196,476 research outputs found

    Opgraving - variant archeologische begeleiding. Aanleg kabels aan de Oosterweg te Pieterburen, gemeente Het Hogeland.: Antea Group Archeologie 2019/125

    No full text
    Antea Projectnummer 436792. In april 2019 heeft Antea Group Archoelogie een archeologisch veldonderzoek (Opgraving, variant archeologische begeleiding) uitgevoerd op een locatie langs de Oosterweg te Pieterburen (afb. 1). Aanleiding is de aanleg van een laagspanningskabel. Op basis van een quickscan is aanbevolen het grootste deel van het tracé vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling; met uitzondering van het tracédeel binnen een AMK-terrein. Hier is een archeologische begeleiding uitgevoerd van de open ontgravingen. Dit tracédeel ligt net ten zuiden van Molen de Vier Winden (Rijksmonument nr. 14560, gebouwd in 1846). De verwachting was om eventuele resten van (een) eerdere molen(s), behuizing of erf aan te treffen. Conform PvE is tijdens de archeologische begeleiding in de leidingsleuf een profiel aangelegd en gedocumenteerd. Er zijn geen sporen aangetroffen die in direct verband gebracht kunnen worden met een oudere molen of het molenaarshuis. Wel zijn ten zuidoosten van de molen twee bakstenen fundamenten aangetroffen die ongeveer 1,5 m uit elkaar liggen. Het zou kunnen gaan om de fundamenten van een bijgebouwtje, dat vermoedelijk niet ouder is dan de 19e eeuw. In de zwartgrijze kleilaag (S1000) is op verschillende plekken in de sleuf een baksteenverharding aangetroffen. Dit is vermoedelijk een oud pad uit de 19e eeuw. Onder dit pad is een ophogingslaag gevonden (S1001). Het is mogelijk dat voorafgaand aan de bouw van de eerste molen een molenbergje is aangelegd, waarvan deze ophogingslaag het restant is

    ARC-Rapporten 2005-128

    No full text
    In de binnenstad en in de Hortusbuurt in Groningen worden ondergrondse afvalcontainers geplaatst. Hiertoe worden op een aantal locaties bouwputten gegraven waarin deze containers geplaatst worden. Enkele van deze locaties zijn door de gemeentelijk archeoloog van Groningen, drs. G.L.G.A. Kortekaas geselecteerd voor archeologische begeleiding omdat er naar verwachting sporen van vroegere bewoning aanwezig zijn. Deze archeologische begeleiding is in opdracht van de gemeente Groningen uitgevoerd door ARC bv . Het veldwerk is op verschillende tijdstippen door verschillende ploegen uitgevoerd. Als eerste is de locatie Achter de Muur opgegraven op 18 juni 2004 door drs. S.J. Tuinstra, mw. drs. M.C. Blom en B. Schomaker. Locatie de Korenbeurs is opgegraven op 21 juni 2004 door drs. S.J. Tuinstra, mw. drs. M.C. Blom en B. Schomaker. Locatie Nieuwstad is op 25 juni 2004 opgegraven door drs. S.J. Tuinstra, drs. M.A. Huismanen B. Huizenga. De locaties Pottebakersrijge, locatie Westerhaven-Bossina en locatie Westerhavenstraat-A straat zijn respectievelijk op 7 juli, 8 juli en 9 juli 2004 begeleid door drs. S.J. Tuinstra en B. Schomaker. Het veldwerk op de locaties Spilsluizen nr. 5, Nieuwe Kijk in ´t Jatstraat 64, Nieuwe Boteringestraat 60 en 78, en Brouwersstraat 4 is door mw. drs. J.B. Hielkema en mw. drs. M. Essink uitgevoerd van 3 t/m 6 oktober 2005. Locatie Lage der Aa is door drs. J.Y. Huis in ’t Veld op 13 en 14 december 2005 begeleid. Het uitgraven van de gaten waarin de containers worden geplaatst is uitgevoerd door de firma Sjouke Dijkstra uit Aduard. Tijdens de begeleiding zijn diverse categorieën vondsten geborgen. Deze zijn bestudeerd en beschreven door drs. J. Schoneveld (aardewerk), mw. drs. H. Halıcı (faunaresten) en mw. drs. S.A. Mulder (metaal). Het archeologisch begeleiden van het ingraven van afvalcontainers in de binnenstad en de Hortusbuurt van Groningen heeft interessante gegevens opgeleverd, die de reeds bestaande kennis van de archeologie van de stad Groningen verder kunnen aanvullen. In de binnenstad zijn op de locatie Achter de Muur restanten aangetroffen van een wal en een fundament van kloostermoppen, die mogelijk bij de stadsmuur behoren. In de Nieuwstad is een grondverbetering voor een zware constructie aangetroffen die kan worden gerelateerd aan het kloostercomplex van het Heilige Geest Gasthuis. Aan de Potterbakkersrijge en het Lage der Aa zijn restanten van een kademuur en een kade-anker gevonden. Aan de Westerhaven is een aarden wal van het bastion naast de A-poort aangetroffen en de put op de hoek van de A-straat is ingegraven in de vuling van de oude stadsgracht. Het onderzoek in de Hortusbuurt heeft in de Nieuwe Kijk in ´t Jatstraat en de Nieuwe Boteringestraat restanten van een oude bouwvoor opgeleverd. Deze oude bouwvoor stamt uit de Middeleeuwen, toen dit gebied buiten de stad lag en in gebruik was als akkerland en weidegrond. De bouwput op de locatie Spilsluizen bleek in een diepe gracht te zijn uitgegraven. Dit grachtdeel kan worden gerelateerd aan de bocht in de gracht rondom de Ebbingepoort. In de Nieuwe Boteringestraat is een waterput aangetroffen. In de Brouwersstraat werd de Kleisloot aangesneden. Deze is de voorloper van het Boterdiep en vormde de verbinding tussen de stadsgrachten en de benedenloop vn de Hunze. Het aangetroffen vondstmateriaal stamt uit de Middeleeuwen, Nieuwe en Nieuwste Tijd

