Ghent University

Ghent University Academic Bibliography
Not a member yet
    381023 research outputs found

    Canine mast cell tumours : the good, the bad and the unpredictable

    No full text
    Caniene mestcel tumoren (MCTn) zijn intrigerende tumoren met een hoge onvoorspelbaarheid en potentiaal maligne karakter. De inschatting van hun biologisch gedrag is gebaseerd op de toepassing van een combinatie van histopathologische graderingssystemen en immunohistochemische merkers. Deze kunnen slechts toegepast worden door de veterinaire patholoog nadat de volledige tumor eerst chirurgisch werd verwijderd en opgestuurd voor analyse, wat het voor de clinicus en eigenaars praktisch onmogelijk maakt om het biologische gedrag op voorhand in te schatten. Vooral voor Patnaik (1984) graad II MCTn, dewelke zowel goed- als kwaadaardig kunnen zijn, blijft de nood aan biomerkers hoog. Zelfs wanneer deze graad II MCTn worden gegradeerd volgens het recente tweedelige systeem van Kiupel (2011) of door middel van de combinatie van beide graderingssystemen zoals voorgesteld door een recente consensus, blijven deze MCTn de meest onduidelijke. Bovendien zijn er geen soliede genetische biomerkers beschikbaar

    Financial literacy and investor trading behavior : the impact of overconfidence, warning signals and financial attention

    No full text

    Nonconvergence in small sample structural equation modeling

    No full text
    Structural equation modeling (SEM) is een populaire techniek in de gedragswetenschappen om de relatie tussen observeerbare en latente variabelen in kaart te brengen. SEM heeft echter een nadeel: bij kleine steekproeven kunnen vertekende puntschattingen, onnauwkeurige standaardfouten en niet-convergentie optreden. Niet-convergentie verwijst naar een situatie waarin geen oplossingen (schattingen) gevonden kunnen worden. Dit leidt tot veel frustratie bij onderzoekers, aangezien ze om diverse redenen vaak niet in staat zijn om grote steekproeven te verzamelen. Het probleem van niet-convergentie bij kleine steekproeven is nog niet uitgebreid onderzocht, en bestaand onderzoek focust voornamelijk op andere aspecten van SEM met kleine steekproeven. Daarom had deze thesis als doel (i) meer inzicht te krijgen in de oorzaken van niet-convergentie en (ii) methoden te ontwikkelen om niet-convergentie bij small sample SEM drastisch te verminderen. In vier studies onderzochten we onder andere het gebruik van op data gebaseerde onder- en bovengrenzen bij het schatten van de (vrije) modelparameters (studie 1), het mogelijke positieve effect van een shrinkage schatter voor de covariantie matrix (studie 2), het genereren van random startwaarden in het softwarepakket lavaan (studie 3), en welke data-eigenschappen aan de basis kunnen liggen van niet-convergentie (studie 4)

    Optimizing competency development during work-integrated learning in healthcare education : how to meet the needs?

    No full text

    Computational biomechanics modeling of the cerebrospinal fluid : model development and application to chiari type 1 malformation

    No full text
    De hersenen en het ruggenmerg zijn omringd door het hersenvocht. Deze waterachtige vloeistof beweegt enerzijds ritmisch met het hartritme en de ademhaling en anderzijds worden snelle vloeistofverplaatsingen veroorzaakt door hoesten en houdingsveranderingen. Bij gezonde personen kan hersenvocht zich vrij bewegen, waardoor dergelijke verplaatsingen vrijwel ongehinderd kunnen plaatsvinden. Echter, bij patiënten met Chiari type 1 malformatie verstoort een obstructie de hersenvochtstroming. Veel van deze patiënten ervaren ernstige symptomen gelinkt aan de vorming van een vloeistofholte in het ruggenmerg. We stellen dat de vorming van deze vloeistofholte één van de gevolgen is van grotere drukverschillen in het hersenvocht die optreden in aanwezigheid van een obstructie. Tijdens dit doctoraat onderzochten we met behulp van computermodellen de impact van een obstructie op hersenvochtdrukken. In deze modellen brachten we de verschillende mechanismen die hersenvochtdrukken beïnvloeden in rekening en brachten we vervolgens een obstructie aan. Onze resultaten geven aan dat een obstructie leidt tot een toename van de drukverschillen in het hersenvocht en dat deze toename versterkt is tijdens hoesten. Dit onderzoek benadrukt niet alleen de rol van hoesten bij patiënten met Chiari type 1 malformatie, maar heeft ook geleid tot geavanceerde modellen voor het bestuderen van het hersenvocht

