109 research outputs found
Getijd anlayse en voorspellingen m.b.h.v Arima-modellen
Doel van dit onderoek ik een getijanalyse m.b.v. Arima modellen voor het voorspellen van stormvloedhoogten Als onderzoek gebied is het getij bij Vlissingen in 1976 gekozen. De basis gedachte achter ARIMA-modellen is, dat het mogelijk moet zijn om een gegeven serie waarnemingen te modelleren m.b.v. de statistische eigenschappen van die serie. Daarbij spelen vooral de auto-correlatie, de partiele auto-correlatie en de verdelingsdichtheid functie een belangrijke rol. In hoofdstuk I is de theorie van ARIMA-modellen kort samen gevat. In de na volgende hoofdstukken wordt het onderzoek als volgt uitgesplitst: * algemene tijdreeks analyse * ARIMA-moctel complete signaal, plus voorspelling hiermee * afpellen astronomisch deel m.b.v. kleinste kwadraten methode * analyse rest signaal * ARIMA-model rest signaal voor rustige en storm perioden * simulatie voorspelling gedurende een storm periodeHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Bleeding events and mortality in SCT patients: a retrospective study of hematopoietic SCT patients with organ dysfunctions due to severe sepsis or GVHD.
In autologous and allogeneic hematopoietic SCT (HSCT) neutropenia may be associated with severe infection. Immunodeficiency associated with GVHD and its treatment in allogeneic HSCT is also a risk for severe infection. In both periods, patients may develop severe sepsis with organ failure. To gain insights into treatment possibilities, HISTORY, a multicenter retrospective study reviewed HSCT patient records on mortality, organ dysfunction, platelet count and bleeding events. All transplantation records from 16 European centers were reviewed for 1.5 years. Of 2092 patients screened, 160 were documented for HSCT with respiratory and/or cardiovascular organ dysfunction because of sepsis and/or GVHD. Mortality was 53.1% at 28 days and 65.6% at 100 days. HSCT patients with sepsis and organ dysfunction are at highest risk of death (49.5%). Death from refractory septic shock was 15.2%, and it was 20% from respiratory failure and 64.7% from sepsis. Fewer than 3% of HSCT patients died from bleeding complications; however, individuals at increased risk of bleeding were excluded. Despite low platelet counts, an increased risk of bleeding could be established only if thrombocytopenia dropped below 13 x 10(9)/l. Thus, there might be a therapeutic window for treatment strategies for severe sepsis in HSCT, such as drotrecogin alpha (activated)
Rapportage veldmetingen Pettemer Zeewering: Stormseizoen 2002-2003
Sinds 1994 worden er golf- en golfoploopmetingen verricht bij de Pettemer Zeewering. Deze metingen worden in opdracht van Rijkswaterstaat, Rijksinstituut voor Kust en Zee/RIKZ uitgevoerd door Rijkswaterstaat Directie Noord-Holland (Informatiedienst Water). De golfoploopmetingen worden door DWW geanalyseerd. Bij deze meetcampagne worden met verschillende instrumenten diverse metingen verricht. Zo wordt bijvoorbeeld de verticale uitwijking van het wateroppervlak gemeten met behulp van boeien, druksensoren en radarapparatuur en wordt de golfoploop tegen de dijk in beeld gebracht met behulp van onder andere een golfoploopbaak en videocamera\u92s. Het doel van de meetcampagne bij Petten is het volgen van de voortplanting van de golven vanaf diep water, door de brandingszone tot aan de dijk en tevens het meten van de golfoploop tegen de dijk. Voor de rapportage van de gedurende het stormseizoen 2002-2003 verrichte veldmetingen is de opbouw van het stormseizoenverslag 2001-2002 grotendeels gehandhaafd, met het verschil dat nu meer aandacht is besteed aan de analyse en beschrijving van (lokaal opgewekte) lange golven met periodes langer dan 30 seconden. De volgende