920 research outputs found
A flexible Unity: Ademar of Chabannes and the Production and Usage of MS Leiden, Universiteitsbibliotheek, Vossianus Latinus Octavo 15
van Els Ad. A flexible Unity: Ademar of Chabannes and the Production and Usage of MS Leiden, Universiteitsbibliotheek, Vossianus Latinus Octavo 15. In: Scriptorium, Tome 65 n°1, 2011. pp. 21-66
Interview met Els Borst in het kader van proefschrift Nederlandse akkoorden over Joodse oorlogstegoeden (1997-2000)
Gehouden interview met Els Borst in het kader van het proefschrift Eindelijk 'restitutie'. De totstandkoming van Nederlandse akkoorden over Joodse oorlogstegoeden.
Interview met oud-minister Borst, gehouden op 1 oktober 2013 in Bilthoven. Geïnterviewde Borst was met de Minister President en minister van politiek het meest betrokken bij het onderwerp van de Joodse tegoeden. Het interview richt zich op de Ministeriële ad hoc commissie Tegoeden WO II en de door het kabinet gevoerde gesprekken met het CJO en het Platform Israël
Lethal and sublethal effects of polybrominated diphenyl ethers (PBDEs) for turbot (_Psetta maxima_) early life stage (ELS)
A new toxic menace, polybrominated diphenyl ethers (PBDEs), is being detected in the aquatic environment all over the world. The environmental presence of PBDEs and its entry into the environment as BDE-47 and -99 make quality aquatic toxicity data necessary to assess the aquatic hazard risk of PBDs. This study examines the effects of three PBDE-47 and -99 on embryo and larval stages of the marine flatfish turbot (_Psetta maxima_). The acute toxicity of the three PBDEs was examined and NOEC, LOEC, LC10 and LC50 were calculated. All tested compounds caused lethal as well as nonlethal malformations during embryo development. The effects of PBDEs in the different life stages of turbot were analysed. PBDEs seemed to be teratogenic at concentrations higher than 8.14 and 16.12 µgL-1 for BDE-47 and -99 respectively, leading to prolonged delays in embryo development and consequent death (at 48 h), as well as severe malformations and mortality of larvae. PBDEs showed a higher acute toxicity for embryo-larvae (LC50 for lethal endpoints to embryos 27.35 µg BDE-47 L-1 and 38.28 µg BDE-99 L-1, and 14.13 and 29.64 µg L-1 for BDE-47 and -99, respectively for larvae). Generally, the BDE-47 seemed to cause adverse effects at comparatively low dose rates, whereas much higher doses were needed to cause the same effects with BDE-99. The results of the present study show that the acute toxicity of PBDEs decreases as the degree of bromination increases, since the order of toxicity was BDE-47˃ BDE-99. The major isomers also exhibited a clear toxic potential for turbot ELS although at high concentrations, above solubility saturation, pointing at particulate matter as the main via of uptake for those hydrophobic molecules
Een plaatsbepaling van het WODC bij het afscheid van J. Junger-Tas
De interne verzelfstandiging van het WODC, de interne reorganisatie en het vertrek van Josine Junger-Tas hebben aanleiding gegeven tot het samenstellen van deze bundel. De bundel bevat artikelen op het terrein van criminologie, criminaliteit, wetgeving, rechterlijke organisatie en rechtshulp, rechtshandhaving en evaluatie, geschreven door WODC-medewerkers. Tot slot is een bibliografie van J. Junger-Tas opgenomen. INHOUD: 1. Het WODC; tussen wetenschap en beleid - Henk van de Bunt 2. Ontwikkelingen binnen Justitiële verkenningen; feiten en fantomen - Bas van Stokkom 3. Schuldtoeschrijving, criminologie en