356 research outputs found
Twice a river, Rhine and Meuse in the Netherlands
This booklet deals with all the factors which make our two great rivers so fascinating. It describes the characteristics of the Rhine and the Meuse, their similarities and their differences. It invites the reader to take another look at the rivers, to ask questions. And it seeks to answer those questions.KWP-collectio
De sedimenthuishouding van kribvakken langs de Waal
Het langjarig gedrag van kribvakstranden, de invloed van scheepsgeïnduceerde waterbeweging en morfologische processen bij hoge en lage afvoeren. Het ziet er naar uit dat erosie door scheepvaart bij lage-gemiddelde afvoeren, en sedimentatie bij hoge afvoeren elkaar op een termijn van tientallen jaren in evenwicht houden. Deze hypothese is in deze studie onderzocht. Zowel erosie bij lage tot gemiddelde afvoeren als sedimentatie bij hoge afvoeren zijn onderzocht en gekwantificeerd. Hiervoor is de bodemligging van 23 kribvakstranden langs de Waal gedurende 4 jaar periodiek gemeten, met een onderscheid naar lage-gemiddelde afvoer en hoge afvoer processen. Daarnaast is de eroderende rol van scheepvaart in meer detailonderzocht door in kribvakken langs de Waal de water- en sedimentbeweging tijdens scheepspassages te meten en te relateren aan de eigenschappen van deze passages. Hiervoor zijn kunstmatige neurale netwerken toegepast
Message From the Chief Editor
Development (IJEST) on April 2013. In this issue of IJEST, we present to our readers selected articles related to Engineering, Science and Computer and Tehnology. Six papers are presented from Malaysia, Indonesia and India.The first article by Dr. Raihan Othman and Dr. Hens Saputra from International Islamic University Malaysia and Agency for the Assessment and Application of Technology, with the topic: Zinc-Air Battery – Powering Electric Vehicles to Smart Active Labels. The second article by Dr. Iing Lukman , Prof. Dr. M. N. Hassan, Prof.Dr. Noor Akma I and Prof. Dr. M. N. Sulaiman from Universitas Malahayati, Indonesia, World Health Organization Cambodia Chapter, Pnom Phen, Institute for Mathematical Reseach/ Department of MathematicsUniversiti Putra Malaysia, and Department of Computer ScienceFaculty of Computer Science and Information Technology Universiti Putra Malaysiawith the topic: Model Development of Children Under Mortality Rate With Group Method of Data Handling. The third article by Dr. Afzeri Tamsir, Dr. Rudi Irawan and Dr. Riza Muhida from Surya Institute, Jakarta with the topic: Rapid Prototyping and Evaluation for Green Manufacturing. The fourth article by Dr. A.Nagoorgani and Dr. P. Vijayalakshmi from P.G. & Research Department of Mathematics, Jamal Mohamed College Tiruchirappalli, India and Department of Mathematics, K.N.Govt. Arts College(Autonomous),Thanjavur, India with the topic: Fuzzy Graphs With Equal Fuzzy Domination and Independent Domination Numbers. The last article by Hery Riyanto from Universitas Bandar Lampung, Indonesia with the topic: Damping Factor of Precast Concrete with Wet Connection.With these selections I sincerely hope that everyone has something to gain from this issue and thank you to article contributors and reviewers for making this first issue possible. To all prospective author, we are welcome and please sent your article to the editors
Een snufje zout...! verslag van de metingen naar zoutindringing via de Haringvlietsluizen in het kader van de praktijkproef visintrek
In het voorjaar van 1994 is de Praktijkproef Visintrek uitgevoerd. De praktijkproef betreft een aantal experimenten met aangepast beheer van de Haringvlietsluizen. De aanpassing betreft het in beperkte mate openzetten van enkele schuiven bij vloed, zodat zout water het zoete Haringvliet kon binnendringen. Het doel van de proefneming was tweeledig: - Onderzoek naar de intrek van vis via de bij vloed geopende schuiven - Metingen uitvoeren naar de zoutindringing via de Haringvlietsluizen. Deze metingen zijn bedoeld om kennis en inzicht te verkrijgen in het optreden van zoutindringing en het vergaren van natuurgegevens voor (zo mogelijk) het ijken van computermodellen. Resultaten worden weergegeven van het tweede onderzoeksdoel
