OverHolland
Not a member yet
164 research outputs found
Sort by
Elementen en constructie: Aantekeningen over de architectuur van Aldo Rossi
The various kinds of trivialisation or abdication that currently typify architecture in Italy have led, among other things, to a rebellious taste for a kind of rigorist, robust, exclusive underground represented by a small number of individuals to whom definitive roles, acts and thoughts that remain aloof to the upheaval and blindness of the times are prematurely being ascribed. Such categorisation is overriding the true interests, the genuine, constructive motivations that to a certain extent determine intellectual trends and alliances, and the real qualities of personalities whose complexity and subtlety re-emerge when they are no longer viewed so rigidly.
Of course, it would be wrong to deny that many features of Aldo Rossi’s work encourage people to define it in such rigid terms: for example, to deny his calling and his interest in creating a legacy and handing down a tradition of study, or to deny the solemnity in the content and traits of his theoretical and architectural work, which hence cannot unfairly be defined as ‘classicist’ – but subject to reservations that we will see below.De verschillende vormen van banalisering dan wel verzaking in de architectuur van dit moment in Italië hebben ook indirecte consequenties: zo is er een streng-sobere, robuuste en exclusieve ondergrondse verzetsbeweging ontstaan, die wordt vereenzelvigd met enkele personen aan wie voortijdig een definitieve rol, daden en opvattingen worden toegeschreven die deze woelige, blinde tijden stevig domineren. Een dergelijke wijze van categoriseren gaat hardnekkig voorbij aan de werkelijke belangen, aan de meer oprechte en constructieve beweegredenen die tot op zekere hoogte intellectuele stromingen en bondgenootschappen bepalen, en aan de feitelijke trekken van personen, die complexer en subtieler blijken wanneer je ze minder schematiserend beschouwt.
Het zou uiteraard verkeerd zijn te ontkennen dat Aldo Rossi veel kenmerken bezit die ertoe aansporen hem volgens de modaliteiten van het schema te omschrijven, zoals zijn roeping en interesse om een ‘school’ te vormen, een traditie van het ontwerpen. Eveneens zou het onjuist zijn aan zijn theoretische en architectonische productie inhoud en stijlkenmerken te ontzeggen die een zekere plechtigheid niet uit de weg gaan en niet helemaal ten onrechte als ‘classicistisch’ kunnen worden bestempeld – zij het met de nodige reserves, waarover meer
Regels voor het bouwen aan de campus: Masterplan Tilburg University van Bauhutte
In the coming years the Tilburg University campus will undergo an extensive spatial transformation. The university plans to demolish some obsolete buildings and build three new ones. The first step is the construction of a Teaching and Self-Study Centre (OZC), which is currently in progress. Its development began in late 2014 with a call for design, building and maintenance tenders; the contract was awarded to a consortium consisting of KAAN Architecten and the building and property developer VORM. At the same time the university commissioned Bauhütte, the design-oriented research group at Eindhoven University of Technology’s faculty of architecture (an explanation of the name ‘Bauhütte’ is provided later in this article), to draw up a master plan with design guidelines for future architectural and landscape interventions on the campus.De campus van Tilburg University zal in de komende jaren een ingrijpende ruimtelijke transformatie ondergaan. De universiteit is van plan enkele verouderde gebouwen te slopen en een drietal nieuwe te bouwen. De eerste stap is de bouw van een Onderwijs- en Zelfstudiecentrum (OZC) dat momenteel in uitvoering is. De ontwikkeling ervan startte eind 2014 met de aankondiging van een aanbesteding voor ontwerp, bouw en onderhoud, die gewonnen werd door een consortium van KAAN Architecten en bouw- en projectontwikkelaar VORM. In dezelfde tijd gaf de universiteit Bauhütte, de ontwerp-gestuurde onderzoeksgroep van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Eindhoven, de opdracht een masterplan op te stellen, dat ontwerprichtlijnen vastlegt voor toekomstige architectonische en landschappelijke interventies op de campus
Voorwoord
