WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Organised crime in the Netherlands: cocaine trafficking and contract killings - Sixth report of the Dutch Organised Crime Monitor
Deze rapportage bevat de bevindingen van de zesde ronde van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit. Het doel van dit onderzoeksproject is om kennis die door osporingsinstanties wordt opgedaan tijdens grootschalige opsporingsonderzoeken zo goed mogelijk te benutten voor het verkrijgen van inzicht in de aard van de georganiseerde criminaliteit in Nederland. In deze ronde zijn voor het eerst opsporingsonderzoeken meegenomen waarbij zicht is gekomen op de communicatie van verdachten via PGP-data. In deze zesde ronde hebben de onderzoekers zich gericht op twee specifieke vormen van criminaliteit, cocaïnesmokkel en liquidaties. INHOUD Inleiding Criminele levenspaden van verdachten van georganiseerde criminaliteit tussen 1995 en 2021 Methoden in de cocaïnesmokkel naar of via Nederland Criminele samenwerkingsverbanden betrokken bij de invoer van cocaïne naar of via Nederland Criminele carrières van verdachten in de cocaïnesmokkel Aanpak van de Nederlandse cocaïnesmokkel Criminele samenwerkingsverbanden betrokken bij liquidaties in Nederland Methoden bij de uitvoering van liquidaties Criminele carrières van verdachten betrokken bij liquidaties Aanpak van liquidaties in Nederland Slotbeschouwin
Nationale Drug Monitor - update 2025
FACTSHEET Ontwikkelingen in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag Op basis van de meest recente update van de Nationale Drug Monitor besteedt deze factsheet aandacht aan nieuwe cijfers over drie ontwikkelingen in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag in de afgelopen jaren. Deze ontwikkelingen en andere trends in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag staan in de update van de Nationale Drug Monitor (NDM) van het Trimbos-instituut en het WODC. Deze update is uitgevoerd door Regioplan. NDM2025 De Nationale Drug Monitor (NDM) is alleen digitaal te raadplegen op de website van het Trimbos-instituut (zie link hiernaast, bij Externe Link). INHOUD Middelen per soort (cannabis, cocaïne, opioïden, ecstasy, amfetamine, NPS, GHB, psychedelica, slaap- en kalmeringsmiddelen, lachgas, ketamine, ADHD-medicatie, alcohol, tabak) Wetgeving, beleid en preventie Drugscriminaliteit Middelengebruik en strafbaar gedra
Public registers, their accessibility and data protection law
Het doel van dit onderzoek was om de openbaarheid van persoonsgegevens in dertien specifieke openbare registers te toetsen aan het Europese gegevensbeschermingsrecht en om privacybeschermende maatregelen te identificeren die deze registers in overeenstemming kunnen brengen met de regels of toekomstbestendig kunnen maken in het licht van technologische ontwikkelingen. De centrale vraag in dit onderzoek luidt: Is de openbaarheid van de persoonsgegevens in de onderzochte openbare registers in overeenstemming met het gegevensbeschermingsrecht? En welke privacybeschermende maatregelen zijn nodig om deze registers in overeenstemming te brengen en/of te houden? Voor de beantwoording hebben de onderzoekers een toetsingskader ontwikkeld op basis van jurisprudentie en relevante regelgeving, bestaande uit vier kernvragen: Voorzienbaarheid en voorspelbaarheid: Is er een duidelijke wettelijke grondslag voor de openbaarheid? Doelstelling en passendheid: Dient het register een erkend algemeen belang en is openbaarheid een geschikt middel? Subsidiariteit: Zijn er minder ingrijpende alternatieven mogelijk? Proportionaliteit: Is de praktische toegankelijkheid evenredig en zijn er voldoende waarborgen? INHOUD Inleiding Toetsingskader Lijst vergunninghouders Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) Nederlands register gerechtelijke deskundigen (NRGD) Centraal Insolventie Register – Faillissement Centraal Insolventie Register – Surseance van betaling Centraal Insolventie Register – WSNP Centraal Insolventie Register – WHOA Het huwelijksgoederenregister (HGR) Boedelregister Centraal gezagsregister (CGR) Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) Centraal curatele en bewindsregister (CCBR) Registers nevenbetrekkingen rechterlijke ambtenaren: rechters en leden OM Privacybeschermende maatregelen ConclusieThe aim was of this study was to test the public accessibility of personal data in 13 specific public registers against European data protection law and to identify privacy-protecting measures that could bring these registers into compliance where needed or future-proof them in light of technological developments
Points allocation in subsidized legal aid - research into hours spent