Wilgen in natuurvriendelijke oevers langs de Waal
In het kader van onderzoek naar natuurvriendelijke oeverbescherming langs de grate rivieren worden door het RIZA (afdelingen Biologie en Fysica) de mogeIijkheden van de aanplant van wilgen bestudeerd. In april 1990 zijn daartoe op drie lokaties langs de Waal, in kribvakken ter hoogte van Gendt, Druten en Gameren, wilgenstekken aangeplant. In deze voortgangsrapportage worden resultaten weergegeven van metingen die in 1990 verricht zijn. In de kribvakken worden zowel biologische als fysische metingen gedaan. De fysische metingen in het eerste jaar omvatten vooral het vastleggen van de uitgangssituatie. In dit werkdocument wordt daarnaast de verder te volgen werkwijze uiteengezet. De gebruikte soorten waren Katwilg (Salix vbninalis), Bittere Wilg (Salix purpurea) en Grauwe Wilg (Salix cinerea). Het plantmateriaal bestond uit bewortelde stekken van ca. 30 cm hoog. In 1990 is 83% van de Katwilgen, 59% van de Bittere Wilgen en 43% van de Grauwe Wilgen aangeslagen. Het succes van vestiging van wilgen, die geplant zijn in de kribvakken bij Druten en Gameren, was groter dan dat van wilgen, die ter hoogte van Gendt zijn aangeplant. De belangrijkste oorzaken voor uitval waren stroming, uitdroging en begrazing en vertrapping door vee. Dit laatste doordat vee zich via een onvoldoende functionerende afrastering in de beplanting kon begeven. Uitval door uitdraging betrof voornamelijk Bittere- en Grauwe Wilg, in de hogere delen van de kribvakken. Voor de lagere delen waren golfslag en stroming gedurende de eerste fase van de vestiging de voornaamste oorzaken voor uitval. Een jaar na het aanplanten van de wilgen is gebleken dat het mogelijk is wilgen aan te planten in het het morfologisch en hydrologisch extreme milieu van kribvakken langs de Waal. De planten die zich weten te vestigen gedijen goed en zijn in staat een periode van hoogwater tijdens het groeiseizoen te overleven. Voorwaarde voor een geslaagd verder verloop blijft echter het weren van het vee uit de aanplant
Sturende international ontwikkelingen voor het Nederlands waterbeheer: Achtergronddocument: Discussie-bijeenkomst van deskundigen; 26 november 1999: Park Plaza, Utrecht
Op verzoek van de Commissie waterbeheer 21e eeuw is RIZA verzocht een verkenning uit te voeren van de internationaal sturende ontwikkelingen voor het Nederlands waterbeheer. Hiertoe vindt op 26 november 1999 een discussiebijeenkomst plaats van deskundigen. De basis voor de discussie is een startnotitie met stellingen. Om deze notitie niet teveel te belasten met documentatie is dit achtergronddocument samengesteld. In dit document treft u een overzicht aan van de meest relevante publicaties, of delen hiervan. Het is een bundel, die als naslagwerk kan dienen voor de stellingen en toelichting uit de discussienotitie. Beperking is de kunst. De belangrijkste (delen van) publicaties zijn geselecteerd om de relevante internationale ontwikkelingen op het gebied van waterbeheer, ruimtelijke ordening en landbouw te karakteriseren. Ook wordt de organisatie van het waterbeheer in de oeverstaten van de Rijn en de Maas beschreven, alsmede (op verzoek van de Commissie) Denemarken
Proeven met de bodemtransportmeter "Dordrecht" in de zandgoot van het waterloopkundig laboratorium "De Voorst" in maart 1988