oai:overholland.ac:article/44OverHolland studies the relationship between architectural interventions and urban transformation, with the focus on towns and cities in Holland. This latest issue of OverHolland takes a closer look at architectural designs, to mark two events in autumn 2013: the publication of the research results of the Renewing city renewal project, an initiative by the architecture firm De Nijl in partnership with Delft University of Technology’s Faculty of Architecture and the KEI knowledge centre for urban renewal (now part of Platform 31); and the DOGMA 11 Projects + 1 exhibition in a temporary pavilion in the grounds of the Faculty of Architecture in Delft.OverHolland onderzoekt de samenhang tussen architectonische interventies en stedelijke transformatie, waarbij de Hollandse stad centraal staat. In deze nieuwe uitgave van OverHolland is er in het bijzonder aandacht voor het architectonisch ontwerp. Dit naar aanleiding van twee gebeurtenissen die in het najaar van 2013 hebben plaatsgevonden: de publicatie van de onderzoeksresultaten van het project Vernieuwing van de stads-vernieuwing, een initiatief van architectenbureau De Nijl in samenwerking met de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft en KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing (inmiddels opgegaan in Platform 31), en daarnaast de tentoonstelling DOGMA: 11 Projects + 1, die te zien was in een tijdelijk paviljoen op het terrein van de Faculteit Bouwkunde in Delft
Case Study #1 HH, woonprototype, Hamburg Wilhelmsburg
2013 International Building Exhibition (IBA), HamburgCompetition by invitation, 2010First prize in the Smart Price Houses category Commissioned by SchwörerHaus Oberstetten Programme: six dwellings with garagesSize: 1,100 m2 (gross area)IBA Hamburg 2013Prijsvraag op uitnodiging, 2010Eerste prijs in de categorie Smart Price Houses Opdrachtgever: SchwörerHaus Oberstetten Programma: zes woningen met garages Omvang: 1.100 m2 (bruto
Waterwegen en stedelijke belangen: De invloed van infrastructuur op het Hollandse stedenpatroon (1200-1560)
In OverHolland 9 I described the development of the Randstad (1200-2000) in seven stages, using the rank-size rule method, in order to weight the existing explanatory models in the various periods and thus assemble clues for further research to explain the transformation in urban patterns. Besides administrative issues, such models repeatedly mention infrastructure, transport and economic phenomena such as integration, specialisation and upscaling as factors that explain changes in the urban hierarchy. It is now generally assumed that favourable transport conditions during the Middle Ages played a part in the emergence of urban patterns. It seems worthwhile, therefore, to take a closer look at the relationship between infrastructure and changes in the urban pattern in Holland between 1200 and 1560.In OverHolland 9 heb ik de ontwikkeling van de Randstad (1200-2000) in zeven stappen uiteenge-zet aan de hand van de methode van de ranksize rule, met als doel de bestaande verklaringsmodel-len in perioden te wegen en zodoende aanwijzin-gen te verzamelen voor nader onderzoek ter ver-klaring van de transformatie in stedenpatronen. Behalve bestuurlijke zaken worden in die modellen herhaaldelijk ook infrastructuur, transport en eco-nomische fenomenen als integratie, specialisatie en schaalvergroting genoemd als factoren die kunnen dienen om de veranderingen in de stede-lijke hiërarchie te verklaren. Nu neemt men over het algemeen aan dat juist in de middeleeuwen gunstige transportmogelijkheden een rol speelden bij de totstandkoming van stedenpatronen. Daarom lijkt het de moeite waard om voor de peri-ode tussen 1200 en 1560 de relatie tussen infra-structuur en transformatie van het Hollandse ste-denpatroon nader te beschouwen
Voorwoord
This edition of OverHolland is a good deal thicker than usual, as befits a celebratory issue. The editors have decided to make it a double issue, which at the same time makes clear that the OverHolland series will not end with No. 10. When the series began seven years ago, a contract was signed for the publication of ten issues. The achievement of that goal certainly warrants a celebration – but that is no reason to bring the series to an end. The editors and publishers will make every effort to ensure that it continues.
‘OverHolland – Architectural studies for Dutch cities is a series published on the joint initiative of the Department of Architecture at Delft University of Technology and SUN Publishers. The editors and publishers plan to publish two issues a year. The field of architectural research covered by the series includes both typological and morphological urban research and the question of architectural interventions in the context of Dutch cities.’ This was OverHolland’s ‘mission statement’ when it was launched. As it turned out, two issues a year was rather too ambitious a target, but that was not for lack of commitment. The standard of quality the editors sought often entailed more preparatory work, and in the past two years there have also been considerable funding difficulties. However, OverHolland has proved highly popular, especially with urban historians and geographers, and has thus become a platform for the exchange of research between various disciplines.
