2,560 research outputs found

    Forecast-based financing: a scientific foundation for systematic early action

    Full text link
    Hurk, B.J.J.M. van den [Promotor]Aalst, M. van [Copromotor

    Van akkerland tot Heilige Geestkapel. Een kijk op de evolutie van de bewoningsgeschiedenis in de Kattestraat te Aalst (prov. Oost-Vlaanderen)

    Full text link
    Gedurende de maanden maart-april 1989 werd door de voormalige Nationale Dienst voor Opgravingen in samenwerking met de stad Aalst en de Aalsterse Vereniging voor Archeologie, een kleinschalig archeologisch onderzoek uitgevoerd in de met afbraak bedreigde, laat-middeleeuwse Heilige Geestkapel gelegen in de Kattestraat te Aalst. Een architecturale analyse van het bouwwerk wordt in een ander artikel voorgesteld door architect A. De Ceunynck uit Aalst

    Transactions on Petri Nets and Other Models of Concurrency VI

    No full text
    The sixth volume of ToPNoC includes revised versions of selected papers from workshops and tutorials held at the 32nd International Conference on Application and Theory of Petri Nets and Concurrency. It also contains a special section on Networks, Protocols, and Services, as well as a contributed paper submitted through the regular submission track of ToPNoC. The 14 papers cover a diverse range of topics including model checking and system verification, synthesis, foundational work on specific classes of Petri nets, and innovative applications of Petri nets and other models of concurrency. Thus this volume gives a good view of ongoing concurrent systems and Petri nets research

    De oudste stadsversterking van Aalst (prov. Oost-Vlaanderen)

    Full text link
    De leidraad voor het stadsarcheologisch onderzoek te Aalst is de historisch-topografische studie van Dirk Callebaut uit 1983, waarin aan de hand van archivalia en cartografische bronnen de oorsprong en de ontwikkeling van de middeleeuwse stad, met de nadruk op de drie omwallingsfasen, geschetst wordt. Rond een Karolingische curtis ontwikkelde zich een pre-stedelijke nederzetting, die in de loop van de volle middeleeuwen voor de eerste maal omwald werd. De ligging van deze eerste stadsversterking werd aan de hand van het stratenpatroon gereconstrueerd. Wat nog ontbrak was archeologische informatie om deze historisch-topografische gegevens op hun waarde te toetsen, om een concreet beeld te krijgen over de vorm en afmetingen van de omwalling en om deze exacter te kunnen situren en dateren

    Het ontbinden van commutatormatrices: The commutator theorem

    No full text
    Sinds 1936 is het bekend dat een m x m complexwaardige matrix A geschreven kan worden als de commutator A=[B,C]=BC-CB dan en slechts dan als spoor(A)=0. In dit verslag wordt een bewijs van deze stelling gegeven en op basis daarvan een Matlab algoritme geconstrueerd dat voor gegeven A matrices B en C berekent zodat A=BC-CB. Tevens wordt onderzocht wat er voor algemene A over de matrices B en C en in het bijzonder hun normen ||B|| en ||C|| te zeggen valt. Er wordt bewezen dat er B en C bestaan waarvoor ||B|| ||C|| ?= (1/2) (m-1)^2\ ||A||, waarbij B bovendien een normale matrix is. Daarnaast wordt een bewijs uit een artikel van Johnson, Ozawa en Schechtman uiteengezet waarin wordt aangetoond dat voor iedere eps>0 er een K_eps bestaat zodat iedere commutator A te ontbinden is in B en C waarvoor ||B\|| ||C|| ?= K_eps m^eps ||A|| en B normaal is.AnalyseElectrical Engineering, Mathematics and Computer Scienc

