570 research outputs found
Bureauonderzoek Muntstraat 42, Wijk bij Duurstede
In opdracht van het Weveo Ingenieurs-, Advies- en Projektenburo heeft Archol een bureauonderzoek uitgevoerd in de gemeente Wijk bij Duurstede, op de locatie Muntstraat 42 te Wijk bij Duurstede. Aanleiding van het onderzoek is het voornemen van Weveo om binnen het plangebied nieuwbouw te plegen in de vorm van een berging. Hiertoe dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden. Doel van het onderzoek is vast te stellen of deze werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Het bureauonderzoek wees uit dat het gehele plangebied zich bevindt in een gebied met een hoge archeologische verwachting op resten uit de Volle Middeleeuwen tot Nieuwe tijd.
De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat op basis van de resultaten van een nabijgelegen booronderzoek de archeologische verwachting gehandhaafd dient te worden. De landschappelijke ligging alsmede het gegeven dat het plangebied zich binnen de oude stadskern van Wijk bij Duurstede bevindt biedt aanleiding tot het verwachten van archeologische resten. Wij verwachten echter dat de oorspronkelijke opbouw gedeeltelijk verstoord is maar men dient in principe uit te gaan van een intact bodemprofiel. Gezien de onzekerheid van de aanwezigheid van archeologische sporen, het ontbreken van aanwijzingen van gebruik in het verleden van het te bebouwen deel van het plangebied alsmede de beperkte omvang en diepte van de geplande verstoring adviseren wij om geen vervolgonderzoek uit te voeren. Zelfs bij aanwezigheid van een intact bodemprofiel zal naar verwachting, gezien de geringe diepte van de geplande verstoring, weinig kennisrendement worden behaald.
Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies
Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek voor Rijndijk 5, gemeente Wijk bij Duurstede
In opdracht van het Weveo Ingenieurs-, Advies- en Projektenburo heeft Archol een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd in de gemeente Wijk bij Duurstede, op de locatie Rijndijk 5. Aanleiding van het onderzoek is het voornemen van Weveo om binnen het plangebied nieuwbouw te plegen en een paddenpoel aan te leggen. Hierbij staat vast dat herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Doel van het onderzoek is vast te stellen of deze werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Het bureauonderzoek wees uit dat het gehele plangebied zich bevindt in een gebied met een hoge archeologische verwachting op resten uit de late prehistorie tot Nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van afzettingen van de Houtense stroomgordel in de ondergrond.
De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat op basis van de resultaten van het booronderzoek de archeologische verwachting naar beneden moet worden bijgesteld. De oorspronkelijke opbouw bleek gedeeltelijk verstoord. De landschappelijke ligging biedt echter nog steeds aanleiding tot het verwachten van archeologische resten. Om deze reden wordt een archeologische begeleiding van de geplande graafwerkzaamheden geadviseerd. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies
Terug naar de Bandkeramiek: "vergeten" onderzoeken van de bandkeramiek
Samenvatting Odyssee project
Het archeologisch onderzoek naar de lineaire bandkeramiek (LBK) in Nederland kent een lange geschiedenis. Vanaf 1925 zijn amateur- en beroepsarcheologen bezig onze kennis van die cultuur te vergroten door het verzamelen van oppervlaktevondsten en door kleinere en grotere opgravingen, in wisselwerking met buitenlands onderzoek. De Leidse Universiteit, en met name prof. dr P.J.R. Modderman, heeft daarin sinds 1967 een internationaal toonaangevende rol gespeeld met grote opgravingen in de Limburgse regio te Elsloo, Geleen, Sittard en Stein. Opvallend is dat, buiten het onderzoek van Modderman, desondanks de publicaties van de onderzoeksgegevens summier zijn. De meeste onderzoeksresultaten die in de beginjaren van het bandkeramische regionale onderzoek werden behaald, zijn in korte overzichtsartikelen gepubliceerd waarbij de zogenaamde "krenten uit de pap" werden gepresenteerd. Deze onderzoeken zijn wel richtinggevend geweest voor het onderzoek naar de bandkeramische cultuur, maar de huidige vraagstellingen vragen om een gedetailleerd inzicht in de onderzoeksgegevens. Daarom is het noodzakelijk deze "vergeten" gegevens boven water te halen en voor iedereen toegankelijk te maken.