As this issue goes to show, OverHolland’s programme is by no means exhausted. Much of issue 10/11 is devoted to an exploration of the main changes in the area that is now the Randstad between 800 and 2000. Changes in landscape, habitation patterns and infrastructure are shown in six maps that indicate the situation in 800, 1200, 1500, 1700, 1900 and 2000. These ‘snapshots’ provide an overall picture of (a) the history of habitation and the urbanisation process and (b) changes in landscape and infrastructure. The study follows on from earlier texts published by Henk Engel and Reinout Rutte in issues 2 and 3 of OverHolland.
‘Twelve centuries of spatial transformation in the western Netherlands’ is the result of a joint study carried out from March 2008 to February 2011 by the University of Amsterdam’s Historical Geography research group and the Urban Architecture and History sections (Institute of History of Art, Architecture and Urbanism, IHAAU) at Delft University of Technology’s Faculty of Architecture. The maps and texts were produced in close consultation, the various tasks being divided up as follows. Guus Borger and Frits Horsten provided abundant source material for the maps and wrote most of the text. Otto Diesfeldt, Iskandar Pané and Arnoud de Waaijer drew the maps and wrote the accompanying technical explanations. Henk Engel and Reinout Rutte initiated and supervised the project, edited the articles, contributed texts on the towns and cities concerned and wrote the explanations for the 1900 and 2000 maps. The editors and publishers wish to thank the Netherlands Architecture Fund for funding this issue.
This double issue also contains articles by three PhD students. Nikki Brand and Kim Zweerink take a closer look at the period 1200-1500, the centuries during which the urban system in what is now the Randstad began to take shape. Following on from her article in OverHolland 9, Nikki Brand traces the emergence of the waterway network and investigates how it may have influenced the development of the nine main towns in the area: Amsterdam, Haarlem, Leiden, The Hague, Delft, Rotterdam, Dordrecht, Gouda and Utrecht. Kim Zweerink examines how the layout of these towns evolved, and uses the location of urban institutions to show the initial development of town centres.
Esther Gramsbergen looks at how the development of urban institutions affected the layout of a single city, Amsterdam, which in the sixteenth century assumed a predominant position with Holland’s urban system, and whose urban institutions displayed the most differentiated development from then on. Following earlier studies on the areas round the Dam square (in OverHolland 3) and the Binnengasthuis hospital (in OverHolland 6), Gramsbergen now examines the Plantage district. After the city council had launched Amsterdam’s Fourth Expansion in 1662 in response to robust population growth, the city’s development rapidly slowed, and after the Dutch Republic’s annus horribilis 1672 it came to a complete (albeit temporary) halt. The area east of the River Amstel remained vacant, and the city council decided to create the Plantage and establish the ‘Hortus Botanicus’ (botanical garden) there. In the nineteenth century this firstever deliberately designed urban green space was to become a testing ground for cultural and educational institutions.
Esther Gramsbergen’s study follows an article by Freek Schmidt. This discusses the emergence of private country homes in Watergraafsmeer and the accompanying cultural components, which also guided Amsterdam’s city fathers when creating the Plantage and the botanical garden. Robert Cavallo then provides an introduction to a number of graduation projects for the redesign of the area adjoining the Plantage, Roeterseiland, home to many of the University of Amsterdam’s buildings since the late nineteenth century.
OverHolland 10/11 concludes with two book reviews. Herman van Bergeijk reviews Jaap Evert Abrahamse’s dissertation De grote uitleg van Amsterdam. Stadsontwikkeling in de zeventiende eeuw (‘The Great Expansion of Amsterdam: urban development in the seventeenth century’), and Anton Kos discusses Bas van Bavel’s recent study Manors and Markets. Economy and Society in the Low Countries, 500-1600.Deze uitgave van OverHolland is flink dik geworden. Dat mag ook wel voor een jubileumnummer. De redactie heeft besloten er een dubbelnummer van te maken en geeft daarmee ook te kennen dat de reeks OverHolland met nummer 10 niet stopt. Bij aanvang van de reeks, nu zeven jaar geleden, werd een contract afgesloten voor de uitgave van tien nummers. Dat doel is nu bereikt en dat moet gevierd worden, maar is geen reden om de reeks nu te beëindigen. Redactie en uitgeverij zullen er alles aan doen de reeks voort te zetten.
