2,912 research outputs found
Afweging van de keuze voor het slurry- of EPB-schild
De keuze voor het gebruik van een type tunnelboormachine in Nederland ligt niet eenduidig vast, omdat de grondopbouw zeer heterogeen en de grondwaterstand zeer hoog is (bijna altijd boven het aanlegniveau van de tunnel). Het probleem is dus het ontbreken van de juiste criteria en aspecten voor de keuze van de juiste tunnelboormachine (TBM). Het doel van dit afstudeerverslag is het formuleren van afwegingsaspecten en -criteria voor de keuze van het juiste type TBM. De functies welke een TBM in slappe en heterogene grond met een hoge grondwaterstand moet vervullen zijn: het afgraven en afvoeren van de grond, het (tijdelijk) ondersteunen van het boorfront en het tunnelgat, het bouwen van de tunnel en het keren van het grondwater. Tunnelboormachines welke aan deze aspecten voldoen zijn het vloeistofdruk-schild (slurry-schild) en het gronddrukbalans-schild (EPB-schild). Het trace van de boortunnel wordt bepaald door de functionele en technische ontwerpeisen. De meest belangrijke eisen ten aanzien van de diepteligging van de tunnel zijn voor het EPB-schild opdrijven en ovaliseren en voor het slurry-schild opdrijven, ovaliseren en blow-out (overschrijden van de maximaal toepasbare steundruk, waardoor de vloeistof uit de grond spuit). De keuze tussen het slurry-schild en het EPB-schild kan met bekende grondopbouw en waterstand aan de hand van de volgende aspecten bepaald worden: boorfrontstabiliteit, gronddeformaties, afgraafbaarheid, instroming water, scheiding, hergebruik en energiegebruik. Doordat bij het slurry-schild een membraan aan het boorfront wordt opgebouwd, kan vloeistofdruk omgezet worden tot korreldruk in het korrelskelet. waardoor het boorfront stabiel is. De slurrydruk in de graafkamer wordt door vloeistofdruk en luchtdruk (in luchtkussen) opgebouwd. De druk in de graafkamer kan zeer nauwkeurig gereguleerd worden, dit kost echter enige tijd. Er wordt een membraan op het boorfront gevormd als de maatgevende korreldiameter d,o kleiner is dan 2,5 mm en/of de permeabiliteit kleiner is dan 10-2 m/s. Stabiliteit van het boorfront wordt bij het EPB-schild verkregen door het boorfront met een grondbrij, welke korrel- en waterdrukken overbrengt, te ondersteunen. De steundruk in de grondbrij wordt bepaald door de vijzeldruk en de variatie tussen het grondafgraafvolume en het grondafvoervolume. Door de grondbrij compressibel te maken kunnen drukvariaties aan het boorfront beter beheerst warden. De grondbrij moet wegens de transporteerbaarheid voldoende vervormbaar en gering abrassief en kleverig zijn. Dit kanbereikt warden door de afgegraven grond te conditioneren met kleisuspensies, schuim en polymeren, afhankelijk van de gewenste eigenschappen. Gronddeformaties treden op door grondontspanning ten gevolge van snijden, te geringe steundruk, de vorm van de TBM en de staartspleet. De grootste ontspanning treedt door de conische vorm van de TBM en de staartspleet op, welke voor het slurry- en EPB-schild gelijk warden aangenomen. De zakkingen aan het maaiveld kunnen met een gaussische verdeling geschematiseerd worden.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Simultaneous interpreting: A cognitive perspective.
Simultaneous interpreting (SI) is one of the most complex language tasks imaginable. During SI, one has to listen to and comprehend the input utterance in one language, keep it in working memory until it has been receded and can be produced in the other language, and produce the translation of an earlier part of the input, all of this at the same time. Thus, language comprehension and production take place simultaneously in different languages. In this chapter, we discuss SI from a cognitive perspective. The unique characteristics of this task and comparisons with other, similar, tasks illustrate the demanding nature of SI. Several factors influence SI performance, including the listening conditions and the language combination involved. We discuss some processing aspects of SI, such as the control of languages and language receding. We ask whether experience in interpreting is related to some special capabilities and discuss possible cognitive subskills of SI, such as exceptional memory skills. Finally, we discuss the implications of SI for theories of language production
Execution Wetering Park (Amsterdam, March 2, 1945, 9:15-9:35 a.m.)
