Ghent University

Ghent University Academic Bibliography
Not a member yet
    381023 research outputs found

    The influence of micro- and nanoplastics on human health : exploring environmentally relevant scenarios with in vitro human cell lines

    No full text
    Dit proefschrift heeft als doel om de invloed van micro-/nanoplastics (MNPLs) op de menselijke gezondheid bij milieurelevante scenario's te onderzoeken via in vitro menselijke cellijnen. Met een uitgebreid literatuuroverzicht (hoofdstuk 1) is het duidelijk dat de beoordeling van risico's van MNPL's steeds belangrijker wordt omdat ze alomtegenwoordig zijn in onze leefomgeving. In het huidig onderzoek wijken de meeste bevindingen sterk af van de werkelijke blootstellingsscenario's door het gebruik van onrealistisch hoge concentraties, kortdurende blootstelling en vereenvoudigde mengsels van MNPLs. Om deze hiaten op te vullen, wordt hier een interdisciplinaire methodologie om de werkelijke effecten van MNPL's op te helderen. In hoofdstuk 2 werden op basis van dit realistische concentratiebereik vier menselijke cellijnen, die de belangrijkste menselijke blootstellingsroutes vertegenwoordigen, zowel op korte als langere termijn blootgesteld aan microPS. Om de in-vivo status dichter te benaderen en meer fysiologisch relevante omstandigheden te weerspiegelen, werd gewerkt met gedifferentieerde cellen. In hoofdstuk 3 werden, naast het gebruik van relevante nanoplastic concentraties, de mengsels uitgebreid met meerdere polymeertypen, vormen, verweringscondities en een brede grootte verdeling. In dit hoofdstuk is gebruik gemaakt van verschillende karakteriseringstechnieken, waaronder ATR-FTIR, Nanosight, confocale microscopie en SEM, om deze gesimuleerde milieumengsels te analyseren. Verder werd de invloed van MNPLs op cellulaire metabolische routes onderzocht, waarbij de nadruk lag op mitochondriale ademhaling en glycolyse. In hoofdstuk 4 werden 2 nagebootste realistische scenario's ontworpen om de lange termijn effecten van nanoPS met blootstelling aan lage dosissen te onderzoeken. Omdat nanoplastics ons hele leven lang aanwezig blijven, omvatte de beoordeling zowel de duur van de effecten na eenmalige dosering als de chronische effecten van herhaalde dosering. Dit omvat metingen van de mitochondriale gezondheid, glycolytische functies en celdifferentiatie status. Om meer inzicht te krijgen in het mitochondriaal metabolisme, als primaire substraten die de mitochondriën van brandstof voorzien, werden in hoofdstuk 5 de oxidatieroutes glucose/pyruvaat, glutamine en langeketenvetzuren onderzocht onder de dezelfde langdurige blootstellingsscenario's als in hoofdstuk 4. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de belangrijkste bevindingen samengevat. Dit onderzoek draagt sterk bij aan ons begrip van de toxiciteit van MNPL's in de echte wereld en biedt waardevolle inzichten die kunnen leiden tot aanbevelingen met betrekking tot de gebruiksfrequentie van plastic producten, dagelijkse voedingsgewoonten en de inname van voedingsstoffen. Het proefschrift zal dus het gebied van menselijke risicobeoordeling voor MNPL's vooruit zal helpen en een geloofwaardige basis zal leggen voor een beter begrip van de toxiciteit van MNPL's

    Documenting the sounds of the West-Coastal Bantu languages of the Lower Kasai region (DR Congo) : an integrated phonetic and diachronic-phonological approach

