OverHolland
Not a member yet
    164 research outputs found

    Het Nederlandse waterlandschap: een vernuftig historisch systeem met lessen voor de toekomst

    Full text link
    ‘You cannot step into the same river twice, for fresh waters are ever flowing in upon you’ is a saying attributed to the Greek philosopher Heraclitus. And like Heraclitus, any study of water systems must acknowledge constant flow as an essential property. Studying the Netherlands from the perspective of water, therefore, means taking constant flow into account. In fact, the polder land of the Netherlands depends on dykes and dams that facilitate the flow of natural rivers and artificial canals. Maps generally show water as a blue line, which appears static, but in fact it is constantly moving. The analytical maps of the Dutch water system in ‘Water system and urban form in Holland. A survey in maps: 1575, 1680, 1900 and 2015’ aim to overcome the notion of water as a static entity by focusing on flows and connections and by adding arrows that demonstrate the complex system of water drainage and channelling. Such a spatial system - effectively a waterscape - requires careful water management and negotiation among all stakeholders, creating an intricate governance structure, albeit one that is not widely understood or recognised.‘Je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen, want het is steeds ander water dat op je toestroomt’ is een vermeende uitspraak van de Griekse filosoof Heraclitus. En geheel in lijn daarmee dient elk onderzoek naar watersystemen het constant in beweging zijn als een wezenlijk onderdeel ervan te beschouwen. Wie Nederland bestudeert met water als uitgangspunt kan dan ook niet om die voortdurende beweging heen. Het polderlandschapis ondenkbaar zonder de dijken en dammen die de natuurlijke loop van rivieren en de gegraven kanalen in toom houden. In de regel wordt water op kaarten afgebeeld als een blauwe lijn, wat een statische indruk maakt, maar in feite is het water voortdurend in beweging. Op de analytische kaarten in ‘Watersysteem en stadsvorm in Holland. Een verkenning in kaarten: 1575, 1680, 1900 en 2015’ is ernaar gestreefd om het begrip van water als iets statisch te ondervangen door nadruk te leggen op stromingen en verbindingen en door met pijlen de complexiteit van afwateringen en kanaalstelsels inzichtelijk te maken. Een dergelijke ruimtelijke indeling, zeg maar waterlandschap, vraagt om zorgvuldig waterbeheer en overleg tussen alle betrokkenen, hetgeen heeft geleid tot een uitgebreide bestuursstructuur die misschien niet altijd even goed begrepen of op waarde geschat wordt

    Tussen traditie en vernieuwing, een ensemble in Le Havre

    Full text link
    I recall a photo of an entrance portico during construction. Soberly black-and-white. The limpid Le Havre light streams through the facade openings. The hall behind is filled with workmen enveloped in clouds of Gitanes and dust, busily bush hammering the top layer of the cast-in-situ concrete on walls and ceiling. It is one of the entrance porticos in the ensemble of buildings that line the south side of Place de l’Hotel de Ville, designed immediately after the war by the architect Auguste Perret. If you enter the building via one of these entrances today and walk into the adjacent stairwell, you will notice that the bushhammered surfaces are enclosed by narrow concrete borders. These smooth borders have been carefully excluded from the violence of the pneumatic hammers. They frame the gravelly substance that the workmen brought to the surface. The treated and untreated concrete together frame the panelling: small precast concrete panels with a reddish aggregate for the hall and mahogany panelling and doors around the apartment entrances in the stairwell. The hall and stairwell are consummately articulated: you notice lines, divisions, the proportions. But this is more than a geometric order. The materiality, too, is overwhelming. The tone-on-tone of the different materials, all employed au naturel, evokes a particular atmosphere in the hall and stairwell. A melancholy atmosphere perhaps, with echoes of the rich furnishing of bourgeois town houses. The classical references serve to deflect attention from the actual date of construction. Before the war? After the war? Let’s step back for a moment.Ik herinner me een foto van een entreeportaal tijdens de bouw. Stemmig zwart-wit. Het heldere licht van Le Havre straalt door de gevelopeningen. De hal is vol met werklieden in wolken van Gitanes en stof, druk doende de toplaag van het in het werk gestorte beton op wanden en plafond af te hameren. Het is een van de entreeportalen in het ensemble van gebouwen dat de zuidkant van de Place de l’Hôtel de Ville begrenst, vlak na de oorlog ontworpen door architect Auguste Perret. Als je nu bij zo’n hal naar binnen gaat en het aangrenzende trappenhuis inloopt, zie je dat de gehamerde vlakken binnen smalle betonnen randen liggen. Deze gladde randen zijn zorgvuldig uitgespaard in het geweld van de pneumatische hamers. Ze vormen lijsten voor de grinderige substantie die door de werklieden aan het oppervlak is gebracht. Dat bewerkte en onbewerkte beton vormt weer lijsten voor bekledingen: kleine geprefabriceerde betonpanelen met een roodachtige toeslag voor de wanden van de hal en mahoniehouten betimmeringen met deuren bij de woningtoegangen in het trappenhuis. De hal en het trappenhuis zijn door en door geleed. Je ziet de lijnen, de verdelingen, de verhoudingen. Maar het is niet alleen een grafische orde. De materialiteit is overweldigend. Het ton sur ton van de verschillende materialen, ‘naturel’ toegepast, brengt de hal en het trappenhuis op sfeer. Een melancholische sfeer misschien, met herinneringen aan de rijke uitrusting van burgerlijke stadshuizen. De klassieke reminiscenties zorgen ervoor dat de datering van de bouwperiode telkens aan je ontglipt. Voor de oorlog? Na de oorlog? Laten we een moment naar achter stappen

