323,376 research outputs found
surge monthly maxima from GTSR
<p>Monthly maxima surge values from GTSR (Muis et al., 2016). Selected tide gauge locations for Southeast Asia.</p>
<p> </p>
<p> </p>
<p>Muis, S., Verlaan, M., Winsemius, H. C., Aerts, J. C. J. H., & Ward, P. J. (2016). A global reanalysis of storm surges and extreme sea levels. <em>Nature Communications</em>, <em>7</em>. http://doi.org/10.1038/ncomms11969</p>
Inventariserend Veldonderzoek (onderwaterfase verkennend)
In opdracht van Rijkswaterstaat dienst Zee en Delta heeft Periplus Archeomare BV in samenwerking met Aquatech Diving BV een archeologisch onderzoek uitgevoerd in de Oosterschelde ten westen van Zierikzee. Het betrof een inventariserend veldonderzoek (onderwaterfase verkennend) in de vorm van duikinspecties en een booronderzoek.
In het voortraject is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat in het plangebied resten van het verdronken dorp Borrendamme verwacht kunnen worden. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd om deze verwachting te toetsen. De toets betrof de uitvoering van acht grondboringen om de (intactheid van) de bodemopbouw en eventuele aanwezigheid van archeologische niveaus te onderzoeken en de inspectie van twee geselecteerde locaties door duikers.
Het onderhavige onderzoek heeft uitgewezen dat de getrapte richelstructuren parallel aan de dijk bestaan uit de oorspronkelijke veenbodem, die verder naar het oosten ontbreekt door erosie. De pokdalige structuren zoals zichtbaar op de multibeamopnamen op het diepere plateau in het oostelijk deel van het plangebied bestaan uit banken van dode mossels en oesters op een fijne siltige zandbodem.
Op zowel de boorlocaties als de inspectielocaties zijn geen vaste structuren zoals fundamenten aangetroffen. Wel zijn op de inspectielocaties losse fragmenten van kloostermoppen gevonden. Het onderzoek heeft derhalve geen concrete aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van in situ archeologische resten in het plangebied.
Geadviseerd wordt daarom het gebied vrij te geven voor de geplande werkzaamheden.
Omdat slechts een klein deel van het plangebied geïnspecteerd en bemonsterd is valt niet uit te sluiten dat zich nog resten in het overige deel van gebied bevinden. Wij adviseren daarom in het bestek van de geplande werkzaamheden een protocol op te nemen over de handelswijze voor de uitvoerder en uitvoeringsbegeleider bij een archeologische vondst. In geval van een vondst dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag, zoals dat in de Monumentenwet 1988 (herzien in 2007) staat voorgeschreven
CONTEMPORARY SHARI'AH STRUCTURING FOR THE DEVELOPMENT AND MANAGEMENT OF WAQF ASSETS IN SINGAPORE
The institution of waqf proves to bring about social, economic and religious benefit to mankind. It is a vehicle for financing society as a whole (Hodgson, 1974). However, of late there has been a pervasive underdevelopment of waqf assets in the world (Kahf, 1998; Kuran, 2004). One of the reasons cited by Kuran for this underdevelopment is the issue of perpetuity and the inalienability inherent in the features of waqf ( 2004). The other reason, as cited by Kahf and Cizakca (2000; 1998) is the issue of mismanagement and the nationalisation of waqf . However a plethora of reasons can be advanced for the underdevelopment of waqf which includes the entire administration, management, financing and development of waqf.
This research therefore aims at indentifying factors needed for the contemporary shari’ah compliant structuring of waqf assets in Singapore and how this can be achieved. The factors and gaps that have been identified include legal, financing, management structure, perception of stakeholders and the shari’ah issues in managing the waqf assets which form the largest group of assets managed by the Islamic Religious Council of Singapore (Muis).