    The crucial role of teacher educators and their professional development on the road towards diversity-responsive education

    No full text

    Sex signalling of the benthic diatom Seminavis robusta : structural-functional validation of synthetic analogues of the attraction pheromone cyclo(l-Pro-l-Pro)

    No full text
    Diatomeeën zijn microalgen die in de gehele biosfeer teruggevonden kunnen worden. Ecologisch gezien zijn deze algen zeer belangrijk: ze vormen de basis voor mariene voedselwebben en ze zijn verantwoordelijk voor een vijfde van de wereldwijde fotosynthese. Er zijn vele soorten diatomeeën en worden traditioneel gecategoriseerd als centrisch (radiaal symmetrisch) en pennaat (bilateraal symmetrisch). Het werk dat gepresenteerd wordt in deze thesis focust op Seminavis robusta als een model organisme voor geraafde pennate diatomeeën. Diatomeeën vermenigvuldigen zich via mitose en hun celgrootte wordt kleiner naar verloop van tijd, als gevolg van hun morfologie. Wanneer de lengte van de vegetatieve cellen een bepaalde drempelwaarde onderschrijden, kunnen ze hun originele celgrootte herstellen via de tussenkomst van een seksuele fase, waarvoor S. robusta twee feromonen gebruikt. Een van deze feromonen is een diketopiperazine, cyclo(l-Pro-l-Pro), en wordt geproduceerd door een van de twee paartypes (–) om het andere paartype (+) aan te trekken. Om meer te weten te komen over de levenscyclusregulatie van S. robusta werd de interactie tussen het feromoon en zijn vermoedelijke receptor bestudeerd. Met als doel om het aantrekkingsferomoon te transformeren in een chemische probe die het mogelijk zou moeten maken om de receptor te identificeren, werd een structuur-activiteitsrelatiestudie opgemaakt om de modificeerbaarheid van het diketopiperazine feromoon te bestuderen. Deze thesis start met een algemene introductie over diatomeeën, de levenscyclus van S. robusta en proteomica met chemische probes. Dit hoofdstuk bespreekt vier casussen, die de succesvolle ontwikkeling van chemische probes beschrijven en deze probes toepassen in kwantitatieve proteomica die resulteren in bindingspartnerkandidaten van het oorspronkelijk ligand. Hoofdstuk 2 bediscussieerd de synthese van een bibliotheek van niet-symmetrische feromoonanalogen. De C-4 positie van de prolines werden voorzien van azide-, diazirine-, hydroxy- en methoxysubstituenten. Naast de synthese van de feromonen werd de impact van deze substituenten op de conformatie van de diketopiperazines bestudeerd. Hoofdstuk 3 bespreekt de bio-evaluatie van de feromoonbibliotheek. De feromonale kracht van deze synthetische verbindingen werd bepaald gebruik makend van een interferentietest, waarvan het aangetoond werd dat ze gevoelig kan zijn en de interferentie naar het aantrekkingsferomoon kan meten bij concentraties in het nanomolaire bereik. De synthetische feromonen toonden een gelijkaardige tot gereduceerde activiteit bij 100 nM in vergelijking tot het natuurlijk feromoon, afhankelijk van de chemische aard van de substituent en zijn stereochemische positie. Er werd een structuur-activiteitsrelatiekaart gemaakt om de bevindingen van deze studie en de informatie uit de literatuur te bundelen. Naast de interferentietest werd de mogelijkheid onderzocht om het attractieferomoon te testen door gebruik makend van de motiliteit van de culturen (Hoofdstuk 4). Finaal brengt Hoofdstuk 5 een algemene discussie, met een kritische vergelijking van de structuur-activiteitsrelatiestudie die gepresenteerd werden in deze studie en in de literatuur, de sterktes en zwaktes van de studies die gepresenteerd werden in deze thesis en toekomstige opportuniteiten en dreigingen voor het onderzoek naar het attractieferomoon van S. robusta en proteomica