    Huis aan de Vest

    Full text link
    The city gate is long gone but anyone entering the centre of Dordrecht via the Sint Jorisbrug will still be conscious of crossing a boundary. Rather than the bridge spanning the Spuihaven, which is pretty inconspicuous, it is greenery along the water that makes this a recognisable transition point. On the left-hand side the eye is caught by a group of majestic trees standing in the deep gardens of the houses lining the Vest. One of those houses, Vest 84, was recently rebuilt from the ground up. The project was both designed and built by Ber Mooren.The house is not big. With a footprint of approximately 45 m2  and built over two floors it is a compact home for a one-child family. Size says very little about the complexity, however. The design employs great ingenuity in resolving several issues: the need to respect the on-site remains of the medieval town wall, the technical limitations of self-build with only a small team of helpers, and a limited budget. And because the Vest is part of a protected townscape there was another aspect to consider: ensuring that the new architecture was in keeping with the historical character of the city centre.De stadspoort is allang verdwenen, maar wie over de Sint Jorisbrug de Dordtse binnenstad binnenkomt zal het niet ontgaan dat je een grens passeert. De brug over de Spuihaven is onopvallend, het is eerder de begroeiing langs het water die dit punt tot een herkenbare cesuur maakt. Aan de linkerkant valt een groep monumentale bomen op, ze staan in de diepe tuinen van de huizen aan de Vest. Een van die huizen, Vest 84, werd onlangs volledig herbouwd. Het project is zowel ontworpen alsook gebouwd door Ber Mooren.Het huis is niet groot. Met een footprint van ongeveer 45 m2 en opgetrokken in twee bouwlagen is het een compact ontworpen woonhuis voor een gezin met één kind. Grootte zegt niet veel over complexiteit. Met inventiviteit worden in het ontwerp zaken samengebracht: de noodzaak de resten van de middeleeuwse stadmuur op het perceel de respecteren, de technische mogelijkheden van het eigenhandig bouwen met hulp van slechts een klein team en de beschikbaarheid van een bescheiden budget. Omdat de Vest onderdeel is van een beschermd stadsgezicht speelt ook nog een ander aspect een rol: de aansluiting van de nieuwe architectuur op het historische karakter van de binnenstad

