1,226 research outputs found
Botanische informatie over het dieet en de leefomgeving van Pleistocene grote grazers
Tijdens de afgelopen ruim 20 jaar heb ik door grote herbivoren geconsumeerd materiaal, met name feces en plantenresten uit kiesplooien, kunnen onderzoeken. In de meeste gevallen ging het om een samenwerkingsverband met Dick Mol en een team van andere experts. Het betrof monsters van pleistocene, in sommige gevallen uitgestorven zoogdieren uit Siberië, Noordwest-Europa, Noord-Amerika en zuidelijk Zuid-Amerika. In deze uitgebreide samenvatting wordt een overzicht gegeven van resultaten uit eerder gepubliceerde artikelen. Van het onderzoek aan pollen uit kiesplooien afkomstig uit de Noordzee (Van Geel et al., 2018, 2019) werd al eerder in Cranium verslag gedaan (Van Geel et al., 2020). Voor het onderzoek aan mammoetmest wordt verwezen naar Van Geel et al. (2008, 2011a, b) en Polling et al. (2021). Recentelijk verscheen een artikel (Van Geel et al., 2022) over onderzoek aan mest van de uitgestorven reuzenluiaard Mylodon darwinii Owen, 1840. Over de hieronder besproken resultaten van het paleo-botanisch onderzoek van voedselresten van de Siberische wolharige neushoorn ‘Sasha’ (Coelodonta antiquitatis (Blumenbach, 1799)) werd niet eerder verslag gedaan
Botanische informatie over het dieet en de leefomgeving van Pleistocene grote grazers
Tijdens de afgelopen ruim 20 jaar heb ik door grote herbivoren geconsumeerd materiaal, met name feces en plantenresten uit kiesplooien, kunnen onderzoeken. In de meeste gevallen ging het om een samenwerkingsverband met Dick Mol en een team van andere experts. Het betrof monsters van pleistocene, in sommige gevallen uitgestorven zoogdieren uit Siberië, Noordwest-Europa, Noord-Amerika en zuidelijk Zuid-Amerika. In deze uitgebreide samenvatting wordt een overzicht gegeven van resultaten uit eerder gepubliceerde artikelen. Van het onderzoek aan pollen uit kiesplooien afkomstig uit de Noordzee (Van Geel et al., 2018, 2019) werd al eerder in Cranium verslag gedaan (Van Geel et al., 2020). Voor het onderzoek aan mammoetmest wordt verwezen naar Van Geel et al. (2008, 2011a, b) en Polling et al. (2021). Recentelijk verscheen een artikel (Van Geel et al., 2022) over onderzoek aan mest van de uitgestorven reuzenluiaard Mylodon darwinii Owen, 1840. Over de hieronder besproken resultaten van het paleo-botanisch onderzoek van voedselresten van de Siberische wolharige neushoorn ‘Sasha’ (Coelodonta antiquitatis (Blumenbach, 1799)) werd niet eerder verslag gedaan
Botanical information about diet and the environment of large Pleistocene herbivores
Tijdens de afgelopen ruim 20 jaar heb ik door grote herbivoren geconsumeerd materiaal, met name feces en plantenresten uit kiesplooien, kunnen onderzoeken. In de meeste gevallen ging het om een samenwerkingsverband met Dick Mol en een team van andere experts. Het betrof monsters van pleistocene, in sommige gevallen uitgestorven zoogdieren uit Siberië, Noordwest-Europa, Noord-Amerika en zuidelijk Zuid-Amerika. In deze uitgebreide samenvatting wordt een overzicht gegeven van resultaten uit eerder gepubliceerde artikelen. Van het onderzoek aan pollen uit kiesplooien afkomstig uit de Noordzee (Van Geel et al., 2018, 2019) werd al eerder in Cranium verslag gedaan (Van Geel et al., 2020). Voor het onderzoek aan mammoetmest wordt verwezen naar Van Geel et al. (2008, 2011a, b) en Polling et al. (2021). Recentelijk verscheen een artikel (Van Geel et al., 2022) over onderzoek aan mest van de uitgestorven reuzenluiaard Mylodon darwinii Owen, 1840. Over de hieronder besproken resultaten van het paleo-botanisch onderzoek van voedselresten van de Siberische wolharige neushoorn ‘Sasha’ (Coelodonta antiquitatis (Blumenbach, 1799)) werd niet eerder verslag gedaan
Botanical information about diet and the environment of large Pleistocene herbivores
Tijdens de afgelopen ruim 20 jaar heb ik door grote herbivoren geconsumeerd materiaal, met name feces en plantenresten uit kiesplooien, kunnen onderzoeken. In de meeste gevallen ging het om een samenwerkingsverband met Dick Mol en een team van andere experts. Het betrof monsters van pleistocene, in sommige gevallen uitgestorven zoogdieren uit Siberië, Noordwest-Europa, Noord-Amerika en zuidelijk Zuid-Amerika. In deze uitgebreide samenvatting wordt een overzicht gegeven van resultaten uit eerder gepubliceerde artikelen. Van het onderzoek aan pollen uit kiesplooien afkomstig uit de Noordzee (Van Geel et al., 2018, 2019) werd al eerder in Cranium verslag gedaan (Van Geel et al., 2020). Voor het onderzoek aan mammoetmest wordt verwezen naar Van Geel et al. (2008, 2011a, b) en Polling et al. (2021). Recentelijk verscheen een artikel (Van Geel et al., 2022) over onderzoek aan mest van de uitgestorven reuzenluiaard Mylodon darwinii Owen, 1840. Over de hieronder besproken resultaten van het paleo-botanisch onderzoek van voedselresten van de Siberische wolharige neushoorn ‘Sasha’ (Coelodonta antiquitatis (Blumenbach, 1799)) werd niet eerder verslag gedaan
