2,540 research outputs found
Actor-critic reinforcement learning to estimate the optimal operating conditions of the hydrocracking process
Determining the optimal operating conditions for hydrocracking units is imperative due to the changing nature of production requirements. However, it is expensive to optimize the hydrocracking process with mathematical models because hydrocracking units have a limited capacity for quick response and customization. This study proposes an actor-critic reinforcement learning optimization strategy using a DNN surrogate model, which was developed from a validated mathematical model with a marginal error of less than 2%. The surrogate model interacted with the A2C algorithm and the optimal operating conditions were determined with an accuracy of 97.86% and 98.5%. To demonstrate the reliability, case studies were executed; the strategy was found to be consistent, with an average efficiency of 98%. The proposed approach offers the advantages of quick response time, low computational burden and customizability for online implementation, which are essential for practical optimization problems. It can be extended beyond hydrocracking to other chemical industries. (C) 2021 Elsevier Ltd. All rights reserved.
Handleiding benchmark VO
OnderzoeksrapportenArchiefTechniek, Bestuur en Management> Over faculteit> Afdelingen> Innovation Systems> IPSE> Onderzoek> Publicaties> Onderzoeksrapporten> Handleiding benchmark VO Handleiding benchmark VO 25 november 2008 door IPSE Studies Door J.L.T. Blank. Handleiding voor het lezen van de individuele benchmarks voor scholen. Dit is een uitvloeisel van de onderzoeksopdracht van de VO-raad naar bureaucratie in het voortgezet onderwijs. In de individuele schoolrapportages staan verschillende kengetallen van een school afgezet tegen die van andere scholen. Kengetallen hebben betrekking op kosten, prestaties, bureaucratie en doelmatigheid
Vo-hbo: aan de slag met taalbeleid!: naar een succesvol taalbeleid vo-hbo in de regio Rotterdam Projectgroep Taalbeleid
In deze publicatie richten wij ons tot schoolleiders, beleidsmakers en -adviseurs,
taal(beleids)coördinatoren, docenten en allen die geïnteresseerd zijn in het formuleren van een taalbeleid dat zich richt op de aansluiting vo-hbo. Met het boek
‘Vo-hbo: dat is andere taal!’ (Wertenbroek et al., 2016) als uitgangspunt, zijn in deze publicatie de stappen beschreven voor het formuleren van een concreet taalbeleid. Een taalbeleid dat verankerd is in onderwijsinhoud én didactiek
Talenten ontwikkelen voor de toekomst: opbrengsten en inzichten uit praktijkgerichte onderzoeksprojecten van de VO-raad
Onderwijsprofessionals kiezen steeds vaker voor onderzoek om beter inzicht te krijgen in hun onderwijspraktijk. Vaak blijven de onderzoeksresultaten echter nog beperkt tot de school in kwestie. De ontwikkel- en onderzoeksprojecten uit de SL OA-regeling van de VO-raad brengen hier verandering in. Drie jaar lang werkten scholen, onderzoekers en adviseurs aan in totaal dertig projecten gericht op onderwijsvernieuwing. Steeds was een onderzoeksvraag van de school het uitgangspunt. De opbrengsten kwamen de projectscholen ten goede: bijvoorbeeld doordat zij een beter gefundeerd besluit konden nemen over hun vernieuwing of doordat het doen van praktijkgericht onderzoek een stimulans was voor de onderzoekende en lerende cultuur op school. Maar het was uitdrukkelijk de bedoeling dat ook collega-scholen met de opbrengsten hun voordeel zouden kunnen doen. Daartoe zijn de resultaten van alle SLOA-projecten in drie publicaties gebundeld. Publicatie 1 beschrijft het proces van samenwerking tussen scholen en onderzoekers. Publicatie 3 vat samen wat de projecten aan kennis en instrumenten hebben opgeleverd op het terrein van professionalisering van docenten. Voor u ligt publicatie 2; hierin staan de projecten gericht op talentontwikkeling centraal. Hoe kun je als school bijdragen aan een optimale ontwikkeling van leerlingen? Hoe verbeter je de taal- en rekenprestaties? Hoe speel je in op verschillen? Hoe houd je zicht op de ontwikkeling van leerlingen? En wat kunnen digitale middelen bijdragen aan talentontwikkeling