    De toekomst van de stedelijke delta

    Full text link
    W.H. Hoekwater’s Polderkaart van de landen tusschen Maas en IJ (Polder map of the lands between Maas and IJ) (p. 46) is a compelling illustrationof just how complex and artificial the watersystem in this part of the Netherlands was around 1900. It was the outcome of centuries of human interventions in the delta aimed at improving drainage, increasing flood protection and facilitating growing economic prosperity. One the defining features of deltas is their dynamic nature: changes in the ‘natural’ system and in society prompt continuous adjustments to the water system. This is clearly explained in the article ‘Water system and urban form in Holland. A survey in maps: 1575, 1680, 1900 and 2015’, in a historical analysis of the period 1575–2015. This article builds on that and looks forward to the future of the urban delta. What challenges does the delta have in store that will force us, once again, to adjust the water system? And what are the implications of that for the appearance of the delta in 2100 and for the organisation of water management?De Polderkaart van de landen tusschen Maas en IJ van W.H. Hoekwater (p. 46) laat treffend zien hoe complex en kunstmatig het watersysteem van dit deel van Nederland is rond 1900. Het is het resultaat van eeuwenlang ingrijpen in de delta om de afwatering te verbeteren, de waterveiligheid te vergroten en verdere groei van de welvaart mogelijk te maken. Kenmerkend aan delta’s is dat ze dynamisch zijn: veranderingen in het ‘natuurlijke’ systeem en de maatschappij leiden voortdurend tot aanpassing van het watersysteem. Het artikel ‘Watersysteem en stadsvorm in Holland. Een verkenning in kaartbeelden: 1575, 1680, 1900  en 2015’ zet dat op een heldere wijze uiteen in een historische analyse van de periode 1575–2015. In deze bijdrage bouwen we daarop voort en kijken we vooruit naar de toekomst van de stedelijke delta. Welke opgaven voor de delta komen er op ons af die ons opnieuw dwingen om aanpassingen door te voeren? En wat betekent dat voor de  verschijningsvorm van de delta in 2100 en de organisatie van het waterbeheer

    Redactioneel

    Full text link
    This edition of OverHolland turns the spotlight on the water management system in a part of the Netherlands known as Randstad Holland, namely the area between the Maas and IJ rivers, the North Sea coastal dunes and the Utrechtse Heuvelrug. This study was prompted by a unique, four-sheet map, on a scale of 1:50,000, published in 1901: the Polderkaart van de landen tusschen Maas and IJ (Polder map of the lands between Maas and IJ), made by Willem Hendricus Hoekwater (1865- 1956), a teacher in Amsterdam. It was the first comprehensive overview of the water system in this area, which is almost entirely below sea level and is regarded as the main driver of the Dutch economy. It is the most urbanised and most densely populated part of the Netherlands. Hoekwater’s map shows the various water management entities in the area and how those entities discharged excess polder water into waterbodies outside the dykes. The map is also remarkable from a graphic point of view. Gradations in the colours of the various water capture areas (boezems) make it possible to follow the course of the water from boezem to discharge point.Deze aflevering van OverHolland gaat over de waterhuishouding in het gebied van de Randstad Holland, het gebied tussen de Maas en het IJ, de duinen langs de Noordzee en de Utrechtse Heuvelrug. Aanleiding daartoe is een unieke, vierbladige kaart, schaal 1: 50.000, die in 1901 van de pers rolde: de Polderkaart van de landen tusschen Maas en IJ, vervaardigd door Willem Hendricus Hoekwater (1865-1956), onderwijzer te Amsterdam. Nooit eerder was er een compleet overzicht gemaakt van het watersysteem in dit gebied, dat vrijwel geheel onder de zeespiegel ligt en als de motor van de Nederlandse economie wordt beschouwd. Het is het meest verstedelijkte en dichtst bevolkte deel van het land. De kaart van Hoekwater laat zien uit welke waterstaatkundige eenheden het gebied bestond en hoe die eenheden uitboezemden op de buitenwateren. Ook grafisch is de kaart opmerkelijk. Via gradaties in de kleuren van de verschillende boezemgebieden is de loop van het water naar de uitwateringspunten te volgen

