7 research outputs found
Archeologisch bureauonderzoek ter plaatse van de duikerbrug op de Dorpsstraat te Oegstgeest
Archeologisch bureauonderzoek naar de aanwezigheid van bekende en verwachte archeologische waarden ter plaatse van de duikerbrug op de Dorpsstraat te Oegstgees
Archeologisch bureauonderzoek ter plaatse van de duikerbrug op de Dorpsstraat te Oegstgeest
Archeologisch bureauonderzoek naar de aanwezigheid van bekende en verwachte archeologische waarden ter plaatse van de duikerbrug op de Dorpsstraat te Oegstgees
Archeologisch Bureauonderzoek. Locatie Ossehaar te Coevorden, gemeente Coevorden.
Archeologisch bureauonderzoek naar de aanwezigheid van bekende en verwachte
archeologische waarden ter plaatse van de Locatie Ossehaar te Coevorden, gemeente
Coevorden
T&A Survey
Archeologische bureauonderzoek naar de aanwezigheid van bekende en verwachte archeologische waarden ter plaatse van Amsterdamseweg 40, gemeente Amstelveen
Bureauonderzoek archeologie. Aansluiting Natuurbelevingscentrum op de Buitenring (N702) te Almere.
Archeologisch bureauonderzoek naar de aanwezigheid van bekende en verwachte archeologische waarden ter plaatse van het project ‘aansluiting Natuurbelevingscentrum op de Buitenring (N702) te Almere’
Zuidnederlandse Archeologische Notities 627
In het plangebied Tricht-Laan van Crayestein in de gemeente Geldermalsen wordt een waterberging met overstortput gerealiseerd. VUhbs archeologie is verzocht een archeologisch onderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uit te voeren naar de verwachting op de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied.
Het bureauonderzoek heeft uitgewezen dat het plangebied ligt tussen de stroomgordel van Schaik en de stroomgordel van de Linge. Ook ten noorden van de beddinggordel van de Linge komen nog oeverafzettingen van de Linge voor, zoals onder meer is aangetoond in eerder onderzoek van VUhbs archeologie aan de Middelweg. Kijkende naar de geomorfologische kaart is het ook mogelijk dat in het plangebied een crevassegeul voorkomt, die op historisch kaartmateriaal lijkt te hebben voortbestaan als een greppel tussen de Laan van Crayestein en de Bulkstraat tot aan de demping in de tweede helft van de 17de eeuw, de 18de eeuw of het begin van de 19de eeuw.
Op basis van het bureauonderzoek is voor het plangebied een hoge verwachting opgesteld voor het aantreffen van sporen en resten van bewoning uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd vanaf de bedijking. Tevens is er een hoge verwachting voor de periode Vroege Middeleeuwen-Late Middeleeuwen op eventuele oeverafzettingen van de Linge in het plangebied. Indien er daadwerkelijk sprake is van een crevassegeul die mogelijk als greppel heeft voortbestaan kunnen ook resten in natte context aanwezig zijn. Hierbij kan gedacht worden aan afvaldeposities. Deze crevasse kan zijn gevormd gedurende het gehele bestaan van de Linge en kan daarom resten bevatten vanaf de Vroege Middeleeuwen, maar op basis van de historische gegevens is het noemenswaardig dat ook resten kunnen voorkomen uit de periode van het ontstaan van Tricht en de bewoning rondom het plangebied. Daarnaast kan in het bijzonder binnen het plangebied een gebouw aangetroffen worden dat voor het eerst zichtbaar is op kaartmateriaal uit het begin van de 19de eeuw en is gesloopt in de eerste helft van de 20ste eeuw. Naar aanleiding van de cultuurhistorische inventarisatie van de gemeente Geldermalsen is dit gebouw aangemerkt als een waardevolle archeologische waarnemingslocatie op de archeologische beleidskaart.
Tijdens het booronderzoek zijn op 0.22 m NAP tot 0.06 m -NAP (255-330 cm onder maaiveld) oever- op beddingafzettingen aangetroffen, waarschijnlijk toebehorend aan de stroomgordel van Deil. Hierop zijn komafzettingen gevormd. Deze komafzettingen zijn doorsneden door een crevassegeul, waarschijnlijk vanuit de Linge. Het bovenste pakket, tot 1.72-1.58 m NAP (105-160 cm onder maaiveld), bestaat uit een antropogeen geroerde grond. Op de oeverafzettingen van de stroomgordel van Deil worden archeologische sporen en resten verwacht uit de periode Neolithicum-Bronstijd. Dit is een aanvulling op de verwachting uit het bureauonderzoek, omdat de mogelijke aanwezigheid van deze stroomgordel niet bekend was binnen het plangebied. De in het bureauonderzoek gestelde verwachting voor sporen en resten van bewoning uit de perioden tot de bedijking in de Late Middeleeuwen wordt niet gehandhaafd, gezien het ontbreken van oeverafzettingen van de Linge waarvan deze verwachting afhankelijk is. Het is mogelijk dat door de vorming van de crevassegeul eventueel aanwezige oeverafzettingen van de Linge zijn geërodeerd. In plaats daarvan zijn enkel komafzettingen en afzettingen van een crevassegeul aangetroffen die blijkens historisch kaartmateriaal waarschijnlijk als greppel in het landschap is achtergebleven. De verwachting op het aantreffen van resten in natte context vanaf de Vroege Middeleeuwen in de geulvulling blijft daardoor wel behouden. In het bovenste pakket kan de aanwezigheid van intacte sporen en resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd niet worden uitgesloten. Het booronderzoek heeft geen directe resten aangetroffen van de bebouwing die onder meer als archeologische waarnemingslocatie is aangemerkt op de archeologische beleidskaart, maar daar is een verkennend booronderzoek ook geen geschikte methode voor.
