Ghent University

Ghent University Academic Bibliography
Not a member yet
    381023 research outputs found

    Navigating mycotoxin exposure : machine learning and toxicokinetic modeling for enhanced risk assessment

    No full text

    Dodona : improving programming education through automated assessment, learning analytics, and educational data mining

    No full text
    Dodona is een platform om te leren programmeren. Bij het bouwen van zo'n platform komt heel wat werk kijken, en het geeft ook veel mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek. Dit doctoraat belicht beide van deze aspecten. Het geeft een overzicht van wat Dodona allemaal kan, hoe de features van Dodona in de praktijk gebruikt kunnen worden en bespreekt de ontwikkeling en technische aspecten van die features. Daarnaast bespreekt het doctoraat ook enkele studies die uitgevoerd werden met de data die het gebruik van Dodona genereert. Zo wordt er gekeken of er aan de hand van het indiengedrag van studenten vroeg in het semester voorspeld kan worden of ze op het einde van het semester zullen slagen. Dit biedt dan opportuniteiten om de lespraktijk aan te passen. Verder wordt er ook een machine-learning-methode besproken die toelaat om efficiënter feedback te geven aan grote groepen studenten, door aan lesgevers de vroeger gegeven feedback aan te raden die ze waarschijnlijk willen gebruiken

    Crónica y violencia de género en Argentina y México : una aproximación desde los géneros narrativos, el archivo y las emociones

    No full text

    Active inference for scene understanding

    No full text
    Het begrijpen van de omgeving is een fundamentele pilaar van menselijke cognitie. In deze dissertatie wordt onderzocht hoe artificiële intelligentie een voorstelling kan maken van de ruimte waarin die zich bevindt. Voor deze toepassing worden de evoluties van deep learning gecombineerd met een theorie voor gedrag uit de neurowetenschappen. Active inference stelt namelijk dat agenten een intern statistisch model hebben die de toestand van de wereld beschrijft, en dat de agent hun actie en perceptie allebei het gevolg zijn het van de minimizatie ten opzichte van dezelfde objectieve functie. Verschillende modellen worden voorgesteld voor het scenario van een actieve camera die hun omgeving accuraat moet beschrijven, en voor navigatie in tweedimensionale ruimtes

    Ecological trauma in contemporary African literature in English

    No full text
    My dissertation examines the ways in which authors across the African continent represent ecological trauma in literature. By productively combining the concerns of ecocriticism with the ethical engagement of literary trauma theory, I arrive at a way of reading for ecological trauma while proposing key tenets of a green trauma theory. The corpus of literary texts I explore in this dissertation spans from 1950 to 2021 and includes canonical works like Amos Tutuola’s The Palm-Wine Drinkard (1950) and J. M. Coetzee’s In the Heart of the Country (1976), more contemporary novels like Imbolo Mbue’s How Beautiful We Were (2021), and works of Africanfuturism like Namwali Serpell’s The Old Drift (2019). In the first half of my project, I read resource extraction in West Africa as ecological trauma and unpack issues of witnessing, ecofeminism, and the boundaries (or lack thereof) between the spiritual and human worlds. Throughout the latter half of my dissertation, I read settler-colonialism in Southern Africa as ecological trauma, specifically through themes of discursive and environmental violence, ecotourism, cultivation, and communal regeneration. Ultimately, my dissertation is an argument in favor of literary language’s ability to articulate ecological trauma—or the disruption of an ecological system due to anthropogenic change driven by extraction, exploitation, or expansion—across histories, geographies, and communities.In mijn proefschrift onderzoek ik hoe auteurs uit het Afrikaanse continent ecologisch trauma weergeven in hun literatuur. Door de bekommernissen van de ecokritiek te combineren met het ethische engagement van de literaire traumatheorie, kom ik tot een manier om ecologisch trauma te lezen waarbij ik een voorstel ontwikkel voor de grondbeginselen van een groene traumatheorie. Het corpus van literaire teksten dat ik in dit proefschrift onderzoek, beslaat de periode 1950 tot 2021 en omvat canonieke werken zoals Amos Tutuola's The Palm-Wine Drinkard (1950) en J. M. Coetzees In the Heart of the Country (1976), meer hedendaagse romans zoals Imbolo Mbue's How Beautiful We Were (2021), en werken van Afrikaans futurisme zoals Namwali Serpells The Old Drift (2019). In de eerste helft van dit werkstuk lees ik de ontginning van grondstoffen in West-Afrika als een ecologisch trauma en behandel ik kwesties als getuigen, ecofeminisme en de grenzen (of het gebrek daaraan) tussen de spirituele en menselijke wereld. In de tweede helft van mijn proefschrift lees ik het vestigingskolonialisme in zuidelijk Afrika als een ecologisch trauma, aan de hand van thema's als discursief en ecologisch geweld, ecotoerisme, landbouw en de regeneratie van gemeenschappen. Finaal is mijn proefschrift een pleidooi voor het vermogen van de literaire taal om uitdrukking te geven aan ecologisch trauma—of de verstoring van een ecologisch systeem door antropogene verandering als gevolg van extractie, uitbuiting of expansie—over temporele, regionale en gemeenschapsgrenzen heen