    No full text
    The Lower Kasai region of SW Democratic Republic of Congo is an area of extraordinary phonetic and phonological variation. Largely unexplored linguistically, this strip of forest-savanna mosaic, situated near the putative ancestral homeland of the West-Coastal branch of Bantu, exhibits a wealth of rare phenomena from a broader Bantu perspective, including labial-velar stops, retroflex consonants, and interior vowels. These features are often considered hallmark traits of contact zones located further north, specifically the “Macro-Sudan Belt”, an extensive swath of terrain stretching from the western end of the African continent to the Ethiopian escarpment in the east, or subregions thereof, including pockets of interiority and retroflexion diffusion centred around Sudan and the Sangha River interval. Given a) the relative rarity and typological markedness of these phenomena, b) the oft-mooted possibility that numerous phonetic and phonological reasons may underpin their co-occurrence in the languages north of the Congo Basin rainforest, and c) the fact that a significant portion of the relevant literature ties their emergence to specific population dynamics, their documentation in the Lower Kasai complicates previously established reconstructions of the Bantu Expansion into the West-Coastal homeland. Additionally, the presence of hunter-gatherer Twa in the Lower Kasai and Equatorial Lakes regions, immediately north of the West-Coastal Bantu homeland, raises the question of whether any of these typological rarities have emerged due to contact with now-lost pre-Bantu languages. This PhD thesis aims to address these issues in an integrated fashion, presenting articles elaborated and published between 2020 and 2024 as part of the author’s PhD project activities as an FWO fundamental research fellow. The occurrence of labial-velar stops, retroflex consonants, and interior vowels is analysed from a low-level phonetic angle and a broader diachronic-phonological perspective in a few select West-Coastal Bantu varieties of the Lower Kasai, namely Lwel, Sakata, North Boma, Nunu, Lotwa, and Ngwi. This constitutes the first targeted phonetic and phonological documentation and description conducted in the study area, as well as the first detailed study of these phenomena in the languages of southwest Congo. Additionally, the lexical corpus presented in this venue is the first lexical documentation the hunter-gatherer Lotwa lects of the Equatorial Lakes region have ever received. The tentative conclusions proposed suggest that successive migratory events likely introduced the use of labial-velar stops into the Lower Kasai region, while retroflexion and interiority may stem from contact with pre-Bantu Twa varieties, revealing hitherto unknown characteristics of these languages. Synchronically, it is proposed that labial-velar stops exist in the region’s languages as phonetic possibilities before they do as individual phonemes in each of their phonological inventories. This notion complicates previously held assumptions regarding the categorical nature of phonologisation in complex and multilingual contact settings.De Beneden-Kasaï-streek in het zuidwesten van de Democratische Republiek Congo is een gebied met buitengewone fonetische en fonologische variatie. Grotendeels taalkundig ongekend en gelegen in de nabijheid van de veronderstelde voorouderlijke heimat van de West-Kust tak van de Bantoefamilie, vertoont deze regenwoud-savannemozaïek een schat aan zeldzame fenomenen vanuit het breder perspectief van de Bantoetalen, waaronder labiaal-velaire plofklanken, retroflexe medeklinkers en centrale klinkers. Deze kenmerken worden vaak beschouwd als typische eigenschappen van taalcontactzones die verder in het noorden liggen, met name de “Macro-Sudan Belt”, een uitgebreide gordel die zich uitstrekt van het westelijke uiteinde van het Afrikaanse continent tot aan de Ethiopische hooglanden in het oosten, of subregio’s daarvan, met in begrip van gebieden met verspreiding van centrale klinkers en retroflexe medeklinkers, rond Soedan en de Sangha rivier. Gezien de relatieve zeldzaamheid en typologische uitzonderlijkheid van deze fenomenen, de vaak geopperde mogelijkheid dat talloze fonetische en fonologische redenen hun gelijktijdig voorkomen in de talen ten noorden van het Congo Basin regenwoud kunnen ondersteunen, en het feit dat een aanzienlijk deel van de relevante literatuur hun ontstaan aan specifieke bevolkingsdynamieken koppelt, stelt hun documentatie in de Beneden-Kasaï eerder vastgestelde reconstructies van de Bantoe-expansie naar de heimat van West-Kustelijk Bantoe ter discussie. Bovendien roept de aanwezigheid van Twa jager-verzamelaars in de streken van de Beneden-Kasaï en de Evenaarsmeren, die direct ten noorden van de West-Kustelijk Bantoe heimat liggen, de vraag of een van deze typologische zeldzaamheden mogelijk is ontstaan door contact met nu verloren gegane pre-Bantoe talen. Deze doctoraatsthesis streeft ernaar deze kwesties op een geïntegreerde manier aan te pakken, met artikelen die zijn uitgewerkt en gepubliceerd tussen 2020 en 2024 als onderdeel van de PhD-projectactiviteiten van de auteur als FWO fundamenteel onderzoeksfellow. Het voorkomen van labiaal-velaire stops, retroflexe medeklinkers en centrale klinkers wordt geanalyseerd vanuit een laag-niveau fonetisch perspectief en een breder historisch-fonologisch perspectief in enkele geselecteerde West-Kustelijke Bantoetalen van de Beneden-Kasaï, namelijk Lwel, Sakata, North Boma, Nunu, Lotwa en Ngwi. Dit vormt de eerste gerichte fonetische en fonologische documentatie en beschrijving in het interessegebied, evenals de eerste gedetailleerde studie van deze fenomenen in de talen van het zuidwesten van Congo. Bovendien is dit de eerste lexicale documentatie van de jager-verzamelaar Lotwa-talen uit de regio van de Evenaarsmeren. De voorlopige conclusies die hier worden voorgesteld suggereren dat opeenvolgende migratiegebeurtenissen waarschijnlijk het gebruik van labiaal-velaire plofklanken in de Beneden-Kasaï-streek hebben geïntroduceerd, terwijl retroflexe medeklinkers en centrale klinkers kunnen voortkomen uit contact met pre-Bantoe Twa-talen, wat onbekende kenmerken van deze talen onthult. Synchronisch wordt voorgesteld dat labiaal-velaire plofklanken in de talen van de regio bestaan als fonetische mogelijkheden voordat ze als individuele fonemen in hun fonologische inventarissen voorkomen. Dit idee bemoeilijkt eerder gehuldigde veronderstellingen over de categorische aard van fonologisering in complexe en meertalige contactsituaties

