1,721,053 research outputs found

    Een verkennend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen op een terrein aan de Hemelrijkstraat te Sint-Michielsgestel (NB): ARC-Rapporten 2009-210

    No full text
    Volgens het bureau-onderzoek door Econsultancy ligt de locatie waarschijnlijk op een dekzandrug, waarop hoge enkeerdgronden tot ontwikkeling zijn gekomen. Hierdoor heeft de onderzoekslocatie een hoge trefkans op archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum. Uit de ruimtelijke spreiding van waarnemingen rond het plangebied lijken de waarnemingen tot en met de Romeinse Tijd zich dichter bij de beken in de omgeving te concentreren. De kans op het voorkomen van resten in het plangebied blijft echter hoog voor alle perioden. De archeologische resten kunnen voorkomen onder het esdek en in de top van het oorspronkelijke bodemprofiel hieronder. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Het verkennend inventariserend booronderzoek heeft aangetoond dat de locatie op een dekzandrug ligt, waarop een hoge enkeerdgrond is aangetroffen. Deze enkeerdgrond is in een deel van het plangebied niet geheel ontwikkeld, afgetopt of deels verstoord. Dit zal het potentiele archeologische bodemarchief echter niet nadelig hebben beïnvloed. Onder het eerddek zijn restanten van een (veld)podzolgrond aangetroffen. In de boringen zijn, op het baksteen en resten puin in de eerdlaag, de ophooglaag en de verstoorde laag na, geen archeologische indicatoren aangetroffen

    Opgravingen op de Hessenberg. Onderzoek in de noordoostvleugel van het voormalige klooster Hessenberg en Arme Kinderen Weeshuis, Archeologische Berichten Nijmegen - Briefrapport 178

    No full text
    Uit Rapport 50, p. 138 t/m p.141 Conclusie voorganger bouwdeel F door F. de Roode "Onder de weggebroken parterrevloer in bouwdeel of vleugel F zijn goed geconserveerde funderingen aangetroffen in aanleg daterend uit de tweede helft van de 15e en gebruikt tot in de nieuwe tijd (fig. 7.15). Structuur 4, de twee zuilen, is toe te schrijven aan de verbouwingsfase uit 1936-1938 (par. 8.4.5). De west-oost georiënteerde fundering waarop de twee meest zuidelijke pijlers van de plattegrond zijn geplaatst, behoren tot structuur 3. Structuur 3 is toe te schrijven aan de huidige vleugel F, die in 1878 nieuw werd aangelegd (par. 8.4.3). Hiervoor werd aangrenzende grond door het bestuur van het Rooms Katholieke Weeshuis aangekocht. Ook moest bestaande bebouwing van het weeshuis, o.a. de linnenkamer en een aangrenzend onbekend pand blijkbaar wijken. Voor de funderingen van deze nieuwe vleugel zijn de bakstenen gebruikt afkomstig van de gesloopte bebouwing. Een deel van de oude kelderplattegrond bleef in deze fase behouden. De oudste structuren 1 en 2 vormden gezamenlijk een noord-zuid georiënteerde plattegrond, vermoedelijk in gebruik als 2 kelders. De grootste kelder wordt gevormd door structuur 1, de kleinere kelder door structuur 2. Vermoedelijk gaat het om een parterre?: de benedenverdieping bevond zich op begane grondniveau. Het vloerpeil lag respectievelijk op 21,14 en 21,17 m +NAP. Gezien de machinale 19e-eeuwse bakstenen en het gebruikte cement in de zuidoostelijke toegangstrap werd deze trap in 1878 vernieuwd. De kelderruimtes zijn op het laatst (nog in de 20e eeuw) benut als opslag voor steenkolen. Op grond van de gebruikte baksteenformaten (26?/?25?×?13?/?12,5?×?5,5?/?6?/?6,5 cm), de gebruikte kalkmortel, de tienlagenmaten (70-71 cm) en op grond van de bouwhistorische dateringen uit 2013 (bijvoorbeeld de kelder in bouwdeel B) zou de plattegrond (structuur 1-2) in aanleg uit de periode 1450-1500 kunnen dateren. Vermoedelijk heeft deze parterre toebehoord bij een onbekende oostvleugel van het klooster Hessenberg, als parallelle tegenhanger van de westelijke verbindingsvleugel (bouwdeel C) tussen het hoofdgebouw van het klooster en de kapel. In de bouwhistorische rapportage van 2013 werd al de opmerking geplaatst dat de steekkap die in het gewelf is gemaakt bij de kelderdoorgang van bouwdeel A naar bouwdeel F dermate zorgvuldig is gemaakt, dat men zou vermoeden dat hier al eerder een doorgang is geweest. Uit de combinatie (fig. 7.15) van de archeologische data met beide plattegronden van 1832 en 1860) valt de 15e-eeuwse westelijke fundering (S14) exact samen met de oostelijke muur van de 19e-eeuwse linnenkamer (nr. 17 op fig. 7.15). Deze westelijke buitenmuur vormde in de 19e eeuw (tot aan de sloop in 1878) de begrenzing met de speelplaats voor meisjes (nr. 19 op fig. 6). De zuidelijke keldermuur (S1) valt onder de noordmuur van de mangelruimte (nr. 12. op hetzelfde plattegrond uit 1860). De zware oostelijke dragende (buiten??)muur (S6) valt niet samen met een bekende perceelsbegrenzing. In de 19e eeuw lag ten oosten van deze muur een binnenplaats. Geconcludeerd wordt dat er een tot nu toe onbekende 15e-eeuwse (1450-1500) oostvleugel, zeer waarschijnlijk behorend bij de uitbreidingsfase van het klooster Hessenberg is aangetroffen. Deze conclusie is mede ingegeven door het vermoeden van de bouwhistorici (2013) van een oudere toegang tussen de kelder van hoofdgebouw (bouwdeel A) en de parterre in noordoostvleugel (F). De gebruikte baksteenformaten, kalkmortel en tienlagenmaat komen exact overeen met de formaten en tienlagenmaat in bouwdeel B en met de formaten en tienlagenmaat in de opgegraven funderingen van de verbindingsvleugel C. Ook hier werd een kelder (souterrain) aangetroffen met een binnenmaat van ca. 7,20 m (lengte)?×?4,35 m (breedte) en een buitenmaat (inclusief funderingen) van ca. 8,35 m (lengte)?×?5,90 m (breedte) m. De rode (17e-eeuwse) plavuizenvloer (22?×?22?×?3,7 cm) lag hier op ca. 18,80 m +NAP.

    Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis

    Get PDF
    The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed

    Archeologische Berichten Nijmegen – Rapport 52

    No full text
    Het Betuwse gedeelte van de gemeente Nijmegen rondom Lent wordt momenteel volop heringericht in het kader van ruimtelijke ordeningsprogramma Waalsprong. Een van de deelgebieden is de Vossenpels, tot voor kort gedomineerd door akkers, weilanden en tuinbouwkassen en straks bewoond areaal. Voorafgaande aan de bebouwing is onderzocht wat hier aan archeologische overblijfselen in de ondergrond verborgen liggen met behulp van een uitgebreid proefsleuvenonderzoek. De proefsleuven tonen aan dat dit terrein is gebruikt in het verleden. De oudste vondsten gaan terug tot de tweede helft van het 3e millennium voor Chr. (de late steentijd). In de loop van eeuwen hebben mensen deze omgeving benut en ingericht tot agrarisch landschap, waarin ze onder meer tijdens het weiden van hun vee letterlijk hun voetstap hebben achtergelaten zoals de foto op de voorkant van dit onderzoeksrapport toont. Daarentegen ontbreken evidente sporen en vondsten van hun woonplaatsen, die op veel andere locaties in de Waalsprong wel zijn gevonden. Tijdens het veldwerk zijn vijfenveertig proefsleuven aangelegd met een afmeting van 25 × 4 m. Naar aanleiding van dit veldwerk zijn 8 archeologische aandachtszones aangewezen. De archeologische aandachtszones 1 tot en met 6 in het plangebied Vossenpels zijn na afloop van het veldwerk op basis van het evaluatieverslag geselecteerd als behoudenswaardige vindplaatsen. De archeologische aandachtzones 7 en 8 op het onderzoeksgebied Vos1 zijn gedefinieerd en gewaardeerd na het archeologische monumentenzorg-selectiebesluit dat de zones 1 tot en met 6 behoudenswaardig zijn en het overige onderzoeksgebied is gevrijwaard van maatregelen met betrekking tot de archeologische monumentenzorg. Alhoewel archeologische aandachtszone 7 geen waardevolle vindplaats is en archeologische aandachtszone 8 ons inziens geen behoudenswaardige vindplaats, luidt ons advies voor beide locaties toch de mogelijkheid te bieden op re-actief handelen bij grondingrepen door te stellen dat hiervoor artikel 53 van de Wet op de archeologische monumentenzorg geldt. Met andere woorden dat als bij grondingrepen archeologische resten worden gezien, deze onverwijld worden gemeld aan het bevoegd gezag zodat kan worden bepaald hoe hiermee dient te worden omgegaan

    Variations on the Author

    Get PDF
    “Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship

    Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis

    Get PDF
    We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis

    De sloop van de ondergrondse resten van school De Klokkenberg aan de Kopseweg-gemeente Nijmegen. Een archeologische begeleiding, Archeologische Berichten Nijmegen - Briefrapport 261

    No full text
    Verstoring tot 2,2 m diep, vanaf 53 m +NAP natuurlijke bodem maar dan diep in het 'gele zand'. Geen evaluatieverslag gemaakt. Geen monsters genomen

    Dispelling the Myths Behind First-author Citation Counts

    Get PDF
    We conducted a full-scale evaluative citation analysis study of scholars in the XML research field to explore just how different from each other author rankings resulting from different citation counting methods actually are, and to demonstrate the capability of emerging data and tools on the Web in supporting more realistic citation counting methods. Our results contest some common arguments for the continued use of first-author citation counts in the evaluation of scholars, such as high correlations between author rankings by first-author citation counts and other citation counting methods, and high costs of using more realistic citation counting methods that are not well-supported by the ISI databases. It is argued that increasingly available digital full text research papers make it possible for citation analysis studies to go beyond what the ISI databases have directly supported and to employ more sophisticated methods

    Author Index

    No full text
    Nao informado
    corecore