    Golfhoogte-waterstandrelaties t.p.v. de NAP-20 m lijn langs de Nederlandse kust

    No full text
    Voor extreme omstandigheden zijn er onvoldoende golfwaarnemingen beschikbaar om b.v. door middel van extrapolaties betrouwbare verwachtingen van golfhoogtewaterstandsrelaties te verkrijgen. In notitie WWKZ-82G.259 is een methode gepresenteerd voor de berekening van golfhoogte-waterstandrelaties. In de betreffende notitie is voor de lokatie Hoek van Holland t.p.v. de NAP-20 m lijn de voorwaardelijke kansverdeling van golfhoogten berekend ten behoeve van de leidraad duinafslag. De resultaten van de simulatieberekeningen van de voorwaardelijke kansverdelingen van Hs voor de verschillende locaties en een drietal overschrijdingsfrequenties van h zijn in de bijlagen 16 t/m 21 weergegeven. Uit de figuren en enkele eenvoudige tests blijkt dat de verdelingen bij benadering normaal zijn. In bijlage 22 is het verloop van Hs als functie van h voor de vijf locaties geschetst. Tevens is een indicatie van de te verwachten standaardafwijking van de verdelingen aangegeven. Het is ter verduidelijking nuttig enige opmerkingen te wijden aan de verschillen met het model zoals gepresenteerd in notitie WWRZ-82G.259. - Er is in dit model geen aparte voorziening voor deining getroffen. Deining is hier te beschouwen als zeegang die honderden kilometers van de Nederlandse kust is ontstaan en gedurende vele uren aan de inwerking van eenzelfde windveld heeft blootgestaan. Dit model is daarom uitsluitend bruikbaar onder omstandigheden waarbij deining geen belangrijke rol speelt (b.v. stormomstandigheden). - In plaats van een uniforme verdeling van de mogelijke fetches is de kans van voorkomen van een bepaalde fetch gekoppeld aan de stormduur, waarbij een exacte definitie van het begrip stormduur achterwege blijft. - In de formules van Bretschneider is de diepte afhankelijk van de waterhoogte gekozen. Een gevolg is, dat de toename van HS met toenemende h minder snel afneemt dan in het geval van een constante diepte. - Doordat de diepte als vrije parameter is opgevoerd is het mogelijk bij het beschikbaar komen van nieuwe meetresultaten het model steeds fijner af te regelen. De eerste afregeling is vrij grof gedaan op grond van enkele GONO-resultaten. Met name de relatie tussen de locale windsnelheid en Hs, zou bij de ijking nader dienen te worden bekeken. Een zinvolle verbetering van, de thans gebezigde afregeling zou zijn de invoering van de schematisatie volgens Weenink (2). Bijlage 22 waarin de eindresultaten zijn verwerkt laat het volgende beeld zien: Den Helder en Borkum hebben voor eenzelfde overschrijdingsfrequentie sterk verschillende hoogwaterstanden, maar ongeveer dezelfde gemiddelde significante golfhoogte terwijl het verloop van de lijn van het Eierlandsche Gat die van Den Helder dicht benaderd. In geval van Vlissingen is er op grond van een visuele beschouwing van het bodemprofiel en van GONO-berekeningen gekozen voor een belangrijk ondiepere bodemschematisatie. Ter vergelijking is de in notitie WWKZ-82G.259 voor HvH gepresenteerde lijn eveneens in bijlage 22 opgenomen

    DecSerFlow: Towards a Truly Declarative Service Flow Language

    Full text link
    The need for process support in the context of web services has triggered the development of many languages, systems, and standards. Industry has been developing software solutions and proposing standards such as BPEL, while researchers have been advocating the use of formal methods such as Petri nets and pi-calculus. The languages developed for service flows, i.e., process specification languages for web services, have adopted many concepts from classical workflow management systems. As a result, these languages are rather procedural and this does not fit well with the autonomous nature of services. Therefore, we propose DecSerFlow as a Declarative Service Flow Language. DecSerFlow can be used to specify, enact, and monitor service flows. The language is extendible (i.e., constructs can be added without changing the engine or semantical basis) and can be used to enforce or to check the conformance of service flows. Although the language has an appealing graphical representation, it is grounded in temporal logic