Op basis van deze bevindingen wordt vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek uit te voeren als een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Op deze manier kan op de snelste en meest efficiënte wijze inzicht verkregen worden in de eventuele aanwezigheid en aard van archeologische vindplaatsen
Genetic Evidence for Causal Relationships Between Maternal Obesity-Related Traits and Birth Weight
This is the author accepted manuscript. The final version is available from the American Medical Association via the DOI in this record.Importance Neonates born to overweight or obese women are larger and at higher risk of birth complications. Many maternal obesity-related traits are observationally associated with birth weight, but the causal nature of these associations is uncertain.
Objective To test for genetic evidence of causal associations of maternal body mass index (BMI) and related traits with birth weight.
Design, Setting, and Participants Mendelian randomization to test whether maternal BMI and obesity-related traits are potentially causally related to offspring birth weight. Data from 30 487 women in 18 studies were analyzed. Participants were of European ancestry from population- or community-based studies in Europe, North America, or Australia and were part of the Early Growth Genetics Consortium. Live, term, singleton offspring born between 1929 and 2013 were included.
Exposures Genetic scores for BMI, fasting glucose level, type 2 diabetes, systolic blood pressure (SBP), triglyceride level, high-density lipoprotein cholesterol (HDL-C) level, vitamin D status, and adiponectin level.
Main Outcome and Measure Offspring birth weight from 18 studies.
Results Among the 30 487 newborns the mean birth weight in the various cohorts ranged from 3325 g to 3679 g. The maternal genetic score for BMI was associated with a 2-g (95% CI, 0 to 3 g) higher offspring birth weight per maternal BMI-raising allele (P = .008). The maternal genetic scores for fasting glucose and SBP were also associated with birth weight with effect sizes of 8 g (95% CI, 6 to 10 g) per glucose-raising allele (P = 7 × 10−14) and −4 g (95% CI, −6 to −2g) per SBP-raising allele (P = 1×10−5), respectively. A 1-SD ( ≈ 4 points) genetically higher maternal BMI was associated with a 55-g higher offspring birth weight (95% CI, 17 to 93 g). A 1-SD ( ≈ 7.2 mg/dL) genetically higher maternal fasting glucose concentration was associated with 114-g higher offspring birth weight (95% CI, 80 to 147 g). However, a 1-SD ( ≈ 10 mm Hg) genetically higher maternal SBP was associated with a 208-g lower offspring birth weight (95% CI, −394 to −21 g). For BMI and fasting glucose, genetic associations were consistent with the observational associations, but for systolic blood pressure, the genetic and observational associations were in opposite directions.
Conclusions and Relevance In this mendelian randomization study, genetically elevated maternal BMI and blood glucose levels were potentially causally associated with higher offspring birth weight, whereas genetically elevated maternal SBP was potentially causally related to lower birth weight. If replicated, these findings may have implications for counseling and managing pregnancies to avoid adverse weight-related birth outcomes.Funding/support of authors is as follows (funding details for individual studies are reported in the Supplement). Drs Frayling and Wood are supported by grant 323195 SZ-245 50371-GLUCOSEGENES-FP7-IDEAS-ERC from the European Research Council; Drs Hattersley and McCarthy are Wellcome Trust senior investigators; Dr McCarthy is a National Institutes of Health Research senior investigator. Dr Freathy is a Sir Henry Dale Fellow (Wellcome Trust and Royal Society grant 104150/Z/14/Z); Dr Tyrrell is funded by a Diabetes Research and Wellness Foundation Fellowship; Dr Richmond is funded by the Wellcome Trust 4-year studentship (grant code, WT083431MF). Drs Lawlor, Davey Smith, Evans, and Ring all work in a unit that receives funding from the University of Bristol and the UK Medical Research Council (grants MC_UU_1201/1/5, MC_UU_1201/1, and MC_UU_1201/4). Dr Lawlor is supported by awards from the Wellcome Trust (WT094529MA and WT088806) and US National Institutes of Health (R01 DK10324) and is a National Institutes of Health Research Senior Investigator (NF-SI-0611-10196). Drs Evans and Medland were supported by an Australian Research Council Future Fellowship (FT130101709 and FT110100548). Dr Järvelin is supported by a DynaHEALTH grant (European Union H2020-PHC-2014; 633595). Dr Feenstra is supported by an Oak Foundation Scholarship. Dr Bouchard is a junior research scholar from the Fonds de la recherché en santé du Québec (FRQS) and a member of the FRQS-funded Centre de recherché du CHUS. Dr M-F. Hivert is a Fonds de la recherché en santé du Québec research scholars and was awarded a Clinical Scientist Award by the Canadian Diabetes Association and the Maud Menten Award from the Institute of Genetics–Canadian Institute of Health Research. Dr Allard was awarded the Canadian Institute of Health Research–Frederick Banting and Charles Best Canada Graduate Scholarships. Dr Jaddoe is supported by the Netherlands Organization for Health Research and Development (ZonMw –VIDI 016.136.361). Dr Morris is a Wellcome Trust Senior Research Fellow (grant number WT098017). Dr Sørensen is holder of a European Research Council Advanced Principal Investigator award