Thu Vo Phien (Vo Phien's Letters) [In Vietnamese]
VO PHIEN'S LETTERS In this book (384 pages), I write about Vo Phien's letters. In Western countries, collections of letters written by famous writers are fairly common. This has a long tradition which can be traced back more than two thousand years to ancient Greek literature. In Vietnam the situation is different: This is the first collection of letters written by a Vietnamese author which has been published. Vo Phien's letters are not only beautifully written but also reveal his colorful life and his deep thoughts on literature and art. It is useful for critics and literary historians who want to study modern Vietnamese literature, particularly, literature in exile
Rekendocent in vo en mbo - beschouwing naar aanleiding van een studieochtend rond het Raamwerk rekendocent in vo en mbo
Het is niet vanzelfsprekend dat de leraar wiskunde het rekenen op vo en mbo verzorgt. Daarom is er een noodzaak ontstaan om de contouren van de leraar rekenen te schetsen, temeer omdat rekenen geen formeel vak is in het vo of mbo en er dus geen opleiding tot rekenleraar is. Het ministerie van OCW heeft daarom een projectgroep met vertegenwoordigers van ROC's, hogescholen, de Universiteit Utrecht, de NVvW, vmbo en het steunpunt mbo, de opdracht gegeven tot het samenstellen van een raamwerk voor scholing en nascholing van de rekendocent voor het vo en mbo. Naar aanleiding van een studieochtend rond het Raamwerk rekendocent schreef de auteur deze beschouwing
Registratie, uitstroom en bestemming schoolverlaters VO-Monitor 2014
De VO-Monitor is gericht op schoolverlaters van het algemeen voortgezet onderwijs (HAVO, VWO) en het voorbereidend beroepsonderwijs (VMBO). Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. Met het onderzoek wordt de overgang van school naar werk dan wel het vervolgtraject in het onderwijs in kaart gebracht.
De schoolverlaters worden ongeveer anderhalf jaar na het verlaten van de opleiding ondervraagd door middel van een schriftelijke/internet vragenlijst. Deze vragenlijst bestaat uit een gedeelte dat voor elke onderwijssoort identiek is en uit een variabel gedeelte waarbij de inhoud afhankelijk is van de onderwijssoort en/of de opleidingssector. Voor schoolverlaters van HAVO en VWO ligt het accent op de doorstroom naar vervolgonderwijs, waarbij vooral de aansluiting met het hoger onderwijs aan bod komt. Bij VMBO wordt vooral het bereiken van een startkwalificatie belicht alsmede de doorstroom naar de arbeidsmarkt.
Databestand n.a.v. schoolverlatersenquête onder de gediplomeerde uitstroom van het AVO/VMBO (meetjaar 2014)
Registratie, uitstroom en bestemming schoolverlaters VO-Monitor 2013
De VO-Monitor is gericht op schoolverlaters van het algemeen voortgezet onderwijs (HAVO, VWO) en het voorbereidend beroepsonderwijs (VMBO). Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. Met het onderzoek wordt de overgang van school naar werk dan wel het vervolgtraject in het onderwijs in kaart gebracht.
De schoolverlaters worden ongeveer anderhalf jaar na het verlaten van de opleiding ondervraagd door middel van een schriftelijke/internet vragenlijst. Deze vragenlijst bestaat uit een gedeelte dat voor elke onderwijssoort identiek is en uit een variabel gedeelte waarbij de inhoud afhankelijk is van de onderwijssoort en/of de opleidingssector. Voor schoolverlaters van HAVO en VWO ligt het accent op de doorstroom naar vervolgonderwijs, waarbij vooral de aansluiting met het hoger onderwijs aan bod komt. Bij VMBO wordt vooral het bereiken van een startkwalificatie belicht alsmede de doorstroom naar de arbeidsmarkt.
