82,675 research outputs found

    Transect-rapport 2681: Een Archeologische Bureauonderzoek. N2000 Naardermeer, Gemeente Gooise Meren (NH).

    No full text
    In april 2020 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in acht deelgebieden rondom het Naardermeer (gemeente Gooise Meren). De deelgebieden zijn gelegen aan beide zijden van de spoorlijn die het Naardermeer kruist. De aanleiding van het onderzoek is de uitvoering van verschillende werkzaamheden in het kader van natuurbehoud (project N2000 Noord-Holland). Deze werkzaamheden zijn zowel gepland in de gemeente Gooise Meren als in de gemeente Wijdemeren. Op verzoek van de opdrachtgever is per gemeente een rapportage opgesteld voor de werkzaamheden. De huidige rapportage beslaat alleen de deelgebieden die in de gemeente Gooise Meren liggen. De geplande werkzaamheden bestaan hier uit plaggen, het verwijderen van bomen inclusief de stobben, het plaatsen van een damwand en duiker en het verwijderen van een kade. Het kader van het archeologisch onderzoek is de aanvraag van de omgevingsvergunning die de werkzaamheden mogelijk moet maken. Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). Het doel van het bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied. In het plangebied wordt dekzand in de ondergrond verwacht. De top van het dekzand vormt het niveau waarin archeologische waarden uit de periode Laat-Paleolithicum-Bronstijd aanwezig kunnen zijn. De top van het dekzand loopt op – komt ondieper voor - van west naar oost. In de meest westelijke deelgebieden wordt de top van het dekzand rond 2 m –Mv verwacht, maar in de vier meest oostelijke deelgebieden al binnen 0,5 m –Mv (deelgebied E t/m H). Vanwege de hogere ligging van het dekzand is het dekzand in het oosten van het plangebied ook langer aantrekkelijk voor bewoning geweest, doordat het hoger en droger in het landschap lag. Het is daarna verdronken onder het veen. Ter plaatse van deelgebieden E t/m H (oosten) geldt op basis hiervan een middelhoge archeologische verwachting op archeologische resten en/of sporen uit de periode Laat-Paleolithicum-Bronstijd (bijlage 11). Bij deelgebieden A t/m D is de verwachting voor deze periode onbekend omdat het microreliëf van het dekzand niet bekend is. Wel is de kans dat eventuele archeologische resten en/of sporen hier zijn verstoord kleiner, doordat het dekzand dieper in de ondergrond ligt. Voor wat betreft de periode IJzertijd-Vroege-Middeleeuwen geldt vanwege de aanwezigheid van een veengebied een lage archeologische verwachting. Op basis van het ontbreken van bebouwing op historisch kaartmateriaal geldt voor in ieder geval de periode Nieuwe Tijd een lage verwachting op nederzettingssporen. Het is onbekend of wel nederzettingssporen uit de Late-Middeleeuwen verwacht kunnen worden. Verwacht wordt echter dat ook in deze periode geen sprake is geweest van bewoning in het plangebied. Sporen van landgebruik uit de Late-Middeleeuwen-Nieuwe Tijd zouden wel aanwezig kunnen zijn

    A. Jansen. Autoportree (Tallinna Eesti Muuseum/Eesti Kunstimuuseum)

    No full text
    Tekst negatiivi ümbrikul: Jansen, Autoportree. Tall. E. K. M. Tempel: Kabinet

