1,720,991 research outputs found
LHEH3
Opdrachtgever: Horsman & Co Lisse B.V. Coordinaten:98.175 / 474.900 Datum einde onderzoek: 27-06-2012 Projectmedewerkers: P. Ilson Complextype(n): NS Datering: NT (17e eeuw) Diversen: Verschoof, W.B., Plangebied Heereweg 213-217, gemeente Lisse; een archeologische begeleiding (protocol proefsleuven met eventuele doorstart naar protocol opgraven), RAAPrapport 2578, (WEESP, 2012) Het betreft een sloopbegeleiding van de aanwezige funderingen
Afgebroken ende gemineerd Het kasteel van Oijen, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (geofysisch)
RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in november 2011 een bureau- en inventariserend veldonderzoek (geofysisch) uitgevoerd op het kasteelterrein Oijen ten oosten van het dorp Oijen in de gemeente Oss.
Op basis van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat in het plangebied nog steeds resten aanwezig zijn van de hoofdburcht van kasteel Oijen. De locatie van de hoofdburcht en de verschillende elementen daarbinnen zijn uit de weerstandsmetingen goed te herleiden. Zo is de ligging van de binnenplaats, een poortgebouw en drie mogelijke gebouwen aangetoond. De omvang van de hoofdburcht kon globaal vastgesteld worden op 45 bij 45 meter. Er is aangetoond dat ondanks de sloopwerkzaamheden in 1511 op verschillende plaatsen binnen het plangebied funderingen aanwezig zijn. Daarnaast zijn er enkele zones met veel puin die wijzen op grootschalige sloopwerkzaamheden.
• Centraal in het plangebied ligt een min of meer vierkante binnenplaats (A) met een afmeting van ongeveer 6 x 26 meter. Mogelijk wordt deze binnenplaats verder opgedeeld door een (binnen)muur (F).
• De binnenplaats wordt omgeven door een (ring)muur met een dikte van ongeveer 4 meter (L). Deze (ring)muur wordt aan de oostkant onderbroken door een poort met een breedte van ongeveer 6 meter (I). Deze poort lijkt aan weerszijden te zijn versterkt met twee waltorens (J).
• Om de ringmuur ligt een slotgracht (C). De omvang hiervan is niet te bepalen op basis van de huidige resultaten.
• Op drie plaatsen in de ringmuur zijn uitspringende gebouwen waar te nemen (D, E & K). Het noordelijke gebouw (D) lijkt rond van vorm te zijn en een diameter te hebben van ongeveer 7 meter. Het westelijke gebouw is min of meer vierkant met zijden van circa 9 meter (E). Het zuidelijke gebouw lijkt rechthoekig van vorm met een lange zijde van 14 meter (K). Het is goed mogelijk dat één van deze gebouwen de grote toren is geweest. Ook is mogelijk dat een van deze een eerdere woon- of zaaltoren is, die is opgenomen in het kasteel
Plangebied A4 tracégedeelte Steenbergen, Sectie 1.01, gemeente Steenbergen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (waarderende fase)
Onderzoek in drie deelgebied, tot en met april 2009, rapportage: 28 juli 2009
Groot, R.W. de,Plangebied A4 tracégedeelte Steenbergen, Sectie 1.01, gemeente Steenbergen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (waarderende fase), RAAPrapport 1944 (WEESP, 2009)
Het betreft een waarderend onderzoek n.a.v. de resultaten van het karterend booronderzoek (hoort bij onderzoeksmeldingen 34559 en 34560)
UTMA2
RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op 2 locaties waar de aanleg de aanleg van het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) om de Zuid is gepland. Een locatie ligt parallel aan de Laan van Maarschalkerweerd en de tweede locatie ligt parallel aan de Weg tot de Wetenschap.
Langs de Weg tot de Wetenschap bestaat de diepere ondergrond uit dekzand. Voor het dekzand geldt een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Prehistorie. Het booronderzoek heeft op deze locatie geen aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van archeologische resten. Op basis van het onderzoek wordt daarom geconcludeerd dat de kans op de aanwezigheid van grotere vindplaatsen van jager-verzamelaars gemeenschappen binnen het tracé van de HOV zeer klein is. Wel kunnen kleinere of vondstarme vindplaatstypen aanwezig zijn. Deze zijn echter met booronderzoek slecht per toeval te karteren.
Langs de Laan van Maarschalkerweerd bevinden zich oeverafzettingen in de ondergrond van het plangebied. In het merendeel van deze boringen zijn geen aanwijzingen voor bodemvorming in de top van de oeverafzettingen aangetroffen. In de oeverafzettingen zijn geen archeologische indicatoren waargenomen. De kans dat er in het plangebied sprake is van vindplaatsen in de top van de oeverafzettingen wordt dan ook erg klein geacht
Goeree-Overflakkee - Ouddorp, Kasteelberg Spreeuwenstein
Archaeological Heritage Managemen
Kasteelberg Spreeuwenstein. Archeologisch onderzoek naar de motte van Ouddorp
Archaeological Heritage Managemen
Afgebroken ende gemineerd. Het kasteel van Oijen, gemeente Oss; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (geofysisch)
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
- …