The research utilised the semi-structured interview of the various stakeholders and expert opinion relating to waqf. In addition, secondary sources from the case study analysis of Majlis Ugama Islam Singapura (Muis) provide an important and useful insight in understanding the management of waqf in Singapore. The study revealed some interesting findings such as the attitudes towards and the perception of non-shari’ah compliant activities carried out in waqf management, the possibilities of the various instruments that can be used to develop waqf assets and the polar shari’ah interpretation of investment and financing of the waqf assets. All issues are presented with real case study in this thesis. The research will then conclude by offering the possible new structuring of waqf assets using the instruments of Real Estate Investment Trust (REITs) and the various policy changes required to move waqf to the next level of its management in order to realise its full potential
Diffusive author(s), cohesive author: Analysis of S/N (1994)
This study indicates the ways in which various aspects of the author(s) are brought forth in Dumb type’s performance art, the S/N production. Previous research has suggested a non-hierarchical organization of Dumb type and the absence of a “privileged author” in Dumb type’s collaborative work, S/N. However, the results that I have investigated from member’s interviews on the creative process of S/N along with my analysis of the recorded images of S/N, indicate a different aspect of the author(s). First, S/N was created through, so to speak, the collective ideas of the members of Dumb type. Further, S/N has at least nine quotations from previous performances, installations, and printed writings, besides the work-in-progress technique. Explicating one of the “author functions” as given by Michel Foucault, each text has plural subjects of the author. However, it has been revealed from members’ interviews that Teiji Furuhashi had a decision-making role in selecting the members’ ideas within the performance. Since then, S/N has had plural subjects of creation; however, Furuhashi is one of the subjects of creation along with the “privileged author.” S/N has plural authors (diffusive authors) yet at the same time, it has a “privileged author,” Teiji Furuhashi (cohesive author)
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
Identificatie en karakterisatie van Smad5-interagerende proteïnen in de muis
Het lot van een cel en zijn uiteindelijke determinatie worden in belangrijke mate gestuurd door paracriene communicatie tussen cellen. Deze communicatie wordt bereikt door gesecreteerde groeifactoren en cytokines die aan specifieke receptoren binden en intracellulaire signaaltransductiecascades activeren. Liganden van de Transforming Growth Factorß (Tgfß)/Bone Morphogenetic Protein (Bmp) superfamilie oefenen verschillende functies uit tijdens patroonvorming en morfogenese in het ontwikkelende embryo en tijdens homeostase, weefselherstel en immuunregulatie in het adulte leven. Na ligand binding, kunnen de geactiveerde receptorcomplexen de Smad-afhankelijke signaaltransductiecascade activeren door fosforylatie van specifieke receptor-gereguleerde (R)-Smad proteïnen. Biochemische studies hebben aangetoond dat Smad1, Smad5 en Smad8 intracellulaire effectorproteïnen zijn van Bmp signaaltransductiecascades. Geactiveerde R-Smads kunnen een complex vormen met de gemeenschappelijke Smad, Smad4. Dit Smad complex verplaatst zich naar de kern waar het kan deelnemen aan de regulatie van specifieke transcriptionele responsen. De enorme diversiteit en complexiteit van de processen waarin Bmp signalering een rol speelt, wordt sterk gecontrasteerd door de eenvoudige intracellulaire Smad- gemedieerde signaaltransductiecascade en het kleine aantal intracellulaire Smads. Dit suggereert een strikte regulatie van de cascade op verschillende niveaus. Eén manier van regulatie is om de Smad gemedieerde transcriptionele regulatie van doelwitgenen te verfijnen door interactie van R-Smads met verschillende combinaties van