381023 research outputs found
Sort by
Urbanising the agroecological reproduction of soil fertility
Although cities are highly dependent on the constant supply of food, urbanisation processes usually herald the end of local food production. Current urbanisation processes go hand in hand with a global food regime, actively contributing to the substitution of local food production. Numerous social and environmental excesses of the global food regime are challenging the existing urbanisation model in which agricultural rationales are absent. The starting point of this research is that a different, more sustainable food system also requires a different urbanisation model (and vice versa). This PhD examines how urbanisation processes could support local, agroecological food production. The search for such an “agroecological urbanism” departs at farm level, embedded in action research in an existing farming community in Flanders. From this, the PhD derives its thematic focus on one of the central issues in agroecological agriculture: how to compensate for a loss of soil fertility within the ecological boundaries of agroecosystems? The PhD explores what it means to understand agroecological soil fertility reproduction not as separate from urbanisation (as an individual responsibility of the farmer) but rather as an object of collective, urban organisation (the “urbanisation” of soil fertility reproduction). This is elaborated empirically in two ways. A critical systematisation of agroecological soil fertility reproduction practices demonstrates the disabling nature of current urbanisation processes and identifies pathways for an urbanism that does cater for these practices. An in-depth analysis of public landownership and public land transactions then explores the need and potential of public land management as part of an agroecological urbanism. The research results in a repoliticisation of soil fertility reproduction as both an agricultural and an urban issue, the elaboration of soil care as part of an agroecological urbanism and (re)new(d) attention to the crucial importance of land policy for enabling agroecological soil care.Hoewel steden erg afhankelijk zijn van de constante aanvoer van voedsel, luiden verstedelijkingsprocessen doorgaans het einde in van lokale voedselproductie. Verstedelijking gaat vandaag hand in hand met een mondiaal voedselregime, waardoor lokale voedselproductie perfect vervangbaar lijkt. De talrijke sociale en ecologische uitwassen van het mondiaal voedselregime plaatsen stilaan echter grote vraagtekens bij een verstedelijkingsmodel waarin landbouwlogica’s geen plaats hebben. Het vertrekpunt van dit onderzoek is dat een ander, meer duurzaam voedselsysteem dus ook een ander verstedelijkingsmodel vereist (en vice versa). Dit doctoraatsonderzoek bestudeert hoe verstedelijkingsprocessen lokale, agro-ecologische voedselproductie zouden kunnen ondersteunen. De zoektocht naar zo’n “agro-ecologische stedenbouw” vertrekt bij de boer zelf, via actieonderzoek in een bestaande boerengemeenschap in Vlaanderen. Hieraan ontleent het doctoraat zijn thematische focus op één van de centrale vraagstukken in de agro-ecologische landbouw: hoe kan een verlies aan bodemvruchtbaarheid gecompenseerd worden binnen de ecologische grenzen van agro-ecosystemen? Het doctoraat verkent wat het betekent om de agro-ecologische reproductie van bodemvruchtbaarheid niet los van verstedelijking te zien (als een individuele verantwoordelijkheid van de boer) maar net als voorwerp van collectieve, stedelijke organisatie (de ‘verstedelijking’ van bodemvruchtbaarheidsreproductie). Dit wordt op twee fronten empirisch uitgewerkt. Een kritische systematisering van agro-ecologische bodemvruchtbaarheidsreproductiepraktijken laat zien hoe huidige verstedelijkingsprocessen dit tegenwerken en benoemt pistes voor een stedenbouw die deze praktijken wel verzorgt. Een diepgaande analyse van publiek grondbezit en publieke grondtransacties verkent vervolgens de nood en het potentieel van public land management als onderdeel van een agro-ecologische stedenbouw. Het onderzoek resulteert in een herpolitisering van bodemvruchtbaarheidsreproductie als agrarisch en als stedelijk vraagstuk, de uitwerking van bodemzorg als onderdeel van een agro-ecologische stedenbouw en (her)nieuw(d)e aandacht voor het cruciale belang van grondbeleid voor bodemzorg
Designing supported metal oxides for plasma-driven conversion of greenhouse gases and for wastewater treatment
