254,085 research outputs found

    First report of the Board of Managers of West Philadelphia Hospital for Women and Children

    No full text
    Annual reports of the board of managers of West Philadelphia Hospital for Women documenting the hospital activity, including lists of committee reports, statistics on patients treated, information on nursing training, and donor lists. Founded by Dr. Elizabeth Comly-Howell in 1889, the West Philadelphia Hospital for Women was established in order to provide a place in West Philadelphia where women could be treated by women

    Twenty-Ninth Annual Report of the Board of Managers of the West Philadelphia Hospital for Women

    No full text
    Annual reports of the board of managers of West Philadelphia Hospital for Women documenting the hospital activity, including lists of committee reports, statistics on patients treated, information on nursing training, and donor lists. Founded by Dr. Elizabeth Comly-Howell in 1889, the West Philadelphia Hospital for Women was established in order to provide a place in West Philadelphia where women could be treated by women

    West-Friese Archeologische Rapporten 128

    No full text
    De oudste sporen op het terrein dateren in de 12de eeuw en betreffen voornamelijk daliekuilen. Deze kuilen werden gebruikt om de zure veengrond geschikter te maken voor akkerbouw door hier klei aan toe te voegen. Het terrein was in deze periode dus ontgonnen en in gebruik. Bewoningsresten uit deze periode werden niet aangetroffen. Zowel de middeleeuwse als de 16de en 17de eeuwse sloten en greppels liggen óf haaks, óf parallel aan de Oosterboekelweg. De bewoningssporen zijn aangetroffen aan de westzijde van het plangebied in de hoek van de Herenweg en de Oosterboekelweg. Er is een diachrone bewoning aangetroffen van de 13de tot en met de 21ste eeuw. In de middeleeuwen werden meerdere fasen van een terp en bewoning aangetroffen in de vorm van een terplichaam, terpsloten, enkele paalkuilen en meerdere haardplaatsen. De resten uit de 16de eeuw beperkten zich tot een bakstenen waterput. In de 17de eeuw stond een langhuis met de voorgevel aan de Herenweg of een L-vormig huis met de voorgevel aan de Oosterboekelweg. Dit huis werd in de 18de eeuw omgebouwd tot een vierkanten herenhuis. Van de fasen uit de Nieuwe Tijd werd een behoorlijke hoeveelheid sporen aangetroffen. Het ging hierbij voornamelijk om muurfunderingen, waterkelders, een waterput, kelders, een tuinhuis, een zomerkeuken en meerdere straatniveau’s. De bewoningssporen uit de Middeleeuwen zijn aangebracht op een terp die in meerdere fasen is opgehoogd en uitgebreid. De terp is opgehoogd met vrij zavelige klei, maar ook veen en kleibrokken werden gebruikt. Het is aannemelijk dat het materiaal uit de directe omgeving afkomstig was. In de ophoging zijn drie fasen onderscheiden. Het dateren van de fasen bleek lastig door gebrek aan vondstmateriaal. Een duidelijke aanwijzing gaf sloot S61. Dit was de noordelijke terpgrens in de eerste fase van de terp (1200-1250). Vervolgens werd deze gedicht en naar het noorden toe uitgebreid. In deze fase werd de terp niet naar het oosten toe uitgebreid (1250-1400). Na 1400 werd het oostelijke deel van de terp opgehoogd met meerdere venige pakketten (1400-1500). Van de laatmiddeleeuwse huizen is zeer weinig teruggevonden. Wat haardkuilen en enkele paalkuilen. Mogelijk werden de huizen op een houten raster gebouwd, zodat bij afbraak weinig van de sporen overbleef. De huizen uit de Nieuwe Tijd zijn in ieder geval deels in bakstenen uitgevoerd. Het is zeer goed mogelijk dat in de oudere fasen een bakstenen plint aanwezig was, waarop verder een houten huis stond, maar dit kon in het veld niet worden bevestigd of ontkracht. Op het perceel is van de 13de eeuw tot aan de sloop van het herenhuis in 2016 gewoond. In sommige herkende fasen bestonden de archeologische resten uit niet veel meer dan een waterput. Vermoedelijk werden de huizen toen op een houten raamwerk gebouwd, waarbij na sloop geen resten in de grond overblijven. Opvallend was dat de aangetroffen materiële cultuur niet wees op gegoede burgerij, iets wat op basis van de bewoners van het perceel en de historische gegevens wel verwacht werd. Een verklaring hiervoor kan zijn dat geen beerputten en afvalkuilen zijn aangetroffen waarin het afval is weggegooid

    Trip generation rates, peaking characteristics, and vehicle mix characteristics of special West Virginia generators : executive summary.