transcriptie factoren, co-activatoren en co-repressoren. Deze proteïnen worden de Smad-interagerende proteïnen of SIPs genoemd. Om het moleculaire werkingsmechanisme van de Bmp-Smad, Smad5, beter te onderbouwen, opteerden we er in dit doctoraatsproject voor om endogene Smad5-IPs te identificeren, die in verschillende cellulaire contexten in muisembryos en weefsels met Smad5 interageren. We hebben een tandem tag-Smad5 knockin allel ontworpen en ingebouwd in embryonale stam cellen en in de muis, om Smad5 complexen uit weefsels van deze muis te zuiveren via een tandem tag-affiniteitszuivering, gevolgd door identificatie van de kandidaat Smad5-IPs via massa spectrometrische analyse. Voor de aanvang van de generatie van dit tag-Smad5 knockin allel, werden verschillende epitoop-getagde Smad5 proteïnen getest op hun in vitro en in vivo functionaliteit en werd een tweestaps-affiniteitszuiveringsprotocol geoptimaliseerd. Gebaseerd op deze resultaten selecteerden we de 3FS-tag. De drie Bmp-Smads, Smad1, -5 en -8, zijn verwisselbaar in celcultuur maar het verschil in fenotype, verkregen door verlies van functie studies in muis en zebravis, wijst op interessante endogene verschillen in hun expressiepatroon of expressieniveaus. Tot op heden werden er echter geen specifieke antilichamen ontwikkeld die de drie proteïnen op een specifieke manier kunnen onderscheiden in secties van muisembryos, tijdens de vroege embryonale ontwikkeling (E6.5 E12.5). De Smad53FS knockin muis, die in dit project werd gegenereerd, is conceptueel ook een Smad5 verklikkermuis/reportermuis, die gebruikt kan worden om de endogene localisatie van Smad5 te documenteren aan de hand van immuunhistochemie. De 3FS-tag is een epitoop dat goed gedetecteerd kan worden met western blot analyse en door immuunprecipitatie maar kan niet gedetecteerd worden door middel van immuunhistochemie met commercieel beschikbare anti-Flag en anti-Strep antilichamen, noch met een zelf ontworpen anti-FS-fusie antilichaam. De Smad53FS knockin muis kan wel gebruikt worden voor het documenteren van het 3FS-Smad5 mRNA expressie patroon, door middel van een 3FS-Smad5 specifieke antisense probe in in situ hybridisatie. Deze probe kruishybridizeert niet met Smad1 en -8. Zodoende hebben we de algehele Smad5 expressie in het E8.5 muisembryo en een lagere expressie in het hart en de voorhersenen kunnen bevestigen. Vooraleer 3FS-Smad5 proteïne-complexen geïsoleerd werden uit geselecteerde weefsels van deze Smad53FS knockin muis, hebben we de haalbaarheid van onze zuiveringsstrategie aangetoond in een initiële studie in Hek293T cellen waarin 3FS-Smad5 tot overexpressie werd gebracht. Twee gekende Smad5-IPs werden geïdentificeerd.We konden geen gekende Smad5-IPs of transcriptiefactoren identificeren, uit Smad53FS knockin embryos, adulte levers of adulte harten. Troponin T2, Tropomyosin 1α, Pyruvate dehydrogenase α en Pyruvate dehydrogenase ß zijn vier proteïnen die geïdentificeerd werden als kandidaat Smad5-IPs in een isolatie uit hartweefsel. In enkele initiële experimenten om de specificiteit van de interactie van deze vier proteïnen en de co-localisatie met Smad5 in cellen te bepalen, werd echter aangetoond dat deze Smad5-IPs aspecifiek werden meegezuiverd tijdens de affiniteitszuivering. Vergelijkende literatuurstudie van alle proteïnen die werden geïdentificeerd in de verschillende analyses, doet vermoeden dat het overgrote deel aspecifiek werd meegezuiverd. Daarom is het nodig om nieuwe strategiën te ontwikkelen om onze zuiveringsmethode te verbeteren. We bediscussiëren verschillende mogelijke verklaringen waarom we er niet in geslaagd zijn om echte endogene Smad5-IPs te identificeren. We stellen alternatieve strategieën voor hoe de beperkingen van het identificeren van intacte proteïnecomplexen vertrekkende van weefsels van de Smad53FS knockin muis of van cellen afgeleid van deze muis, kunnen omzeild worden. Er dient echter rekening gehouden te worden met het feit dat Smad5 gemedieerde signalering en Smad5 complexen waarschijnlijk zeer dynamisch en heterogeen zijn in weefsels.status: Publishe
- …