    Antea Group Archeologie 2019/125

    No full text
    Antea Projectnummer 436792. In april 2019 heeft Antea Group Archoelogie een archeologisch veldonderzoek (Opgraving, variant archeologische begeleiding) uitgevoerd op een locatie langs de Oosterweg te Pieterburen (afb. 1). Aanleiding is de aanleg van een laagspanningskabel. Op basis van een quickscan is aanbevolen het grootste deel van het tracé vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling; met uitzondering van het tracédeel binnen een AMK-terrein. Hier is een archeologische begeleiding uitgevoerd van de open ontgravingen. Dit tracédeel ligt net ten zuiden van Molen de Vier Winden (Rijksmonument nr. 14560, gebouwd in 1846). De verwachting was om eventuele resten van (een) eerdere molen(s), behuizing of erf aan te treffen. Conform PvE is tijdens de archeologische begeleiding in de leidingsleuf een profiel aangelegd en gedocumenteerd. Er zijn geen sporen aangetroffen die in direct verband gebracht kunnen worden met een oudere molen of het molenaarshuis. Wel zijn ten zuidoosten van de molen twee bakstenen fundamenten aangetroffen die ongeveer 1,5 m uit elkaar liggen. Het zou kunnen gaan om de fundamenten van een bijgebouwtje, dat vermoedelijk niet ouder is dan de 19e eeuw. In de zwartgrijze kleilaag (S1000) is op verschillende plekken in de sleuf een baksteenverharding aangetroffen. Dit is vermoedelijk een oud pad uit de 19e eeuw. Onder dit pad is een ophogingslaag gevonden (S1001). Het is mogelijk dat voorafgaand aan de bouw van de eerste molen een molenbergje is aangelegd, waarvan deze ophogingslaag het restant is

    Dr. Duane M. Jackson, Morehouse College, July 2011

    No full text
    This video is a conversation with Dr. Duane M. Jackson. Dr. Jackson talks about his paper, "Recall and the Serial Position Effect: The Role of Primacy and Recency on Accounting Students' Performance." Jackie Daniel, AUC Woodruff Library, is the interviewer

    "Reflections on the subject of Emigration from Europe with a view to Settlement in the United States" By M. Carey.