Gedragen metaaloxide partikels worden gebruikt voor een wijde selectie aan toepassingen, dankzij hun stabiliteit en hoge specifieke oppervlakte. Twee milieugerichte toepassingen werden onderzocht in dit proefschrift: de plasma-katalytische omzetting van koolstofdioxide en methaan naar grotere koolstofhoudende moleculen, en het zuiveren van vervuilde waterstromen. Om katalysatoren in een plasmareactor te kunnen gebruiken moeten deze aan specifieke eisen voldoen: enkel macroscopische dragers kunnen gebruikt worden, een hoge chemische en thermische stabiliteit zijn noodzakelijk, en vrij grote hoeveelheden van deze materialen zijn nodig. Daarom focust het onderzoek zich, in eerste plaats, op een systematische studie voor het ontwikkelen van enkele gedragen metaaloxides (ijzer en koper) in alumina microsferen, met goed gedefinieerde eigenschappen. Nadat deze gedragen ijzer- en koperoxide materialen werden getest in de plasma reactor, werd de synthesemethode uitgebreid naar bimetallische combinaties, het gebruik van andere metaaloxides, en andere dragermaterialen. Dit onderzoek resulteerde in verschillende nieuwe inzichten, zowel voor katalysatorontwikkeling als voor plasma-katalyse. Naast de plasma toepassing, werden verschillende van de ontwikkelde ijzer- en koperoxide gebaseerde materialen ook getest op de oxidative afbraak van organische vervuiling in water (de Fenton-oxidatie). Een laatste toepassing was de adsorptie van arseen uit water, waarvoor een nieuw type ultraporeus materiaal werd ontwikkeld en geactiveerd met zirkoniumoxide nanopartikels
Causal estimands and estimation for randomized clinical trials with intercurrent events : addressing extrapolation
In gerandomiseerde klinische studies worden patiënten willekeurig toegewezen aan één van de twee of meer klinische behandelingen. Door de randomisatie wordt verwacht dat het verschil in uitkomsten op het einde van de studie tussen de behandelingsgroepen kan worden toegeschreven aan de werking van het geneesmiddel. In klinische studies doen zich echter tussentijdse gebeurtenissen voor, zoals patiënten die extra medicatie krijgen voor ethische redenen of stoppen met de behandeling wegens bijwerkingen of gebrek aan effectiviteit, wat onzekerheid brengt over hoe de behandelingsgroepen vergeleken moeten worden. In dit doctoraatsonderzoek hebben wij dergerlijke problemen aangepakt door bestaande effectmaten en schatters te bestuderen en nieuwe causale methodes te ontwikkelen indien nodig. Hierbij hebben we vooral aandacht besteed aan het feit dat bestaande methodes vaak serieus extrapoleren om het vooropgestelde behandelingseffect te schatten, wat vaak onopgemerkt blijft. De ontwikkelde methodes zijn minder ambitieus, gaan uit van minder sterke assumpties, en kunnen gebruikt worden om inzicht te krijgen in het pure effect van de gerandomiseerde behandeling. Alle aanpakken werden gedemonstreerd door studies van Janssen Pharmaceutica te heranalyzeren
Loop diuretic therapy for congestive heart failure in dogs and cats : what are we missing?
Congestive heart failure (CHF) is a complex clinical syndrome affecting both people and small animals, is characterized by severe clinical signs (e.g. dyspnea, cough, exercise intolerance) and is associated with high morbidity and mortality. Currently, the loop diuretic furosemide is the cornerstone of CHF treatment because it reduces fluid congestion, and thus alleviates the clinical signs. However, response to this diuretic can vary greatly among humans, and progressive increase in dose to maintain the same level of diuresis can be necessary in some cases, a concept known as diuretic resistance in people. Consequently, the need to switch from furosemide to alternative diuretics has been suggested. Another loop diuretic torasemide was found to provide lower mortality and hospital readmission rates compared to furosemide. Few studies have outlined benefits of the use of torasemide in dogs, but little is known about its pharmacological properties and clinical implications in cats. Additionally, diuretic resistance is also suspected to occur dogs and cats, but reports are scarce and no diagnostic technique has been fully validated to identify such a phenomenon
Essays on the use of digital technologies in open market business-to-business transactions
Business-to-business (B2B) transactions either occur within an established relationship between two supply chain partners or in an open market setting, in which a firm considers multiple candidate transaction counterparties before closing a deal with a chosen firm. Firms can use Web-based digital technologies in support of both kinds of transactions. While there is a lot of guidance for firms digitalizing transactions with their supply chain partners, particularly using Electronic Data Interchange systems, the digitalization of open market transactions through digital technologies such as e-commerce websites and social media, has received far less attention from researchers. Given that over a quarter of firms’ B2B transactions in most industries are open market transactions and that the digitalization of these transactions comes at a cost, effective prioritization of the use of digital technologies in open market B2B transactions is non-trivial for firms. Toward that end, this dissertation examines how firms can effectively digitalize their open market B2B transactions, in three separate essays.