algemene conclusies m.b.t. het functioneren van de meetsite en de betrouwbaarheid van de meetdata worden getrokken: - De beschikbaarheid van meetdata is sterk verbeterd ten opzichte van voorgaand seizoen. De komende seizoenen kan echter een nog hogere registratiedichtheid worden gehaald. Hiertoe zullen op korte termijn de faalmechanismen en hun kans van optreden inzichtelijk worden gemaakt. Op basis van deze lijst kan de robuustheid van de meetsite op efficiënte wijze worden verbeterd. - Het is gebleken dat de radar niveaumeter en de druksensor op meetpunt 6 in de branding verschillende uitkomsten geven. Deze verschillen zijn onacceptabel groot. Het verdient daarom sterk de aanbeveling om een studie te verrichten naar de betrouwbaarheid van de huidige meettechnieken in de branding. - Om een idee te krijgen van het relatieve aandeel van de lange golven in de totale hoeveelheid energie in het spectrum is de gemeten laagfrequente energie geanalyseerd. Uit deze analyse is gebleken dat bij rustige omstandigheden al lange golven worden gemeten. Op 13 oktober 2002, een rustige dag met een landafwaartse wind, bedroeg het relatieve aandeel van de lange golven op de energie van het totale spectrum 1 tot 4 procent. Tijdens storm neemt het relatieve aandeel van de laag frequente energie sterk toe door lokale opwekking van lange golven. Op de stormdag 27 oktober 2002 bedroeg het relatieve aandeel van de lange golven op de energie van het totale spectrum ca. 10 procent. Om meer inzicht te krijgen in het voorkomen van lange golven en tevens in de mate van reflectie van deze golven tegen de dijk wordt een uitgebreidere analyse van de meetdata sterk aanbevolen.HR-Meet/SBW
Première évidence de la production pp → tttt dans le cadre du modèle standard et études de performance du calorimètre à tuiles d'ATLAS pour la phase HL-LHC
Two analyses in the field of particle physics are presented in this document. First, studies on the performance of the reconstruction of muons using calorimeter information under the conditions of the High-Luminosity Large-Hadron-Collider (HL-LHC) phase of the ATLAS detector. Second, the search for the Standard Model (SM) simultaneous production of four top quarks using the full Run-II data set recorded by ATLAS. This data set corresponds to an integrated luminosity of L = 139 fb−1 of proton–proton collisions at a centre of mass energy of √s = 13 TeV. Here, the performance of the reconstruction of muons is probed for different pile-up scenarios, as those expected for the HL-LHC phase, and in light of different noise scenarios that emulate the loss of energy resolution and deterioration of detector acceptance due to ageing and irradiation of detector components. This study is conducted to test proposed detector upgrade scenarios before their implementation. The search for SM like four top quark production presented here, focuses on the decay modes with two same sign or more leptons in the final state. The search for this process is, among other factors, motivated by the very large energies involved and by the fact that it is likely on the verge of being discovered with currently available data sets. The final results are obtained in a profile likelihood fit involving the outcome of a boosted decision tree trained to discriminate between signal and background. The fit results in a production cross section of [1], which corresponds to an observed (expected) significance of Z = 4.3 (Z = 2.4). This represents the first evidence for this process. The obtained result is compatible with the SM prediction [2] within 1.7 standard deviations.Following first evidence, the possibility of reconstructing the four top quark system using a kinematic likelihood approach is developed and tested. These developments are