2,100 research outputs found

    Searching for supersymmetry in the first LHC data with ATLAS

    No full text
    Contains fulltext : 91439.pdf (Publisher’s version ) (Open Access)Radboud Universiteit Nijmegen, 23 januari 2012Promotores : Groot, N. de, Jong, P.J. de183 p

    Agglomeration and Human Capital Spillovers: Identification and Spatial Scope

    No full text
    Brakman, S. [Promotor]Groot, H.L.F. de [Promotor]Zwaneveld, P.J. [Copromotor

    Achteraf bekeken: Architectuur in Suriname 1951 tot 1969: Bouwwerken ontworpen door ir. P.J. Nagel (1921-1997)

    No full text
    Dit boek bestaat hoofdzakelijk uit foto’s van bouwwerken in Suriname, ontworpen door ir. Peter Jacobus Nagel in de periode 1951-1969. Ingenieur P.J. Nagel is afgestudeerd aan de Technische Hogeschool Delft. In dit boek wordt beschreven het leven van Nagel: zijn studietijd, eerste werkkring op Aruba, leven en werken als zelfstandig architect in Suriname van 1951 tot 1963 en tot slot zijn activiteiten in- en vanuit Nederland

    Weerstand tegen stroming in de Gorai rivier

    No full text
    In deze studie wordt de weerstand tegen strorning in de Gorai rivier onderzocht. Als basis voor deze studie zijn veldmetingen gebruikt die gedaan zijn door een joint venture van Baggermaatschappijen onder leiding van Koninklijke Boskalis Westminister. Deze studie is gedaan in opdracht van Koninklijke Boskalis Westminister. De ruwheid is een bepalende factor in de wisselwerking tussen waterafvoer en sedimenttransport. Ook vereisen simulaties van waterbeweging en sedimenttransport middels computermodellen een nauwkeurig beeld van de ruwheid. Twee hoofdvraagstellingen worden in deze studie beantwoord: 1. In welke mate verandert de weerstand tegen strorning in de Gorai rivier gedurende dalende waterstanden. 2. In hoeverre voorspellen bestaande ruwheidvoorspellers de stromingsweerstand in de Gorai. Alvorens een samenvatting te geven van het gedane onderzoek naar weerstand tegen stroming worden eerst een aantal kenmerken en eigenschappen van de Gorairivier beschreven. De gemiddelde afvoeren van de Gorai varieren van ongeveer 50 m3/s tijdens laagwater in de maanden maart en april tot 5000 m3/s in de maanden augustus en september. Het waterstandsverschil tussen hoog en laagwater kan oplopen tot ca. 10 meter. De bedding van de Gorairivier bestaat overwegend uit zeer fijn cohesieloos alluviaal materiaal. De korreldiameter waarbij 50% en 90% gewichtspercentage van het zand een kleinere diameter heeft (D50, D90), bedraagt respectievelijk 134 en 211 micron. In de bodemmonsters wordt soms een zeer groot gewichtspercentage silt gevonden (D < 63 micron). De rivier is overwegend meanderend, maar heeft ook vlechtende kenmerken, met name in de eerste 15 km vanaf het splitsingspunt. Met het I-dimensionaal computermodel Sobek is de ruwheidsparameter onderzocht op de tijdstippen waarop de ruwheidswaarden berekend zijn. Op deze manier kan een vergelijking worden gemaakt tussen de in het model gekalibreerde ruwheidsparameter en de ruwheidsparameter berekent uit over het riviervak gemiddelde dwarsprofielconfiguraties en een aangenomen constant waterspiegelverhang. De gekalibreerde ruwheidswaarden wijken nogal eens af van berekende ruwheidswaarden. Dit is te wijten aan het feit dat in de berekening geen rekening wordt gehouden met afwijking van individuele dwarsprofielgeometrie t.o.v. het gemiddelde, wat in de Gorai vaak het geval is. Ook de aanname van constant waterspiegelverhang over een riviervak introduceert fouten in de berekening. Uit de simulaties blijkt dat het waterspiegelverhang zich concentreert over gedeelten waar het doorstroomoppervlak vemauwt. De plaats hiervan komt overeen met in het veld geobserveerde probleemlocaties. Er is ook getracht de waterbeweging te voorspellen over een korte periode van ongeveer twee weken, waarbij een vaste bodem wordt aangenomen en de gekalibreerde ruwheidswaarden constant worden gehouden. Door deze aannames blijkt het model al snel de gemeten waterstanden niet meer accuraat te voorspellen, en daarmee wordt de voorspellingswaarde gering. Tijdens het veldonderzoek in Bangladesh is getracht gegevens te verzamelen over het sedimenttransport in de Gorai en Ganges. De beschikbare gegevens van december, januari en februari zijn op een rijtje gezet. Er is geprobeerd een relatie te geven tussen stroomsnelheid en sedimenttransport per meter breedte en tussen water- en sedimentafvoer. Alleen het zwevend transport is gemeten omdat het onmogelijk bleek met de beschikbare instrumenten het bodemtransport te meten. Uit een analyse blijkt echter dat de valsnelheid van het sediment klein is t.o.v. de schuifspanningssnelheid. Daarom mag worden aangenomen dat in de morfologisch actieve periode het zwevend transportmechanisme overheerst. Het verdient aanbeveling dit te verifieren met het meten van bodemtransport. Er zijn te weinig metingen gedaan om hierop kwantitatieve conclusies te baseren. Er zijn meer gegevens over het sedimenttransport nodig om een sedimenttransportformule accuraat te kalibreren.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Effecten van de Wet Dualisering op de rolopvattingen van de Nederlandse gemeenteraadsleden