    Climate-smart agriculture technologies in Uganda : adoption and the role of business models

    No full text
    Klimaatverandering vormt een grote bedreiging voor de landbouw, vooral in Oeganda, waar kleine boeren het meest kwetsbaar zijn. Klimaatslimme landbouwstrategieën (CSA) zoals klimaatslimme landbouwtechnologieën (CSAT's) hebben tot doel de opbrengst van gewassen te verhogen en de uitstoot te verminderen. De adoptiegraad blijft echter laag door technologische, socio-economische en gedragsfactoren. In dit promotieonderzoek worden de factoren onderzocht die van invloed zijn op de adoptie van CSAT's onder Oegandese kleine boeren, waarbij de nadruk ligt op attitudes, ondernemersmentaliteit, technologische eigenschappen en perspectieven op bedrijfsmodellen, waarbij zowel de mening van de boer als die van experts wordt meegenomen. De eerste studie analyseerde de Climate Change Interventions (CSA) en het Business Model Canvas (BMC) en ontdekte dat de belangrijkste activiteiten kritieke componenten zijn voor de adoptie van CSATs. De belangrijkste middelen, partners, waardepropositie, kanalen, inkomstenstromen en kostenstructuren kwamen echter minder aan bod in de onderzochte studies. Klantrelaties en klantsegmenten waren de minst onderzochte factoren. De tweede studie beoordeelde de perceptie van boeren van klimaatvariabiliteit en de adoptie-intensiteit van CSAT's, en ontdekte dat de bekendheid van boeren met klimaatverandering, klimaatslimme landbouw, meer landbouwervaring, toegang tot klimaatinformatie en interactie met voorlichters hun positieve perceptie van klimaatvariabiliteit significant voorspellen. De meeste kleine boeren adopteerden slechts vier CSAT's, terwijl slechts zeer weinig boeren 17 of 18 technologieën adopteerden. De derde studie gebruikte de Theorie van Gepland Gedrag (TPB), Diffusie van Innovaties (DOI) en Ondernemersoriëntatie om de factoren te analyseren die van invloed zijn op de intentie van koffieboeren om CSAT's te beginnen en te blijven gebruiken. De vierde studie identificeerde drie bedrijfsmodelontwerpen/clusters: boer-naar-coöperatie, boer-naar-middenstand en boer-naar-boer. Zowel de publieke als de private sector zouden boeren moeten ondersteunen bij het creëren en toepassen van een bedrijfsmodel, wat zou bijdragen aan de toepassing van CSAT's. Dit onderzoek heeft conceptuele, methodologische en empirische bijdragen geleverd aan wetenschappelijk onderzoek. Het onderzoekt de relatie tussen bedrijfsmodellen en klimaatvariabiliteit en de toepassing van CSAT's in de koffieproductie. Het toont aan dat een bedrijfsmodelbenadering de adoptie van meerdere CSAT's kan verbeteren, wat cruciaal zou kunnen zijn voor het verbeteren van de CSAT-adoptie. Het onderzoek beoordeelt ook de adoptie door boeren van meerdere CSAT's, een combinatie van technologieën die zelden is onderzocht. Het onderzoek integreert Delphi-rondes, het Analytisch Hiërarchisch Proces en het SWOT-raamwerk (Strengths, Weaknesses, Opportunities, and Threats) om het genereren van kennis te vergemakkelijken. De empirische bijdrage komt overeen met de correlaties tussen concepten en verschillende technologieën, zoals gemeten door de adoptie-intensiteit. Beleidsaanbevelingen voor de boerengemeenschap zijn onder andere bedrijfstraining, boerenspecifieke modellen, klimaatinformatievoorziening, verbeterde kredietfaciliteiten en verbeterd koffiebeleid. Toekomstig onderzoek zou gebruik moeten maken van panelgegevens en longitudinale ontwerpen om de adoptie-intensiteit en -snelheid van meerdere CSAT's in verschillende stadia op meerdere locaties te analyseren

