197,078 research outputs found
Addressing the alliance: The parent-professional alliance in home-based parenting support: Importance and associated factors
Contains fulltext :
202983.pdf (Publisher’s version ) (Open Access)Radboud University, 22 mei 2019Promotor : Scholte, R.H.J. Co-promotores : Pijnenburg, H.M.P.H.M., Hattum, M.J.C. van, McLeod, B.D.157 p
Gysseling (M.). Corpus van middelnederlandse teksten (tot en met het jaar 1300). Reeks I : Ambtelijke bescheiden, m.m.v. en van woordindices voorzien door Willy Pijnenburg
Prevenier Walter. Gysseling (M.). Corpus van middelnederlandse teksten (tot en met het jaar 1300). Reeks I : Ambtelijke bescheiden, m.m.v. en van woordindices voorzien door Willy Pijnenburg. In: Revue belge de philologie et d'histoire, tome 59, fasc. 2, 1981. Histoire médiévale, moderne et contemporaine — Middeleeuwse, moderne en hedendaagse geschiedenis. pp. 419-427
Associations between Measures of Structural Morphometry and Sensorimotor Performance in Individuals with Nonspecific Low Back Pain
BACKGROUND AND PURPOSE: To date, most structural brain imaging studies in individuals with nonspecific low back pain have evaluated volumetric changes. These alterations are particularly found in sensorimotor-related areas. Although it is suggested that specific measures, such as cortical surface area and cortical thickness, reflect different underlying neural architectures, the literature regarding these different measures in individuals with nonspecific low back pain is limited. Therefore, the current study was designed to investigate the association between the performance on a sensorimotor task, more specifically the sit-to-stand-to-sit task, and cortical surface area and cortical thickness in individuals with nonspecific low back pain and healthy controls. MATERIALS AND METHODS: Seventeen individuals with nonspecific low back pain and 17 healthy controls were instructed to perform 5 consecutive sit-to-stand-to-sit movements as fast as possible. In addition, T1-weighted anatomic scans of the brain were acquired and analyzed with FreeSurfer. RESULTS: Compared with healthy controls, individuals with nonspecific low back pain needed significantly more time to perform 5 sit-to-stand-to-sit movements (P < .05). Brain morphometric analyses revealed that cortical thickness of the ventrolateral prefrontal cortical regions was increased in patients with nonspecific low back pain compared with controls. Furthermore, decreased cortical thickness of the rostral anterior cingulate cortex was associated with lower sit-to-stand-to-sit performance on an unstable support surface in individuals with nonspecific low back pain and healthy controls (r = -0.47, P < .007). In addition, a positive correlation was found between perceived pain intensity and cortical thickness of the superior frontal gyrus (r = 0.70, P < .002) and the pars opercularis of the inferior ventrolateral prefrontal cortex (r = 0.67, P < .004). Hence, increased cortical thickness was associated with increased levels of pain intensity in individuals with nonspecific low back pain. No associations were found between cortical surface area and the pain characteristics in this group. CONCLUSIONS: The current study suggests that cortical thickness may contribute to different aspects of sit-to-stand-to-sit performance and perceived pain intensity in individuals with nonspecific low back pain.sponsorship: This work was supported by the Agency for Innovation by Science and Technology Flanders (http://www.iwt.be) (PhD fellowship to Madelon Pijnenburg and PhD fellowship to Nina Goossens, grant No,141037) and by the Research Foundation Flanders (http://www.fwo.be) (postdoctoral fellowship: Lotte Janssens, grant No.12M9815N). (Agency for Innovation by Science and Technology Flanders|141037, Research Foundation Flanders|12M9815N)status: Publishe
Archeologisch onderzoek AV Pijnenburg en SO Soest te Soest, gemeente Soest
In opdracht van de gemeente Soest heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Aanleiding voor het uitvoeren van het archeologisch bureauonderzoek is de aanleg van een nieuwe parkeerplaats bij AV (Atletiekvereniging) Pijnenburg en aanpassingen aan de parkeerplaats bij SO (Sport Organisatie) Soest. Hierbij wordt ontgraven tot maximaal 100 centimeter onder maaiveld.
Beide deelgebieden zijn gelegen binnen het bestemmingsplan Landelijk Gebied van de gemeente Soest. In beide deelgebieden is een dubbelbestemming Archeologie- Middelhoge verwachting aanwezig. Volgens de planregels is een maximale verstoring aan de bodem toegestaan van 500 m2 en 30 cm onder maaiveld.
SO Soest De bovenstaande vrijstellingsgrenzen worden door de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied SO Soest niet overschreden. Voor dit deelgebied is geen vervolgonderzoek vereist.
AV Pijnenburg De bovenstaande vrijstellingsgrenzen worden door de voorgenomen ontwikkeling in het deelgebied AV Pijnenburg overschreden (zie paragraaf 2.1.3). Conform het archeologiebeleid is archeologisch onderzoek nodig bij het deelgebied AV Pijnenburg.
Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerd verwachtingsmodel opgesteld.
De plangebieden zijn gelegen aan de rand van een stuwwal, naast een stuifzandgebied. Het gebied heette in de Middeleeuwen het Veen, en werd hoofdzakelijk als algemeen heidegebied gebruikt.
SO Soest Voor het deelgebied SO Soest is de kans op archeologische waarden uit het Paleolithicum en Mesolithium laag vanwege de ontwikkeling van het gebied tot heidegebied in de Middeleeuwen. Dit zal verstoringen aan de bodem hebben veroorzaakt. De verwachting op archeologie uit het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen is middelhoog. Gordeldekzandwelvingen zijn mogelijk al lange tijd een aantrekkelijke locatie geweest voor bewoning. De verwachting op archeologie uit de Nieuwe tijd is hoog, gezien de aanwezigheid van een huisplaats op de kadastrale kaart uit 1811-1832.
AV Pijnenburg Voor het plangebied AV Pijnenburg is de kans op archeologische waarden uit het Paleolithicum en Mesolithicum laag, aangezien het gebied op de verstoringsbronnenkaart van de RCE wordt aangegeven als vergraven gebied. Indien de bodem echter niet is verstoord en er een intacte podzolbodem aanwezig is dan is de kans op archeologische waarden uit deze periode middelhoog. De kans op archeologie uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd is middelhoog. Op de kadastrale kaart van 1811-1832 is bebouwing te zien ten noordwesten van het plangebied. Uit de boorstaten van milieu hygiënische boringen is gebleken dat de bodem hier mogelijk iets dieper is verstoord, maar de boringen verstrekken niet genoeg nauwkeurige informatie om hier conclusies uit te trekken.
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Sweco Nederland het deelgebied SO Soest vrij te geven voor de voorgenomen ingrepen.
Voor het deelgebied AV Pijnenburg adviseert Sweco Nederland een inventariserend booronderzoek uit te voeren, door middel van 5 boringen tot 1.30 m onder maaiveld.
Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een besluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit besluit afwijkt van het door ons opgestelde advie
- …