Botanical information about diet and the environment of large Pleistocene herbivores
Tijdens de afgelopen ruim 20 jaar heb ik door grote herbivoren geconsumeerd materiaal, met name feces en plantenresten uit kiesplooien, kunnen onderzoeken. In de meeste gevallen ging het om een samenwerkingsverband met Dick Mol en een team van andere experts. Het betrof monsters van pleistocene, in sommige gevallen uitgestorven zoogdieren uit Siberië, Noordwest-Europa, Noord-Amerika en zuidelijk Zuid-Amerika. In deze uitgebreide samenvatting wordt een overzicht gegeven van resultaten uit eerder gepubliceerde artikelen. Van het onderzoek aan pollen uit kiesplooien afkomstig uit de Noordzee (Van Geel et al., 2018, 2019) werd al eerder in Cranium verslag gedaan (Van Geel et al., 2020). Voor het onderzoek aan mammoetmest wordt verwezen naar Van Geel et al. (2008, 2011a, b) en Polling et al. (2021). Recentelijk verscheen een artikel (Van Geel et al., 2022) over onderzoek aan mest van de uitgestorven reuzenluiaard Mylodon darwinii Owen, 1840. Over de hieronder besproken resultaten van het paleo-botanisch onderzoek van voedselresten van de Siberische wolharige neushoorn ‘Sasha’ (Coelodonta antiquitatis (Blumenbach, 1799)) werd niet eerder verslag gedaan
Major Δ14C excursions during the late glacial and early Holocene: changes in ocean ventilation or solar forcing of climate change?
The atmospheric 14C record during the Late Glacial and the early Holocene shows sharp increases simultaneous with cold climatic phases. These increases in the atmospheric 14C content are usually explained as the effect of reduced oceanic CO2 ventilation after episodic outbursts of large meltwater reservoirs into the North Atlantic. In this hypothesis the stagnation of the thermohaline circulation is the cause of both climate change as well as an increase in atmospheric 14C: As an alternative hypothesis we propose that changes in 14C production give an indication for the cause of the recorded climate shifts: changes in solar activity cause fluctuations in the solar wind, which modulate the cosmic ray intensity and related 14C production. Two possible mechanisms amplifying the changes in solar activity may result in climate change. In the case of a temporary decline in solar activity: (1) reduced solar UV intensity may cause a decline of stratospheric ozone production and cooling as a result of less absorption of sunlight. This might influence atmospheric circulation patterns (extension of Polar Cells and equatorward relocation of mid-latitude storm tracks), with effects on oceanic circulation, and (2) increased cosmic ray intensity may stimulate cloud formation and precipitation, while 14C production increases.
Ontwikkeling en test van een instrument voor het optimaliseren van crisismanagement organisaties
Het blijkt in de praktijk dat ongelukken veelal te wijten zijn aan onjuiste procedures, falend onderhoud of slechte communicatie. Naar aanleiding hiervan is in het kader van het Nieuw Initiatief 'Systeem Systeem Innovatie Maatschappelijke Veiligheid' deze methodiek ontwikkeld en getest. Daarbij is een expliciete link gelegd tussen het (dynamisch) optreden van het crisismanagement team en andere relevante actoren binnen de organisatie en de (statische) organisatorische andvoorwaarden die dit optreden mogelijk moet maken. Met dit het model en de protocollen kunnen de verschillende delen van een crisismanagementorganisatie op input, throughput, resultaat en evalueren (leren van de incidenten) beoordeeld worden. Het instrument dient door gebruik in de praktijk verder ontwikkeld te worden. Met behulp van dit intrumentarium kunnen organisaties zich beter voorbereiden op mogelijke crises. Verder kan het in de toekomst een onderdeel gaan vormen van een development center voor crisismanagementteams
Klimaatgeschiedenis wijst op dominante rol van de zon
Biogeologisch onderzoek laat zien dat het klimaat hypergevoelig is voor kleine veranderingen in de activiteit van de zon. De invloed van de zon zou wel eens sterker kunnen zijn dan het versterkte broeikaseffect. Sinds het begin van de 21e eeuw is de gemiddelde wereldtemperatuur weliswaar hoog, maar stijgt niet meer. Dat past niet in het beeld van de belangrijke rol van de broeikasgassen, want die nemen nog steeds toe
- …