    No full text
    For a number of land uses, published trip rates were not appropriate for application in West Virginia. There are a number of so-called special generators, which are either unique to West Virginia (i.e., regional jails) or have assumed increased importance;See also PB2000-105907 and PB2000-105908. Sponsored by West Virginia Dept. of Transportation, Charleston. Div. of Highways. and Federal Highway Administration, Charleston, WV. West Virginia Div.; pg. 1

    West, L. D., 1845- : Confederate Service Record, 190?.

    No full text
    This service record is an account of military actions during the American Civil War by veteran L. D. West (1845- ), dated from 190?.1 leaf ; 2 pdf pages.All descriptive lists and service records in this United Confederate (Civil War) Veterans manuscript collection believed to be based out of Robert E. Lee Camp #158 of the United Confederate Veterans (Fort Worth, Tex.). United Confederate Veterans. R.E. Lee Camp No. 158 (Fort Worth, Tex.)The Southwest Collection Manuscript Record can be accessed at the following URL: http://www.lib.utexas.edu/taro/ttusw/00119/tsw-00119.htm

    The politics of monetary sector cooperation among the Economic Community of West African States members

    Get PDF
    The author tries to explain why monetary cooperation and integration have been difficulty to achieve among member states of the Economic Community of West African States (ECOWAS). He shows how different interest groups--both members and nonmembers--have over time influenced policies and positions on various ECOWAS member states. Unfortunately, most negotiations for cooperation among ECOWAS member states have a much better monetary cooperation and integration program, mainly because of France's active support and participation in negotiations, mediation, and consensus building. Unfortunately, Nigeria-which has been the main force behind bilingual regional integration in West Africa--has a different agenda from France. Its promotion of a bilingual economic grouping in West Africa was in part an attempt to reduce France's influence in West Africa, so France is unlikely to allow economic and monetary cooperation and integration along Nigerian lines. The fact that Nigeria is still a weak state does not help. The choice for francophone West African countries is therefore between closer ties with France--which has provided development aid, ensured currency convertibility, and guaranteed monetary stability in those francophone countries--and closer ties with Nigeria (which has done none of the above for itself, much less for its neighbors). The increasing convergence of macroeconomic indices among ECOWAS member countries--which is essential for monetary cooperation and integration--has come about largely because of events outside of ECOWAS or because of externally (International Monetary Fund) imposed structural adjustment programs. France's support is essential for the development of a meaningful ECOWAS.Payment Systems&Infrastructure,Earth Sciences&GIS,Economic Theory&Research,National Governance,Fiscal&Monetary Policy,National Governance,Trade and Regional Integration,Earth Sciences&GIS,TF054105-DONOR FUNDED OPERATION ADMINISTRATION FEE INCOME AND EXPENSE ACCOUNT,Economic Theory&Research