strafrechtelijk beleid - Ed Leuw 4. Criminologie van de toekomst; een literatuurverkenning - Hans Boutellier 5. Het criminologîsch-theoretisch perspectief in het ISRD-project - Gert-Jan Terlouw 6. De stijging van de veel voorkomende criminaliteit op de Nederlandse Antillen in theoretisch perspectief - Hans Neten, Sjaak Essers 7. Onderzoek naar bedrijfsinbraken; kwantitatieve en kwalitatieve methoden van dataverzameling in de praktijk - Nico te Suerink, Eric Wiersma 8. Criminaliteitspreventie via integraal buurtbeheer - Atexandra Guérin 9. Verplaatsing; moeilijk te meten en toch willen weten - René Hesseting, Udo Aron 10. Een internationaal vergelijkend drugsonderzoek - Martin Grapendaat, Marisca Brouwers 11. Georganiseerde misdaad en de vraagmarkt - Petrus van Duyne, Ruud Kouwenberg 12. Vergelding in het jeugdstrafrecht - Menke Bol 13. De uitvoering van ondertoezichtstelling in de jaren negentig - Nicole Mertens 14. Een speciale positie voor de vrouw in het vreemdelingenrecht? - Ruud van den Bedem, Nicotette Dijkhoff, Louelta Doornhein 15. Daadwerkelijk gek en gevaarlijk? De Kw en de BOPZ nader bekeken - Sjoerd Hoekstra 16. Het slachtoffer binnen het strafrecht; de rol van het WODC - jo-Anne Wemmers, Pascal Servais 17. Kantongerechtsappellen in civiele zaken - Nelleke van der Werff, Bartheke Docter-Schamhardt 18. Nieuwe regels, het oude spel - Albert Klijn, Els Barendse-Hoorn weg, Cor Cozijn, Gerard Paulides 19. Onderzoeksprofijt voor het rechtshulpbeleid? Struikelbiokken voor een lastig partnerschap - Albert Klijn 20. Politiële discretie; wet en werkelijkheid - Monique Aalberts 21. Krijgt de politie toch de rekening? Tien stappen terug in de tijd - Maurits Kruissink 22. De markt van wet en orde - Max Kommer 23. Milieu; het groene gezicht van het WODC - Ellen van de Berg, Jos van Wetten, Mieke Kleiman 24. Gerommel in de marge? Over nieuwe strafrechtelijke interventies en de rol van het WODC - Peter van der Laan, Ad Essers 25. Geen onderzoek zonder data - Roberto Aidala, Petra van de Veer, Carlijn Verwers 26. Evaluatie van kleinschalige projecten op het terrein van de strafrechtstoepassing - Leonieke Boendermaker, Eric Spaans, Bouke Wartna 27. Tractatus logico-criminosophicus of het einde van de criminologie - Chris Rutenfrans, Gert-Jan Terlouw 28. Bibliografie Josine Junger-Ta
Zoektocht naar proteïnen die de activiteit van beta-secretase beïnvloeden
Zoektocht naar proteïnen die de activiteit van b-secretase beïnvloeden. Bestaat er een uitdrukking die meer van toepassing is op de ziekte van Alzheimer (AD) dan het Romeinse gezegde Ex minima magnus scintilla nascitur ignis (een nietige vonk kan de oorzaak zijn van een gigantische brand)? Immers, het kleine amyloïde b (Ab) peptide, een peptide van zon 40 à 42 aminozuren dat aan de basis ligt van AD, is in staat om een complex pathologisch proces in de hersenen in gang te zetten dat uiteindelijk leidt tot amyloïde afzettingen, neurofibrillaire kluwens, een daling in het aantal synapsen en neuronale celdood. Ab ontstaat door proteolyse van het type I transmembranair voorlopereiwit, het Amyloïde Precursor Proteïne (APP), door de opeenvolgende werking van twee verschillende enzymen, namelijk b-secretase ook b-site APP Cleaving Enzyme 1 (BACE1) genaamd en g-secretase.Tot op heden beperkt de behandeling van de ziekte van Alzheimer zich enkel tot symptoombestrijding en is er nog geen effectief geneesmiddel voorhanden. Er worden verschillende strategieën gevolgd in de ontwikkeling van AD therapieën, maar een van de meest attractieve is