694 research outputs found

    Databestanden van het archeologisch onderzoek Oss - De Geer

    No full text
    Het gebied met het toponiem de Geer is gelegen tussen Oss en Berghem, ten oosten van de provinciale weg Oss - Macharen. De aanleg van het industrieterrein betekent een zekere vernietiging van alle mogelijk aanwezige archeologische sporen in het gebied. Het bestemmingsplan biedt daarnaast geen ruimte (meer) voor bescherming van eventuele archeologische waarden.Voorafgaande aan de bouwwerkzaamheden is, in opdracht van de ROB en de gemeente Oss, een aanvullende archeologische inventarisatie (AAI) en een aanvullend archeologisch onderzoek (AAO) uitgevoerd. Aansluitend worden op twee locaties opgravingen uitgevoerd. Het in de jaren 90 aangelegde industrieterrein De Geer wordt in de komende jaren uitgebreid in oostelijke en zuidelijke richting (De Geer-Oost en de Geer-Zuid) over een totale oppervlakte van 29 ha

    In Memoriam Bas Edixhoven (1962–2022): genereus, optimistisch en betrokken

    No full text
    Op 16 januari 2022 overleed Bas Edixhoven, hoogleraar meetkunde aan de Universiteit Leiden. Naast zijn onderzoek en onderwijs was Bas betrokken bij vele internationale en nationale wiskunde-organisaties. In Nederland onder andere bij de commissie Onderzoek en de commissie Onderwijs van Platform Wiskunde Nederland, Mastermath, Wisk4all, DIAMANT, Vierkant voor Wiskunde, Compositio Mathematica, Indagationes Mathematicae, en de Bèta-lerarenkamer. Tevens was hij lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Zijn nabije collega’s Robin de Jong, Jaap Top, Gerard van der Geer en René Schoof herdenken hem.Number theory, Algebra and Geometr

    De herontdekking van het Standaardmodel

    No full text
    In het nieuws staat de LHC in het teken van het ontdekken van nieuwe fysica. Het is echter minstens zo belangrijk om de fysica die we al kennen nog eens onder de loep te nemen. Tot nu toe komen de data overeen met de voorspellingen, maar er zijn nog gebieden die we niet onderzocht hebben

    Aanvullende Archeologische Inventarisatie Berghem- de Geer

    No full text
    Het grootste deel van de tijdens de veldkartering verzamelde vondsten valt te dateren in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Zij kunnen worden geïnterpreteerd als 'ruis' t.g.v. bemesting in de lange gebruiksperiode als landbouwgrond. Daarnaast is een aantal interessante vondsten gedaan die een indicatie zijn voor bewoning van het gebied in de Romeinse Tijd en eerder. Met name het noordoostelijke deel van de akker Oudenhofstraat viel op door een geclusterd voorkomen van Romeinse scherven. Ook op de percelen Achterschaijkstraat en Geerstraat zijn enkele prehistorische en Romeinse vondsten gedaan. O.i duiden ze op (resten van) bewoning uit de ijzer- en Romeinse tijd. De lagere vondstdichtheid op andere akkers zegt echter weinig over de afwezigheid van nederzettingssporen in die terreinen. De zichtbaarheid van deze gebieden was tijdens het onderzoek matig tot slecht. Bovendien is er geen 1:1 relatie tussen scherven aan het oppervlak en vindplaatsen onder het oppervlak.10 Bewoning uit prehistorische perioden kenmerkt zich in deze gebieden door een lage vondstdichtheid, het deel dat daarvan weer aan het oppervlak komt is nog kleiner. Aanvullend onderzoek blijft daardoor noodzakelijk. Uit het geo-archeologische booronderzoek blijkt dat er een uniform geologische opbouw voor het gehele gebied geldt. Het pleistocene dekzand ligt vrij dicht onder de oppervlakte {doorgaans 30 a 60 cm onder het maaiveld). Het feit dat deze dekzandlaag hier zo dicht onder de oppervlakte ligt, geeft aan dat het archeologisch bestand bij het de aanleg van een industrieterrein zeker aangetast zal worden. Deze combinatie van resultaten geeft aan dat een verder onderzoek van het gebied gewenst is. Het archeologische belang van een vindplaats wordt getoetst aan parameters als de mate van gaafheid en conservering van archeologische resten. Daarnaast is er ook een landschappelijk en een cultuurhistorisch belang. Deze laatste zijn voor dit gebied geen factoren van belang (meer). De waardering van gaafheid en conservering van archeologische resten behoeft een aanvullend onderzoek om verspreiding, aard en kwaliteit van grondsporen vast te stellen. Op basis van een dergelijk onderzoek kunnen uitspraken worden gedaan t.a.v. noodzakelijke opgraving(en). Dit verdere onderzoek zou moeten bestaan uit het trekken van proefsleuven. Een zogenaamd proefsleuvenonderzoek is een eveneens nondestructieve methode waarbij grondsporen in kaart worden gebracht. Op de locaties waar materiaal uit prehistorische - en Romeinse periode is aangetroffen wordt een intensieve proefsieuven onderzoek aanbevolen. In die gebieden waar de vondstdichtheid laag is, kan volstaan worden met een extensief onderzoek. Indien daarbij vindplaatsen worden ontdekt kan dat tot een verdichting van het aantal sleuven aanleiding geven

