324 research outputs found
Plangebied “Dorst-Oost” te Dorst, gemeente Oosterhout
<p>Inleiding
In opdracht van Ruimte voor Ruimte II heeft RAAP op 29 maart 2021 een archeologisch
proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van het project “Dorst-Oost” te Dorst (gemeente
Oosterhout). In het plangebied zullen nieuwe woningen gerealiseerd worden.
<p>Het doel van het proefsleuvenonderzoek was het vaststellen van de archeologische waarde van het
terrein. Hiertoe was het noodzakelijk inzicht te krijgen in de precieze aard en omvang van de
vindplaats. In het verlengde daarvan is in kaart gebracht wat de consequenties zijn van de
onderzoeksresultaten voor de verdere planvorming in het plangebied. Is de archeologische vindplaats
behoudenswaardig, en, zo ja, kan deze behouden blijven of dient deze te worden opgegraven?
<p>Resultaten
Tijdens het onderzoek zijn verspreid over het plangebied 12 proefsleuven aangelegd met een totaal
oppervlak van 1312 m2
. Dit komt neer op een dekkingsgraad van 5,08 % van het totale plangebied.
<p>Tijdens het archeologische proefsleuvenonderzoek werden in het onderzoeksgebied twee sporen
aangetroffen, met name een greppel en een kuil die dateren uit de late nieuwe tijd. Ze kunnen in
verband gebracht worden met landinrichting en activiteiten eigen aan het buitengebied rond
nederzettingen
Home and Mortgage Ownership of the Dutch Elderly: Explaining Cohort, Time and Age Effects
The relationship between home ownership of Dutch elderly households and age is strongly negative. Other studies suggest that this age gradient should be attributed to a cohort effect. In this paper we investigate where those cohort effects come from. We also observe that mortgage ownership among elderly home-owners increased considerably during the nineties. Using panel data we estimate models explaining home and mortgage ownership by age, cohort, and time effects, as well as other factors. Cohort and time effects are modelled explicitly using macro economic and housing market related variables. We find that the level of GDP per capita when the household head was young is the main factor explaining generation effects in home ownership among the elderly. After accounting for cohort effects it also appears that home ownership decreases slightly with age. Mortgage ownership among elderly home owners rose considerably during the nineties due to house price increases and due to financial innovation in the mortgage market. Cohort effects are also important. A supplementary analysis suggests that those cohort effects are due to the fact that the accidental bequest motive is becoming less important.home ownership, mortgages, cohort effects
Phraseology in children’s literature: a contrastive analysis
This dissertation investigates Dutch and Italian phraseology in a corpus of Children’s Literature. Phraseological units notoriously pose challenges for both translators and language learners. However, the presence and nature of phraseological units in lower language proficiency levels have received very little attention. As both authors and translators of children’s books base their linguistic choices, and their phraseological choices specifically, on the assumptions they have of the still limited linguistic, phraseological, and cultural knowledge of their young receivers, Children’s Literature could be a source for a core phraseological inventory.