    No full text
    Samenvatting van: De Groot, M., Deniers, B., &amp; Klok, P.J. (2010). Strengthening the Councillor as a Representative and Scrutiniser: The Effects of lnstitutional Change on Councillors' Role Orientations in the Netherlands. Local Government Studies, 36, (3): 401-423

    The IPHAS catalogue of H alpha emission-line sources in the northern Galactic plane

    No full text
    We present a catalogue of point-source H alpha emission-line objects selected from the INT/WFC Photometric Ha Survey (IPHAS) of the northern Galactic plane. The catalogue covers the magnitude range 13 <= r' <= 19.5 and includes Northern hemisphere sources in the Galactic latitude range -5 degrees < b < 5 degrees. It is derived from similar to 1500 deg(2) worth of imaging data, which represents 80 per cent of the final IPHAS survey area. The electronic version of the catalogue will be updated once the full survey data become available. In total, the present catalogue contains 4853 point sources that exhibit strong photometric evidence for Ha emission. We have so far analysed spectra for similar to 300 of these sources, confirming more than 95 per cent of them as genuine emission-line stars. A wide range of stellar populations are represented in the catalogue, including early-type emission-line stars, active late-type stars, interacting binaries, young stellar objects and compact nebulae. The spatial distribution of catalogue objects shows overdensities near sites of recent or current star formation, as well as possible evidence for the warp of the Galactic plane. Photometrically, the incidence of Ha emission is bimodally distributed in (r' - i'). The blue peak is made up mostly of early-type emission-line stars, whereas the red peak may signal an increasing contribution from other objects, such as young/active low-mass stars. We have cross-matched our H alpha-excess catalogue against the emission-line star catalogue of Kohoutek & Wehmeyer, as well as against sources in SIMBAD. We find that fewer than 10 per cent of our sources can be matched to known objects of any type. Thus IPHAS is uncovering an order of magnitude more faint (r' > 13) emission-line objects than were previously known in the Milky Way

    Aanleg van een faunapassage onder de N225 bij Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug; een archeologische begeleiding (protocol proefsleuven)

    No full text
    RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft een archeologische begeleiding (protocol proefsleuven) uitgevoerd in verband met de aanleg van een faunapassage onder de provinciale weg N225 nabij Doorn (gemeente Utrechtse Heuvelrug). Tijdens de begeleiding is geconstateerd dat de bodem in het plangebied in sterke mate is verstoord. Dit is het gevolg van de kabels en leidingen die in het plangebied aanwezig zijn. Eigenlijk liggen zij met slechts een geringe tussenruimte in het hele deel van het plangebied ten noorden van de N225 en onder de N225 zelf. Door de aanleg van de kabels is de bodem verstoord tot in de C-horizont. Er zijn slechts drie antropogene sporen aangetroffen. het betreft twee sloten (S1 en S3) uit de Nieuwe tijd, die vermoedelijk aan de landgoederen in de omgeving kunnen worden gerelateerd. Daarnaast is direct onder het asfalt een verharding van bakstenen aangetroffen (S8). Dit betreft waarschijnlijk de voorloper van de huidige weg uit de 18e of 19e eeuw. Voor de aanleg is opvallend genoeg gebruik gemaakt van hergebruikte bakstenen. Lokaal is nog een tweede laag vergelijkbare bakstenen aangetroffen (S10). Deze liggen echter niet in verband en zijn ook niet compleet. Mogelijk gaat het dan ook om puin en is het oorspronkelijke, oudere wegdek verdwenen als gevolg van het aanbrengen van het 18e/19e eeuwse wegdek