Poem by Jan H. de Groot, translated by Case J. Boot from Modern Koren
Essays on Bargaining and Strategic Communication
Contains fulltext :
111606.pdf (Publisher’s version ) (Open Access)Universiteit van Amsterdam, 14 september 2012Promotor : Offerman, T.J.S. Co-promotor : Onderstal, A.M.217 p
Rapportage Archeologische Monumentenzorg 166
In november 2006 heeft een oppervlaktekartering en karterend en waarderend booronderzoek plaatsgevonden langs de Maas bij Afferden (gemeente Bergen), ter hoogte van het gehucht Gening. Eerder onderzoek in 2000 en 2001 bracht hier de resten van een Romeinse villa aan het licht. Vanwege de aanwezigheid van verschillende vindplaatsen uit diverse perioden en de verwachte goede conservering van de archeologische resten is een gebied met een omvang van ca. 96 ha door de RACM als onderzoeksgebied aangewezen. Dit gebied, dat begrensd wordt door Maas en Eckeltsebeek, vormde waarschijnlijk de Siedlungskammer voor de villa. De komende jaren zullen de villa en zijn omgeving nader in kaart worden gebracht en gewaardeerd. Het onderzoek in 2006 vormde een eerste stap in dit gebiedsgerichte onderzoek en had als doel het nader waarderen van twee vindplaatsen, het verkrijgen van meer inzicht in de landschappelijke opbouw van het onderzoeksgebied en het karteren van nieuwe vindplaatsen.
Het waarderend booronderzoek op de locatie van de eerste vindplaats, de villa, heeft aangetoond dat de vondstverspreiding onder het plaggendek hier een omvang van minimaal 3 ha heeft. Dit areaal is groter dan op grond van het proefsleuvenonderzoek verwacht werd. Aan de noord- en zuidzijde kon geen begrenzing worden vastgesteld. Diverse vondsten van handgevormd aardewerk bevestigen het vermoeden dat de villa een voorganger heeft gehad, die mogelijk tot de Late IJzertijd teruggaat. De sporen worden afgedekt door een puinlaag en plaggendek, waardoor ze goed geconserveerd zijn. Wel is een deel van de puinlaag in het plaggendek opgenomen.
Ook bij de tweede vindplaats, ca. 200 m ten oosten van het villaterrein, lijkt sprake te zijn van een goed geconserveerde nederzetting uit de Romeinse Tijd, met een mogelijke Late IJzertijd- of 1e-eeuwse component. Op grond van het booronderzoek lijkt de nederzetting een minimale omvang van 0,5 ha te hebben. Naast bovengenoemde vindplaatsen is een aantal mogelijke nieuwe vindplaatsen ontdekt. De vondst van een kleine concentratie bewerkt vuursteen in het Maasdal wijst op de mogelijke aanwezigheid van een zandopduiking in de ondergrond met sporen uit de Vroege Prehistorie. Daarnaast zijn op een aantal locaties langs de N271 aan de westelijke rand van het Maasterras vondsten uit de Romeinse Tijd gedaan. Mogelijk is in de Romeinse Tijd sprake van een aaneengesloten zone van bewoning en landgebruik langs de terrasrond
Opportunities to reduce pollination deficits and address production shortfalls in an important insect-pollinated crop
The Spanish Ministerio de Economía y Competitividad (MINECO) (project# PCIN-2014-145-C02); MINECO and FEDER (INIA-RTA2013-00139-C03-01)...Garratt, M.P.D., de Groot, G.A., Albrecht, M., Bosch, J., Breeze, T.D., Fountain, M.T., Klein, A.M., McKerchar, M., Park, M., Paxton, R.J., Potts, S.G., Pufal, G., Rader, R., Senapathi, D., Andersson, G.K.S., Bernauer, O.M., Blitzer, E.J., Boreux, V., Campbell, A.J., Carvell, C., Földesi, R., García, D., Garibaldi, L.A., Hambäck, P.A., Kirkitadze, G., Kovács-Hostyánszki, A., Martins, K.T., Miñarro, M., O’Connor, R., Radzeviciute, R., Roquer-Beni, L., Samnegård, U., Scott, L., Vereecken, N.J., Wäckers, F., Webber, S.M., Japoshvili, G., Zhusupbaeva, A
Rapportage Archeologische Monumentenzorg 116
Dit onderzoek betreft de vindplaats Eckeltse Beek. Deze is in 1997 gemeld door M. de Groot, een amateur-archeoloog die in die tijd in Siebengewald woonde. Op grond van de aard van zijn vondsten veronderstelde hij hier de plaats van een Romeinse villa. De vondstlocatie bestaat uit twee verschillende gedeelten: een helling aflopend naar de uiterwaarden van de Maas aan de westkant (in gebruik als aspergeakker) en een akker op het aanliggende terras aan de oostkant. De beide percelen worden door de N271 gescheiden. De vondsten van De Groot zijn voormamelijk gedaan op het westelijke perceel. Het betreft vooral aardewerkfragmenten, maar ook enkele hypocausttegels en dakpanfragmenten.