    Anatoma tobeyoides Geiger & Jansen 2004, new species

    No full text
    Anatoma tobeyoides new species: Figures 10–12, 18 Anatoma “East coast”: Jansen, 1999: 49, figs. 13–15. Type material. HOLOTYPE AMS C.431072. 1.47 mm. PARTAYPES: AMS C.29025, 8. AMS C.402671, 1. AMS C.402672, 1. AMS C.402673, 7. AMS C.402674, 1. AMS C.406337, 5. Type locality. West of D’Entrecasteaux Channel, SE Tasmania, Australia, 43.045°S 147.347°E. Etymology. The sculpture of fine, irregularly intersecting lines is reminiscent of the paintings of Mark Tobey (1890–1976: cf. Anonymous, 1997): tobey­: referring to the painters surname; ­oides: Latin: like, similar to. Description. Shell globular, medium size to large (4.2 mm). Protoconch 3/4 whorls, flocculant sculpture, no apertural varix. Teleoconch I fewer than 0.5 whorls, no spiral cord in position of selenizone, fine centrifugal markings, strong axials present. Teleoconch II up to 2 1/4 whorls (1.6 mm shell). Sculpture with axials predominant, approximately 85 on body whorl on fully grown shell, approximately 15 spiral threads on shoulder at apertural margin. Approximately 25 spiral threads on base. Umbilicus continuously sloping from base, narrow, deep. Selenizone at periphery, keels distinct, growth marks poorly coordinated with axials. Aperture rounded, somewhat flared. Animal unknown. Differential diagnosis. Anatoma tobeyoides n. sp. is most similar to A. australis. However, A. tobeyoides n. sp. lacks the protoconch varix found in A. australis, has a teleoconch I of less than half a whorl, whereas in A. australis it has more than half a whorl, A. tobeyoides n. sp. lacks a spiral cord on teleoconch I whereas A. australis has a prominent one, and A. tobeyoides n. sp. has much weaker spirals than axials and centrifugal spirals on teleoconch I and early teleoconch II, whereas A. australis has spirals and axials of equal strength and lacks the centrifugal spirals. Distribution. South Australia, Tasmania (43.2°S) through Queensland (21.7°S), 27– 1330 m shells only, 154 m live. Specimen Records. West of D’Entrecasteaux Channel, SE Tasmania, Australia, 43.045°S, 147.347°E (holotype AMS C.431072, seven paratypes AMS C.402673). QLD. 75 m, off Moreton Bay, 27.517S, 153.667E (AMS C.402674, 1: paratype). 77 m, off Moreton Bay, 27.456S, 153.65E (AMS C.402724, 18). Amity Point, Stradbroke Is, Moreton Bay., 27.4S, 153.433E (AMS C.402726, 1). 27 m, GBR, Swain Reefs, Bylund Gillett Cay, 21.717S, 152.417E (AMS C.402671, 1: paratype). 64 m, GBR, Swain Reefs, 3 km NE of W side of Bylund Gillett Cay, 21.7S, 152.433E (AMS C.402725, 7). NSW. 219 m, E of Brush Is, 35.433S, 150.633E (AMS C.402672, 1: paratype). 40 m, N of Sydney, 33.757S, 151.36E (AMS C.402675, 1). 45.5 m, off Port Stephens, 32.708S, 152.25E (AMS C.402727, 1). 73 m, 9 ml NE of Coffs Harbour, 30.25S, 153.317E (AMS C.402730, 1). 13 m, E of Yamba, 29.5S, 153.367E (AMS C.402731, 1). 86 m, off Ballina, 29.17S, 153.728E (AMS C.402728, 1). 103 m, off Ballina, 29.167S, 153.783E (AMS C.402729, 1). 154 m, Taupo Guyot, off Newcastle, Tasman Sea, 33.103S, 156.155E (AMS C.404497, 1: complete). VIC. 2000 m, Bass Strait, 30 mls S of Cape Nelson, 38.958S, 141.542E (AMS C.402739, 1). 60 m, Bass Strait, ca 40 km S of Lakes Entrance, 38.317S, 147.917E (AMS C.402740, 1). 165 m, Bass Strait, ca. 27 mls SE of Cape Everard, 38.25S, 149.2E (AMS C.402738, 8). 75 m, Between Cape Howe & Lakes Entrance, 37.917S, 149E (AMS C.404965, 1). SA. 1330 m, Galathea station 554, Australian Bight, 3728’S 138°55’E (ZMUC, 1). TAS. 212 m, S of Storm Bay, 43.783S, 147.808E (AMS C.402636, 6). 82 m, W of Port Davey, 43.338S, 145.803E (AMS C.402734, 1). 183 m, off Cape Pillar, 43.217S, 148.083E (AMS C.29025, 8: paratypes). 95 m, N of Cape Pillar, 43.167S, 148.023E (AMS C.402732, 1). 82.5 m, Maria Is, 2.5 ml NE Beaching Bay, 42.458S, 148.2E (AMS C.402733, 2). 205 m, off Cape Forestier., 42.167S, 148.578E (AMS C.402737, 6). 113 m, off Long Point, N of Bicheno, 41.758S, 148.517E (AMS C.402735, 1; AMS C.406337, 5). 88 m, S of West Point, 41.153S, 144.403E (AMS C.402736, 1). 399 m, off Cape Naturaliste, 40.843S, 148.775E (AMS C.402626, 11).Published as part of Geiger, Daniel L. & Jansen, Patty, 2004, Revision of the Australian species of Anatomidae (Mollusca: Gastropoda: Vetigastropoda), pp. 1-35 in Zootaxa 415 (415) on pages 21-23, DOI: 10.11646/zootaxa.415.1.1, http://zenodo.org/record/522832