Through a contrastive, bidirectional analysis of phraseological units and their translatants (Dutch↔Italian), a first attempt is made to evaluate if Children’s Literature (CL) could prove a fruitful corpus for identifying a core phraseological inventory. Furthermore, the similarities and differences between the phraseological inventories of the two languages involved are explored, and the translational equivalence between phraseological units and their translatants is examined
Charloisse tuinen; een aanzet tot een sociaal en fysiek fundament in Rotterdam-Zuid: Bouwen voor de huidige bewoners
Stelling. Woningdifferentiatie draagt positief bij aan het realiseren van een bevolkings-samenstelling, die zich laat identificeren met de specifi eke kwaliteiten en het karakter (identiteit) van Oud-Charlois. Onderzoeksvraag. Welke vormen van woningtransformatie van de bestaande voorraad in Oud-Charlois, kunnen in samenhang met nieuwbouw en stedenbouwkundige ingrepen worden ingezet, met als doel het bewerkstelligen van een grotere woningdifferentiatie? Relevante criteria op basis waarvan deze interventies gemaakt worden, zijn kwaliteit, identiteit, exploitatie en locatie. De gerealiseerde woningdifferentiatie zou het proces van selectieve migratie binnen een wijk als Oud-Charlois kunnen beperken, zonder dat daarbij de huidige bewoners worden verdrongen. Conclusie. Wanneer in Oud-Charlois gedeeltelijke herstructurering en grootschalige renovatie plaats vindt dan is het uitgangspunt om d.m.v. het toevoegen van nieuwe woningtypologieën woningdifferentiatie te bewerkstelligen. Hiermee kan de kracht van het sociale en economische kapitaal worden versterkt binnen de wijk. De ontbrekende schakel qua woonruimte, is de woning met een grootte van 110m2. Deze woning (en de volgende schakel) zou kunnen voldoen aan de groep van gezinnen met kinderen. Deze doelgroep val in de typering van rustig stedelijk wonen. Wat betreft de locatie komt dan duidelijk het huidige terrein van de Voornse Vliet in aanmerking. Tevens biedt dit plangebied in combinatie met de woonfunctie, de ruimtelijke mogelijkheden om functies te realiseren die dicht tegen de wensen van deze doelgroep aanliggen en waarvan verwacht kan worden, dat die hier ook vanuit sociaal en economisch perspectief realiseerbaar en succesvol zijn. Omdat iedere vorm van herstructurering en grootschalige renovatie een ingrijpend proces betekent dat van grote invloed kan zijn op de sociale, maar vooral fysieke binding van de huidige worden gegeven aan dit proces. Dit betekent dat participatie van bewoners gewenst is, maar dat ook de periode waarin de wijk getransformeerd wordt naar een nieuw (uiteindelijk ook weer tijdelijk) doel, juist aangegrepen wordt om deze binding met de wijk te versterken door het initiëren van tijdelijke projecten. Hierbij kan worden ingesprongen op het specifieke karakter van de wijk en haar bewoners; een identiteit die juist sterk aan verandering onderhevig is. De locatiekeuze, is deze gekozen om het rustige stedelijk leefmilieu (grote woontest 2008) dat hier al aanwezig was, te continueren. Hierbij wordt ingespeeld op functies, die dit leefmilieu ondersteunen en in de wijk al aanwezig zijn en kunnen worden versterkt. Hierbij speelt de wederkerigheid van diensten een belangrijke rol. Met name die groepen die hun wooncarrière uiteindelijk willen voortzetten in Oud-Charlois zullen d.m.v. het verlenen van kortingen (woonlasten) gevraagd worden om als tegenprestatie bepaalde diensten te verlenen aan de buurt. Het ruimtelijke model dat hiervoor ontwikkeld wordt, speelt hier op in door het creëren van een schakel tussen de buurt en de woning; het woonerf of buurtschap. Zowel in bestaande buurten kan dit relatief gemakkelijk worden gerealiseerd (ook daar waar vrij veel particulier bezit aanwezig is), terwijl in de nieuwbouw deze tussenvorm als basis kan dienen voor de realisatie van de buurt.Explore-lab, VeldacademieArchitectureArchitectur
Arne Schiotz et Preben Dahlstrom ; G. Augier de Moussac et J. Arnoult, trad. et adapt. française. — Guide de l'aquarium. Poissons et Plantes. Collection «Les Guides du Naturaliste», dirigée par J. Dorst. Editions Delachaux et Niestlé
Van Herrewege Christian. Arne Schiotz et Preben Dahlstrom ; G. Augier de Moussac et J. Arnoult, trad. et adapt. française. — Guide de l'aquarium. Poissons et Plantes. Collection «Les Guides du Naturaliste», dirigée par J. Dorst. Editions Delachaux et Niestlé. In: Bulletin mensuel de la Société linnéenne de Lyon, 40ᵉ année, n°9, novembre 1971. p. 140
Dorst, Tilburgseweg EVZ Boomkikker: Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven
In opdracht van de afdeling Ecologie & Cultuurtechniek van de Gemeente Breda heeft het Team Erfgoed van de gemeente Breda een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd op 20 juli 2017 aan de Tilburgseweg te Dorst. De werkzaamheden vonden plaats wegens de geplande aanleg van twee paddenpoelen in het kader van natuurontwikkeling voor een ecologische verbindingszone (EVZ).