Databestand n.a.v. schoolverlatersenquête onder de gediplomeerde uitstroom van het AVO/VMBO (meetjaar 2013
HvJ EU geeft uitleg over conflictregels uit Vo. 883/2004
FK, geboren in 1954, is een advocaat en is zowel Pools als Duits staatsburger. Hij is als advocaat werkzaam in drie landen (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland). FK begon zijn werkzaamheden in Duitsland en later in Zwitserland. In Oostenrijk was hij relatief gezien slechts in beperkte mate als advocaat werkzaam. Zo vormden de in Oostenrijk vervulde arbeidstijd en behaalde omzet nooit meer dan 10% van zijn totale arbeidstijd en omzet. Verzoeker heeft nooit in Oostenrijk gewoond. Van 1996 tot en met 2007 bevond het centrum van zijn particuliere belangen zich in Duitsland en daarna in Zwitserland. FK heeft bij de orde van advocaten van de deelstaat Wenen een aanvraag om toekenning van een vervroegd ouderdomspensioen ingediend, waarin hij verklaarde dat hij alleen zou afzien van de uitoefening van het beroep van advocaat in Oostenrijk, maar geen afstand zou doen van zijn toelatingen voor Duitsland en Zwitserland. Bij haar besluit heeft de orde van advocaten van de deelstaat Wenen de aanvraag van verzoeker afgewezen, op grond dat verzoeker in Duitsland en Zwitserland nog steeds als advocaat werkzaam was en een essentiële voorwaarde voor de toekenning van een vervroegd ouderdomspensioen dus niet was vervuld. Op 3 augustus 2018 heeft FK tegen dit besluit beroep ingesteld. De verwijzende rechter die uiteindelijk over het geschil moet oordelen heeft prejudiciële vragen gesteld. Hij wil weten welke wetgeving op grond van art. 13 lid 2 onder b Vo. 883/2004 van toepassing is. Het Hof van Justitie EU is in de eerste plaats van mening dat de prejudiciële vraag, in verband met de beschouwing van de Zwitserse Bondsstaat als een ‘lidstaat’, betrekking had moeten hebben op de uitlegging van art. 13 lid 2 onderdeel a van de verordening. Volgens die bepaling is een persoon die gewoonlijk een zelfstandige activiteit uitoefent in twee of meer lidstaten onderworpen aan de wetgeving van de staat van zijn woonplaats als hij een wezenlijk deel van zijn activiteit in die staat uitoefent. In casu is de Oostenrijkse wetgeving niet van toepassing, gezien de beperkte arbeidstijd die FK binnen zijn Oostenrijkse kantoor besteedde. Het Hof wijst erop dat ingeval slechts één wetgeving van toepassing is, dit niet tot gevolg kan hebben dat een lidstaat die op grond van Vo. 883/2004 niet bevoegd is, de mogelijkheid wordt ontnomen om op grond van zijn nationale wetgeving onder bepaalde voorwaarden gezinsbijslagen of een ouderdomspensioen toe te kennen aan een migrerende werknemer, zelfs als deze werknemer op grond van art. 13 van die verordening onderworpen is aan de wetgeving van een andere lidstaat. De conflictregels van Vo. 883/2004 zijn niet bedoeld om de vraag te regelen of een werknemer recht heeft op een uitkering die hij eventueel heeft verkregen op grond van bijdragen die hij gedurende een bepaald tijdvak aan een socialezekerheidsregeling van een bepaalde lidstaat heeft betaald. Het verzoek van de verwijzende rechter heeft dus geen betrekking op de vaststelling van de toepasselijke wetgeving overeenkomstig de conflictregels van art. 11 t/m 13 Vo. 883/2004, maar uitsluitend op de toepassing van het stelsel waarin de wetgeving van de betrokken lidstaat voorziet en waaraan FK heeft bijgedragen. Het hof benadrukt dat de verwijzende rechter heeft vastgesteld dat de bijdragen die verzoeker in het hoofdgeding heeft betaald aan de bijzondere stelsels die van toepassing zijn op personen die in Oostenrijk het beroep van advocaat uitoefenen, waren uitgesloten van de werkingssfeer van Vo. 1408/71, die is vervangen door Vo. 883/2004, en pas vanaf 1 januari 2005 binnen de werkingssfeer van deze verordeningen vielen. Overigens stelt het Hof van Justitie EU ook vast dat de Oostenrijkse eis dat FK afziet van de uitoefening van het beroep van advocaat ‘om het even waar’ in strijd is met art. 45 en 49 VWEU