    Crisis op de Amerikaanse woningmarkt

    No full text
    Dit onderzoek wil een antwoord geven op een aantal vragen die zijn vastgesteld aan de hand van ingelezen literatuur en een eigen onderzoek in Amerika. Een goede afbakening van begrippen is bij een groot onderwerp als dit cruciaal. Onderstreepte woorden en afkortingen zijn te vinden in de begrippenlijst. Allereerst zullen er systemen en verschillende beleidsraamwerken worden beschreven. Vervolgens wordt hieruit één beleidsraamwerk of een combinatie hiervan uitgekozen om mee verder te gaan. Hierna zal het Amerikaanse systeem worden beschreven en zal er een opsomming worden gegeven van de tot nu toe gebruikte instrumenten en de genomen stappen van de overheid. Om gegronde aanbevelingen te doen zijn literatuur, recente onderzoeken en updates van groot belang. Er zullen 4 punten op de woningmarkt nader worden geanalyseerd. De statistieken in dit onderzoek bevatten geen informatie over de toekomst en worden in dit rapport niet geëxtrapoleerd. De uitwerkingen van de punten worden gebruikt voor het maken van een stabiliteitsmatrix die maatregelen bevat voor de Amerikaanse overheid. Over de groep huiseigenaren en kredietverstrekkers die aan bod komen in dit onderzoek zullen geen aanbevelingen worden gedaan, maar alleen conclusies worden getrokken aan de hand van een beschrijving van de door hun genomen risico’s. De stabiliteitsmatrix, waarin maatregelen worden beschreven met als doel om een stabiele, “goed” functionerende woningmarkt te creëren in Amerika zowel op de korte- als lange termijn. In de conclusie wordt een selectie gemaakt van de aanbevelingen die vervolgens kritisch worden geanalyseerd.Real Estate & HousingArchitectur

    De bereikbaarheid van de Tweede Maasvlakte: De bereikbaarheid van de Tweede Maasvlakte en de robuustheid van het wegennetwerk in 2040

