individuele training van cognitieve en sociale vaardigheden. De training van cognitieve en sociale vaardigheden is in oktober 2007 volledig erkend door de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie. De status 'erkend' is geldig voor een periode van vijf jaar (tot oktober 2012). In de tussenliggende periode van vijf jaar dient er wel een proces- en effectevaluatie plaats te vinden. De procesevaluatie van Tools4U die aanving in 2009 en inmiddels is afgerond, bracht een aantal aandachtspunten in de uitvoering aan het licht (zie bij: meer informatie). Sinds de procesevaluatie uit 2009 zijn door zowel de Raad voor de Kinderbescherming als PI Research verschillende aanpassingen en verbeteringen aangebracht, waardoor verwacht wordt dat de uitvoering van Tools4U voldoende is om de doeltreffendheid te onderzoeken. In dit doeltreffendheidsonderzoek is nagegaan in hoeverre Tools4U de juiste doelgroep bereikt, in hoeverre het programma wordt uitgevoerd zoals bedoeld en in hoeverre de deelnemers de verwachte ontwikkelingen op programmadoelen laten zien

    Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek

    No full text
    In opdracht van de gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied tussen Boerenbuurt 12 en 18 in Leersum (gemeente Utrechtse Heuvelrug). In het plangebied zal een woonhuis worden gebouwd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een projectprocedure ten behoeve van een wijziging in het bestemmingsplan en was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. Blijkens de gespecificeerde verwachting van het bureauonderzoek werden in het hele plangebied archeologische resten verwacht vanaf het Midden-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd in de top van de aanwezige smeltwaterafzettingen. De trefkans op archeologische resten vanaf het Paleolithicum tot het Neolithicum werd echter klein geacht, door de afwezigheid aan grondsporen en de geringe vondstdichtheid. Gezien de al aangetroffen archeologische waarden binnen het onderzoeksgebied konden met name resten verwacht worden vanaf het Neolithicum en specifiek in de periode IJzertijd en Romeinse tijd in de vorm van nederzettingen en graven. Teneinde deze verwachting te toetsen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens dit veldonderzoek is gebleken dat binnen het plangebied een plaggendek aanwezig was. Dit betekent dat eventuele aanwezige archeologische resten zich zullen bevinden aan de basis van het plaggendek in de vorm van de vondstlaag. Eventuele sporen zullen tot ca. 25 cm in de top van de smeltwaterafzettingen (C-horizont) bevinden en zullen door de aanwezigheid van het plaggendek goed geconserveerd zijn. Uit het veldonderzoek is gebleken dat de vondstlaag is opgenomen in de basis van de enkeerdgrond. Archeologische sporen kunnen echter nog intact in het plangebied bevinden. Het is niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied geen archeologische resten voorkomen. Om de op het bureauonderzoek gebaseerde gespecificeerde verwachting voldoende te kunnen aanvullen en toetsen, adviseert ADC ArcheoProjecten een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P; protocol 4003 KNA 3.2), teneinde gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten te onderzoeken. Omdat het plangebied een relatief klein oppervlakte heeft, kan indien archeologische resten aangetroffen worden, het proefsleuvenonderzoek direct overgaan in een definitieve opgraving (DO; protocol 4004 KNA 3.2). De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE)

    Correction to: The ‘can do, do do’ concept in COPD; quadrant interpretation, affiliation and tracking longitudinal changes

    No full text
    Following publication of the original article [1], the authors identified a mistake in the author names, as both forename and initials were stated. Initially published author names: A. J. Alex van ’t Hul, E. H. Noortje Koolen, H. W. Jeroen van Hees, B. Bram van den Borst and M. A. Martijn Spruit Correct author names: Alex J. van ‘t Hul, Noortje H. Koolen, Jeroen W. van Hees, Bram van den Borst, Martijn A. Spruit. The original article has been corrected.</p

    Mogelijkheden voor identificatie op internet op basis van IP-adres

    No full text
    In light of proposed legislation introducing a limited retention obligation on telecommunications data for detection and prosecution purposes, we examined whether it is technically feasible to identify individual users based on a public IP address. The question addressed in this study is: How do (mobile) internet providers identify an individual user of a public IP address, up until 12 months after use, for investigation and prosecution purposes, and what are the relevant (social) considerations? We define social considerations as: (1) usability for investigation and prosecution, (2) citizens’ privacy, and (3) the costs for internet providers. To address this research question, we reviewed the literature and held interviews with (mobile) internet providers, the police, and other stakeholders/experts. The findings enabled us to formulate strategy options.In het kader van de voorgenomen wetgeving omtrent de introductie van een beperkte bewaarplicht van telecommunicatiegegevens voor opsporing en vervolging is onderzocht hoe identificatie van individuele gebruikers op basis van een publiek IP-adres technisch te realiseren is. De vraagstelling van het onderzoek luidde: Hoe kunnen (mobiele) internetaanbieders, tot twaalf maanden na het gebruik, een individuele gebruiker van een publiek IP-adres identificeren, ten behoeve van opsporing en vervolging, en wat zijn relevante (maatschappelijke) afwegingen daarbij? Wanneer het gaat om relevante maatschappelijke afwegingen onderscheiden we (1) bruikbaarheid voor opsporing en vervolging, (2) privacy van burgers, en (3) kosten voor de internetaanbieders. Voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag zijn literatuuronderzoek en interviews (met mobiele internetaanbieders, politie, andere stakeholders/experts) ingezet. Op basis van de bevindingen zijn beleidsopties geformuleerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Probleemanalyse 3. Mogelijkheden voor verbetering 4. Internationale vergelijking 5. Conclusie