    Inter-animal variability in metabolic and oxidative status as well as in inflammatory response in Holstein cows during the transition period

    No full text
    In de weken rond de bevalling ondergaan melkkoeien een veeleisende fase om de melkproductie op gang te brengen. Dit vergt zowel interne (veranderingen in het lichaam van de koe) als externe aanpassingen (bijvoorbeeld de boer die aanpassingen doorvoert in het rantsoen van de koe). Toch zal er een energietekort optreden, omdat hun voederopname daalt terwijl de energiebehoefte stijgt, wat leidt tot de afbraak van lichaamsvet. Als te veel vet te snel wordt gemobiliseerd, kan dit leiden tot gezondheidsproblemen zoals bijvoorbeeld ketose. Er zijn echter ook andere factoren die een rol spelen in de manier waarop vroeg lacterende koeien omgaan met de ontwikkeling van ketose: koeien die beter bestand zijn tegen oxidatieve stress gaan beter met deze periode om en hebben minder kans op ketose. Bovendien speelt hun ontstekingsstatus een rol. Zelfs zonder er ziek uit te zien, kunnen sommige koeien met een bepaald ontstekingsniveau minder eten en minder melk produceren. Deze studie onderzocht deze problemen en suggereert dat het helpen van koeien om goede antioxidantniveaus te behouden en ontstekingen onder controle te houden, hun gezondheid en melkproductie in deze kritieke periode zou kunnen verbeteren

    Rebuilding home and identities : Ukrainian mothers navigating war, migration and return

    No full text
    This dissertation explores the experiences and narratives of Ukrainian women who migrated to Italy in the 1990s to work as domestic and elderly care workers and have been returning in large numbers since 2015. I The study investigates how these women navigate their return migration, examining the socio-political discourses that shape their reintegration, gender roles, and motherhood. It highlights the dual significance of motherhood in nation-building, serving as both a cultural and political motif. The research reveals the stigmatisation and efforts of these women to renegotiate their identities within the cultural and national fabric of Ukraine. The dissertation contributes to academic and policy discussions on migration, return migration, and gender studies by focusing on the intersection of motherhood and migration. It underscores the importance of considering the cultural and socio-political contexts in which return migration occurs. Through this research, we gain a deeper understanding of the complex realities faced by Ukrainian migrant mothers, their role in the politics of belonging, and the broader implications for nation-building and socio-political transformation in Ukraine

    Are self-reported symptoms of sexually transmitted infections associated with mental health disorders, disordered eating behaviour and nutritional indicators? A multiple methods study among emerging adults in a tertiary education institution in Coastal Kenya

