6161 research outputs found
Sort by
Vlakdekkend aanvullen en updaten van de GGA-kaart (2023-2025)
In het kader van het Onroerenderfgoeddecreet ontwikkelt de Vlaamse overheid instrumenten die een betere integratie van de erfgoedzorg in de ruimtelijke ordening dienen te realiseren. Voor archeologie hoort het in kaart brengen van gebieden waar geen archeologisch erfgoed te verwachten is (GGA) hier eveneens bij. Het principe is dat gebieden die als GGA gekarteerd worden, vrijgesteld zijn van een archeologisch onderzoekstraject. Sinds 2016 wordt de GGA-kaart periodiek vastgesteld door het agentschap Onroerend Erfgoed (OE).
Voor deze update van de Gebieden Geen Archeologie kaart van Vlaanderen werd een Tijdelijke Maatschap opgericht door zes archeologische bedrijven. Door een combinatie van uiteenlopende databronnen te raadplegen van archeologische rapporten tot hoogtemodellen en luchtfotografische gegevens werd een onderbouwde en transparante methode ontwikkeld die heel wat nieuwe GGA-gebieden opleverde. Voor het volledige Vlaamse grondgebied werd de GGA-oppervlakte met ongeveer de helft uitgebrei
Energieprestatiescores van onroerend erfgoed
De energieprestatie van onroerend erfgoed is een belangrijke uitdaging binnen de onroerenderfgoedzorg. Aanpassingen en werken in het kader van energie-efficiëntie met respect voor de erfgoedwaarden maken onlosmakelijk deel uit van hedendaags erfgoedbeheer. Tegelijk kan er in de praktijk een spanningsveld zijn tussen het behoudsprincipe van de erfgoedwaarden en bepaalde energetische ingrepen aan gebouwen. In dit rapport willen we loskomen van de casuïstiek en een meer cijfermatig en globaal beeld geven. Aan de hand van de energieprestatiecertificaten opgemaakt van 2019 tot en met oktober 2024, verwerven we meer inzicht in de energieprestaties van onroerend erfgoed: wijken de energielabels van panden met een erfgoedstatuut af van de panden zonder erfgoedstatuut, wat zijn de verschillen in distributies van energiescores, bestaat er een onderscheid tussen de energetische prestaties van residentieel en klein, niet-residentieel erfgoed, heeft het gebouwtype een effect op het energielabel,...
Laatmiddeleeuwse sporen in het Mercator-Orteliushuis te Antwerpen Eindverslag van een toevalsvondst.
Tijdens restauratie- en renovatiewerken aan het 16de-eeuwse Mercator-Orteliushuis in Antwerpen werd op 20 oktober 2022 een toevalsvondst gemeld aan het agentschap Onroerend Erfgoed. Tijdens de archeologische opgravingen werden stortlagen van antropogene oorsprong aangetroffen die wijzen op bewoning en ambachtelijke activiteiten in de directe omgeving. Het grootste deel van de opgravingsput werd ingenomen door een grote kuil met een opvullingspakket die rijk was aan aardewerkscherven. Deze konden worden geïnterpreteerd als afval afkomstig van één of meerdere pottenbakkersateliers, vermoedelijk uit de Korte Ridderstraat. Op basis van het aardewerk kunnen de lagen in de kuil gedateerd worden in de late 13de tot vroege 14de eeuw.
Daarnaast werden ook dierlijke resten aangetroffen in de opvullingslagen. Gezien het beperkte potentieel aan kenniswinst werd besloten dit ensemble niet verder te onderzoeken.
Verder kwamen er resten van muren, kelders en een beerput aan het licht. Deze zijn jonger en dateren uit verschillende perioden: van de 15de en 16de eeuw tot zelfs de 19de eeuw, toen het gebouw een meer industriële functie kreeg
Een onderzoek naar de evolutie van landschap en vegetatie in Vlaanderen op basis van palynologisch onderzoek van waterputten
Aanvankelijk was archeologisch onderzoek in grote mate beperkt tot de studie van resten van de materiële
cultuur van vroegere beschavingen en gemeenschappen. Sinds de tweede helft van de vorige eeuw wordt binnen het archeologisch onderzoek de mens niet langer beschouwd als een geïsoleerd wezen maar als een onderdeel van een groter ecosysteem en is ook de leefomgeving van de mens in het verleden een belangrijk studieonderwerp geworden.
Inzicht in deze relatie tussen de mens en zijn omgeving in het verleden is echter niet alleen van belang voor de archeologie an sich.
Voor het begrijpen en remediëren van actuele problemen
zoals het verlies aan biodiversiteit, voor het herstel en beheer van (semi-)natuurlijke biotopen, het duurzaam
beheer van onze landschappen is deze kennis belangrijk. Om een degelijk inzicht te krijgen in de relatie tussen veranderingen in milieu en maatschappelijke evoluties is een goed begrip van de interactie tussen de mens en zijn omgeving in het verleden zelfs cruciaal.
De meest gebruikte methode voor de studie van de vegetatie in het verleden, en in het bijzonder voor de studie
van de evolutie van die vegetatie gedurende lange perioden, is de palynologie. Deze methode steunt op de
analyse van pollen en sporen uit opeenvolgende lagen van sedimenten of veenpakketten die over lange tijd zijn
geaccumuleerd. In Vlaanderen zijn er echter nauwelijks complete natuurlijke archieven zoals veenafzettingen en meerbodems aanwezig. Opvullingssedimenten van archeologische sporen, zoals waterputten, poelen en andere waterhoudende antropogene structuren, kunnen hier echter gedeeltelijk een alternatief voor bieden.
De resultaten van deze palynologische onderzoeken vormen een onontgonnen schat aan informatie over de laat-Holocene vegetatie en landschapsgeschiedenis in Vlaanderen
Legeweg, Oostkamp: Verslag van resultaten archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem (proefsleuvenonderzoek)
Archeologische prospectie met ingreep in de bodem Diepenbeek Nierstraat - Waardestraat
Dit rapport werd ingediend bij het agentschap samen met een aantal afzonderlijke digitale bijlagen. Een aantal van deze bijlagen zijn niet inbegrepen in dit pdf document en zijn niet online beschikbaar. Sommige bijlagen (grondplannen, fotos, spoorbeschrijvingen, enz.) kunnen van belang zijn voor een betere lezing en interpretatie van dit rapport. Indien u deze bijlagen wenst te raadplegen kan u daarvoor contact opnemen met: [email protected]