    No full text
    Op de lange termijn zullen de wereldwijde transportstromen toenemen. De grondstoffen (bulk) en containers zullen met steeds grotere schepen worden vervoerd. De vraag naar nieuwe havenruimte neemt daardoor toe. De Rotterdamse haven, van de economische pijlers voor de Rotterdamse en de Nederlandse economie, speelt hier op in door het aanleggen van de Tweede Maasvlakte. Voldoende havencapaciteit is goed voor de concurrentiepositie. Echter, de kwaliteit van de achterlandverbindingen is minstens zo belangrijk. Het transport over spoor, via pijpleidingen en via de binnenwateren hebben nog voldoende capaciteit om een groei in de toekomst op te kunnen vangen. De problemen liggen bij het wegvervoer. Ook in de toekomst blijft het wegvervoer een groot aandeel in de transportstroom houden. De toenemende mobiliteitsvraag in zowel het personen- als het vrachtverkeer zal de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling op rijksweg 15 verslechteren. De bereikbaarheid van het Rotterdamse havengebied is van groot belang voor de "BV Nederland". Door de toenemende filedruk en de onbetrouwbaarheid van het wegennetwerk, komt de bereikbaarheid van de Tweede Maasvlakte onder druk te staan. De probleemstelling van het onderzoek is dat het huidige wegennetwerk rond Rotterdam, zonder extra maatregelen, in 2040 onvoldoende kwaliteit heeft en onvoldoende robuust zal zijn. Vanuit de probleemstelling is de volgende hoofdvraag geformuleerd: Welk infrastructureel alternatief kan de bereikbaarheid van de Tweede Maasvlakte over de weg en de robuustheid van het wegennetwerk tot 2040 verbeteren? Het onderzoek is opgedeeld in drie (A-)fasen: Analyse, Alternatieven en Assessment. In de analysefase worden de toekomstverwachtingen van het verkeers- en vervoersbeleid en de knelpunten in de huidige en toekomstige situatie op het wegennetwerk uitgewerkt. In de huidige situatie is de verkeersafwikkeling via rijksweg 15 problematisch. Met het uitvoeren van project MaVa tracht Rijkswaterstaat de Rotterdamse haven in de toekomst bereikbaar te houden. Uit de analysefase volgt, dat dit een korte-termijnoplossing zal zijn. Als er dan geen extra maatregelen worden ondernomen, zal de situatie in 2040 vergelijkbaar of zelfs slechter zijn als vandaag de dag is. Het gedeelte tussen rijksweg 57 en rijksweg 29 is kwetsbaar. De Botlektunnel kan worden gezien als de "poort" naar mainport Rotterdam. Als hier een incident gebeurt, zijn er geen alternatieve routes mogelijk om de Tweede Maasvlakte toch te kunnen bereiken. Daarnaast heeft dit deeltraject onvoldoende capaciteit om de verkeersstroom goed en vlot te kunnen afwikkelen. De oplossingsrichting leidt voornamelijk tot alternatieven buiten het bestaande tracan rijksweg 15. Na uitvoering van project MaVa biedt het bestaande tracmmers geen ruimte meer voor een capaciteitsuitbreiding. De uitbreidingsalternatieven voldoen aan het verkeerskundige wensbeeld om in 2040 een goede bereikbaarheid en een robuust wegennetwerk te hebben. De alternatieven kunnen resulteren in een Tweede Ruit rond Rotterdam. In de assessmentfase worden de alternatieven beoordeeld op ambitie en haalbaarheid. Bereikbaarheid en robuustheid zijn de criteria voor het ambitieniveau, kosten en ruimtelijke inpassing hebben invloed op de haalbaarheid van een alternatief. Middels een scorekaart worden de alternatieven kwalitatief gelueerd. Over het algemeen geldt, hoe ambitieuzer het alternatief, hoe slechter de score op de haalbaarheid. Bij de Multi Criteria Analyse worden de wegingsfactoren actor afhankelijk bepaald. Het resultaat is dat de referentiesituatie niet gewenst is. De doelgroepstrook scoort hier het beste, ook de Blankenburgtunnel behaalt een redelijk goede waardering. Voor de overige uitbreidingsalternatieven geldt wederom, dat de waardering op haalbaarheidniveau negatief zijn. Als belangrijkste conclusies worden "noodzaak en urgentie" genoemd. Uit de verkeerskundige analyse blijkt dat in 2040 vergelijkbare problemen als vandaag de dag zullen voorkomen. De noodzaak om nu maatregelen te nemen is groot. Daarnaast vraagt de noodzaak om een urgente aanpak. Alleen met een daadkrachtige aanpak kan de bereikbaarheid van de Tweede Maasvlakte over de weg ook in 2040 worden gegarandeerd.Civil Engineering and Geoscience

    De woningmarkteffecten van de woningwet

    No full text
    Essay in opdracht van de AEDES commissie Van Bochhoven. De inhoud van de Woningwet uit 2015 sluit aan bij de eerder in het woonbeleid ingezette trend om sociale huurwoningen vooral te bestemmen voor huishoudens met een bescheiden inkomen en om de marktsector meer ruimte te bieden. Uiteraard heeft deze keuze consequenties voor de mogelijkheden van zowel woningvragers als woningaanbieders en kunnen er verliezers en winnaars worden aangewezen. Bij de keuze om sociale huurwoningen voornamelijk aan lage inkomens toe te wijzen is het van groot belang dat diverse eigendomssectoren op de woningmarkt goed op elkaar aansluiten en er geen huishoudens buiten de boot vallen. En het is deze afstemming die de meeste zorgen baart. In deze bijdrage wordt deze zorg in een aantal concrete effecten nader onderbouwd, waarbij stil wordt gestaan bij de gebrekkige onderbouwing van de doelgroepgrens, het gebrek aan differentiatie naar huishoudensgrootte, het niet aansluiten van de distributiecriteria/mogelijkheden in de verschillende eigendomssectoren waardoor met name middeninkomensgroepen buiten de boot vallen en het risico dat de ruimtelijke uitsortering van de diverse bevolkingsgroepen toeneemt.OLD Housing System
    corecore