Gesubsidieerde rechtsbijstand moet mensen die de kosten van rechtsbijstand niet geheel zelf kunnen dragen in staat stellen om juridische bijstand te ontvangen. Rechtsbijstandverleners krijgen een vergoeding voor deze rechtsbijstand op basis van een forfaitair systeem. Daarin worden punten toegekend aan zaken naar rato van de gemiddelde tijdsbesteding aan die zaken. Daarbij geldt in beginsel dat een punt met een uur tijdsbesteding overeenkomt. In dit onderzoek staat de vraag centraal in hoeverre de tijdsbesteding aan zaken in het huidige stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand overeenkomt met de gehanteerde puntentoekenningen (zowel het forfaitaire bedrag voor standaard-zaken als zaken met puntentoeslagen en – kortingen)? Cebeon heeft het voorliggende onderzoek uitgevoerd in opdracht van het WODC ten behoeve van de Commissie Evaluatie puntentoekenning gesubsidieerde rechtsbijstand (Commissie Van der Meer II). Dit onderzoek is één van de activiteiten die input moeten leveren voor het advies van de Commissie inzake het puntensysteem van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. INHOUD Inleiding Methoden van onderzoek en gebruikte gegevens Typologie van zaakscodes Beantwoording onderzoeksvrage
Een eerste verkenning voor empirische onderbouwde VOG-terugkijktermijnen
Personen die in het verleden een relevant strafbaar feit hebben gepleegd, kan een verklaring omtrent gedrag (VOG) worden geweigerd vanuit het idee dat zij een vergroot risico hebben om opnieuw een vergelijkbaar strafbaar feit te plegen. Daarbij worden verschillende terugkijktermijnen gehanteerd die in de praktijk zijn vastgesteld. Vanwege de behoefte aan een meer wetenschappelijke onderbouwing van VOG-terugkijktermijnen wordt in deze factsheet verslag gedaan over hoeveel recidivekans er overblijft na een wachttijd van maximaal 40 jaar na 8 delictsoorten: levensdelicten, gewelddelicten, vermogen-met-gewelddelicten, zedendelicten, wapendelicten, drugsdelicten, vermogen-zonder-gewelddelicten en verkeersdelicten. De kans om te recidiveren met eenzelfde delict is doorgaans het hoogst na 1 jaar, variërend van 13% (vermogen zonder geweld) tot 0,9% (levensdelicten). De recidivekans daalt na het eerste jaar eerst sterk en stabiliseert dan. Recidives na een geweld-, drugs- en verkeersdelict laten een verhoogde recidivekans over een langere tijd zien. De geschatte kansen zijn gebaseerd op een doorsnede van de strafrechtelijk populatie uit 1997. Om verschillende redenen echter is er een discrepantie met de recidiverisico’s die in de VOG-praktijk worden beoogd te voorkomen. In de praktijk wordt gekeken naar personen die een specifieke relevante functies uitoefenen, en gaat het om delicten die gepleegd zijn binnen de uitoefening van die functie. Ook omvat de VOG-beoordeling in de praktijk meerdere delicten tegelijk, maar ook specifiekere delicten. Het verdient de aanbeveling om aanvaardbare risico’s te definiëren als criterium voor terugkijktermijnen. Dit maakt een betere afweging tussen het belang van bescherming van de maatschappij en de VOG-aanvrager mogelijk
Tussenrapportage
Deze tussenrapportage richt zich op het in kaart brengen van de ontwikkeling en voorbereiding van de implementatie van Jeugdreclassering in Verbinding (JRiV) en de menukaart. Deze onderzoeksvragen die beantwoord: Hoe verliep de ontwikkeling van JRiV? Hoe verliep de (voorbereiding van de) implementatie van JRiV en de menukaart? Hoe is (het waarborgen van) programma-integriteit van JRiV georganiseerd? INHOUD Inleiding Deskresearch Survey en focusgroep Conclusies en aanbevelinge
Behavioural insights in setting playing limits - Interventions
Sinds de inwerkingtreding van de Wet Kansspelen op afstand (Koa) in 2021 zijn online kansspelen gereguleerd in Nederland. Een belangrijk preventief instrument binnen deze wet is de verplichte instelling van goklimieten (voor speeltijd, storting en tegoed) door consumenten. Desondanks blijken limieten vaak hoog te worden ingesteld, wat problematisch gokgedrag niet effectief voorkomt. Deel 1 van dit onderzoek liet zien dat keuzearchitectuur op goksites consumenten beïnvloedt, vaak in de richting van hogere limieten. In dit tweede deel keken de onderzoekers naar de invloed van de vormgeving van limietenpagina's op goksites op de hoogte van de limieten die consumenten stelden. Dit rapport, het tweede deel van een breder onderzoek, richt zich op de ontwikkeling en evaluatie van interventies die consumenten stimuleren om verantwoordere goklimieten in te stellen. In dit onderzoek ontwikkelde en testten de onderzoekers drie interventies om consumenten te helpen verantwoordere limieten in te stellen. De hoogte van de ingestelde limieten diende hierin als maatstaf voor de effectiviteit van de interventies. De onderzoekers komen met drie aanbevelingen. INHOUD Leeswijzer Achtergrond & aanleiding Interventies Onderzoeksmethoden Resultaten - hoofdanalyses Resultaten - exploratieve analyses Adviezen en aanbevelingen ReferentiesSince the intraduction of the Remote GamblingAct (Koa) in 2021, online gambling has been regulated in the Netherlands. A key preventive measure within this law is the mandatory setting of gambling limits (tor playtime, deposits, and account balances) by consumers. However, it has been found that these limits are aften set