Tijdens het onderzoek is gewerkt conform het Programma van Eisen Tilburgseweg EVZ Boomkikker en de KNA 4.0. In het plangebied zijn proefsleuven aangelegd door het midden van iedere aan te leggen paddenpoel met afmetingen van 10 x 4 meter en 25 x 4 meter.
Er is een duidelijk verschil in bodemopbouw tussen het zuiden en het noorden van het plangebied. Werkput 1, in het zuiden, is in een aanzienlijk lager gelegen en natter deel van het plangebied aangelegd dan werkput 2. De bodemopbouw in werkput 1 bestaat van onder naar boven gezien uit een verspoelde C-horizont (dekzand) met daarboven een eveneens verspoelde B-horizont (inspoelingslaag). Deze wordt afgedekt door een geroerde A-horizont (akkerlaag) waarop de moderne bouwvoor ligt. De C-horizont ligt op 3,54 meter + NAP in het zuiden van de werkput, en stijgt naar 3,73 meter + NAP in het noorden van de werkput. In de hele werkput ligt het dekzand 86 centimeter onder het huidige maaiveld.
In werkput 2 bestaat de bodemopbouw uit een C-horizont met direct daarop de moderne bouwvoor.
Het archeologisch niveau is mogelijk niet meer volledig bewaard gebleven. Soms zijn fragmenten van een A-horizont (S 992) bewaard gebleven die her en der tussen het dekzand en de bouwvoor zichtbaar zijn. In werkput 2 ligt het dekzand op 4,41 meter + NAP, 40 centimeter onder het huidige maaiveld.
Tijdens het onderzoek zijn geen sporen aangetroffen in werkput 1. Er zijn in werkput 2 verschillende greppels, spitsporen, en een oude weg met karrensporen aangetroffen. De oude weg en greppels zijn op de kadastrale minuut van 1824 ingetekend.
Er zijn vier vondstnummers uitgeschreven tijdens het onderzoek. In werkput 1 is één vondstnummer aangemaakt met een aantal kiezels die door het dekzand was vermengd. De andere vondsten komen uit de greppels en karresporen in werkput 2. Het gaat om aardewerk, een fragment baksteen en ijzeren spijkers. Het aardewerk is geplaatst in de late middeleeuwen B tot de nieuwe tijd B
Arne Schiotz et Preben Dahlstrom ; G. Augier de Moussac et J. Arnoult, trad. et adapt. française. — Guide de l'aquarium. Poissons et Plantes. Collection «Les Guides du Naturaliste», dirigée par J. Dorst. Editions Delachaux et Niestlé
Van Herrewege Christian. Arne Schiotz et Preben Dahlstrom ; G. Augier de Moussac et J. Arnoult, trad. et adapt. française. — Guide de l'aquarium. Poissons et Plantes. Collection «Les Guides du Naturaliste», dirigée par J. Dorst. Editions Delachaux et Niestlé. In: Bulletin mensuel de la Société linnéenne de Lyon, 40ᵉ année, n°9, novembre 1971. p. 140
Kwalitatieve analyse: kunst én kunde. Deel II. Bijlage bij A. Dorst: Crash, brunch, carriage - crisismetaforen in nieuwsteksten
In dit hoofdstuk wordt een metaforenanalyse van de artikelen uit de Guardian besproken. Als bijlage bij het hoofdstuk is het Excel bestand beschikbaar, dat de auteur heeft gemaakt tijdens haar analyse.</p
Bridging Rotterdam: A bridge is more
Architecture and The Built EnvironmentUrbanismDesign of the Urban Fabri
Oosterhout Dorst-Oost Proefsleuven aan de rand van Dorst
In het onderzoeksgebied zijn enkel vier greppels waargenomen, waarvan twee zijn geïnterpreteerd als esgreppels. Uit één greppel uit sleuf 2 komt de enige vondst van het onderzoek: een roodbakkende scherf met aan de binnenzijde glazuur.
De bodemopbouw in het onderzoeksgebied lijkt dus relatief intact te zijn, maar er zijn geen sporen aanwezig die wijzen op een (behoudenswaardige) vindplaats
- …