het verhinderen van Ab productie door in te grijpen op de APP-klievende enzymen. De zoektocht naar potente inhibitoren van BACE1 en g-secretase is volop aan de gang. In dit werk onderzochten we 2 strategieën om de activiteit van BACE1, hetzij op een indirecte, hetzij op een directe manier te inhiberen.In een eerste deel van de thesis wordt gefocusseerd op het cytoplasmatisch domein van BACE1. Dit domein is betrokken in proteïne-proteïne-interacties die noodzakelijk zijn voor een correcte subcellulaire lokalisatie. Aangezien we konden aantonen dat verstoring van de subcellulaire lokalisatie van BACE1 in neuronen een nefaste impact heeft op de klieving van APP, kunnen proteïnen die betrokken zijn in lokalisatie van BACE1 eveneens van belang zijn om een optimale enzymatische activiteit te bekomen. Zulke BACE1-bindingspartners zouden nieuwe therapeutische doelwitten kunnen zijn.Met behulp van een gist dubbelhybridenscreening werden 20 kandidaat bindingspartners van het membraananker van BACE1 geïdentificeerd. Het merendeel van deze eiwitten werd slechts één maal opgepikt. Opmerkelijk was dat FKBP8 twintig keer werd teruggevonden in de screening en daarmee 38 percent van het totaal aantal opgepikte proteïnes vertegenwoordigde. Dit eiwit werd geselecteerd voor verdere karakterisatie. Er werd aangetoond dat FKBP8 een transmembranair eiwit is met een wijdverbreide weefselexpressie. De interactie van BACE1 met FKBP8 werd bevestigd in een in vitro GST-coprecipitatie. Ondanks het feit dat deze interactie niet kon worden bevestigd in cellen met behulp van coimmunoprecipitatie werd toch nagegaan of FKBP8 een rol zou kunnen spelen in APP proteolyse. Zowel bij overexpressie van FKBP8 als bij een gedaalde expressie van endogeen FKBP8, bekomen met behulp van transfectie met FKBP8-specifieke, synthetische siRNA-moleculen, kon geen effect op APP klieving worden vastgesteld in N2A en HEK293 cellen. Als alternatieve strategie om eiwitten op te sporen die de activiteit van BACE1 kunnen moduleren werd gestart met de aanmaak van BACE1-specifieke lama- en dromedarisantilichamen die dankzij hun opmerkelijke structurele opbouw in de actieve site van enzymen kunnen binden en op die manier enzymes kunnen inhiberen. Na immunisatie van een dromedaris en een lama werden 24 verschillende antilichamen geïsoleerd. Twee antilichamen, Nb_B2 en Nb_B26, bleken in staat om in een in vitro test b-secretase activiteit te inhiberen en zes antilichamen konden BACE1 activiteit stimuleren. Verrassend genoeg kon de sterkste in vitro stimulator Nb_B9 en niet de twee in vitro inhibitoren Nb_B2 en Nb_B26 na overexpressie in cellen APP proteolyse inhiberen. Vooraleer meer tijd te investeren in Nb_B9 is het aan te bevelen uit te zoeken waarom dit antilichaam in de ene conditie fungeert als BACE1 inhibitor, terwijl het in een andere conditie daarentegen b-secretase activiteit kan stimuleren.status: Publishe
Paper de l'Amino-Oxidasa Sensible a Semicarbazida, SSAO/VAP-1, del teixit adipós en la diabetis "mellitus"