    Archol Rapport 133

    No full text
    Archol BV heeft eind 2008 en begin 2009 een Definitief Archeologisch Onderzoek uitgevoerd in plangebied Luchen, ten noordwesten van Mierlo. Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw en bijbehorende infrastructuur. De graafwerkzaamheden die hiermee gepaard gaan, kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van de eerder bij het vooronderzoek aangetroffen archeologische resten uit de late prehistorie. De resultaten van de opgraving bevestigen de verwachtingen uit het vooronderzoek. In 19 opgravingsputten met een totale oppervlakte van ca 21500 m2 zijn nederzettingsresten uit met name de midden-bronstijd tot en met de vroeg ijzertijd gevonden. De nederzetting is gesitueerd op een dekzandrug, aan de rand van een depressie in het landschap. De bewoning begint in de 11e eeuw v.Chr. met de inrichting van een erf met een huis en enkele bijgebouwen. Waarschijnlijk is dit erf na hooguit een generatie al verlaten. In de loop van de late bronstijd (9e eeuw v.Chr.) wordt de dekzandrug weer bewoond. De kern van de bewoning bestaat wederom uit een erf met huis en bijgebouwen. Er is deze keer echter sprake van een langdurig bewoond, getuige de reparatie- en hergebruiksporen in de schuren, spiekers, hooimijten en voorraadkuilen aan de rand van de nederzetting. De boerderij lag vermoedelijk te midden van een aantal akkers, aan de rand van een bos (vermoedelijk naar het zuiden en westen) en naast een riviertje, de Luchense Loop. De nederzetting is uiteindelijk verlaten in de loop van de vroege ijzertijd, vermoedelijk in de 8e eeuw v.Chr. In de late ijzertijd en de Romeinse tijd is de dekzandrug alleen in gebruik geweest als akkerland. De dekzandrug werd toen afgebakend, getuige sporen van een stakenrij in het noordwesten en zuidoosten. De staken met reparatiesporen in deze laatste zone waren te volgen over een afstand van 144 m. Na de Romeinse tijd is het gebied lange tijd slechts sporadisch bezocht. Twee middeleeuwse haarden getuigen hiervan. Pas in de late middeleeuwen is weer intensievere landbouw toegepast, waarbij men het gebied regelmatig ophoogde met plaggen en mest. Omstreeks 1500 werd een akkerweg aangelegd met een oost-west oriëntatie, mogelijk om de akkers toegankelijker te maken. De weg is tot in de 19e eeuw in gebruik gebleven

    Channels of international policy transmission

    No full text
    Economic Policy;World Economy

    On The Minimal Travel Time Needed to Collect n Items on a Circle

    No full text
    Consider nn items located randomly on a circle of length 1. The locations of the items are assumed to be independent and uniformly distributed on [0,1)[0,1). A picker starts at point 0 and has to collect all n items by moving along the circle at unit speed in either direction. In this paper we study the minimal travel time of the picker. We obtain upper bounds and analyze the exact travel time distribution. Further, we derive closed-form limiting results when n tends to infinity. We determine the behavior of the limiting distribution in a positive neighborhood of zero. The limiting random variable is closely related to exponential functionals associated with a Poisson process. These functionals occur in many areas and have been intensively studied in recent literature
    corecore