performed with the KLFitter [3] tool set and yield an efficiency of correctly matching all four top quarks of ε = 33 ± 4% under optimal conditions in the single lepton final state. [1] ATLAS Collaboration. ‘Evidence for tt̄tt̄ production in the multilepton final state in proton–proton collisions at √s = 13 TeV with the ATLAS detector’. Eur. Phys. J. C 80 (2020) [2]Rikkert Frederix et al. ‘Large NLO corrections in tt̄W ± and tt̄tt̄ hadroproduction from supposedly subleading EW contributions’. JHEP 02 (2018) [3]Johannes Erdmann et al. ‘A likelihood-based reconstruction algorithm for top-quark pairs and the KLFitter framework’. Nucl. Instrum. Meth. A 748 (2014)Deux analyses dans le domaine de la physique des particules sont présentées dans ce document. Premièrement, des études sur les performances de la reconstruction des muons à l’aide des informations calorimétriques dans les conditions de la phase HL-LHC du détecteur ATLAS.. Deuxièmement, la recherche de la production simultanée de quatre quarks top en utilisant l’ensemble complet des données Run-II enregistrées par ATLAS. Cet ensemble des données correspond à une luminosité intégrée de L = 139 fb−1 des collisions protons-protons à un énergie dans le centre de masse de √s = 13 TeV. La performance de la reconstruction des muons est sondée pour différentes conditions de prise de données, en particulier avec des nombres de collisions parasites importants tels qu’attendu pour la phase du HL-LHC. La performance est également sondé et en vue de différents scénarios des bruits qui émulent la perte de résolution énergétique et la détérioration de l’acceptation du détecteur due au vieillissement et à l’irradiation des composants du détecteur. Cette étude est menée pour tester les scénarios proposés de mise à jour du détecteur avant leur mise en œuvre. La recherche de la production de quatre quark top, prédite par le modèle standard (SM), présentée ici, se concentre sur les modes de désintégration avec deux leptons de même signe ou plusieurs leptons dans l’état final. La recherche de ce processus est, entre autres facteurs, motivée par les très grandes énergies impliquées et par le fait qu’il est potentiellement sur le point d’être découvert avec l’ensemble des données actuellement disponibles. Les résultats finaux sont obtenus dans l’ajustement d’une fonction de vraisemblance profilée impliquant le résultat d’un boosted decision tree, entraîné à discriminer entre le signal et les bruits de fond. L’ajustement donne une section efficace de [1], ce qui correspond à une significance observée (attendue) de Z = 4,3 (Z = 2,4). Cela correspond à la première évidence de ce processus. Le résultat obtenu est compatible avec la prédiction du SM [2] à 1,7 écart-type près. Après la première évidence, la possibilité de reconstruire le système des quatre quark top en utilisant une approche de vraisemblance cinématique est explorée. Les études sont effectuées dans l’état final avec un seul lepton avec l’outil KLFitter [3] donnant une efficacité de correspondance correcte des quatre quarks top de ε = 33 ± 4 % dans des conditions optimales. [1] ATLAS Collaboration. ‘Evidence for tt̄tt̄ production in the multilepton final state in proton–proton collisions at √s = 13 TeV with the ATLAS detector’. Eur. Phys. J. C 80 (2020) [2]Rikkert Frederix et al. ‘Large NLO corrections in tt̄W ± and tt̄tt̄ hadroproduction from supposedly subleading EW contributions’. JHEP 02 (2018) [3]Johannes Erdmann et al. ‘A likelihood-based reconstruction algorithm for top-quark pairs and the KLFitter framework’. Nucl. Instrum. Meth. A 748 (2014
1842 - 1846
1842 - 1846
Miniatur-Salon : eine Sammlung von Stahlstichen nach berühmten Gemälden lebender Künstler (-)
1842 - 1846 (Bd. 1) (1)
Cover (1)
Titelseite (4)