    Palliative care in the public eye : insights & strategies to enhance understanding & engagement

    No full text

    The logics of camp historicity in Uganda's Nakivale refugee settlement : coloniality, sanctuary, and the 'national order of things'

    No full text

    Insights into radical polymerization of acrylates : DFT-guided kinetic analysis of secondary reactions

    No full text
    Naarmate de wereldbevolking is gegroeid is de vraag naar massaproducten gestegen, een trend waaraan polymeren met succes hebben voldaan. Polymeren zijn doorgedrongen in het dagelijks leven en hebben verschillende maatschappelijke veranderingen teweeggebracht. Ze verschijnen in vormen als synthetische vezelkleding, polyethyleen voorwerpen, onderdelen van glasvezel, nylon lagers, coatings op basis van polymeren, epoxylijmen, polyurethaanschuim, medische hulpmiddelen zoals siliconen hartkleppen en anti-aanbak kookgerei met Teflon coatings. Inzicht in de materiaaleigenschappen van polymeren is cruciaal voor deze gevarieerde toepassingen. Het polymerisatieproces en het specifieke type polymeer bepalen de microstructuur, die wordt beïnvloed door de reactieomstandigheden. Omdat trial-and-error methodologieën om dit gedrag beter te begrijpen tijdrovend zijn, worden vaak computationele modellen gebruikt als aanvulling op experimenteel onderzoek naar polymerisatie. Deze modellen vereisen nauwkeurige snelheidscoëfficiënten om de eigenschappen te kunnen voorspellen. De complexiteit van polymeerreactienetwerken bemoeilijkt een nauwkeurige experimentele bepaling hiervan echter, zeker voor secondaire reacties. De theoretische kwantumchemische berekeningen in dit werk bieden een alternatief voor de bepaling van de snelheidscoëfficiënt. Het aldus geconstrueerde model slaagt er succesvol in een veelzijdige set experimenten voor de polymerisatie van butylacrylaat correct te voorspellen, wat aantoont dat de ontwikkelde methodologie verder gebruikt kan worden voor het onderzoeken van secondaire reacties bij polymerisatie

    Identification of wear failure modes of metal contacts by surface topography

    No full text
    Mechanische onderdelen slijten na verloop van tijd, wat leidt tot verschillende soorten oppervlakteschade. Het karakteriseren van deze schade helpt de oorzaak van het falen te begrijpen. Traditioneel inspecteren menselijke experts versleten oppervlakken visueel, maar dit proces is traag en subjectief. Geautomatiseerde methodes die gebruik maken van beeldanalyse zijn onderzocht, maar deze methodes zien de diepte van de versleten oppervlakken niet en hebben veel beelden nodig. Als alternatief kan het beoordelen van de versleten topografie in drie dimensies (3D3D) helpen om de verschillende soorten schade te identificeren. Dit proefschrift presenteert een nieuw raamwerk om slijtageschade op metalen onderdelen te identificeren. Het gebruikt 3D3D metingen van versleten oppervlakken in combinatie met een artificieel neuraal netwerk. Er worden twee nieuwe meeteenheden geïntroduceerd: oppervlaktebewegingsoriëntatie (SmoS_{mo}) en oppervlaktegelaagdheidsratio (SsrS_{sr}). SmoS_{mo} toont hoe schade is uitgelijnd met de bewegingsrichting en SsrS_{sr} meet de verhouding tussen oppervlaktepieken en -dalen. Deze meeteenheden dienen als input voor een neuraal netwerk dat ontwikkeld werd om indentaties, groefvorming, putvorming en adhesiefouten te classificeren. Het voorgestelde raamwerk vertoonde een nauwkeurigheid van 94%94\% bij het classificeren van deze slijtagefouten in proefstukken afkomstig van micro-abrasie- en tandwieltests. Dit nieuwe raamwerk biedt een betrouwbaar en efficiënt controle-instrument om slijtageschade op metalen onderdelen te identificeren

    62,615

    full texts

    381,023

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    Ghent University Academic Bibliography
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