    No full text
    "Reflections on the subject of Emigration from Europe with a view to Settlement in the United States: containing bried sketches of the moral and political character of those states. By M. Carey, member of the American philosophical, and of the American Antiquarian Society, and author of The Olive Branch, Cindiciae Hibernicae, essays on banking, on political economy, and on internal improvement. To which are now added the English editor's comments on the subject; together with Important Advice to Emigrants, and Cautions Against Impositions Practiced in the Outports

    Dispelling the Myths Behind First-author Citation Counts

    No full text
    We conducted a full-scale evaluative citation analysis study of scholars in the XML research field to explore just how different from each other author rankings resulting from different citation counting methods actually are, and to demonstrate the capability of emerging data and tools on the Web in supporting more realistic citation counting methods. Our results contest some common arguments for the continued use of first-author citation counts in the evaluation of scholars, such as high correlations between author rankings by first-author citation counts and other citation counting methods, and high costs of using more realistic citation counting methods that are not well-supported by the ISI databases. It is argued that increasingly available digital full text research papers make it possible for citation analysis studies to go beyond what the ISI databases have directly supported and to employ more sophisticated methods

    A computational electoral competition model with social clustering and endogenous interest groups as information brokers

    No full text
    We extend the basic model of spatial competition in two directions. First, political parties and voters do not have complete information but behave adaptively. Political parties use polls to search for policy platforms that maximize the probability of winning an election and the voting decision of voters is influenced by social interaction. Second, we allow for the emergence of interest groups. These interest groups transmit information about voter preferences to the political parties, and they coordinate voting behavior. We use simulation methods to investigate the convergence properties of this model. We find that the introduction of social dynamics and interest groups increases the separation between parties platforms, prohibits convergence to the center of the distribution of voter preferences, and increases the size of the winning set.

    Dr. Glendon Swarthout

    No full text
    Hosted by Roger M. Busfield, MSU Assistant Professor of Speech and Theater, Meet the Author is designed to introduce a general audience to a contemporary author and their work through in-depth interviews. This episode features a conversation between Dr. Glendon Swarthout, prolific author and English professor at MSU, and assistant professors Sam S. Baskett and Theodore B. Strandness

    A Computational Electoral Competition Model with Social Clustering and Endogenous Interest Groups as Information Brokers

    No full text
    We extend the basic model of spatial competition in two directions. First, political parties and voters do not have complete information but behave adaptively. Political parties use polls to search for policy platforms that maximize the probability of winning an election and the voting decision of voters is influenced by social interaction. Second, we allow for the emergence of interest groups. These interest groups transmit information about voter preferences to the political parties, and they coordinate voting behavior. We use simulation methods to investigate the convergence properties of this model. We find that the introduction of social dynamics and interest groups increases the separation between parties platforms, prohibits convergence to the center of the distribution of voter preferences, and increases the size of the winning set.

    ARC-Rapporten 2004-47

    No full text
    De gemeente Littenseradiel bereidt de vervanging en uitbreiding van het rioleringssysteem in zeven dorpskernen voor. Arcadis is als raadgevend ingenieur bij dit project betrokken en heeft als een van de deelaspecten van het plan ook aandacht besteed aan de gevolgen voor het archeologisch erfgoed. Na een vergelijking van de plantekeningen met de gegevens uit de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) is de aanbeveling gedaan om op twee locaties, te weten Winsum Bruggeburen en Baard centrum, archeologische begeleiding plaats te laten vinden. De gemeente Littenseradiel heeft op basis van de status volgens het vigerende bestemmingsplan besloten opdracht te verlenen tot het uitvoeren van een waarderend archeologisch booronderzoek op de laatstgenoemde locatie. Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd door Archaeological Research & Consultancy (ARC bv), als onderaannemer van Arcadis. Het onderzoek valt binnen de specificaties van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie1 voor een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van boringen. Het veldonderzoek vond plaats op woensdag 27 juli 2004 en is uitgevoerd door drs. S.J. Tuinstra en drs. M.A. Huisman. Het restant van het fosfaatrijke ophogingspakket in boring 2 is zeer beperkt in omvang, het is immers niet aangetroffen in de boringen 1 en 3, en het zal daarom waarschijnlijk weinig aanvullende informatie opleveren. Het terprestant uit boring 6 lijkt beter bewaard te zijn gebleven en werpt interressante vragen op over de fasering van de dorpsterp. Daarom adviseren wij –indien de bodemverstorende werkzaamheden ter plekke dieper gaan dan 1,20 m– op deze locatie professionele archeologische begeleiding uit te voeren tijdens de graafwerkzaamheden
    corecore