    Measuring Sophistication of Epistemic Beliefs Using Rasch Analysis

    Full text link
    Van Strien, J. L. H., Bijker, M., Brand-Gruwel, S., & Boshuizen, H. P. A. (2012, July). Measuring sophistication of epistemic beliefs using Rasch analysis. In J. van Aalst, K. Thompson, M. J. Jacobson, & P. Reimann (Eds.), The future of learning: Proceedings of the 10th international conference of the learning sciences (Vol. 2, pp. 197-201). Sydney, NSW, Australia: International Society of the Learning Sciences.Measuring epistemic beliefs is challenging from a conceptual as well as a methodological point of view. Conceptually, it is hard to distinguish between naïve and sophisticated beliefs, and methodologically, common statistical techniques yield inconsistent results. In response to these challenges, a new instrument to measure high school students’ epistemic beliefs was designed and validated. The 55-item instrument contained three scales (absolutism, multiplism, evaluativism), that reflected different stages in epistemic development (Kuhn, 1991; 1999), moving from naïve to sophisticated beliefs. Rasch analysis was used to analyze the data. The analysis confirmed the existence of the three scales with moderate reliability coefficients

    Dorpsstraat 1

    No full text
    In juni 2007 heeft ADC ArcheoProjecten een archeologisch onderzoek uitgevoerd op de locatie van een middeleeuwse huisterp aan de Dorpsstraat in Aalst. Op deze plaats, die in de volksmond bekend staat als "De heuvel", worden twee huizen gebouwd. Tijdens het onderzoek zijn de twee bouwputten uitgegraven (werkput 1 en 2) tot op een diepte van ca. 1,5 m beneden maaiveld. Werkput 1 bevindt zich op de noordelijke flank van de terp. De werkput is in twee vlakken onderzocht en tijdens dit onderzoek zijn een aantal sporen en veel vondsten uit de Middeleeuwen aangetroffen. Er konden drie bewoningsfasen worden herkend; een fase uit de 12e, 13e en derde kwart van de 14e eeuw. De terplagen bevonden zich ook nog op een dieper niveau, maar deze zullen bij de bouwwerkzaamheden niet verstoord worden. De vondst van een mantelspeld (fibula) uit de Romeinse tijd en enkele sporen en vondsten uit de Vroege Middeleeuwen vormen een verdere aanwijzing dat in de diepere ondergrond nog meer oudere bewoningsfasen aanwezig zijn. De vondsten kunnen tot in het derde kwart van de 14e eeuw worden gedateerd, wat erop wijst dat de terp in de 15e eeuw is verlaten. Op de oostelijke flank van de terp is een grote vergraving uit de 19e eeuw aangetroffen. Hieronder bevonden zich enkele dierbegravingen, waarvan de ouderdom door het ontbreken van vondstmateriaal niet duidelijk is. De kern van de terp bevindt zich vermoedelijk op de locatie waar het huidige pand Dorpsstraat 1 staat. Het onderzoek op de huisterp heeft veel informatie over de middeleeuwse geschiedenis van Aalst blootgegeven. Naast de ontwikkeling van de huisterp is op basis van de grote hoeveelheid laat middeleeuwse vondsten veel informatie over de materiele cultuur verkregen. Naast ijzeren messen en scharen zijn ook enkele bijzondere objecten gevonden. Zo duiden de versierde gespjes en een zandstenen vijzel op een zekere welstand van de terpbewoners. Daarnaast zijn een aantal nieuwe vormtypen van grijsbakkend aardewerk aangetroffen. De vondst van een complete ingegraven voorraadpot is ook als zeer bijzonder te bestempelen. Kortom, voor een kortdurend onderzoek heeft het onderzoek in Aalst een schat aan informatie opgeleverd

    Process-aware information systems : lessons to be learned from process mining

    No full text
    A Process-Aware Information System (PAIS) is a software system that manages and executes operational processes involving people, applications, and/or information sources on the basis of process models. Example PAISs are workflow management systems, case-handling systems, enterprise information systems, etc. This paper provides a brief introduction to these systems and discusses the role of process models in the PAIS life-cycle. Moreover, it provides a critical reflection on the state-of-the-art based on experiences with process mining. Process mining techniques attempt to extract non-trivial and useful information from event logs. One aspect of process mining is control-flow discovery, i.e., automatically constructing a process model (e.g., a Petri net) describing the causal dependencies between activities. The insights provided by process mining are very valuable for the development of the next generation PAISs because they clearly show a mismatch between the models proposed for driving these systems and reality. On the one hand, models tend to oversimplify things resulting in systems that are too restrictive. On the other hand, models fail to capture important aspects of business processes
    corecore