[cat] L'SSAO/VAP-1 és una proteïna amb una dualitat de funció; d'una banda, presenta activitat enzimàtica amino-oxidasa i, de l'altra, presenta propietats d'adhesió que la impliquen en l'extravasació de limfòcits en processos inflamatoris. Aquesta proteïna es troba altament expressada en el teixit adipós. En els darrers anys, s'ha passat de considerar el teixit adipós com un òrgan d'emmagatzematge energètic a considerar-lo un teixit de vital importància per al control del metabolisme glucídic de l'organisme implicat en la patologia diabètica. El transport de glucosa al teixit adipós i al múscul esquelètic és un pas limitant en l'ús de glucosa i la resistència a la insulina es manifesta en una disminució de la capacitat de la insulina per estimular el transport de glucosa en aquests teixits. Amb la intenció d'avaluar el possible paper fisiològic de l'abundància d'SSAO al teixit adipós, treballs previs d'aquest grup de recerca havien demostrat que substrats de l'SSAO en combinació amb vanadat podien estimular el transport de glucosa per via de l'estimulació de la translocació dels transportadors de glucosa GLUT4 a la membrana de la cèl·lula en adipòcits aïllats de rata. Així, el primer objectiu va ser: 1. Estudiar el mecanisme molecular d'acció de la combinació de benzilamina i vanadat a les cèl·lules adiposes i determinar la molècula activa generada responsable dels efectes observats. Un cop demostrat l'efecte insulinomimètic de la combinació de benzilamina i vanadat sobre cèl·lules adiposes, calia passar a estudis in vivo en models animals; així els següents objectius van ser: 2. Estudiar l'efecte de l'administració aguda o crònica de la combinació de benzilamina i vanadat sobre animals no diabètics i en models de diabetis de tipus 1 i tipus 2. 3. Estudiar l'efecte del tractament crònic amb benzilamina i vanadat sobre el metabolisme del teixit adipós i del múscul esquelètic, així com sobre l'activitat dels illots pancreàtics. Atesa la importància del teixit adipós en la patologia diabètica, l'elevada activitat SSAO present en aquest teixit i el fet que l'activitat SSAO present en el plasma està augmentada en la diabetis mellitus, un altre objectiu va ser: 4. Analitzar la participació del teixit adipós en l'alliberament de la forma soluble de l'SSAO/VAP-1. Els resultats obtinguts en la tesi han estat publicats en tres articles originals més un article de revisió, a més hi ha un article pendent d'acceptació. Les conclusions derivades són les següents. 1. Els substrats de l'SSAO en combinació amb vanadat estimulen el transport de glucosa als adipòcits en condicions en les quals es produeix peroxovanadat, s'inhibeix l'activitat proteïna tirosina-fosfatasa i s'activa l'IRS-1, l'IRS-3, la PI3K i la PKB. 2. L'administració aguda de benzilamina i vanadat augmenta la tolerància a la glucosa de rates no diabètiques i en rates diabètiques de tipus 1 i 2; així mateix, estimula el transport de glucosa al múscul. 3. L'administració crònica de benzilamina i vanadat normalitza la glucèmia en rates diabètiques. 4. En rates diabètiques per estreptozotocina, l'administració crònica de benzilamina i vanadat augmenta el transport de glucosa basal i l'estimulat per insulina i la quantitat total de GLUT4, als adipòcits. En rates Goto-Kakizaki, augmenta el transport de glucosa i la quantitat de GLUT4 present a la membrana plasmàtica als adipòcits no estimulats i el transport estimulat per insulina al múscul. 5. En rates Goto-Kakizaki, la combinació de benzilamina i vanadat estimula la secreció d'insulina en illots pancreàtics. 6. La generació local de peroxovanadat basada en l'activitat SSAO pot representar una nova estratègia terapèutica per al tractament de la diabetis mellitus. 7. Les cèl·lules adiposes alliberen SSAO soluble al medi de cultiu, en un procés dependent de metal·loproteases de matriu i regulat per factors implicats en la resistència a la insulina
Paraciclisme: estudi sobre els processos d’integració en l’àmbit internacional