‘De uitgave van OverHolland is een gezamenlijk initiatief van de Afdeling Architectuur van de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft en Uitgeverij SUN. Het is de bedoeling van de redactie en de uitgeverij om per jaar twee cahiers te doen verschijnen. Het veld van architectonisch onderzoek dat in deze reeks aan de orde wordt gesteld, betreft zowel het typologisch en het morfologisch stadsonderzoek als het vraagstuk van architectonische interventies in de context van de Hollandse steden.’ Met deze belofte ging OverHolland van start. Het is niet gelukt trouw twee afleveringen per jaar te laten verschijnen. Dat was echter niet het gevolg van een gebrek aan elan. De beoogde kwaliteit vereiste vaak meer tijd in de voorbereiding en de laatste twee jaren ontstonden grotere problemen met de financiering. OverHolland kan zich echter verheugen in een grote belangstelling, met name ook uit de kring van stadshistorici en geografen. Daarmee is OverHolland een platform geworden voor de uitwisseling van onderzoek in verschillende vakgebieden.
Het programma van OverHolland is zeker nog niet uitgeput. Daarvan getuigt deze uitgave. Een groot deel van nummer 10/11 wordt ingenomen door een verkenning van de voornaamste veranderingen die zich tussen 800 en 2000 in het gebied van de huidige Randstad hebben voorgedaan. De veranderingen in het landschap, het bewoningspatroon en de infrastructuur zijn vastgelegd in zes kaarten, die de toestand weergeven in de jaren 800, 1200, 1500, 1700, 1900 en 2000. Deze momentopnamen maken het mogelijk om in hoofdlijnen de samenhang te schetsen tussen enerzijds de bewoningsgeschiedenis en het verstedelijkingsproces, en anderzijds de veranderingen in het landschap en de infrastructuur. De studie sluit aan bij eerdere publicaties van Henk Engel en Reinout Rutte in de nummers 2 en 3 van OverHolland.
‘Twaalf eeuwen ruimtelijke transformatie in het westen van Nederland’ is het resultaat van een gezamenlijk onderzoek dat tussen maart 2008 en februari 2011 werd verricht door de onderzoeksgroep Historische Geografie van de Universiteit van Amsterdam en de afdelingen Urban Architecture en Geschiedenis (IHAAU) van de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft. De kaarten en teksten kwamen in nauwe samenwerking tot stand, waarbij de taken als volgt waren verdeeld: Guus Borger en Frits Horsten leverden een schat aan bronmateriaal voor de kaarten en schreven het grootste deel van de tekst; Otto Diesfeldt, Iskandar Pané en Arnoud de Waaijer tekenden de kaarten en schreven de technische toelichting daarbij; Henk Engel en Reinout Rutte initieerden en begeleidden het project, voerden de redactie, leverden tekstbijdragen over de steden en schreven de toelichting bij de peiljaren 1900 en 2000. De publicatie in deze aflevering van OverHolland is mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning van het Stimuleringsfonds voor de Architectuur. Daarvoor betuigen redactie en uitgeverij hun grote dank.
Aansluitend verschijnen in dit dubbelnummer bijdragen van drie promovendi. Nikki Brand en Kim Zweerink verdiepen zich verder in de periode 12001500; de eeuwen waarin het stedensysteem in het gebied van de huidige Randstad vaste vorm begon aan te nemen. In vervolg op haar bijdrage in OverHolland 9 brengt Nikki Brand het tot stand komen van het netwerk van waterwegen in kaart en onderzoekt ze de mogelijke invloed ervan op de ontwikkeling van de negen belangrijkste steden in dit gebied: Amsterdam, Haarlem, Leiden, Den Haag, Delft, Rotterdam, Dordrecht, Gouda, Utrecht. Kim Zweerink onderzoekt de ontwikkeling van de plattegrond van deze steden en toont aan de hand van de locatie van stedelijke instellingen de eerste ontwikkelingen in de centrumvorming.