In een particuliere tuin aan de westkant van de weg en ten zuiden van het onderzochte perceel zijn bij graafwerkzaamheden door De Groot waarnemingen gedaan. Hij trof enkele kuilen met Romeinse scherven aan. Eveneens ten zuiden van het onderzochte perceel trof hij - bij de aanleg van de persleiding Siebengewald/Afferden - Romeins aardewerk aan. Naast Romeinse vondsten is op alle hierboven genoemde locaties bewerkt vuursteen gevonden. Op één van de vindplaatsen werden daarnaast aardewerkfragmenten uit vermoedelijk het Neolithicum gevonden
Stedum - Borgweg 1: Een bureauonderzoek (BO)
Het plangebied ligt in de archeoregio Fries-Gronings kleigebied. Dit is een relatief jong gebied, dat zich gedurende het Holoceen (11.700 BP – heden), heeft gevormd en ontwikkeld. Het plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart binnen een bebouwde zone ten noorden van een ‘terp of hoogwatervluchtplaats’ (T). Het betreft de dorpswierde van Stedum, die op een kwelderwal (3k31) ten westen van een voormalige getijdenkreek is opgeworpen. Afgaande op de nabijgelegen zones ligt het plangebied op de grens tussen de kwelderwal en een ‘vlakte van getij-afzettingen’ (1M35). Op de kaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN 2) zijn deze zones nog te onderscheiden. Volgens de bodemkaart ligt het plangebied in kalkarme poldervaaggrond met zware zavel (Mn25C) behorend tot de formatie van Naaldwijk. Ten zuiden van het plangebied staat de wierde aangegeven (Jf. TERP). Ten noorden en westen bevinden zich knippige poldervaaggronden (gMn25C; gMn85C), wat aansluit bij een voormalig komgebied in een getijvlakte. Het gebied valt onder grondwatertrap 5, wat betekent dat het gemiddelde grondwaterpeil bij hoge waterstanden minder dan 40 cm beneden maaiveld ligt en bij laagwaterstanden dieper dan 120 cm. Het plangebied is gelegen op de flank van een oeverwal waar wierdebewoning uit de 6e-5e eeuw v. Chr. is aangetoond. De wierde Stedum, gelegen op circa 30 meter ten zuiden van het plangebied, bevat resten uit de periode IJzertijd – Nieuwe tijd. In de 8e – 9e eeuw ontstaat hier een handelsterp. Het plangebied valt binnen de buitenste omgrachting van de borg Nittersum, die in de 13e tot 14e eeuw ontstond. In de 17e eeuw breidde het borgterrein zich uit. Op de locatie van het plangebied werd een schathuis aangelegd. In 1818 werd de borg gesloopt. De kans is groot dat funderingen van het schathuis nog in het plangebied aanwezig zijn, hoewel de bouw van het huidige pand in 1959 de bodem tot circa 0,6 m -mv heeft verstoord. Op basis van het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat in het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor mogelijk intacte pakketten komklei en oeverwalafzettingen die zijn ontstaan in het latere Holoceen (Formatie van Naaldwijk). Afgaande op boringen die tijdens voorgaand onderzoek zijn gezet in de directe omgeving van het plangebied bestaat de bodem uit klei-afzettingen op een laag met zandige oeverwalafzettingen. In het nabijgelegen plangebied Hilmaarsweg bevinden de oeverwalafzettingen zich op een diepte van 0,4 tot 2 m -mv. In het hoger gelegen kleipakket kunnen daarnaast resten worden aangetroffen van de Late Middeleeuwen tot aan de Nieuwe tijd. Op het niveau van de oeverwalafzettingen kunnen resten uit de periode IJzertijd – Vroege Middeleeuwen worden aangetroffen. De verwachte sporen en vondsten uit de periode Late IJzertijd – Vroege Middeleeuwen bestaan uit boerderijen, bijgebouwen, spiekers, palenrijen, hutkommen, sloten, waterputten, afvalkuilen of ploegkrassen. Uit de periode late middeleeuwen – nieuwe tijd kunnen daarnaast de resten worden aangetroffen van stenen bebouwing, zoals funderingen, uitbraaksleuven, vloeren, kelders of trappen.
