2,065 research outputs found
Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van een woning aan de Molendijk 28 te Rhoon, gemeente Albrandswaard
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase) uitgevoerd voor een plangebied aan de Molendijk 28 te Rhoon, gemeente Albrandswaard (kaart 1; afbeelding 1). In het plangebied wordt de nieuwbouw van een woning gerealiseerd. De omvang van het plangebied (momenteel braakliggend) bedraagt ca. 1.015 m2. De nieuwbouw zal onderkelderd worden, met een berging tot ca. 3 m -mv. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart te worden gebracht of door de geplande ingrepen mogelijk archeologische waarden worden bedreigd. Gezien de aard van de ingrepen kunnen deze mogelijk tot in het archeologisch relevante niveau reiken. De adviseur van het bevoegd gezag, Archeologie Rotterdam (BOOR) heeft een plantoets uitgevoerd, en op basis daarvan een bureauonderzoek uitgevoerd dat vervolgens in het ‘Programma van Eisen voor een verkennend en karterend veldonderzoek door middel van grondboringen in het plangebied ‘Molendijk 28’ te Rhoon in de gemeente Albrandswaard’ is verwerkt (BOOR PvE 2022008 versie 5 april 2022 (gebaseerd op plantoets A2021336). Om de archeologische verwachting van het plangebied te toetsen, is op 30 mei 2022 conform PvE een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. Uit het booronderzoek is gebleken dat er binnen het plangebied een bodemopbouw aanwezig is van getijdeafzettingen met daaronder bosveen. Binnen het plangebied is, afgezien van de moderne bouwvoor, geen enkel kenmerk van bodemvorming aangetroffen; het plangebied was tot aan de ontginning te nat voor de vorming van bodems. Vanwege de afwezigheid van archeologische indicatoren, bodemvorming, lak- of cultuurlagen kan worden gesteld dat er geen archeologische waarden in het plangebied aanwezig zullen zijn. Advies.
Tijdens het veldonderzoek zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor een intacte archeologische vindplaats; op basis van de bodemopbouw en het ontbreken van archeologische indicatoren kan de archeologische verwachting worden bijgesteld naar ‘laag’. Vestigia Cultuurhistorie & Archeologie adviseert dan ook voor dit gedeelte van het plangebied geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Albrandswaard, om op basis van dit rapport en het hierin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek of het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces. Ook wanneer het plangebied op enig moment op basis van de resultaten van archeologisch onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Albrandswaard, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Naschrift.
Het bevoegd gezag, dhr. J.M. Moree van Archeologie Rotterdam (BOOR) heeft per brief kenmerk AS22/07311-22/0014435 d.d. 1 juli 2022 aangegeven “zonder voorbehoud” in te kunnen stemmen met het rapport. Tevens wordt aangegeven: “Voorts adviseert Archeologie Rotterdam om de door Vestigia in het rapport geformuleerde aanbeveling voor ‘Molendijk 28a - nieuwbouw woning’, namelijk om het areaal van het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling en dus geen vervolgonderzoek uit te voeren, over te nemen als beleidsbesluit. De kans dat er bij de bouw van de woning waardevolle archeologische resten worden aangetast, wordt als klein ingeschat. De geplande werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder verdere archeologische bemoeienis. Net als Vestigia in het rapport benadrukt Archeologie Rotterdam dat er bij de werkzaamheden altijd rekening dient te worden gehouden met zogenaamde toevalsvondsten. Hiervan dient men op basis van de Erfgoedwet 2016, art. 5.10 het bevoegd gezag, de gemeente Albrandswaard, te informeren.”
Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Molendijk 7-9 te Numansdorp, gemeente Cromstrijen. Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
In opdracht van KuiperCompagnons heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek verricht voor een plangebied in de gemeente Cromstrijen (afbeelding 1 en 2, kaart 1). KuiperCompagnons is betrokken bij de bestemmingsplanwijziging in het kader van geplande woningbouw aan de Molendijk 7-9 te Numansdorp, kadastraal bekend als Numansdorp B04555. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 675 m2. Aan de onbebouwde oostzijde van het plangebied (afbeelding 3) en bij het centrale deel waar zich een moderne loods bevindt (Molendijk nr. 7), heeft het dijklichaam nog de oorspronkelijke vorm, met een vlakke bovenzijde en een steil aflopend talud tot aan de waterkant. Het plangebied is aan de westzijde bebouwd met een loods uit ca. 1910 (Molendijk nr. 9). De oude loods is in de dijk gebouwd en heeft twee verdiepingen (afbeelding 4), met onderaan de dijk een relatief plat vlak (voor doorsneden, zie ook afbeelding 10 verderop in het rapport).
De huidige bebouwing zal worden gesloopt waarna de nieuwbouw kan worden gerealiseerd (afbeelding 5). Volgens de informatie van de opdrachtgever zal de dijk onder de loods niet worden veranderd omdat er een volledige kelder onder zit die waar mogelijk wordt hergebruikt. Bij de loods zal ook niet verder worden gegraven. Het gedeelte dat niet op de onderste 'bak/kelder' rust, moet de fundering ca. 60 a 70
cm worden uitgegraven. De graafwerkzaamheden voor de onderste verdieping/ kelder van de nieuwbouw starten pas op 8,5 m uit de rooilijn, waar een kleine driehoek zal worden uitgegraven. De woning wordt onderheid. Er is nog geen palenplan aanwezig.
Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de Nieuwe tijd. Op basis van historisch kaartmateriaal is inderdaad bebouwing aanwezig geweest binnen het plangebied. Ter plaatse van de oude loods uit 1910 zal eventuele historische bebouwing zijn verdwenen door het afgraven van de dijk en de aanbouw van de loods met de twee verdiepingen. Aan de oostzijde van het plangebied is deze bebouwing in de loop der tijd gesloopt en is het oppervlak van de dijk bebouwd of met puin geëgaliseerd. De bebouwing die op de Kadasterkaart 1811-1832 zichtbaar is lijkt bescheiden van aard; eventuele resten van deze bebouwing zal voor zover aanwezig na de sloop en egalisatie waarschijnlijk weinig informatiewaarde bevatten. De bovenzijde van de dijk zal plaatselijk worden uitgegraven ten behoeve van de fundering van de nieuwbouw. Dit betreft alleen ondiepe uitgravingen die voornamelijk in het puinpakket zullen plaatsvinden. Onderaan de dijk zal alleen een kleine driehoek worden uitgegraven, en alleen ter plaatse van het centrale en oostelijke deel. Hier wordt alleen het ophoogpakket van het dijklichaam verwacht. Gezien deze terreinsituatie wordt verwacht dat voorgezet archeologisch onderzoek weinig kenniswinst zal opleveren.
Onder de dijk bevinden zich op grote diepte mogelijk afzettingen waar zich sporen van bewoning kunnen bevinden uit de periode van het Neolithicum en uit de periode van de IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen. Het is echter onzeker in hoeverre de potentiële archeologische lagen in de loop der tijd zijn geërodeerd of dat deze nog intact aanwezig kunnen zijn. Bij onderzoeken in de omgeving is de top van het veen niet bereikt, lag deze op grote diepte of was er sprake van een scherpe overgang. Helaas kan het onderhavige onderzoek hier geen uitsluitsel overgeven. Wel kan worden opgemerkt dat de geplande bodemverstorende ingrepen onder het niveau van de dijk niet bestaan uit grote open ontgravingen maar uit het gebruik van heipalen op de drie (in wezen vrij beperkte) locaties van de nieuwbouw
- …