Esther Gramsbergen onderzoekt het effect van de ontwikkeling van stedelijke instellingen op de vorming van de stadsplattegrond van een enkele stad: Amsterdam, dat vanaf de zestiende eeuw in het Hollandse stedensysteem de dominante positie inneemt en vanaf die tijd de meest gedifferentieerde ontwikkeling van stedelijke instellingen te zien geeft. Na eerdere studies van het gebied van de Dam, in OverHolland 3, en van het gebied van het Binnengasthuis, in OverHolland 6, brengt zij nu het gebied van de Plantage onder de aandacht. Nadat het stadsbestuur in 1662 onder druk van de turbulente groei van de bevolking de uitvoering van de Vierde Uitleg in gang had gezet, bleek al snel dat de ontwikkeling van Amsterdam begon te stagneren. Na het Rampjaar 1672 kwam die tijdelijk zelfs helemaal tot stilstand. Het gebied ten oosten van de Amstel bleef braak liggen. Het stadsbestuur besloot toen tot de aanleg van de Plantage en de vestiging van de Hortus Botanicus in dit gebied. Het bracht daarmee de eerste stedelijke groenvoorziening tot stand, die in de negentiende eeuw zou uitgroeien tot de proeftuin van culturele en educatieve instellingen
"Tot gerief van dezes stads ingezetenen": De Amsterdamse Plantage, een publiek project
The Plantage, which was created in the northeastern corner of Amsterdam in 1682, may be considered an early allotment garden complex. However, this overlooks the fact that the botanical garden which formed part of the project performed an important public function. The unusual location of the complex within the city walls and the careful, detailed design by municipal engineer Jacob Bosch are additional reasons to view the project in a different light. Besides the gardens and wood storage areas (which were available for rent), the design included public functions and finely planted avenues. If, rather than focus on the private gardens, we also look at the public features of the design, we will see just how remarkable the project was for its time. Few historians have noticed the connection between the transfer of the ‘Hortus Medicus’ (medical garden) to the Plantage and the resulting transformation of this knowledge institution. What had been an educational garden for apprentice apothecaries in one of the inner courtyards of the Binnengasthuis hospital now became a ‘Hortus Botanicus’ (botanical garden), open to the general public and situated on one of the city’s main roads. This tells us a great deal. The city council invested not just in a knowledge institute to promote public health, but also in a cultural institution for the ‘education and delight’ of Amsterdam’s citizens. This combination laid the foundations for a new source of urban prestige.De Amsterdamse Plantage, in 1682 aangelegd in de noordoosthoek van de stad, kan worden beschouwd als een volkstuinencomplex avant la lettre. Dan wordt echter voorbijgegaan aan het feit dat de botanische tuin, die deel uitmaakte van het project, een belangrijke publieke functie had. Ook de ongebruikelijke ligging van het tuinencom-plex binnen de stadsmuren en het zorgvuldige, gedetailleerde ontwerp van de hand van stadsin-genieur Jacob Bosch geven aanleiding om het project in een ander daglicht te zien. Naast de verhuurbare tuinen en houtwallen omvatte het ontwerp publieke functies en mooi beplante lanen. Wanneer we, in plaats van de nadruk te leggen op de tuinen voor privaat gebruik, de blik richten op de publieke elementen in het Plantage-ontwerp, blijkt hoe bijzonder het project in zijn tijd was. Weinig historici hebben het verband gezien tussen de herhuisvesting van de Hortus Medicus in de Plantage en de verandering die deze kennisinstel-ling hierbij onderging. Van een onderwijstuin voor leerling-apothekers gevestigd in een van de bin-nenhoven van het Binnengasthuis veranderde de Hortus Medicus in een Hortus Botanicus, open voor een breed publiek, gelegen aan een van de belangrijkste wegen in de stad. Deze verandering is veelzeggend. Het stadsbestuur investeerde niet alleen in een kennisinstelling ten behoeve van de volksgezondheid, maar ook in een culturele instel-ling ter lering en vermaak. Deze combinatie vormde de basis van een nieuwe vorm van stede-lijke representatie
Budafabriek, centrum voor kunst, Kortrijk
Design: 51N4E
Client: City of Kortrijk / AGB Buda Program: artists’ studios, exhibition and event facilitiesSize: 4,240 m²Design period: 2005 (competition)2007 Construction period: 20102012Ontwerp: 51N4E
Opdrachtgever: gemeente Kortrijk / AGB Buda Programma: ateliers voor kunstenaars, voorzieningen voor tentoonstellingen en evenementen Vloeroppervlak: 4.240 m²Ontwerpfase: 2005 (prijsvraag)2007Bouwfase: 2010201
Woon-werkgebouw bij Balti-station, Tallinn
Design: Dogma
Tallinn Architecture Biennale 2013 Living/working Unité d’Habitation for 1600 inhabitantsOntwerp: Dogma
Architectuurbiënnale Tallinn 2013Unité d’habitation voor wonen en werken voor 1600 bewoner
Park House, West Ham Lane, Londen
Design: East
Client: Western InvestmentsProgram: 84 aparthotel rooms, 7 residential units, café/community space, rooftop viewing pavilion, gardenSize: 5,000 m2 (netto)Start construction: September 2014Ontwerp: East
Opdrachtgever: Western Investments Programma: 84 aparthoteleenheden, 7 woningen, café/gemeenschappelijke ruimte, uitkijkpaviljoen op het dak, tuin en terrasOmvang: 5.000 m2 vloeroppervlak interieur Aanvangsdatum bouw: september 201