1,720,958 research outputs found

    ADC rapport 5183

    No full text
    ADC ArcheoProjecten heeft in mei 2020 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Trekdijk in Nieuw- en Sint Joosland (gemeente Middelburg). De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van het Trekdijkgebied ten zuiden van Nieuw- en Sint Joosland. Dit onderzoek is een aanvulling van een eerder onderzoek in het Trekdijkgebied, waarbij het plangebied in eerste instantie buiten beschouwing is gebleven. Op basis van het bureauonderzoek gold met name een archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Late IJzertijd/Romeinse tijd en plaatselijk voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een (verkennend/karterend) booronderzoek uitgevoerd. Uit de boringen blijkt dat zich aan de basis het Laagpakket van Wormer, onderdeel van de Formatie van Naaldwijk, bevindt. De bovenzijde hiervan is aangetroffen rond 3 m -NAP. Het betreft voornamelijk wadvlakteafzettingen. Deze afzettingen worden afgedekt door een homogeen en compact pakket veen, dat onderin met name bestaat uit rietveen. De bovenzijde van het veen ligt vrijwel overal dieper dan ca. 1,5 m -NAP. In diverse boringen is sprake van aanwijzingen voor moernering. Daar waar de top van het veen intact is, is deze veraard. Het veen wordt bedekt door dek- en geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Met name het veraarde en niet gemoerneerde deel van het Hollandveen Laagpakket alsmede kreekruggen op het Laagpakket van Walcheren worden beschouwd als relevante potentiële archeologische niveaus

    Meije 65, Bodegraven, Gemeente Bodegraven-Reeuwijk

    No full text
    ADC ArcheoProjecten heeft in augustus 2021 een bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie Meije 65 in Bodegraven. De aanleiding voor het onderzoek zijn de voorgenomen ingrepen waarbij een gedeelte van de bestaande bebouwing, waaronder drie opstallen, zal worden verwijderd. Er zal één nieuwe woning worden gerealiseerd in het plangebied. De nieuwbouw overlapt gedeeltelijk de bestaande opstallen. Twee van de bestaande gebouwen zullen worden gehandhaafd. Één van de te handhaven gebouwen betreft een 19e-eeuwse boerderij. Deze boerderij is gebouwd tussen 1815 en 1829 en maakt deel uit van het (cultuur)historische bebouwingslint langs de Meije. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek werden resten van bewoning verwacht in de vorm van (cultuur)lagen vanaf de IJzertijd of een oude bouwvoor met archeologische vondsten uit de Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Het plangebied ligt langs de Meije stroomgordel. Op de kreekafzettingen van de Meije was vanaf de IJzertijd tot en met de Romeinse tijd bewoning mogelijk. Na de Romeinse tijd maakte het plangebied deel uit van een uitgestrekt moeras-landschap, dat vanaf de Middeleeuwen ontgonnen werd. Het plangebied is in ieder geval vanaf de vroege 19e eeuw bebouwd

    Plangebied Almen-Zuid, Fase 2B - Uitbreiding (gemeente Lochem)

    No full text
    ADC ArcheoProjecten heeft in augustus 2023 een aanvullend inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd achter Dorpsstraat 42 en 44 te Almen in het kader van een uitbreiding op het bestemmingsplan voor het plangebied Almen-Zuid. Op basis van eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek, direct aangrenzend ten zuiden van het plangebied, werden archeologische resten verwacht, daterend in de perioden Neolithicum – IJzertijd en Middeleeuwen. Teneinde de hierboven beschreven verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat uit matig fijn, matig siltig zand van een rivierduin. In het plangebied is een plaggendek aanwezig. In drie boringen is een restant van de B-C horizont aangetroffen. Verschillende moderne ingrepen hebben de top van de bodemprofielen geroerd. Het natuurlijke bodemprofiel is in alle boringen tot minimaal 55 cm onder maaiveld verstoord

    Meije 65, Bodegraven, Gemeente Bodegraven-Reeuwijk

    No full text
    ADC ArcheoProjecten heeft in augustus 2021 een bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie Meije 65 in Bodegraven. De aanleiding voor het onderzoek zijn de voorgenomen ingrepen waarbij een gedeelte van de bestaande bebouwing, waaronder drie opstallen, zal worden verwijderd. Er zal één nieuwe woning worden gerealiseerd in het plangebied. De nieuwbouw overlapt gedeeltelijk de bestaande opstallen. Twee van de bestaande gebouwen zullen worden gehandhaafd. Één van de te handhaven gebouwen betreft een 19e-eeuwse boerderij. Deze boerderij is gebouwd tussen 1815 en 1829 en maakt deel uit van het (cultuur)historische bebouwingslint langs de Meije. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek werden resten van bewoning verwacht in de vorm van (cultuur)lagen vanaf de IJzertijd of een oude bouwvoor met archeologische vondsten uit de Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Het plangebied ligt langs de Meije stroomgordel. Op de kreekafzettingen van de Meije was vanaf de IJzertijd tot en met de Romeinse tijd bewoning mogelijk. Na de Romeinse tijd maakte het plangebied deel uit van een uitgestrekt moeras-landschap, dat vanaf de Middeleeuwen ontgonnen werd. Het plangebied is in ieder geval vanaf de vroege 19e eeuw bebouwd

    Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis

    Get PDF
    The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed

    Variations on the Author

    Get PDF
    “Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship

    Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis

    Get PDF
    We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis

    Plangebied Trekdijk, Nieuw- en Sint Joosland (Gemeente Middelburg): Een aanvulling op een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek

    No full text
    ADC ArcheoProjecten heeft in mei 2020 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Trekdijk in Nieuw- en Sint Joosland (gemeente Middelburg). De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van het Trekdijkgebied ten zuiden van Nieuw- en Sint Joosland. Dit onderzoek is een aanvulling van een eerder onderzoek in het Trekdijkgebied, waarbij het plangebied in eerste instantie buiten beschouwing is gebleven. Op basis van het bureauonderzoek gold met name een archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Late IJzertijd/Romeinse tijd en plaatselijk voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een (verkennend/karterend) booronderzoek uitgevoerd. Uit de boringen blijkt dat zich aan de basis het Laagpakket van Wormer, onderdeel van de Formatie van Naaldwijk, bevindt. De bovenzijde hiervan is aangetroffen rond 3 m -NAP. Het betreft voornamelijk wadvlakteafzettingen. Deze afzettingen worden afgedekt door een homogeen en compact pakket veen, dat onderin met name bestaat uit rietveen. De bovenzijde van het veen ligt vrijwel overal dieper dan ca. 1,5 m -NAP. In diverse boringen is sprake van aanwijzingen voor moernering. Daar waar de top van het veen intact is, is deze veraard. Het veen wordt bedekt door dek- en geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Met name het veraarde en niet gemoerneerde deel van het Hollandveen Laagpakket alsmede kreekruggen op het Laagpakket van Walcheren worden beschouwd als relevante potentiële archeologische niveaus

    Dispelling the Myths Behind First-author Citation Counts

    Get PDF
    We conducted a full-scale evaluative citation analysis study of scholars in the XML research field to explore just how different from each other author rankings resulting from different citation counting methods actually are, and to demonstrate the capability of emerging data and tools on the Web in supporting more realistic citation counting methods. Our results contest some common arguments for the continued use of first-author citation counts in the evaluation of scholars, such as high correlations between author rankings by first-author citation counts and other citation counting methods, and high costs of using more realistic citation counting methods that are not well-supported by the ISI databases. It is argued that increasingly available digital full text research papers make it possible for citation analysis studies to go beyond what the ISI databases have directly supported and to employ more sophisticated methods
    corecore