    No full text
    Summary Globally, absolute incidence cases of sexually transmitted infections (STI) are increasing and emerging adults in Sub-Saharan Africa remain disproportionately affected. To develop targeted interventions on STI/HIV among emerging adults, it is important to understand the drivers of infection. Previous studies in Sub-Saharan Africa have mainly focused on the role of sociodemographic, relationship, family/community factors and sexual behavior on the spread of STI. This thesis explores associations between three potentially relevant, but neglected indicators: mental health, eating behavior and nutritional indicators, with self-reported symptoms of STI in Sub-Saharan Africa. The overall aim was to understand the relationship between Mental health disorders, disordered eating behaviour (DEB) and nutritional indicators on the one hand and self-reported symptoms of STI on the other amongst emerging adults attending a tertiary institution of learning in Coastal Kenya. Specific objectives were: i) To review and summarize literature on prevalence of different sexual behaviours (SB) and associated risk factors among emerging adults in Africa. ii) To provide an in-depth understanding of the factors contributing to high risk sexual behaviour and their interconnectedness among emerging adults attending a tertiary educational institution at the Kenyan Coast, combining qualitative research with a systems thinking approach. iii) To describe the relationship between disordered eating behavior and sexual behaviour amongst emerging adults attending a tertiary educational institution at the Kenyan Coast. iv) To describe the association between mental health disorders and disordered eating behaviour and nutritional indicators with self-reported symptoms of STI amongst emerging adults attending a tertiary educational institution at the Kenyan Coast. To explore the first objective, a systematic review and meta-analysis of literature on sexual behaviour among emerging adults in Africa was conducted. To explore the second, third and fourth objectives, a longitudinal study design that included mixed (quantitative and qualitative) methods was applied. The study targeted to recruit and follow up 600 emerging adults (18-24 years) attending Pwani University, a public institution of tertiary education located in Kilifi County, along the Coastal region of Kenya. Assessment for sociodemographic characteristics, sexual behaviour, mental health disorders, disordered eating behavior, nutritional indicators, clinical indicators including self-reported STI symptoms and HIV oral self-testing were done at enrollment and repeated three-monthly for a planned one-year period. For the first objective, the systematic review and meta-analysis observed that non-condom use had the highest pooled prevalence (47% [95% CI: 42-51]), followed by study-defined SB (37% [95% CI: 25-50]), concurrency (37% [95% CI: 21-54]), multiple sex partnerships (31% [95% CI: 25-37]), younger age at sexual debut (26% [95% CI: 20-32]), age disparate relationships (24% [95% CI: 17-32]), and transactional sex (19% [95% CI: 13-26]). Heterogeneity was partially explained by sex, with female participants having higher pooled prevalence estimates compared to their male counterparts. Alcohol/substance use was the most reported risk factor for sexual behaviour. For the second objective, in-depth interviews with 21 students and 5 staff of Pwani university were conducted to explore sexual behaviour among the students. The findings showed that emerging adults are frequently engaging in unprotected sex, transactional sex, cross-generational sex, multiple sex partnerships, gender-based violence, sex under influence of alcohol/drugs, younger age at sexual debut, and sharing sex toys. Based on the ecological model and Causal Loop Diagram, most of the reported risk factors were interconnected and operated at the individual level followed by those that operate at social level. For the third objective, a cross sectional design (n=273) nested within the cohort study was applied to describe associations between disordered eating behaviour and sexual behaviour. Three disordered eating behaviour constructs (emotional, restrained and external eating) were explored. Overall, about a fifth (20.9%) of eligible participants were grouped into the latent high sexual behaviour class. There were no significant associations between Emotional (adjusted odds ratio, AOR [95% confidence interval, CI]: 1.0 [0.9 – 1.0], p = 0.398), restrained (AOR, 1.0 [CI: 0.9 – 1.1], p = 0.301) and External (AOR, 1.0 [CI: 0.8 – 1.2], p = 0.523) eating with latent high sexual behaviour. For the fourth objective, the longitudinal study design was used to determine associations between mental health disorders, disordered eating behaviour and nutritional indicators with self-reported STI symptoms at enrolment and during follow up. Of 572 volunteers recruited, 97 (16.9%) reported STI symptoms at enrolment. Generalized anxiety disorder (AOR 2.7 [CI: 1.4–5.2], p = 0.002]) and alcohol binge drinking (AOR, 2.6 [CI: 1.4–4.7], p = 0.001) were independently associated with self-reported symptoms of STI at enrolment. Only one volunteer tested positive for HIV at enrolment. Of 475 volunteers without self-reported symptoms of STI at enrolment, 60 reported STI symptoms during follow up (incidence rate, 3.2/100 [95% CI: 2.4–4.1] person months of follow up). Baseline mental health, eating behaviour and nutritional indicators did not predict incidence of self-reported symptoms of STI. No volunteers tested positive for HIV during follow up. Our findings are relevant for HIV/ STI control among emerging adults in Kenya. Specifically, the findings may imply that interventions on sexual behaviour among emerging adults may to focus on those taking alcohol. This may include enhancing sexuality education programs for emerging adults in Kenyan universities and strengthening support systems including counselling for those using alcohol/drugs which may help mitigate high risk sexual behaviours among emerging adults in Kenyan universities. Our finding that emerging adults with generalised anxiety disorders and binge drinkers had increased odds of reporting STI symptoms may imply that support for emerging adults with generalized anxiety disorder or those who are binge drinkers need to be considered in STI clinics in Kenya

    62,615

    full texts

    381,023

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    Ghent University Academic Bibliography
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