    Boekbespreking

    Full text link
    Book reviews of Bert Buizer, Piet Veel en Hans van Weenen (eds.), Atlas van het Oer-IJ-gebied  Jan Boomgaard, Clé Lesger en Kees Zandvliet (eds.), Honderdnegende Jaarboek van het Genootschap Amstelodamum. Oeroud Amsterdam. Een zoektocht naar de vroegste geschiedenis van de stad Ranjith M. Jayasena, Graaf- en modderwerk. Een archeologische stadsgeschiedenis van AmsterdamBoekbesprekingen van  Bert Buizer, Piet Veel en Hans van Weenen (red.), Atlas van het Oer-IJ-gebied  Jan Boomgaard, Clé Lesger en Kees Zandvliet (red.), Honderdnegende Jaarboek van het Genootschap Amstelodamum. Oeroud Amsterdam. Een zoektocht naar de vroegste geschiedenis van de stad Ranjith M. Jayasena, Graaf- en modderwerk. Een archeologische stadsgeschiedenis van Amsterda

    Watersysteem en stadsvorm in Holland : Een toelichting op de totstandkoming van de kaartenreeks

    Full text link
    We regard a cartographic image as scientific output provided it is accompanied by a theoretical underpinning and explanatory notes. The study ‘Water system and urban form in Holland. A survey in maps: 1575, 1680, 1900 and 2015’ brings together the overlapping and complementary methodologies and expertise of the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE – Cultural Heritage Agency) and the Faculty of Architecture at Delft University of Technology (TUD). Both institutions have considerable experience with the use of maps, in terms both of the research itself and in documenting the results of that research. This entails the use of (Historical) Geographic Information Systems with a comparable methodology of notation and verification.The RCE’s extensive Historical Geographic Information System (HGIS) of the water system  in the western part of the Netherlands was the starting point for this cartographic survey. Its aim is to make the essence of the data and knowledge of the water system in this database accessible, and to relate it to research into the urbanisation of this region. The Delft cartographic method was employed in producing the intelligible and specific map series reproduced in this publication along with a written explanation of what the maps reveal. In this article we go into more detail about the method and the chosen reference years and  provide a compact guide to interpreting each of the map series, accompanied by a  description of the sources and processes employed.  Wij beschouwen een (kaart)beeld als wetenschappelijke output mits deze gepaard gaat met een onderbouwing en toelichting. In het onderzoek ‘Watersysteem en stadvorm in Holland. Een verkenning in kaartbeelden: 1575, 1680, 1900 en 2015’ zijn overlappende en aanvullende methodieken en expertises van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) en de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft (TUD) samengebracht. Beide instituten hebben veel ervaring met het gebruik van kaarten, zowel wat het  onderzoek zelf betreft als bij het vastleggen van onderzoeksresultaten. Hiervoor worden (Historisch) Geografische Informatie Systemen gebruikt met een onderling vergelijkbare methodiek van notatie en verificatie.Het omvangrijke, door de RCE opgebouwde Historisch Geografisch Informatie Systeem (HGIS) van het watersysteem in westelijk Nederland is het vertrekpunt geweest voor dit kaartonderzoek. Dit onderzoek heeft tot doel om de essentie van de data en kennis van het watersysteem uit deze database te ontsluiten en in samenhang te brengen met onderzoek naar de verstedelijking in deze regio. Volgens de Delftse cartografische methode is een overzichtelijke en specifieke kaartenreeks vormgegeven die in deze publicatie te zien is naast een geschreven toelichting bij de fenomenen die op de kaarten worden getoond. In dit artikel gaan we nader in op de gehanteerde methode, de gekozen peiljaren en volgt per kaartenreeks een compacte lees- en kijkwijzer met een beschrijving van de gehanteerde bronnen en bewerkingen