    Evaluation of the dynamic behaviour of modular drivetrain architectures

    No full text
    Om hedendaagse mechatronische systemen te ontwerpen zijn machinebouwers op zoek naar methodes om de optimalisatie van hun machines te vereenvoudigen. Flexibel ontwerp maakt het mogelijk om een machineontwerp te (her)gebruiken in verschillende scenario’s. Het concept modulariteit wordt beschreven in de literatuur als een methode om flexibele ontwerpen te realiseren. Om modulariteit toe te passen op mechatronische ontwerpen, wordt het concept gedefinieerd als het herhaaldelijk gebruiken van identieke modules in een elektrische aandrijving om dezelfde taak uit te voeren als een standaard aandrijving met één module. Het ontwerp kan dan door modulariteit geschaald worden door extra modules toe te voegen. Om dit vernieuwende concept bruikbaar te maken voor machinebouwers, gaat dit proefschrift op zoek naar verheldering inzake het dynamische gedrag van modulaire aandrijvingen. Ten eerste wordt een methodiek uitgewerkt om het systeem, en zijn modulaire varianten, te modelleren. Op basis van deze modellen wordt het mogelijk om het optimale modulaire ontwerp te kiezen. Ten tweede wordt het gedrag omtrent torsietrillingen geanalyseerd. Enerzijds wordt een innovatieve methode voorgesteld die negatieve invloeden van de extra modules beperkt. Anderzijds wordt het door middel van de modulaire architectuur mogelijk om externe belastingen beter te controleren, waardoor de torsietrillingen afkomstig van de last verminderd worden

    Multiscale characterization of fat crystal networks in saturated triglyceride systems

    No full text

    Fasciola hepatica infections in cattle in the Central Highlands of Peru and their zoonotic implications

    No full text

    Constraints on parallel word processing during reading

    No full text

    The implementation of serology in soil-transmitted helminthiases control programs : from lab to field

    No full text
    Soil-transmitted helminths (STHs) are a group of parasitic worms, including Ascaris, Trichuris and hookworms, that primarily affect the world’s most vulnerable communities in (sub)tropical regions. To combat STHs, endemic countries implement mass drug administration (MDA) programs focused on deworming school-aged children. The number of deworming rounds each year is based on STH prevalence and follows World Health Organization (WHO) guidelines. The WHO also underscores the importance of follow-up surveys to evaluate the effectiveness of MDA efforts. These surveys typically use stool sample microscopy as the diagnostic method, but this technique has technical limitations, and diagnosing STHs is particularly challenging due to their biological characteristics. Recently, serology (diagnosis based on anti-STH antibodies in blood) has emerged as a promising alternative, though it is not yet included in WHO guidelines. This PhD thesis explores the potential of serology to support MDA programs aimed at controlling STHs in humans

    Agronomic biofortification of faba bean (Vicia faba L.) for dietary micronutrient supplementation in Ethiopia

    No full text
    This thesis investigates agronomic interventions for faba bean biofortification to alleviate micronutrient deficiencies in Ethiopia. The study consisted of consecutive field-based approaches and laboratory experiments. Initially, it assessed the levels of Fe, Zn, and Se in faba beans grown under farmers' practices, revealing wide variations influenced by spatial factors. Subsequently, pot and field experiments were conducted to evaluate the efficacy of plant biostimulant applications in enhancing faba bean growth and seed micronutrient contents, with no significant improvement observed. The study then focused on a field experiment dedicated to increasing seed Se content using seaweed-based biostimulants and Se fertilizers, resulting in significant improvements. Additionally, the research measured phytic acid and phenolic content in raw seeds, serving as anti-nutritional factors. Finally, the bioaccessibility of Fe, Zn, and Se in cooked beans was evaluated using an in vitro test. Despite raw seeds covering a substantial portion of the recommended dietary allowance (RDA), the study emphasized that cooked beans may not provide adequate nutrient intake, highlighting the necessity for strategies to enhance nutrient bioaccessibilit

    62,615

    full texts

    381,023

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    Ghent University Academic Bibliography
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