1,043 research outputs found

    Nearly optimal asset allocations in retirement

    No full text
    An important and frequently studied question for retirees is: what is the optimal asset allocation during retirement? This article provides a brief but simple message that conservative asset allocations in retirement are quite acceptable after all. A wide range of asset allocations tend to provide very similar results in terms of sustainable withdrawal rates for given probabilities of failure. For example, with Monte Carlo simulations based on historical data parameters, a 4.4 percent withdrawal rate for a 30-year horizon could be supported with a 10 percent chance of failure using a 50/50 asset allocation of stocks and bonds. But the range of stock allocations supporting a withdrawal rate within 0.1 percentage points of this maximum extend from 27 to 87 percent. Though asset allocation will also impact the amount which can be left as bequests, it is the case that relatively low stock allocations can support retirees just as well for a given failure rate and retirement duration.retirement planning; safe withdrawal rates; asset allocation

    Can We Predict the Sustainable Withdrawal Rate for New Retirees?

    No full text
    I investigate how well market valuation and yield measures predict the maximum sustainable withdrawal rate (MWR) that a person can use with their retirement savings to obtain inflation-adjusted income over a 30-year period. The regression framework includes variables to predict long-term stock returns, bond returns, and inflation (the components driving a retiree's remaining portfolio balance). It produces estimates that fit the historical data well. This study suggests that a 4 percent withdrawal rate cannot be considered as safe for U.S. retirees in recent years when the cyclically-adjusted price-earnings ratio has experienced historical highs and the dividend yield has experienced historical lows. Nevertheless, there are important qualifications for these predictions. Most importantly, they depend on out-of-sample estimates as the circumstances of the past 15 years have not been witnessed before. Readers persuaded by this analysis may wish to include TIPS and other assets as a part of their portfolios, and recent retirees should closely monitor their spending and portfolio balance. Maintaining flexibility with retirement spending is important. More generally, this framework can guide new retirees toward a reasonable range for their expected MWR so that the 4 percent rule need not be blindly followed.safe withdrawal rates, retirement planning, market valuation, price-earnings ratio, dividend yield, stock returns, bond returns

    Psycholinguïstiek

    No full text
    De psycholinguïstiek houdt zich bezig met het bestuderen van taalgedrag vanmensen. Interessant is daarbij de vraag of en in welke mate modaliteit invloedheeft op de wijze waarop taal functioneert in de hersenen. Door te kijken naartaalstoornissen als gevolg van een hersenbeschadiging komen we meer te wetenover waar taal in de hersenen gelocaliseerd is. Er zijn twee hersenhelften: delinker- en rechterhersenhelft, ook wel de linker- en rechterhemisfeer genoemd.Voor de meeste mensen, doof en horend, rechts- en linkshandig blijkt de linkerhemisfeerin grote lijnen gespecialiseerd te zijn voor taal. Een beschadiging inhet gebied van Broca heeft problemen met taalproductie tot gevolg, terwijl eenbeschadiging in het gebied van Wernicke vooral leidt tot problemen met taalbegripmaar ook tot lexicale substituties. De rechterhemisfeer speelt echter ook eenrol met name op discourse niveau. Er is wel een verschil tussen dove en horendeafatici en dat heeft te maken met de rol die de rechterhemisfeer speelt bij hetverwerken van ruimtelijke relaties en de verschillen tussen extrapersonal spaceen intrapersonal space. Onderzoek naar taalbegrip kan inzicht geven in de wijzewaarop mensen taal begrijpen. Spraakgeluid is een continu signaal en klankenzijn ook variabel. Dit geldt ook voor gebarentalen. Interessant is de vraag opwelke manier de gebaarder een gebaar herkent: moet hij het hele gebaar zien ofis de handvorm al genoeg? Uit onderzoek blijkt dat met name de beweging heelbepalend is voor de herkenning van een gebaar. Daarnaast speelt ook de contexteen rol.Onderzoek naar de manier waarop taal in de hersenen wordt opgeslagenheeft geleid tot verschillende theorieën over het werkgeheugen. Onderzoekershebben zich vooral op één model gebaseerd, het multiple-componentmodel.Voor de vergelijking met gebarentalen is vooral de fonologische lus interessant.Dit is het onderdeel waar fonologisch materiaal tijdelijk wordt opgeslagen.Gebarentaalgebruikers slaan informatie op in de vorm van gebaren. Dit is vastgesteldaan de hand van onderzoek naar fouten die dove gebarentaalgebruikersmaken bij het onthouden en reproduceren van gebaren. Er is dan ook een metde fonologische lus vergelijkbare visuo-spatiële lus. Net als gesprokentaalgebruikershebben gebarentaalgebruikers moeite met het onthouden van lexemendie fonologisch erg op elkaar lijken. Er is een verschil tussen horende en dovemensen als het gaat om de capaciteit van het werkgeheugen: gebaarders kunnenminder items onthouden dan sprekers. Dit heeft waarschijnlijk te maken met hetfeit dat het articuleren van een woord minder tijd kost dan het maken van eengebaar.De relatie tussen de vorm en de betekenis van een woord is over het algemeenwillekeurig of arbitrair. Bij gebaren is er echter meer sprake van een relatie tussende vorm en betekenis: er zijn iconische gebaren naast arbitraire gebaren.Sommige iconische gebaren zijn transparant: de relatie tussen vorm en betekenisis heel erg duidelijk. Uit psycholinguïstisch onderzoek naar de rol van iconiciteitblijkt dat iconische gebaren niet makkelijker te herkennen zijn dan arbitrairegebaren, maar wel makkelijker te onthouden als je de betekenis eenmaal weet.Onderzoek naar versprekingen geeft inzicht in het proces van taalproductie. Slipsof the hand laten zien hoe gebarentaalproductie verloopt en welke eenheden relevantzijn. Eerst worden lemma’s uit het mentale lexicon gehaald. Hierbij kunnensemantische substituties optreden. Wanneer de geselecteerde lemma’s tot eengrammaticale zin gecombineerd worden kunnen anticipaties, perseveraties enverwisselingen optreden. Pas in een volgende stap worden de juiste fonologischevormen, de lexemen, uit het fonologische lexicon gehaald. Als bij de selectievan een lexeem iets mis gaat, dan hebben we te maken met een fonologischesubstitutie. Net als lemma’s kunnen ook fonologische elementen geanticipeerd,gepersevereerd en verwisseld worden. Bovendien kunnen adjacente gebaren versmelten.Tenslotte wordt in het taalproductieproces instructie gegeven aan dearticulatieorganen om de uiting te articuleren. Hierbij zijn assimilatieprocessente constateren