    Transect-rapport 2681: Een Archeologische Bureauonderzoek. N2000 Naardermeer, Gemeente Gooise Meren (NH).

    No full text
    In april 2020 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in acht deelgebieden rondom het Naardermeer (gemeente Gooise Meren). De deelgebieden zijn gelegen aan beide zijden van de spoorlijn die het Naardermeer kruist. De aanleiding van het onderzoek is de uitvoering van verschillende werkzaamheden in het kader van natuurbehoud (project N2000 Noord-Holland). Deze werkzaamheden zijn zowel gepland in de gemeente Gooise Meren als in de gemeente Wijdemeren. Op verzoek van de opdrachtgever is per gemeente een rapportage opgesteld voor de werkzaamheden. De huidige rapportage beslaat alleen de deelgebieden die in de gemeente Gooise Meren liggen. De geplande werkzaamheden bestaan hier uit plaggen, het verwijderen van bomen inclusief de stobben, het plaatsen van een damwand en duiker en het verwijderen van een kade. Het kader van het archeologisch onderzoek is de aanvraag van de omgevingsvergunning die de werkzaamheden mogelijk moet maken. Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). Het doel van het bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied. In het plangebied wordt dekzand in de ondergrond verwacht. De top van het dekzand vormt het niveau waarin archeologische waarden uit de periode Laat-Paleolithicum-Bronstijd aanwezig kunnen zijn. De top van het dekzand loopt op – komt ondieper voor - van west naar oost. In de meest westelijke deelgebieden wordt de top van het dekzand rond 2 m –Mv verwacht, maar in de vier meest oostelijke deelgebieden al binnen 0,5 m –Mv (deelgebied E t/m H). Vanwege de hogere ligging van het dekzand is het dekzand in het oosten van het plangebied ook langer aantrekkelijk voor bewoning geweest, doordat het hoger en droger in het landschap lag. Het is daarna verdronken onder het veen. Ter plaatse van deelgebieden E t/m H (oosten) geldt op basis hiervan een middelhoge archeologische verwachting op archeologische resten en/of sporen uit de periode Laat-Paleolithicum-Bronstijd (bijlage 11). Bij deelgebieden A t/m D is de verwachting voor deze periode onbekend omdat het microreliëf van het dekzand niet bekend is. Wel is de kans dat eventuele archeologische resten en/of sporen hier zijn verstoord kleiner, doordat het dekzand dieper in de ondergrond ligt. Voor wat betreft de periode IJzertijd-Vroege-Middeleeuwen geldt vanwege de aanwezigheid van een veengebied een lage archeologische verwachting. Op basis van het ontbreken van bebouwing op historisch kaartmateriaal geldt voor in ieder geval de periode Nieuwe Tijd een lage verwachting op nederzettingssporen. Het is onbekend of wel nederzettingssporen uit de Late-Middeleeuwen verwacht kunnen worden. Verwacht wordt echter dat ook in deze periode geen sprake is geweest van bewoning in het plangebied. Sporen van landgebruik uit de Late-Middeleeuwen-Nieuwe Tijd zouden wel aanwezig kunnen zijn

    Mining e-mail content for author identification forensics

    No full text
    We describe an investigation into e-mail content mining for author identification, or authorship attribution, for the purpose of forensic investigation. We focus our discussion on the ability to discriminate between authors for the case of both aggregated e-mail topics as well as across different email topics. An extended set of e-mail document features including structural characteristics and linguistic patterns were derived and, together with a Support Vector Machine learning algorithm, were used for mining the e-mail content. Experiments using a number of e-mail documents generated by different authors on a set of topics gave promising results for both aggregated and multi-topic author categorisation

    Transect-rapport 2443: Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verknnende fase. Ulicoten, Camping Ponderosa, Maaijkant 23-26, Gemeente Baarle-Nassau (NB).