The first essay investigates how the use of digital technologies to support various processes in open market B2B transactions is related to performance outcomes for buyer and seller firms. An analysis of survey data on 185 digitalized open market B2B transactions shows that the digitalization of information discovery processes is positively associated with sales performance for sellers, while the digitalization of transaction completion processes is positively associated with procurement performance for buyers.
The second essay examines the fit between the digital technologies that firms use and the open market transaction processes they support. An analysis of survey data from 332 firms reveals notable discrepancies between fit and use, such as the frequent use of e-mail and websites for all transaction processes regardless of their fit with a particular transaction process, and the limited use of mobile applications, even for processes for which there is a fit.
The third essay examines how the choices that buyers and sellers make in terms of which processes to digitalize, which technologies to use, and to what extent to use these technologies, impact the performance benefits they realize from their open market B2B transaction digitalization efforts. An analysis of 306 firms across 153 buyer-seller dyads shows that the realization of performance benefits from the digitalization of an open market B2B transaction is contingent on the extent of commonality in the choice of digital technologies by the transacting firms.
Collectively, the three essays of this dissertation provide valuable insights for researchers and practitioners on how to effectively use digital technologies in open market B2B transactions
Protein puzzle : piecing together root-knot nematode effectors’ impact on plant parasitism through protein-protein interactions
Graphical calculus for quantum vertex operators
Kwantum vertexoperatoren vormen een bijzonder type vervlechtingsoperatoren ten opzichte van een kwantumgroep, die hun oorsprong vinden in conformale veldentheorie. In dit proefschrift ontwikkelen we een theorie van grafische calculus voor kwantum vertexoperatoren, die toelaat topologische berekeningen met deze operatoren uit te voeren aan de hand van gekleurde, georiënteerde diagrammen. Vervolgens passen we deze theorie toe door nieuwe vergelijkingen voor deze kwantum vertexoperatoren op een grafische manier af te leiden. In het eerste deel van het proefschrift komen de kwantum vertexoperatoren voor onder de vorm van getwiste spoorfuncties. Deze voldoen aan een klasse van differentievergelijkingen van kwantum Knizhnik-Zamolodchikov-Bernard en Macdonald-Ruijsenaars type. Het tweede deel behandelt de situatie waarin reflecterende randvoorwaarden worden opgelegd aan de onderliggende kwantum integreerbare systemen. In dit deel staan kwantum symmetrische paren en kwantum sferische functies centraal. We besluiten met een presentatie van grafische calculus voor vervlochten moduulcategorieën, die toelaat zogenaamde boundary-versies van kwantum vertexoperatoren grafisch voor te stellen. Hiertoe voeren we een boundary dynamische twistfunctor in, die aanleiding geeft tot de constructie van dynamische varianten van K-matrices
Exploring the immune horizon : systemic inflammatory diseases in the era of SARS-CoV-2 and beyond
Towards greener and milder ways to prepare and use transition metal NHC complexes in catalysis
Om chemici te helpen hun procedures voor de bereiding en toepassing van transitiemetalal N-heterocyclische carbeen katalysatoren te verbeteren, richt dit proefschrift zich op de ontwikkeling van nieuwe manieren om deze zeer populaire familie van organometaalverbindingen te behandelen. Na het bespreken van de geschiedenis, het potentieel en de huidige uitdagingen van dit onderzoeksgebied, geeft dit manuscript verslag van de inspanningen om de procedure voor veelgebruikte palladium-prekatalysatoren beter te begrijpen en te verbeteren, waarbij een zeer toxisch oplosmiddel niet meer nodig is. Geïnspireerd door deze procedure werd dezelfde strategie aangepast aan een over het hoofd geziene klasse van rhodiumcomplexen, waarbij het mechanisme en de tussenproducten die bij de synthese een rol spelen, werden onderzocht. Deze nieuwe en gemakkelijke syntheseroute zal bijdragen tot de ontwikkeling van toepassingen van deze klasse van verbindingen. Verschillende voorbeelden van die toepassingen worden beschreven: van elektronische evaluatie van liganden tot solventvrije hydrosilylering van alkenen in de context van een polymeer upcycling project. Uiteindelijk wordt een andere vorm van groenere katalyse ontwikkeld om toegang te krijgen tot hoogwaardige verbindingen met vier ringen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de fotofysische eigenschappen van een nieuw goudcomplex