    A indústria também produz teoria? Contribuições de John T. Caldwell para os estudos do cinema e da televisão

    No full text
    This paper intends to explore John T. Caldwell’s contribution to contemporary film and television studies. In several of his works, Caldwell points out that the distance between high theory produced in the academic field, in one hand, and the self reflexive practices of workers in the film and television industry, in the other hand, might be a lot smaller than first expected. The author argues that observing the self-reflective practices of workers in the more technical positions might bring relevant contributions to film and television theories. The article seeks to explore, first, the concepts of 'industrial theory' and 'below-the-line' reflective practices developed by the author. Further, we will explore the methodological contributions of Caldwell’s reflections to the observation of matters of style in cinema and television.O artigo procura apresentar as contribuições do pesquisador norte-americano John T. Caldwell para os estudos contemporâneos de cinema e televisão. Em diversas de suas obras, Caldwell aponta que a distância entre o pensamento analítico produzido nos ambientes acadêmicos e as práticas autorreflexivas dos trabalhadores no campo da produção audiovisual pode ser menor do que se pensa. Com efeito, o autor advoga que a observação das práticas autorreflexivas e autoconscientes dos trabalhadores em posições consideradas mais técnicas, e supostamente menos criativas, traria importantes contribuições para o pensamento teórico sobre a indústria do audiovisual. O artigo procura explorar, num primeiro momento, os conceitos de ‘teoria industrial’ e de ‘práticas reflexivas abaixo-da-linha’ desenvolvidos pelo autor. Num segundo momento, procuraremos averiguar de que modo as contribuições metodológicas das reflexões propostas por Caldwell nos permitem pensar questões de estilo em obras do cinema e da televisão

    Cuijk – Heeswijkse Kampen. De archeologische opgraving van vindplaats 4 en 7

    No full text
    In opdracht van de gemeente Cuijk heeft ADC ArcheoProjecten twee Archeologische Opgravingen uitgevoerd in de Heeswijkse Kampen. Het plangebied Heeswijkse Kampen is een nieuwbouwlocatie ten westen van Cuijk, waar bedrijven en woningen zullen worden gebouwd. Vooronderzoek heeft aangetoond dat zich in het plangebied verschillende archeologische vindplaatsen bevinden. Van deze vindplaatsen heeft ADC ArcheoProjecten een deel van vindplaats 4 en 7 onderzocht. Tijdens het onderzoek zijn vondsten uit het Neolithicum t/m de Nieuwe tijd gedaan. De oudste sporen dateren in de Late Bronstijd-Vroege IJzertijd. Op vindplaats 7 zijn uit deze periode een fors bijgebouw, enkele kleine bijgebouwen en enkele kuilen gevonden. De meeste sporen en vondsten dateren in de Vroege- en Midden-IJzertijd. De sporen uit deze periode maken onderdeel uit van grote palenzwermen. Het is niet eenvoudig gebleken om in deze clusters structuren te herkennen. Op vindplaats 4 konden enkele spiekers worden herkend. Op vindplaats 7 zijn naast een grote hoeveelheid spiekers ook enkele huisplaatsen herkend. Enkele gesloten vondstcomplexen hebben veel informatie opgeleverd over de materiële cultuur van de bewoners die in het plangebied hebben gewoond. Het grootste deel van het aardewerk was serviesgoed (borden, bekers en schalen). Een bijzondere vondst was die van een lepeltje van aardewerk. In de Romeinse tijd wordt het terrein van vindplaats 7 niet bewoond. Sporen uit deze periode zijn wel aangetroffen op vindplaats 4B. Er zijn huisplattegronden, bijgebouwen en een waterput gevonden. Op basis van het aardewerk kan de nederzetting in de 1e en 2e eeuw worden gedateerd. Sporen uit de Late Middeleeuwen zijn op beide vindplaatsen aanwezig. Op vindplaats 4 zijn enkele kuilen en een waterput gevonden. Op vindplaats 7 is de oostelijke rand van een erf of nederzetting uit de Late Middeleeuwen aangesneden. De aangetroffen structuren bestaan uit vijfpalen hooischuren, een deel van een huisplattegrond en een vierpalen spieker. Vanaf de 15e eeuw lijkt ook dit deel op te worden gegeven als nederzettingsterrein en is het plangebied in gebruik genomen als akkerland
    corecore