195,233 research outputs found

    Andreas Schmidt, barítono (Alemania) y Rudolf Jansen, piano (Holanda)

    No full text
    Concierto interpretado por Andreas Schmidt y Rudolf Jansen. Scbmidt nació en Dusseldorf, donde inicialmente estudió piano, órgano y dirección musical. Luego se formó como cantante con Ingeborg Reichelt en Düsseldorf y con Dietrich Fischer-Dieskau en Berlín. Jansen estudió simultáneamente piano, órgano y clavecín en el Conservatorio de Ámsterdam, con Nelly Wagenaar, con su padre, Simon C. Jansen, y con Gustav Leonhardt. En 1964 ganó el Premio de Excelencia en órgano. En este concierto interpretaron obras de Franz Schubert y Robert Schumann

    Jansen-Rit and Montbrió model validations.

    No full text
    A Shows the simulation results obtained from a single Jansen-Rit model. On the left hand side, the average membrane potentials of the pyramidal cell population are depicted for different connectivity scalings C. On the right hand side, the dominant oscillation frequency of the pyramidal cell membrane potentials (evaluated over a simulation period of 60 seconds) is depicted for different synaptic time-scales τe and τi. The frequencies are categorized into the following bands: δ (1-4 Hz), θ (4-8 Hz), α (8-12 Hz), β (12–30 Hz), γ (> 30 Hz) and h.s. (hyper signal) for signals not representative of any EEG component. B Shows the simulation results obtained from a single Montbrió model. The average membrane potentials v, average firing rates r and input currents are depicted for constant and oscillatory input on the left and right hand side, respectively. Time-dependent variables are reported in units of τ, which was set to τ = 1.0 in accordance with the simulations performed by Montbrió and colleagues. Following the definitions of Montbrió and colleagues, membrane potential and input are reported as unit-less variables.</p

    Plangebied Rijnenburg, gemeente Utrecht; archeologisch vooronderzoek: een bureau en inventariserend veldonderzoek

    No full text
    Coordinaten:131750/451775 Datum einde onderzoek: 2008, rapportage:22-05-2009 Projectmedewerkers: B. Jansen, J. van Eijk, C. Schamp, I. Briels Complextype(n): xxx Datering: IJZ/ROM, ME Diversen: Jansen, B. en E. v.d. Laan, Plangebied Rijnenburg, gemeente Utrecht; archeologisch vooronderzoek: een bureau en inventariserend veldonderzoek, RAAPrapport 1867 (WEESP, 2009

    Transect-rapport 2818: Inventarisrend veldonderzoek, verkennende fase. Naarden, N2000 Naardermeer, Gemeente Gooise Meren (NH).

    No full text
    In juni 2020 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied in het N2000-gebied Naardermeer in Naarden (gemeente Gooise Meren). De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de uitvoering van diverse (graaf)werkzaamheden in het kader van natuurbeheer. Ten behoeve van deze werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig. In het plangebied is reeds een archeologisch bureauonderzoek (BO) uitgevoerd, op basis waarvan sprake is van een archeologische verwachting in een tweetal deelgebieden (G en H; Verboom-Jansen, 2020). Gezien deze archeologische verwachting en de beoogde bodemingrepen is een waardestelling van het terrein nodig. Om de archeologische verwachting te toetsen is een verkennend booronderzoek voorgesteld om inzicht te krijgen in de landschappelijke ligging, bodemopbouw en de mate van intactheid ervan (Verboom-Jansen, 2020). Op basis van het verkennend booronderzoek is te concluderen dat in het plangebied verspoeld dekzand aanwezig is op een diepte tussen 0 en 80 cm -Mv (1,4 á 0,7 m -NAP). In het noordoosten bevindt de top van het zand zich circa 30 á 40 cm hoger dan de rest van het plangebied. Van bodemvorming is nauwelijks sprake. In een drietal boringen is een bruine B- en daaronder een bruingele BC-horizont (boringen 4, 10 en 17) en in twee boringen een bruingele BC-horizont aangetroffen (boringen 3 en 8). Daaronder bevindt zich een lichtgrijze tot grijsgele C-horizont, die geheel gereduceerd is. In de overige 20 boringen is alleen sprake van een gereduceerde C-horizont. De bodemopbouw is daarmee niet als intact te beschouwen. Dit is veroorzaakt door een secundaire omwerking dan wel verspoeling van het sediment. Dit afgespoelde zand is als vlekkerig en wat rommelig ogend pakket afgezet op het pleistocene zand. Aangezien er geen sprake meer is van een intacte bodemopbouw worden er geen intacte vindplaatsen in het plangebied verwacht. De archeologische verwachting is daarmee naar beneden bij de stellen