HvJ EU geeft uitleg over conflictregels uit Vo. 883/2004
FK, geboren in 1954, is een advocaat en is zowel Pools als Duits staatsburger. Hij is als advocaat werkzaam in drie landen (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland). FK begon zijn werkzaamheden in Duitsland en later in Zwitserland. In Oostenrijk was hij relatief gezien slechts in beperkte mate als advocaat werkzaam. Zo vormden de in Oostenrijk vervulde arbeidstijd en behaalde omzet nooit meer dan 10% van zijn totale arbeidstijd en omzet. Verzoeker heeft nooit in Oostenrijk gewoond. Van 1996 tot en met 2007 bevond het centrum van zijn particuliere belangen zich in Duitsland en daarna in Zwitserland. FK heeft bij de orde van advocaten van de deelstaat Wenen een aanvraag om toekenning van een vervroegd ouderdomspensioen ingediend, waarin hij verklaarde dat hij alleen zou afzien van de uitoefening van het beroep van advocaat in Oostenrijk, maar geen afstand zou doen van zijn toelatingen voor Duitsland en Zwitserland. Bij haar besluit heeft de orde van advocaten van de deelstaat Wenen de aanvraag van verzoeker afgewezen, op grond dat verzoeker in Duitsland en Zwitserland nog steeds als advocaat werkzaam was en een essentiële voorwaarde voor de toekenning van een vervroegd ouderdomspensioen dus niet was vervuld. Op 3 augustus 2018 heeft FK tegen dit besluit beroep ingesteld. De verwijzende rechter die uiteindelijk over het geschil moet oordelen heeft prejudiciële vragen gesteld. Hij wil weten welke wetgeving op grond van art. 13 lid 2 onder b Vo. 883/2004 van toepassing is. Het Hof van Justitie EU is in de eerste plaats van mening dat de prejudiciële vraag, in verband met de beschouwing van de Zwitserse Bondsstaat als een ‘lidstaat’, betrekking had moeten hebben op de uitlegging van art. 13 lid 2 onderdeel a van de verordening. Volgens die bepaling is een persoon die gewoonlijk een zelfstandige activiteit uitoefent in twee of meer lidstaten onderworpen aan de wetgeving van de staat van zijn woonplaats als hij een wezenlijk deel van zijn activiteit in die staat uitoefent. In casu is de Oostenrijkse wetgeving niet van toepassing, gezien de beperkte arbeidstijd die FK binnen zijn Oostenrijkse kantoor besteedde. Het Hof wijst erop dat ingeval slechts één wetgeving van toepassing is, dit niet tot gevolg kan hebben dat een lidstaat die op grond van Vo. 883/2004 niet bevoegd is, de mogelijkheid wordt ontnomen om op grond van zijn nationale wetgeving onder bepaalde voorwaarden gezinsbijslagen of een ouderdomspensioen toe te kennen aan een migrerende werknemer, zelfs als deze werknemer op grond van art. 13 van die verordening onderworpen is aan de wetgeving van een andere lidstaat. De conflictregels van Vo. 883/2004 zijn niet bedoeld om de vraag te regelen of een werknemer recht heeft op een uitkering die hij eventueel heeft verkregen op grond van bijdragen die hij gedurende een bepaald tijdvak aan een socialezekerheidsregeling van een bepaalde lidstaat heeft betaald. Het verzoek van de verwijzende rechter heeft dus geen betrekking op de vaststelling van de toepasselijke wetgeving overeenkomstig de conflictregels van art. 11 t/m 13 Vo. 883/2004, maar uitsluitend op de toepassing van het stelsel waarin de wetgeving van de betrokken lidstaat voorziet en waaraan FK heeft bijgedragen. Het hof benadrukt dat de verwijzende rechter heeft vastgesteld dat de bijdragen die verzoeker in het hoofdgeding heeft betaald aan de bijzondere stelsels die van toepassing zijn op personen die in Oostenrijk het beroep van advocaat uitoefenen, waren uitgesloten van de werkingssfeer van Vo. 1408/71, die is vervangen door Vo. 883/2004, en pas vanaf 1 januari 2005 binnen de werkingssfeer van deze verordeningen vielen. Overigens stelt het Hof van Justitie EU ook vast dat de Oostenrijkse eis dat FK afziet van de uitoefening van het beroep van advocaat ‘om het even waar’ in strijd is met art. 45 en 49 VWEU
- …
