93 research outputs found

    Iedereen aan het werk?

    No full text
    Door de economische crisis is de werkloosheid toegenomen. Ook als de economie weer aantrekt, zijn er structurele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt die onze aandacht vragen. Zijn er in de toekomst genoeg arbeidskrachten beschikbaar als de vergrijzing toeneemt? Hoe houden we de sociale zekerheid betaalbaar en beheersbaar? Moeten we ons zorgen maken om een groeiende onderklasse van werklozen die weinig perspectief hebben op een betaalde baan? 'Iedereen aan het werk!' is het adagium van het huidige arbeidsmarktbeleid. Maar hoe realistisch is dit uitgangspunt?Naar aanleiding van het eerder verschenen onderzoek Een baanloos bestaan organiseerde het Sociaal en Cultureel Planbureau een studiemiddag met het thema Werkloosheid in goede banen. Na een introductie van het SCP-rapport door onderzoekster Patricia van Echtelt lieten de hoogleraren Paul de Beer (UvA), Godfried Engbersen (EUR) en Romke van der Veen (EUR) hun licht schijnen over bovenstaande thema's. Het merendeel van de lezingen die op de studiemiddag zijn gehouden, zijn gebundeld in deze publicatie en bieden op een heldere en toegankelijke wijze antwoorden op actuele arbeidsmarktvraagstukken

    Het Nieuwe Werken en Burn-out

    No full text
    Contains fulltext : 131979.pdf (Publisher’s version ) (Open Access

    Waarom werknemers overuren maken: drie mechanismen getoetst

    No full text
    Dit artikel gaat over de vraag welke baan- en organisatiekenmerken van invloed zijn op de tijd die werknemers aan overwerk besteden. Hiertoe worden drie mechanismen gepresenteerd die kunnen verklaren waarom werknemers overuren maken, namelijk het 'werk-als-hobbymechanisme', het 'crisismechanisme' en het 'tijd-competitiemechanisme'. Daarnaast wordt de invloed van een aantal kenmerken van het huishouden op overwerk onderzocht. De hypothesen worden getoetst met behulp van de TNO Arbeidssituatie Survey van 2000 en 2002, waarin van in totaal ruim 5.000 werknemers gegevens zijn opgenomen over het aantal uren dat zij aan zowel betaald als onbetaald overwerk besteden. Uit de gegevens blijkt dat ruim 70% van de werknemers betaald of onbetaald overwerk verricht. Uit de resultaten blijkt dat de drie mechanismen overwerk inderdaad gedeeltelijk kunnen verklaren. Werknemers werken vooral over wanneer zij veel belang hechten aan hun werk, wanneer zij te maken hebben met een hoge werkdruk en veel gebruikmaken van de mobiele telefoon, wanneer er sprake is van onderlinge rivaliteit op het werk en wanneer werknemers in hun normale werktijd thuis werk verrichten

    Time-greedy employment relationships. Four studies on the time claims of post-Fordist work

    No full text
    Recent case studies consistently show that employees in contemporary work structures (often referred to as post-Fordist work designs) spend longer hours at work than in more traditional workplaces. This study investigates the association of post-Fordist work with working unpaid overtime and over-employment, using a multi-firm survey in the Netherlands. We test a range of explanations of why people would agree to work overtime for no pay. We also examine how and under what conditions working overtime harms the well-being of employees. For example, are the possible negative effects of working overtime just as severe for people who enjoy their work? These research questions are examined with the Time Competition Survey. The data were collected by means of a multi-stage sample of 1114 Dutch employees within 89 function groups in 30 work organizations in the Netherlands. Patricia van Echtelt (1975) studied Sociology at the University of Utrecht. She conducted the present research at the Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS) in Groningen, the Netherlands.

    Managing Supplier Integration into Product Development: A Literature Review and Conceptual Model

    No full text
    Industrial clusters, Regional agglomerations, Technological learning, Technological capability, Knowledge spillovers, Regional innovation systems

    Floreren onder condities van Het Nieuwe Werken: minder burn-out, meer toewijding?

    No full text
    Contains fulltext : 131974.pdf (Publisher’s version ) (Open Access)Deze studie onderzocht het effect van arbeidscondities kenmerkend voor Het Nieuwe Werken (HNW) op werkgerelateerde emotionele uitputting en toewijding van werknemers. HNW werd geconceptualiseerd als een bundel van drie arbeids- condities, (1) de toegang tot telewerken; (2) autonomie in het werk; en (3) resul- taatafspraken, die in termen van het Job Demands-Resources-model als energie- bron kan worden beschouwd. Voor het toetsen van de hypothesen maakten we gebruik van gegevens van 2.784 werknemers uit twee ‘waves’ van de Cohortstudie Sociale Innovatie (2008 en 2009). In lijn met de verwachtingen laten de resulta- ten zien dat de toegang tot telewerken en meer autonomie in het werk arbeids- condities zijn die gepaard gaan met minder emotionele uitputting en meer toe- wijding. Sturing op resultaat, gezien als onderdeel van de HNW-bundel, had als zelfstandige praktijk geen effect op emotionele uitputting en toewijding, maar versterkte binnen de bundel het effect van telewerken en autonomie op toewij- ding aan het werk. De interactie-effecten (op lange termijn) op toewijding lieten zien dat het kiezen van een uitgebalanceerde combinatie van HRM-praktijken van belang is met het oog op het behalen van positieve werkuitkomsten. De studie sluit af met nieuwe richtingen voor vervolgonderzoek.18 p

    Limited schooling, no future? Mechanisms of supply and demand with regard to the lower educated

    No full text
    De wetenschappelijke literatuur over mechanismen aan de aanbod- en vraagkant van de arbeidsmarkt leert dat laagopgeleiden niet uitsluitend baanvaardigheden ontberen. Ook discriminatie, problematische thuisomstandigheden en een slechte gezondheid zijn van belang voor de plek die zij op de arbeidsmarkt bereiken. Tekorten die niet het gerealiseerde onderwijspeil betreffen, maar andere hulpbronnen, zoals financiele kwetsbaarheid, zwakke sociale netwerken en onvoldoende besef van culturele codes, spelen eveneens een rol. Scholingsbeleid is daarom nodig, maar niet voldoende om de toekomstige arbeidsmarktpositie van laagopgeleiden zeker te stellen
    corecore