Het hier te presenteren NWO-Odyssee projectvoorstel behelst de uitwerking van een selectie van dertien (nood)opgravingen, uitgevoerd door de Universiteit Leiden, het Rijksmuseum van Oudheden en/of amateurarcheologen in de periode vóór de grote opgravingen van Modderman (1926-1949) en de periode daarna (1970-2000) onder de projectnamen Beek-Molensteeg, Berg aan de Maas-Pastoor Eijckstraat, Catsop-Spoorlijn, Echt-Annendaal , Geleen-Bergstraat, Geleen-Centraal Laboratorium, Geleen-Seipgensstraat, Geleen-Urmonderbaan , Maastricht-Belvedère, Maastricht-Caberg, Maastricht-Klinkers en Stein-Haven. De vindplaatsen Annendaal, Belvedère, Caberg, Klinkers en Seipgensstraat zijn grotendeels vlakdekkend onderzocht waarbij meerdere huisstructuren met bijhorende langskuilen zijn aangetroffen. De overige onderzoeken betreffen kleinschaligere archeologische noodopgravingen waar bandkeramische bewoningssporen zijn aangetroffen die van belang zijn qua landschappelijke situering of vondsten voor de periode van de bandkeramiek. Het is een selectie van onderzoeken uit een, helaas, groter aantal van niet of nauwelijks uitgewerkte onderzoeken. De resultaten van deze noodopgravingen vormen een belangrijke aanvulling op het langlopende regionale onderzoek van de Universiteit Leiden, met name door Modderman, omdat andere uitgangspunten en methodieken nieuwe en bijzondere data opleveren. De integratie van die oude en jonge, maar niet afdoend gepubliceerde opgravingen met de wèl afdoend gepubliceerde opgravingen zullen een wetenschappelijke meerwaarde opleveren.
Dankzij 'Malta' en de daaruit vloeiende nieuwe monumentenwet wordt thans de bandkeramiek weer op de kaart gezet, er worden bandkeramische opgravingen uitgevoerd, en door beleidskaarten worden terreinen waarin bandkeramische nederzettingen verwacht worden, nu ook planologisch op gemeentelijk niveau beschermd. Net als in de jaren zestig van de vorige eeuw wordt lokaal een grote archeologische waarde toegeschreven aan de bandkeramiek en wordt zelfs in enkele gevallen gemeentelijke Limburgse identiteit geassocieerd met de bandkeramiek. Ondanks deze hernieuwde interesse en binding blijkt de rol van de Universiteit Leiden vooralsnog beperkt: nagenoeg alle bandkeramische specialisten zijn gepensioneerd (echter voorlopig nog wel actief) maar er is (nog) geen opvolging. Een veertig jaar durende onderzoekstraditie en de bijhorende kennis binnen de Universiteit Leiden dreigt verloren te gaan. Juist in een tijd waarin de bandkeramiek als belangrijk voor de hedendaagse Limburgse identiteit wordt aangemerkt, een warm politiek klimaat wordt geschapen, en "maatschappelijke relevantie" toeneemt, mag de wetenschap niet achterblijven. De dreigende erosie van kennis die is ingezet, kan en moet gekeerd worden. Door een samenwerkingsverband aan te gaan van "oude" onderzoekers met een jongere generatie wordt deskundigheidsbevordering gestimuleerd. Naast het uitwerken van de diverse onderzoeken is minstens zo belangrijk dat er kennisoverdracht plaatsvindt in een samenstelling die uniek is