too high, which faits to effectively prevent prablematic gambling behavior. Part 1 of this study {D&B, 2023) showed that the choice architecture on gambling sites influences consumers, aften leading them to set higher limits. This report, the second part of a braader study, focuses on the development and evaluation of interventions that encourage consumers to set more responsible gambling limits. In this study, D&B developed and tested three interventions aimed at helping consumers set more responsible limits. The amount of the set limits was used as a measure of the effectiveness of these interventions.Since the intraduction of the Remote GamblingAct (Koa) in 2021, online gambling has been regulated in the Netherlands. A key preventive measure within this law is the mandatory setting of gambling limits (tor playtime, deposits, and account balances) by consumers. However, it has been found that these limits are aften set too high, which faits to effectively prevent prablematic gambling behavior. Part 1 of this study {D&B, 2023) showed that the choice architecture on gambling sites influences consumers, aften leading them to set higher limits. This report, the second part of a braader study, focuses on the development and evaluation of interventions that encourage consumers to set more responsible gambling limits. In this study, D&B developed and tested three interventions aimed at helping consumers set more responsible limits. The amount of the set limits was used as a measure of the effectiveness of these interventions
Evaluation of the quality requirement regarding the ability to act of the Policy Compass (full text only available in Dutch)
Doenvermogen is, net als denkvermogen, niet in gelijke mate verdeeld over mensen en kan bovendien door bepaalde levensgebeurtenissen tijdelijk onder druk komen te staan. De term doenvermogen is breed omarmd door de overheid en heeft op allerlei manieren zijn weg gevonden in het discours rondom wat een goede, fatsoenlijke en bestuurlijk behoorlijke overheid is en zou moeten zijn. Een concreet resultaat daarvan is de ‘kwaliteitseis doenvermogen’ geweest, die een vast onderdeel werd van het Integraal Afwegingskader (IAK), dat later werd omgebouwd en -gedoopt tot Beleidskompas, en dat ambtenaren dienen te gebruiken bij het ontwerpen en implementeren van beleid en nieuwe wet- en regelgeving. Onderhavige studie evalueert deze kwaliteitseis doenvermogen door middel van een planevaluatie, een procesevaluatie en een doelbereikingevaluatie. Doel van het onderzoek is om aan de hand van een evaluatie (van plan, proces en doelbereiking) van de kwaliteitseis doenvermogen, acties te kunnen ondernemen om deze kwaliteitseis verder te kunnen ontwikkelen en te verbeteren. INHOUD Inleiding Planevaluatie Procesevaluatie Doelbereikingevaluatie Conclusie en aanbevelinge
Inventarisatie van de identificatie en authenticatie van persoons- en andere officiële documenten door Nederlandse kennisinstellingen
Met het wetsvoorstel screening kennisveiligheid wordt een verplichte screening geïn-troduceerd voor wetenschappers en studenten die aan Nederlandse kennisinstellingen toegang krijgen tot sensitieve kennis en technologie. Screeningsorganisatie Justis is de beoogde uitvoerder van deze screening. Dit onderzoek moet Justis en andere organi-saties inzichten bieden in de huidige situatie op het gebied van screening en toelating van (master)studenten en onderzoekers aan Nederlandse kennisinstellingen en wat er gebeurt op het gebied van controle van identiteit en authenticiteit van aangeleverde documenten als diploma’s, visa, referenties, identiteitsdocumenten en cv’s. INHOUD Inleiding Doelgroepen en documenten Controle van identiteit en authenticiteit van documenten Potentiële kwetsbaarheden en casuïstie Conclusies en overweginge
Femicide in perspective
Het nieuwe themanummer van het wetenschappelijk tijdschrift Justitiële verkenningen behandelt een onderwerp dat op het moment volop in de belangstelling staat: femicide. Er is veel maatschappelijke aandacht voor, het is een terugkerend onderwerp in de media en staat hoog op de politieke agenda. Tegelijkertijd is niet altijd duidelijk wat met femicide bedoeld wordt. Er worden verschillende vormen van fataal geweld tegen vrouwen eronder geschaard. In dit themanummer vind je 6 kritische en inhoudelijke beschouwingen over dit thema. Wat is de meerwaarde van het gebruik van de term femicide voor beleid, praktijk en onderzoek? En hoe kunnen we dit maatschappelijk probleem beter duiden, zodat het in de toekomst beter aangepakt kan worden? Over deze en andere vragen gaan de bijdragen van onderzoekers en professionals uit het werkveld in dit themanummer. INHOUD Een lange weg Femicide als strafrechtelijk fenomeen: een juridische oplossing voor een cultureel probleem? Erkenning zonder effect Cijfermatig inzicht krijgen in femicide is van belang Patronen van geweld in intieme relaties en femicide Is dodelijk eergerelateerd geweld femicide? Een kritische analys