    Rondom de Rotte: Herontwerp van een boezemlandschap

    Full text link
    The Dutch landscape is about to be reconfigured yet again. This time not in order to make the delta inhabitable through reclamation or to organise it more efficiently for agriculture through land consolidation but, in this age of climate change and population growth, to make the land more resilient and liveable for human beings, flora and fauna. Owing to sea level rise, an increase in torrential rainfall events, summer droughts, progressive soil subsidence and saline seepage, water-related problems are on the rise.Fundamental to the organisation of the lowlying western part of the Netherlands is the socalled polder-boezem system. Created to drain the soggy soil and then keep it dry, this water system consists of ditches, leats, drainage canals, navigation canals, waterways, city canals, pondsand lakes connected by scores of hydraulic works. The water level in this system is controlled by dykes, dams, sluices and pumping stations, with excess water being drained via the boezems into the major rivers and the sea. While the need for continuous water management and drainage is incontestable, it is clear that the system is not up to the task of dealing with future problems.By the end of the twentieth century, hydraulic engineers were already drawing attention to the inadequacy of the usual measures, such as installing more powerful pumps, building higher and stronger dykes and letting in more water in times of drought. In 2000, to ensure a safe and effective water management system in the new century, the Committee for Water Management for the 21st Century established the ‘water triad’: a three-step plan of water capture followed by water storage and, as and when necessary, water drainage. This strategy has been the basis of every spatial project in the Netherlands since 2003.De inrichting van het Nederlandse landschap moet wederom op de schop. Dit keer niet om de delta door ontginning bewoonbaar te maken of door ruilverkaveling efficënter in te richten voor de landbouw, maar om het land in deze tijd van klimaatverandering en bevolkingsgroei bestendiger en leefbaarder te maken voor mens, flora en fauna. Door zeespiegelstijging, toename van de hoeveelheid neerslag in een korte tijdspanne, droogteperioden in de zomer, voortschrijdende bodemdaling en zoute kwel hopen de watergerelateerde problemen zich op. Aan de basis van de inrichting van laag-Nederland ligt het zogeheten poldeboezemsysteem.Dit watersysteem, gemaakt om het land droog te leggen en te houden, bestaat uit sloten, weteringen, tochten, vaarten, kanalen, grachten, singels, plassen en meren die door tal van waterwerken met elkaar in verbinding staan. Door dijken, dammen, sluizen en gemalen wordt het waterpeil in dit stelsel gecontroleerd en wordt overtollig water via boezems naar de grote rivieren en de zee afgevoerd. De noodzaak om het water continu te beheren en het laagland te bemalen is evident, maar het systeem is niet voldoende om toekomstige problemen het hoofd te bieden.Al aan het einde van de vorige eeuw constateerden waterbouwers dat de gangbare  handelwijze van het inzetten van zwaardere pompen, hogere en sterkere dijken en het inlaten van meer water bij droogte niet langer toereikend is. Om voor de nieuwe eeuw een veilig en bruikbaar waterbeheer te kunnen waarborgen, stelde de Commissie Waterbeheer 21e eeuw in 2000 de zogeheten watertrits vast: een driestappenplan dat bestaat uit eerst water vasthouden, dan water bergen en indien nodig water afvoeren. Deze strategie vormt sinds 2003 het uitgangspunt bij elke ruimtelijke opgave

    Stijgend water, zinkende steden: De worsteling van Venetië en Rotterdam met het landschap van lagune en delta