voor het bandkeramisch onderzoek in Nederland. Juist de combinatie van onderzoekers van het eerste uur (Bakels, Van de Velde, De Grooth, Brounen, Hendrix en Vromen) die in meerdere of mindere mate betrokken zijn geweest bij bovenstaande projecten én jonge onderzoekers die richtinggevend zijn voor de nieuwe generatie, laat het fundamentele belang van dit project zien. Uitwerking van de genoemde onderzoeken tot uiteindelijk een KNA-conform rapport en kennisoverdracht vormen naast publieke voorlichting, in de vorm van een tentoonstelling en een website, het centrale thema van het hier voorgestelde project
‘Vergeten’ bandkeramiek. Een Odyssee naar de oudste neolithische bewoning in Nederland
Het archeologisch onderzoek in Nederland naar de vroegneolithische Lineaire Bandkeramiek cultuur of LBK (5250-4950 v. Chr.) heeft een lange geschiedenis. Sinds de eerste vondsten in 1925 werken amateur- en beroepsarcheologen er aan om onze kennis van deze cultuur te vergroten. Naast grote opgravingen die door de Universiteit Leiden zijn uitgevoerd, heeft veel (meest kleinschaliger) onderzoek plaatsgevonden dat minstens belangrijke aanvullende gegevens kan bieden, zo niet een ander licht kan werpen op de bestaande beeldvorming. Buiten het onderzoek van de Universiteit zijn publicaties echter summier of ontbreken geheel, ook die betreffende de eerste bandkeramische opgravingen. Het NWO-Odyssee onderzoeksproject Terug naar de Bandkeramiek, ‘vergeten’ onderzoeken van de Bandkeramiek heeft deze ’vergeten’ opgravingen boven water gehaald.
Voor dit project is een selectie van deze kleinere bandkeramische opgravingen uitgewerkt en toegankelijk gemaakt voor (aansluitend) wetenschappelijk onderzoek als ook voor een groter publiek; daarnaast is er binnen het project kennisoverdracht geweest op een jongere generatie onderzoekers.
In deze publicatie wordt de rijke onderzoeksgeschiedenis besproken en verslag gedaan van de opgravingen van veertien bandkeramische vindplaatsen in de Graetheideregio alsmede het gebied ten noorden van Maastricht. De (her)analyses van de geselecteerde onderzoeken worden per vindplaats gepresenteerd en in een synthetiserend kader geplaatst. De aandacht gaat daarbij uit naar: nederzettingsstructuur en landschappelijke inkadering (Van Wijk & Amkreutz), de chronologie van het bandkeramisch aardewerk (Van de Velde), het vuursteengebruik en de -herkomst (De Grooth), de stenen werktuigen (Verbaas), het non-bandkeramisch aardewerk (Brounen), het gebruik van oker (Wijnen), en de bandkeramische cultuurgewassen (Bakels).
Als centraal thema wordt aan de hand van genoemde aspecten de bewoningsdynamiek ten oosten en westen van de Maas belicht Onder de algemene noemer van Lineaire Bandkeramiek blijkt een variabiliteit in het gebruik en herkomst van diverse gebruiksgoederen schuil te gaan die groter was dan aangenomen werd en die nu in onze analyses duidelijk naar voren komt.
De ‘vergeten’ onderzoeken van de Bandkeramiek krijgen op deze wijze alsnog de hun toekomende plaats in de onderzoeksgeschiedenis geboden.