Met als uiteindelijk doel natuurgegevens te verzamelen met betrekking tot het zandtransport en in het bijzonder het bodemtransport in het benedenrivierengebied, wordt bij DBW/RIZA in samenwerking met de Meetdienst Noordelijk Deltabekken van de direktie Benedenrivieren gewerkt aan de ontwikkeling van een bodemtransportmeter. In de week van 29 februari t/m 4 maart 1988 zijn in de grote zandgoot van het Waterloopkundig Laboratorium "De Voorst" proeven gedaan met een prototype van deze bodemtransportmeter "Dordrecht" (BTMD). Het doel 'van de proeven was om een indruk te krijgen van de waarde van het meetsysteem als "point sampler" onder min of meer gekonditioneerde omstandigheden. Ten opzichte van een eerdere versie is de transportmeter op twee punten aangepast. Het bezinkvat is vóór de pomp geplaatst, waardoor pomp en flow-meter gevrijwaard blijven van verstopping c.q. slijtage door het zand, en het plaatje, waarop de aanzuigmond voor het bodemtransport is gemonteerd, is zodanig aan het meetframe .bevestigd dat dit zich binnen zekere grenzen kan aanpassen aan de bodemkonfiguratie. Op grond van de proeven kan ten aanzien van deze veranderingen het volgende worden gesteld. Het aanzuigsysteem (bezinkvat, pomp, flowmeter) werkt zonder problemen; de verandering is een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de vroegere opstelling met het bezinkvat na de pomp. De bewegingsvrijheid die de onderste zuigmond nu heeft, zorgt ervoor dat het bodemplaat je in de meeste gevallen vrijwel vlak op de bodem terechtkomt. Daardoor is de kans dat een deel van het te meten bodemtransport onder het plaatje doorschiet aanzienlijk verkleind. De proeven zijn uitgevoerd bij een gootbreedte van 1,50 m, een gemiddelde waterdiepte van 0,38 m en een debiet van 0,386 m3/s. In de goot bevond zich zand met een d50 van 450 micrometer; qua samenstelling komt dit zand goed overeen met het zand op de Boven Merwede. Volgens metingen in de zandvang aan het einde van de goot bedroeg het gemiddelde totale zandtransport gedurende de meetweek 137 kg/uur.m (gewicht onder water gewogen). Het zwevende transport is, op grond van afzuigproeven op vier diepteniveaus, ingeschat op 34 kg/uur.m. Het bodemtransport in de goot moet volgens deze gegevens dus gemiddeld circa 103 kg/uur.m zijn geweest (= 75% van het totale transport). Met de BTMD zijn de resultaten van 33 proeven beschikbaar gekomen, waarbij zowel het bodemtransport als het zwevend transport is gemeten. Dit laatste met behulp van een ronde afzuig-opening op (een arbitrair gekozen waarde van) 11 cm boven de bodem. Een meting bestond uit het gedurende 10 minuten opzuigen van het zand/watermengsel op beide niveaus met een debiet van 15 l/min. De zandvangsten zijn gewogen en omgerekend tot een transport in kg/uur.m (gewicht onder water). De gemiddelde waarde van alle proeven is voor het totale transport 170 kg/uur.ml en voor het bodem- en zwevend transport respektievelijk 143 en 27 kg/uur.m. Deze waarden komen in orde van grootte redelijk goed overeen met de transporten zoals die uit de metingen in de zandvang aan het eind van de goot en de zwevend transportmeting zijn bepaald. Tussen de meetresultaten voor het bodemtransport bevindt zich een viertal dat opvallend hoger is dan de overige waarden. Indien deze waarden (overigens zonder te beargumenteren of dit is toegestaan) bij het berekenen van het gemiddelde worden weggelaten, bedraagt het totale transport 131 kg/uur.ml, waarvan 105 kg/uur.m bodemtransport en 26 kg/uur.m zwevend transport. Vooral het bodemtransport ligt dan opvallend goed in de buurt van het bodemtransport berekend uit de gegevens van de zandvang en het zwevend transport (103 kg/uur.m). Op grond van de verplaatsingssnelheid en de hoogte van de ribbels kan een schatting van het bodemtransport worden verkregen, indien wordt aangenomen dat de ribbelvormen driehoekig zijn. Bij een gemiddelde verplaatsingssnelheid van 2,2 m/uur en een gemiddelde ribbelhoogte van 0,10 m bedraagt deze schatting 109 kg/uur.m (gewicht onder water). Deze waarde komt goed overeen met de eerder berekende gemiddelde bodemtransporten. Resumerend kan op grond van de proevenserie het volgende worden gekonkludeerd. In de gegeven morfologische en hydraulische omstandigheden is met de BTMD een bodemtransport gemeten dat gemiddeld in de juiste orde van grootte ligt. Indien de meetresultaten worden geselekteerd, waarbij opvallend hoge waarden worden weggelaten, ligt het met de BTMD gemeten gemiddelde bodemtransport (105 kg/uur.m) zeer dicht bij het via de metingen in de zandvang bepaalde transport (103 kg/uur.m) en het via de verplaatsingssnelheid van de ribbels ingeschatte bodemtransport (109 kg/uur.m)