    No full text
    In november 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Maaijkant 23-26 in Ulicoten (gemeente Baarle-Nassau), op het terrein van camping Ponderosa. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een gecombineerd archeologisch bureau- en booronderzoek (BO en IVO-O). De aanleiding van het onderzoek wordt gevormd door de uitbreiding van de bestaande camping. Het onderhavig onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanprocedure. In het bureau- en veldonderzoek is voor het plangebied een hoge verwachting vastgesteld op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Midden-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen. Vooraf werd verwacht dat binnen het plangebied een plaggendek of esdek als onderdeel van een laarpodzolgrond aanwezig zou zijn. Het humeuze dek zou zijn aangelegd op dekzandafzettingen van een dekzandrug, bewoonbaar vanaf het Laat-Paleolithicum. Deze dekzandrug zou op terrasafzettingen kunnen liggen, die bewoonbaar zijn gedurende het Midden-Paleolithicum (Formatie van Stramproy). Uit het veldonderzoek bleek inderdaad dat een dekzandrug aanwezig was, liggende op de Formatie van Stramproy (aangetroffen in twaalf boringen) met daarin diverse laagtes. Hierdoor is sprake is van een gradiëntenzone met gunstige bewoningsomstandigheden vanaf het Midden-Paleolithicum. Ook het humeuze dek is aangetroffen, waarin aan de basis brokjes E- en B-horizonten aanwezig zijn. De hoge verwachting is van kracht op alle archeologische periodes en complextypen. Aangezien er tijdens het veldonderzoek geen intacte E- en B-horizonten, maar alleen een BC-horizont is aangetroffen, zijn vondstconcentraties uit het Midden-Paleolithicum tot en met het Mesolithicum mogelijk beperkt aangetast. Naar verwachting zullen de aan te treffen archeologische resten met name bestaan uit archeologische grondsporen uit jongere perioden, vanaf het Neolithicum tot aan de Vroege Middeleeuwen. Dergelijke archeologische grondsporen kunnen samenhangen met erven, nederzettingsterreinen, grafvelden en overige sporen van landgebruik (waterputten, omheiningen, etc.). Dergelijke archeologische resten worden verwacht in de top van het dekzandpakket tot in de top van de Formatie van Stramproy, vanaf een diepte van 25-70 cm -Mv (16,53-17,93 m +NAP). Voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd is al tijdens het bureauonderzoek een lage verwachting vastgesteld op het aantreffen van archeologische resten. Uit deze periode worden uitsluitend sporen van percelering en landgebruik verwacht. Dergelijke sporen hebben slechts een geringe informatiewaarde, en dragen minimaal bij aan de kennis over het verleden in het plangebied

    Business process redesign for effective E-commerce

    No full text
    Many companies have found out the hard way that successful e-commerce requires more than a flashy web presence. Existing business processes must be seamlessly integrated with the new, electronic form of interaction with suppliers and customers. Despite ..

    Dispelling the Myths Behind First-author Citation Counts

    Full text link
    We conducted a full-scale evaluative citation analysis study of scholars in the XML research field to explore just how different from each other author rankings resulting from different citation counting methods actually are, and to demonstrate the capability of emerging data and tools on the Web in supporting more realistic citation counting methods. Our results contest some common arguments for the continued use of first-author citation counts in the evaluation of scholars, such as high correlations between author rankings by first-author citation counts and other citation counting methods, and high costs of using more realistic citation counting methods that are not well-supported by the ISI databases. It is argued that increasingly available digital full text research papers make it possible for citation analysis studies to go beyond what the ISI databases have directly supported and to employ more sophisticated methods

    "Reflections on the subject of Emigration from Europe with a view to Settlement in the United States" By M. Carey.

    No full text
    "Reflections on the subject of Emigration from Europe with a view to Settlement in the United States: containing bried sketches of the moral and political character of those states. By M. Carey, member of the American philosophical, and of the American Antiquarian Society, and author of The Olive Branch, Cindiciae Hibernicae, essays on banking, on political economy, and on internal improvement. To which are now added the English editor's comments on the subject; together with Important Advice to Emigrants, and Cautions Against Impositions Practiced in the Outports
    corecore