De voor dit project geselecteerde vindplaatsen zijn:
Beek-Molensteeg 1979 (Universiteit Leiden)
Elsloo-Spoorlijn 1929-1930 (RMO)
Berg aan de Maas- Pastoor Eijckstraat 1991 (Hendrix)
Echt-Annendaal (HVR183) 1984 (Universiteit Leiden/RMO)
Geleen-Bergstraat 1932 (RMO)
Geleen-Centraal Laboratorium 1989 (Hendrix)
Geleen-Seipgensstraat 2001 (Vromen)
Geleen-Urmonderbaan 1983-1986 (Hendrix/Vromen)
Maastricht-Belvédère 1988 (Universiteit Leiden, Vromen)
Maastricht-Caberg 1925-1934 (Holwerda)
Maastricht-Klinkers 1988 (Universiteit Leiden, De Warrimont)
Maastricht-Sint Christoffelplein 2000 (Dijkman)
Stein-Haven 1925-1927 (RMO)
Stein-Steinderveld 1962 (ROB
The Sweet and Sorrow of Pancreatic cancer: Galectin-4 and glycosylation in pancreatic cancer
Kooyk, Y. van [Promotor]Die, I.M. van [Copromotor
Een karterend inventariserend veldonderzoek proefsleuven te Sittard-Achtbunder, gemeente Sittard-Geleen
In opdracht van de gemeente Sittard-Geleen heeft Archol BV een IVO-proefsleuven uitgevoerd in de wijk Achtbunder te Sittard. In totaal zijn 5 sleuven aangelegd op verschillende locaties waar opnieuw gebouwd gaat worden. Op enkele natuurlijke verstoringen na werden geen vondsten en sporen aangetroffen tijdens het onderzoek. Voor de zes deellocaties waar gebouwd gaat worden geldt dat geen behoudenswaardige resten zijn aangetoond en vervolgonderzoek niet nodig is
Archeologische quickscan Stein-Brede School (gemeente Stein)
Archeologisch Onderzoek Leiden (Archol BV) heeft in opdracht van de gemeente Stein een bureauonderzoek met veldinspectie (quickscan) uitgevoerd in het plangebied Stein – Brede School (figuur 1). Op termijn wordt op een perceel van circa 0,5 ha een nieuwe school gerealiseerd. De percelen zijn momenteel in gebruik als grasland (braakliggend) en nog deels in gebruik als schoolterrein (BS De Brök). Het onderzoek is verricht door drs. I.M. van Wijk op 28 januari 2014 (tabel 1).
Het plangebied ligt volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Stein1 in een gebied met een hoge verwachting op archeologische waarden. Doel van het onderzoek is deze mogelijke waarden voorafgaand in kaart te brengen alsmede de diepte van het archeologisch vlak vast te stellen. Het terrein is vroeger bebouwd geweest en thans geheel braakliggend. De vraag resteert wat de mate van verstoring is. Dit getoetst middels een booronderzoek. Op basis van de resultaten kan vervolgens een advies worden opgesteld over een verdere omgang met mogelijk archeologische waarden in het plangebied. De bouwwerkzaamheden kunnen leiden tot verstoring van eventueel aanwezige archeologische resten
Inventariserend Veld Onderzoek van een nederzettingsterrein uit de vroege ijzertijd te Stein (locatie Gavarellestraat-Assevedostraat)
In opdracht van Stichting Maaskant Wonen heeft Archeologisch Onderzoek Leiden BV (Archol) een Inventariserend Veld Onderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven uitgevoerd op de locatie Gavarellestraat-Assevedostraat in de gemeente Stein. Aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de geplande bouw van woningen binnen het plangebied. De bouwwerkzaamheden zullen leiden tot verstoring en vernietiging van de binnen het plangebied aanwezige archeologische resten.
Doel van het onderzoek is vast te stellen welke archeologische waarden in de ondergrond van het geselecteerde terrein aanwezig zijn en wat hun fysieke en inhoudelijke kwaliteit is. De waardering van het terrein dient volgens de richtlijnen van de KNA 3.1 te gebeuren. Dit zodat een gefundeerde onderbouwing van verder beleid met betrekking tot de archeologische waarden binnen het terrein mogelijk is.
Onderzoek maakt deel uit van een campagne waarbij tevens een terrein te Elsloo-Aeslerhof wordt onderzocht voor dezelfde opdrachtgever Maaskant Wone
Archol Rapport 25: Aanvullend archeologisch onderzoek in Nuland en Vinkel, gemeente Maasdonk; Onderzoek van twee esdekcomplexen
In opdracht van de gemeente Maasdonk heeft Archol BV een AAO verricht op de locaties Vinkel-Brugstraat en Nuland-Heiduinen.Slechts op een klein deel, in het noorden van het terrein bleek een redelijk intact bodemprofiel bewaard te zijn. Ook hier zorgden zandwinningskuilen echter voor een sterke aantasting van het sporenvlak. Het overige deel van het terrein bleek een afgetopt bodemprofiel te tonen.De geïsoleerde dekzandruggen zijn intensief
gebruikt gedurende de hele prehistorie, en zelfs tot op de dag van vandaag
- …