Electrical characterization of poly-si thin film solar cells deposited on textured substrate / Riza Muhida and Agus Geter Edy Sutjipto
Textured substrate widely used for developing high performance poly-Si solar cells, due to surface texture of a transparent conductive oxide (TCO) layer on a glass substrate is usually utilized for the light trapping technique, which achieve a large photocurrent of the poly-Si material. The electrical conductivities of the poly-Si thin films deposited on the substrates with different surface texture have been studied using the alternating current (AC)conductivity measurement technique. The measurement results show that the activation energy of the dark conductivities for poly-Si films with deposited on relative low of the root mean square (rms) roughness (s) of 22 nm is close to 0.55 eV indicating intrinsic nature. On other hand, with increase in s>37 nm, poly-Si films exhibit n-type character. Changes in electrical conductivities of the poly-Si thin films in conjunction with the results on photovoltaic performances, optical reflectance, and microstructure are also discussed
Hercalibratie Model Lobith
Onderzoek naar mogelijke verbeteringen van de voorspellingen met het Meervoudig Lineaire Regressie Model Lobith na de hoogwaters van 1993 en 1995. De verbeteringen door de hercalibratie en een apart model voor hoge afvoeren zijn voor de korte termijn, het volgende hoogwaterseizoen, het maximaal haalbare. Voor de wat langere termijn is het echter niet voldoende. De voorspellingen zijn nog steeds niet goed genoeg, zeker niet voor de derde en vierde dag. Daarbij komt dat de verbeteringen door bijvoorbeeld het 5000+ deelmodel, zich in de praktijk nog moeten bewijzen. Inherent aan een black-box model geven de calibratie successen voor de tijdreeks tot en met maart 1995 nog geen garantie voor goede prestaties bij volgende hoogwaters. Een eerste test van het 5000+ model tijdens een bijnahoogwater leidde tot hoopgevende resultaten. Legt basis voor FloRIJN
Message from the Editor in Chief
Welcome to the Third Issue of International Journal of Engineering Science and Technology Development (IJEST) on December 2013. In this issue of IJEST, we present to our readers selected articles related to Engineering, Science and Computer and Tehnology. Five papers are presented from Indonesia, Malaysia and Saudi Arabia.The first article by Abdul Aziz Ahmad and Assoc. Prof. Dr. Raihan Othman from International Islamic University Malaysia (IIUM), Malaysia with the title: Recent Advances in Biofuel Cell and Emerging Hybrid System. The second article by Prof. Dr. Priyo Suprobo,Faimun and Arie Febry from Institute Technology Surabaya (ITS), Indonesia with the title: Infrastructure Health Monitoring System (SHM) Development, a Necessity for Maintenance and Investigation . The third article by Dr. Riza Ainul Hakim, from King Abdulaziz University , Saudi Arabia, with the title: Seismic Assessment of RC Building Using Pushover Analysis The fourth article by Ida Bagus Ilham Maliki from Universitas Bandar Lampung, Indonesia with the title: Public Transport Crisis in Bandar Lampung. The fifth article by Marzuki, Maria Shusanti F and Andala Rama Putra from Bandar Lampung University, Indonesia with the title: The E-Internal Audit ISO 9001:2008 Based on Accreditation Form Assessment Matrix in Study Program for Effectiveness of Monitoring Accreditation With these selections I sincerely hope that everyone has something to gain from this issue and thank you to article contributors and reviewers for making this issue possible. To all prospective author, we are welcome and please sent your article to the editors
- …