    Taalverandering en taalcontact

    No full text
    Gebarentalen bestaan net zo lang als er dovengemeenschappen zijn. Pas in deachttiende eeuw vinden we beschrijvingen van Franse gebaren die in het onderwijsgebruikt werden. Vanaf de negentiende eeuw hebben we films en foto’s vanverschillende gebaren. Net als in gesproken talen bestaan er taalfamilies. Metbehulp van lexicostatistiek kan de verwantschap vastgesteld worden tussen talen.Gebarentalen veranderen in de loop van de tijd. Dit kan verschillende oorzakenhebben. Er zijn diverse manieren om naar taalveranderingen te kijken: diachronetaalkunde kijkt hoe taal in de loop van de tijd verandert en synchronetaalstudie houdt zich bezig met het taalsysteem op een bepaald moment in de tijd.Veranderingen vinden plaats op verschillende linguïstische niveaus. Assimilatieen vloeiendheid spelen ook een rol in veranderingen zoals te zien is in samenstellingen.Gebaren kunnen ook van functie veranderen. Van grammaticalisatieis sprake als er een verandering plaatsvindt van een lexicaal element naareen grammaticaal element. De ontwikkeling die een woord of gebaar doormaaktwordt grammaticalisatiepad genoemd. De ontwikkeling van een grammaticaleconstructie naar een lexicaal element noemen we lexicalisatie.Er zijn verschillende vormen van taalcontact: tussen gesproken talen en gebarentalenen tussen gebarentalen onderling. Er zijn verschillende visies op de relatietussen gebarentalen en gesproken talen: van een diglossiesituatie, naar een continuümnaar overlappende domeinen als het gaat om systemen als Nederlandsmet Gebaren of Signed English. Wanneer een taalgebruiker wisselt van taalvormof code, spreekt men van codewisseling. Codewisseling kan plaatsvinden binneneen taal, maar ook tussen twee of meer talen. Wanneer er binnen een zin van codegewisseld wordt, spreekt men van code-mixing. Veranderingen als gevolg vancontact met andere gebarentalen zijn vaak te vinden in het lexicon: leenwoordenof leengebaren zijn hier een voorbeeld van. Soms worden gebaren in hun geheelovergenomen, maar soms worden gebaren gedeeltelijk aangepast. Ook binnenInternational Sign is er sprake van het lenen van gebaren uit verschillende gebarentalen.Niet alleen uit gebarentalen worden gebaren geleend, ook de geschrevenvorm van gesproken talen kan van invloed zijn op gebaren, zoals te zien is ingebaren die van oorsprong gevingerspeld zijn. Ten slotte kan ook de gesprokentaal van invloed zijn op een gebaar zoals te zien is in de gesproken componentvan gebaren
    corecore