Het plangebied valt binnen de buitenste omgrachting van de borg Nittersum, die in de 13e tot 14e eeuw ontstond. In de 17e eeuw breidde het borgterrein zich uit. Op de locatie van het plangebied werd een schathuis aangelegd. In 1818 werd de borg gesloopt. De kans is groot dat funderingen van het schathuis nog in het plangebied aanwezig zijn. De bouw van het huidige pand in 1959 heeft de bodem tot circa 0,6 m -mv verstoord.
Het plangebied overschrijdt op dit moment niet de vrijstellingsgrens van 50 m2. Vervolgonderzoek is dan ook niet nodig. Bij het uitvoeren van de nieuwbouw plannen kunnen echter resten van het schathuis worden weggegraven. Indien tijdens de nieuwbouwfase resten worden aangetroffen is er een meldingsplicht en kan het zijn dat de resten alsnog opgegraven moeten worden
In overleg met M. Kompaan van de gemeente Loppersum is besloten in het plangebied wel een vervolgonderzoek uit te voeren omdat het plangebied binnen de buitenste omgrachting van de borg Nittersum valt, die in de 13e tot 14e eeuw is gebouwd. In de 17e eeuw breidde het borgterrein zich uit en op de locatie van het plangebied lijkt een deel van, deze uitbreiding, het schathuis te liggen. In 1818 werd de borg gesloopt. De kans is groot dat funderingen van het schathuis nog in het plangebied aanwezig zijn. De opdrachtgever is voornemens op de bestaande locatie nieuwbouw te plaatsen. Deze nieuwbouw zal enkele meters opschuiven. De bestaande bebouwing heeft een omvang (footprint) van 79,55 m2 . De nieuwbouw heeft een omvang van 106,3 m2. De nieuwbouwlocatie wordt daarmee 26,75 m2 groter dan de bestaande bebouwing.
Geadviseerd wordt om gelijktijdig met het verwijderen van de funderingen van de bestaande bebouwing en het uitgraven van de bouwkuip ten behoeve van nieuwbouw een opgraving (variant archeologische begeleiding) uit te voeren. Tijdens dit onderzoek kunnen de aanwezige archeologische resten gedocumenteerd worden. Voor een opgraving (variant archeologische begeleiding) is een goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) nodig
Reststerkte van 11 locaties in Zeeland
Als supplement op een onderzoek naar de bodemvorming van klei-onderlagen onder gezette steen is een schatting van de reststerkte van de onderlagen van 11 locaties in Zeeland uitgevoerd. Het blijkt dat eerdere aannamen over de opbouw van onderlagen onder gezette steen tekort schieten in het indelen van heterogeniteit in de onderlaag. Een belangrijke uitbreiding in dit opzicht betreft de invloed van goed verdichte lagen in de onderlaag en het voorkomen van oude dijklichamen in of direct onder de onderlaag. De reststerkte van een groot aantal locaties wordt daardoor aanmerkelijk verhoogd ten opzichte van schattingen volgens een voorstel voor de TAW Leidraad Toetsing (in voorbereiding).Steenzettingen - TAW/EN
A fast ethanol assay to detect seed deterioration
The most common way to test seed quality is to use a simple and reliable but time- and space-consuming germination test. In this paper we present a fast and simple method to analyse cabbage seed deterioration by measuring ethanol production from partially imbibed seeds. The method uses a modified breath analyser and is simple compared to gas chromatographic or enzymatic procedures. A modified method using elevated temperatures (40°C instead of 20°C) shortened the assay time and improved its sensitivity. The analysis showed an inverse correlation between ethanol production and seed quality (e.g. the final percentages or speed of germination and the number of normal seedlings). The increase in ethanol production was observed when cabbage seeds were deteriorated by storage under ambient conditions or hot water treatments, both of which reduced the number of normal seedlings. Premature seeds produced more ethanol upon imbibition than mature seeds. Ethanol production occurred simultaneously with oxygen consumption, indicating that lack of oxygen is not the major trigger for ethanol production
- …