    Full text link
    Since the turn of the century, high water levels in cities in coastal and delta areas have given rise to ever-increasing problems. It is not just the many cities in the ‘Global South’, burdened with inadequate defences against high water levels, that are having to contend with increased flooding. Even relatively wealthy cities in Europe and the United States, the damage wreaked by Hurricane Katrina in New Orleans (2005) and by Hurricane Sandy in New York (2013) still fresh in their minds, have good reason to be concerned. In Europe, as recently as November 2019, the Grande Dame of water cities, Venice, suffered its worst acqua alta (high water event) since 1966. Large parts of the city were under water for an extended period of time, with huge consequences not only for the city’s many art treasures and heritage structures, but also for the economy, the well-being and the habitability of the city.Several months later, in February 2020, the Netherlands, dubbed by some ‘the safest delta in the world’, had to pull out all the stops in order to withstand the combined forces of high riverwater discharge and a spring tide at sea. For the first time, the many riverbed widenings carried out in the years 2005-2015 in the context of the national ‘Room for the River’ programme, were able to demonstrate their effectiveness. Largeparts of the river area, normally used for arable and livestock farming or as nature areas, were subjected to controlled flooding, thereby preventing the inundation of cities along the rivers.Hoge waterstanden in steden in kust- en deltagebieden leiden sinds de laatste eeuwwisseling tot steeds meer problemen. Niet alleen veel steden in de ‘Global South’, met gebrekkige voorzieningen om zich tegen hoge waterstanden te verdedigen, kampen met toenemende overstromingen. Ook relatief rijke steden in Europa en de Verenigde Staten hebben alle redenen zich zorgen te maken, met de gevolgen van de orkaan Katrina voor New Orleans (2005) en Sandy voor New York (2013) nog vers in het geheugen. In Europa werd recent, in november 2019, de Grande Dame van steden in en aan het water, Venetië getroffen door het ernstigste acqua alta (hoogwater) sinds 1966. Grote delen van de stad stonden langere tijd onder water, met grote gevolgen voor de vele kunstschatten en monumenten, maar ook voor de economie, het welzijn en de bewoonbaarheid van de stad.Enkele maanden later, in februari 2020, moesten in Nederland, door sommigen ‘de veiligste delta ter wereld’ genoemd, alle zeilen worden bijgezet om een combinatie van hoge waterafvoer door de rivieren en springtij op zee het hoofd te kunnen bieden. De vele rivierbedverbredingen die in de periode 2005-2015 zijn gerealiseerd in het kader van het nationale programma ‘Ruimte voor de Rivier’ konden nu voor het eerst hun nut bewijzen.Grote delen van het rivierengebied, normaal in gebruik voor akkerbouw en veeteelt of als natuurgebied, werden gecontroleerd onder water gezet, waardoor overstromingen van steden langs de rivieren werden voorkomen. Dit procedé  bleek overal in het rivierengebied succesvol te werken – behalve in de regio Rotterdam, die buiten het programma ‘Ruimte voor de Rivier’ viel en geen voorzieningen kent voor tijdelijke rivierbedverbreding

    Kaarten en Nederlandse Waterstaatsgeschiedenis

    Full text link
    The detailed account of discussions between the Waterlanders, the reeve and Amsterdam provided by the 2019 book Broek en Waterland. Regionale samenwerking en conflicten, 1281-1811, makes it clear that Broek in Waterland and fellow villages were continually engaged in realising influence and achieving aims through negotiation. The book also shows that the material environment that was the consequence of negotiation in turn exerted considerable influence on those negotiations. The influence of the human participants was realised by non-human actors such as money, wood or earth, with water playing a major role of course. The water infrastructure of the region was pivotal to the power those towns and villages were able to accrue. The power of the district water board turned out to be relative because it was only one of several influential administrative bodies. In practice there was also considerable overlap in administrative functions and roles in Waterland, with members of a town or village council often serving on water boards as well. This interweaving of administrative functions challenges the unquestioned impression of all-powerful, independent water boards and little administrative overlap in Dutch water management history.De in 2019 verschenen publicatie Broek en Waterland. Regionale samenwerking en conflicten, 1281-1811 maakt door een gedetailleerde weergave van discussies tussen de Waterlanders, de baljuw en Amsterdam duidelijk dat Broek in Waterland en de collega-dorpen continu bezig waren met het realiseren van invloed en het behalen van doelen door onderhandelingen. Tevens blijkt uit het boek dat de materiële omgeving die het gevolg was van de onderhandelingen ook de nodige invloed uitoefende op die onderhandelingen. De invloed van menselijke betrokkenen werd gerealiseerd via niet-menselijke historische actoren, zoals geld, hout of aarde – met uiteraard het water in een grote rol. De waterinfrastructuur van de regio was een belangrijke drager van de macht die dorpen en steden konden ontwikkelen. De macht van het waterschap bleek relatief te zijn, omdat het waterschap slechts een van de invloedrijke bestuursapparaten was. Bestuurlijke functies en rollen in Waterland bleken bovendien goed te combineren, zodat leden van een dorps- of stadsbestuur regelmatig ook in het waterschapsbestuur optraden. Deze verwevenheid van bestuursfuncties problematiseert het te vanzelfsprekende beeld van zelfstandige waterschappen met veel macht en weinig bestuurlijke overlap in de Nederlandse waterstaatsgeschiedenis

    114

    full texts

    164

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    OverHolland
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