2,159 research outputs found

    Leaders as Agents of Continuity: Self-Continuity and Resistance to Collective Change

    No full text
    You cannot step into the same self twice. As Heraclites observed, everything is in flux, and more recent insights suggest that this observation includes the self-concept (Markus & Wurf, 1987; Turner, Hogg, Oakes, Reicher, & Wetherell, 1987). Our self-conception changes and develops over time and situations. Yet, there also are clear indications that a sense of continuity of self is a central and valued aspect of the way we see ourselves, as emphasized in other chapters in this book. In this chapter, we argue that self-continuity is not only a valued aspect of individual self-definition (self as “I”), but also of collective self-definition (self as “we”). We propose that this desire for collective self-continuity helps explain resistance to changes to membership groups and organizations, and apply these insights to outline how effective leadership of change involves leadership that provides a sense of continuity of group identity. In this sense, effective leadership of change requires leaders to function not only as agents of change, but also as agents of continuity. We illustrate this point focusing on the organizational change literature – an area where change is considered essential, but the psychology of change ill-understood (e.g., Armenakis & Bedeian, 1999; van Knippenberg & van Knippenberg, 2004)

    Soldiers under threat: An exploration of the effects of real threat on soldiers' perceptions, attitudes and morale

    No full text
    Contains fulltext : 77366.pdf (Publisher’s version ) (Open Access)RU Radboud Universiteit Nijmegen, 16 juni 2009Promotores : Knippenberg, A.F.M. van, Soeters, J.M.L.M. Co-promotor : Dechesne, M.119 p

    '... dir sind vil sünd vergeben...': over performativiteit en Duitstalig toneel van de middeleeuwen

    No full text
    Carla Dauven-van Knippenberg leidt het studieprogramma Duitse taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. In haar onderzoek concentreert zij zich op de mediëvistiek, waarbij zij bijzondere aandacht besteedt aan toneel. Voor Vooys richt Dauven-van Knippenberg zich op de vroegste vormen van voormodern theater in het Duitse taalgebied. Zij beschouwt deze toneelstukken in het licht van John Austins interpretatie van toneel als parasitaire performativiteit, en trekt de toepasbaarheid ervan in twijfel. De woorden die tijdens deze theateruitvoeringen op het toneel werden uitgesproken, hadden wel degelijk een uitwerking buiten de grenzen van het podium

    Mimicry: A social perspective

    No full text
    Item does not contain fulltextRU Radboud Universiteit Nijmegen, 11 maart 2003Promotor : Knippenberg, A.F.M. van Co-promotor : Kawakami, K.L.122 p

    '... dir sind vil sünd vergeben...': over performativiteit en Duitstalig toneel van de middeleeuwen

    No full text
    Carla Dauven-van Knippenberg leidt het studieprogramma Duitse taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. In haar onderzoek concentreert zij zich op de mediëvistiek, waarbij zij bijzondere aandacht besteedt aan toneel. Voor Vooys richt Dauven-van Knippenberg zich op de vroegste vormen van voormodern theater in het Duitse taalgebied. Zij beschouwt deze toneelstukken in het licht van John Austins interpretatie van toneel als parasitaire performativiteit, en trekt de toepasbaarheid ervan in twijfel. De woorden die tijdens deze theateruitvoeringen op het toneel werden uitgesproken, hadden wel degelijk een uitwerking buiten de grenzen van het podium

    Employees' work effort as a function of leader group prototypicality: The moderating role of team identification

    No full text
    The social identity model of organizational leadership (SIMOL; Hogg and van Knippenberg, 2003 was extended analyzing the degree of employees’ effort as individual outcome of leadership effectiveness. Two studies were conducted with Italian participants. Study 1 was a survey conducted with 68 employees of a medium size company. Results showed the significant two-way interaction effect of team identification × leader group prototypicality in predicting employees’ work effort. Study 2, including 124 students, was a 2 × 2 within subject design (team identification high vs. low × leader group prototypicality high vs. low) using scenarios. Results confirmed experimentally the causal relationship between such variables: subjects in condition of high team identification and high leader group prototypicality perceive leaders as more effective than the subjects in the other three conditions

    Power to the People: Employee Empowerment in Contemporary Organizations

    No full text
    Beersma, B. [Promotor]Knippenberg, D.L. van [Promotor]Sleebos, E.P. [Copromotor]Bunt, G.G. van de [Copromotor

    Moskee : monumentenstatus of Madurodam

    No full text
    Karim van Knippenberg pleit voor verschillende percepties op erfgoed en de ideologie van inclusiviteit

    Subtle signs of exclusion: How lack of mimicry affects the self and others perception

    No full text
    Contains fulltext : 77332.pdf (Publisher’s version ) (Open Access)RU Radboud Universiteit Nijmegen, 30 november 2009Promotor : Knippenberg, A.F.M. van Co-promotor : Baaren, R.B. van128 p

    Inventariserend Veld Onderzoek van een nederzettingsterrein uit de vroege ijzertijd te Stein (locatie Gavarellestraat-Assevedostraat)

    No full text
    In opdracht van Stichting Maaskant Wonen heeft Archeologisch Onderzoek Leiden BV (Archol) een Inventariserend Veld Onderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven uitgevoerd op de locatie Gavarellestraat-Assevedostraat in de gemeente Stein. Aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de geplande bouw van woningen binnen het plangebied. De bouwwerkzaamheden zullen leiden tot verstoring en vernietiging van de binnen het plangebied aanwezige archeologische resten. Doel van het onderzoek is vast te stellen welke archeologische waarden in de ondergrond van het geselecteerde terrein aanwezig zijn en wat hun fysieke en inhoudelijke kwaliteit is. De waardering van het terrein dient volgens de richtlijnen van de KNA 3.1 te gebeuren. Dit zodat een gefundeerde onderbouwing van verder beleid met betrekking tot de archeologische waarden binnen het terrein mogelijk is. Onderzoek maakt deel uit van een campagne waarbij tevens een terrein te Elsloo-Aeslerhof wordt onderzocht voor dezelfde opdrachtgever Maaskant Wone
    corecore