    Jan C. Jansen: Kommentar

    No full text

    Tales of entrepreneurship : Contributions to understanding entrepreneurial life

    No full text
    Jansen, P.G.W. [Promotor]Steyaert, C. [Promotor]Bossink, B.A.G. [Copromotor

    Jan C. Jansen, Jürgen Osterhammel, Decolonization. A Short History (Princeton: Princeton University Press, 2017), pp. 252, ISBN: 9781400884889

    No full text
    Book review: Jan C. Jansen, Jürgen Osterhammel, Decolonization. A Short History (Princeton: Princeton University Press, 2017), pp. 252, ISBN: 9781400884889Compte rendu : Jan C. Jansen, Jürgen Osterhammel, Decolonization. A Short History (Princeton: Princeton University Press, 2017), pp. 252, ISBN: 978140088488

    plangebied Louisapolder, gemeente Dordrecht; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (grondradar- en booronderzoek).

    No full text
    Coordinaten: 106.340/419.780 Datum einde onderzoek: rapportage: 15-07-2008 Projectmedewerkers: drs. Y. Raczynski-Henk, drs. C. Coppens & drs. E. van der Laan Complextype(n): NHT Datering: LME Diversen: Jansen, B., Y. Raczinsky-Henk en G.H. de Boer, plangebied Louisapolder, gemeente Dordrecht; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (grondradar- en booronderzoek). RAAPrapport 1720 (WEESP, 2008) Inventariserend onderzoek d.m.v. bureauonderzoek en grondboringen i.v.m. voorgenomen natuurontwikkeling. Ook is op 1 perceel als pilot-project grondradaronderzoek verricht

    Transect-rapport 2818: Inventarisrend veldonderzoek, verkennende fase. Naarden, N2000 Naardermeer, Gemeente Gooise Meren (NH).

    No full text
    In juni 2020 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied in het N2000-gebied Naardermeer in Naarden (gemeente Gooise Meren). De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de uitvoering van diverse (graaf)werkzaamheden in het kader van natuurbeheer. Ten behoeve van deze werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig. In het plangebied is reeds een archeologisch bureauonderzoek (BO) uitgevoerd, op basis waarvan sprake is van een archeologische verwachting in een tweetal deelgebieden (G en H; Verboom-Jansen, 2020). Gezien deze archeologische verwachting en de beoogde bodemingrepen is een waardestelling van het terrein nodig. Om de archeologische verwachting te toetsen is een verkennend booronderzoek voorgesteld om inzicht te krijgen in de landschappelijke ligging, bodemopbouw en de mate van intactheid ervan (Verboom-Jansen, 2020). Op basis van het verkennend booronderzoek is te concluderen dat in het plangebied verspoeld dekzand aanwezig is op een diepte tussen 0 en 80 cm -Mv (1,4 á 0,7 m -NAP). In het noordoosten bevindt de top van het zand zich circa 30 á 40 cm hoger dan de rest van het plangebied. Van bodemvorming is nauwelijks sprake. In een drietal boringen is een bruine B- en daaronder een bruingele BC-horizont (boringen 4, 10 en 17) en in twee boringen een bruingele BC-horizont aangetroffen (boringen 3 en 8). Daaronder bevindt zich een lichtgrijze tot grijsgele C-horizont, die geheel gereduceerd is. In de overige 20 boringen is alleen sprake van een gereduceerde C-horizont. De bodemopbouw is daarmee niet als intact te beschouwen. Dit is veroorzaakt door een secundaire omwerking dan wel verspoeling van het sediment. Dit afgespoelde zand is als vlekkerig en wat rommelig ogend pakket afgezet op het pleistocene zand. Aangezien er geen sprake meer is van een intacte bodemopbouw worden er geen intacte vindplaatsen in het plangebied verwacht. De archeologische verwachting is daarmee naar beneden bij de stellen
    corecore