    West-Friese Archeologische Rapporten 111

    No full text
    In 2008 is een opgraving uitgevoerd door Hollandia Archeologen op de hoek van de Torenstraat en de Baansteeg in Enkhuizen. Hierbij is een waterput gevonden met onderin een laag afval uit de periode 1625-1675. Dit afval omvat keramiek, tabakspijpen, glas, bouwkeramiek, hout, textiel, leer, metaal, lakzegels, been, perkament en natuursteen. Hiernaast zijn etensresten aangetroffen, namelijk dierlijk bot en botanische resten. Het afval is afkomstig van de welgestelde familie De Jager, die tot 1672 een groot huis aan de Torenstraat bewoonde. Dit maakt het aannemelijk dat de put uiterlijk in 1672 is dichtgestort. Het bekendste lid van de familie is Zacheus de Jager, die dokter was van beroep. Ook zijn oudste zoon Adolf en zijn schoonzoon waren arts. Zijn tweede vrouw Margaretha van Beresteyn was dochter van een zeer rijke familie. Haar vader en Adolf waren beide bewindhebber bij de VOC in Enkhuizen. Een deel van de vondsten uit de afvalput kan worden verbonden aan het beroep van Zacheus, zijn zoon en zijn schoonzoon. Doktoren hielden zich in de 17de eeuw vooral bezig met het stellen van diagnoses en het behandelen van inwendige aandoeningen. Het meest in het oog springend zijn de vier urinalen, bestemd voor het bestuderen van de urine van een patiënt. Dit piskijken, ook wel uroscopie genoemd, werd veel toegepast om een diagnose te kunnen stellen. Vaak werden hierna medicijnen voorgeschreven. Zij konden worden gekocht bij een apotheker, maar sommige doktoren maakten ook zelf medicijnen. Ook leden van de familie De Jager lijken dit te hebben gedaan, want tussen het afval is een glazen trechter gevonden. De kleine glazen flesjes (acht exemplaren) en zalfpotten van aardewerk zijn mogelijk gebruikt om zelfgemaakte medicijnen in te bewaren. Twee kleine bolle flesje met een platte bovenkant waren onderdeel van een zandloper. Dit voorwerp kan goed een functie hebben gehad in een dokterspraktijk. Dankzij het onderzoek naar de etensresten valt een goed beeld te vormen van het voedsel dat door de familie de Jager is gegeten. Wat hierbij met name opvalt is de grote diversiteit: de familie kon zich duidelijk een zeer gevarieerd dieet veroorloven. Bij de botanische resten vallen vooral de producten op die waarschijnlijk vanuit het Mediterrane gebied zijn geïmporteerd: rijst, druif, perzik, abrikoos, vijg, meloen, granaatappel, olijven en amandel. Enkele planten zijn mogelijk gebruikt door de dokters voor het maken van medicijnen, namelijk ijzerhard, zeepkruid, hennep en maanzaad. Het dierlijk botmateriaal is afkomstig van zoogdieren, vogels en vissen. Naast de ‘gewone’ consumptiedieren, zoals rund en varken, at de familie ook minder gangbare dieren als konijn, haas, wilde eendensoorten, goudplevier en pauw. De vissenbotten zijn voornamelijk afkomstig van platvis, haring, kabeljauw, baars en paling, maar ook luxere soorten als zalm en zeebaars zijn aanwezig. De botten van de kabeljauw en zalm zijn afkomstig van grote vissen. Vermoedelijk zijn zij niet als geheel gekocht, maar als moten op de vismarkt. De kleine baarsjes zijn mogelijk gebruikt om bouillon van te trekken en visgelei van te maken. De sporen op diverse botten wijzen er tot slot op dat de familie een hond had die kliekjes te eten kreeg

    Trip generation rates, peaking characteristics, and vehicle mix characteristics of special West Virginia generators : Volume 2, appendices.

    No full text
    For a number of land uses, published trip rates were not appropriate for application in West Virginia. There are a number of so-called special genertators, which are either unique to West Virginia (i.e., regional jails) or have assumed increased importanc;See also PB2000-105906 and PB2000-105907 (Volume 1). Sponsored by West Virginia Dept. of Transportation, Charleston. Div. of Highways. and Federal Highway Administration, Charleston, WV. West Virginia Div.;pg 22

    Ronald L. Carlson selected for West Publishing\u27s Author\u27s Inside Look program

    No full text
    Professor Ronald L. Carlson has been selected to participate in West Publishing\u27s Author\u27s Inside Look program, which brings together a small group of legal authors from around the nation to discuss how West can improve its publishing process as well as the future of law school publishing in general

    Ronald L. Carlson selected for West Publishing\u27s Author\u27s Inside Look program

    No full text
    Professor Ronald L. Carlson has been selected to participate in West Publishing\u27s Author\u27s Inside Look program, which brings together a small group of legal authors from around the nation to discuss how West can improve its publishing process as well as the future of law school publishing in general
    corecore