El paraciclisme o ciclisme adaptat és una de les primeres modalitats esportives adaptades integrades en la federació internacional de l’esport corresponent. Aquest esport és un bon exemple a l’hora d’estudiar els processos d’integració en les federacions uniesportives. L’objectiu de l’estudi és analitzar el grau d’implantació d’aquests processos en el ciclisme en l’àmbit internacional i conèixer els indicadors concrets que el caracteritzen. L’estudi es va dur a terme en el Campionat del Món de Paraciclisme en ruta, disputat a Baie-Comeau (Canadà, 2010). Van participar-hi 13 països. Es va administrar un qüestionari ad hoc de 20 preguntes a un representant qualificat de cada expedició, que avaluava els àmbits de gestió, necessitats, aspectes clau i opinió sobre els processos d’integració del ciclisme al seu país. En el 61,5 % dels països estudiats era la federació nacional de ciclisme qui gestionava el ciclisme adaptat, encara que només el 30 % tenen totes les competències transferides a les federacions uniesportives. Les discapacitats menys integrades van ser l’auditiva i la intel·lectual. Els aspectes més valorats en els processos van ser la determinació de normatives específiques, la formació de tècnics esportius, l’existència d’una institució garant dels processos i el suport econòmic específic. El procés d’integració va ser avaluat de forma molt positiva pel 87,5 % dels enquestats: fins i tot sembla derivar en un augment del nombre de llicències i del rendiment esportiu. Aquests indicadors poden ser extrapolables a altres esports i útils per afavorir els processos d’integració al nostre país
Een nieuwe rol voor ruimtelijke beleidsevaluatie? Focus op evaluatie in planprocessen van strategische projecten in Vlaanderen
In de afgelopen jaren is het ruimtelijk beleid op Vlaams niveau veelal ad hoc en informeel geëvalueerd. Een globaal en kwalitatief evaluatieprogramma ontbreekt tot op heden. Toch bestaat de overtuiging dat er een meer essentiële rol weggelegd is voor evaluatie in de ruimtelijke beleidscyclus dan momenteel het geval is. Hiertoe is een nieuwe (adaptieve) benadering van het beleid evenwel noodzakelijk.
In deze paper worden de mogelijkheden van deze alternatieve benadering in strategische projecten getoetst. De evaluatie (al dan niet onder deze naam) in de planprocessen van deze projecten wordt geanalyseerd en in de beleidscyclus gesitueerd
Groene energie voor iedereen - Hoe waterstof en elektriciteit onze toekomst dragen
Overschakelen op duurzame energie vergt veel meer dan het bijbouwen van windturbines en zonnepanelen. Het hele energiesysteem moet op de schop. Vraag en aanbod van duurzame energie liggen bovendien te ver uit elkaar: in steden en industriegebieden, waar duurzame energie het hardst nodig is, is een groot gebrek aan ruimte. En de woestijnen en de oceanen, met een overvloed aan zon en wind, liggen veel te ver weg. Dit boek laat zien hoe je deze opslag- en transportproblemen slim kunt oplossen met waterstof en elektriciteit. Daarnaast pleiten de auteurs voor een bredere kijk op energiesystemen; als onderdeel van een geïntegreerd, wereldwijd systeem voor levering van energie, materialen, water en voedsel. Op weg naar groene energie voor iedereen!Dit boek is gecreëerd en
geproduceerd door Five Fountains BV in opdracht van KWR Water BV,
Hysolar BV en Eldiger BV.
Projectmanagement: Henk Leenaers, Lijn 43, Utrecht
Vormgeving: Ontwerpstudio Spanjaard, Maartensdijk
Infographics: Michel van Elk, Tiel
Cartografie: Annemieke Altena, Buitenpost
Tekstredactie: Lijn43, Utrecht
Beeldredactie: Rolf Rosing, Amsterdam
NUR: 95
- …