Vorwort (6)
Inhalt (8)
Das Titelblatt, gemalt von Zwecker (10)
Zu Veit's Portrait, gemalt von Steinle (11)
Die beiden Marien am Grabe des Heilands von Ph. Veit (15)
Die Elfen. Von Steinbrück (18)
Mädchen auf dem Berge. Von C. Begas (22)
Die Braut. Von Heinrich Rustige (26)
Romeo und Julie. Von C. Sohn (29)
Ezzelino da Romano. Von C. F. Lessing (33)
Zu F. W. Schadow's Portrait (38)
Die Grablegung. Von F. W. Schadow (45)
Die Sennerin. Von Ph. Foltz (48)
Scene auf einer Burgzinne. Von Adolph Teichs (51)
Die Lorelei. Von C. Begas (54)
Der Liebesantrag. Von Jacob Becker (57)
Die Braut von Rheinstein. Von J. B. Zwecker (60)
Scheherasade, Mährchen erzählend . Von Paul Emil Jacobs (63)
Zu Peter von Cornelius Portrait (66)
Faust und Gretchen. Von Peter von Cornelius (72)
Bradamante. Von Julius Schnorrr von Karolsfeld (75)
Der Fischer. Von Christian Heinrich Hanson (79)
Blondel. Von Carl Wilhelm von Heideck (82)
Des Müllers Tochter an der Brücke. Von August von der Embde (86)
Alexis und Dora. Von Wilhelm Kaulbach (90)
Die Hirten auf dem Berge. Von Eduard Bendemann (94)
Zu Friedrich Overbeck's Portrait (98)
Die heilige Familie. Gemalt von Friedrich Overbeck (109)
Ave Maria. Gemalt von Christian Ruben (112)
Der spanische Spion. Von Heinrich Rustige (117)
Das Compromiss der Niederländ. Edlen. Von Eduard de Brièfve (120)
Die junge Wittwe. H. Rustige / Die Küchenhüterin. A. Embde (124)
Hessische Dorfschmiede. Gemalt von Friedrich Jacob Dielmann (129)
Spielende Kinder. Gemalt von Johann Kirchner (134)
Die Abdankung Kaiser Carl's V. Gemalt von Louis Gallait (138
De glasdepositie. Een glazenier in de schaduw van de kerk
Ter plaatse van het adres Dieserstraat 78 is een grote kuil aangetroffen met vlakglas. Het betreft enerzijds het restafval van het bijsnijden van de glasplaten in kleine kalibers die tezamen een raam vormden, en anderzijds gebrandschilderd, onbeschilderd en gekleurd vensterglas dat werd verwijderd door de glazenier om te vervangen voor nieuw vensterglas. Het vervangen van de ramen van de Nieuwstadskerk moet een flinke klus zijn geweest, waarvoor de glazenier waarschijnlijk een tijdelijke werkplaats heeft geïnstalleerd in de schaduw van de kerk.Het vensterglas is afkomstig uit de Nieuwstadskerk dat voor een deel in juni 1572 isvernield bij de plunderingen door de Staatse en Waalse troepen. Na de plunderingen zal niet direct een glazenier zijn ingeschakeld om de ruiten te vervangen. In de roerige tijd die erop volgde, lijkt het onlogisch om zo iets breekbaars als vensterglas opnieuw te installeren met het risico dat deze ramen spoedig opnieuw kapotgeslagen zouden worden. Een glazenier zal waarschijnlijk na 31 mei 1591 zijn ingehuurd, nadat prins Maurits als Stadhouder de stad op de Spanjaarden heroverde en er een rustige periode aangebroken was.Roman Provinces, Middle Ages and Modern Perio
Jaarrapport Monisnel 2001
Na een aantal rustige plaagalgenjaren viel 2001 uit de toon met een zeer grote Phaeocystis-voorjaarsbloei in de Nederlandse kustwateren en, voor het eerst in meer dan 10 jaar werd in de Waddenzee \u92s zomers DSP gemeten (Diarrhoeic Shellfish Poisoning). De Phaeocystis-bloei leidde tot versnelde zuurstofloosheid in het Grevelingenmeer en een massale mosselsterfte in de Oosterschelde: 10 miljoen kg schelpdieren ter waarde van \u80 20 miljoen. Een nieuw fenomeen was het stilleggen van baggerwerkzaamheden in de IJmuidense buitenhaven nadat de opgebaggerde Phaeocystis-slurrie leidde tot toxische H2S concentraties aan boord van de hopperzuiger. \u92s Zomers werd bij Hoek van Holland een nieuw wereldrecord gevestigd met 4 miljard Phaeocystis cellen per liter, 40x de concentratie van de voorjaarspiek. Deze zomerbloei veroorzaakte overlast voor de badgasten. De problemen met Phaeocystis worden in een apart hoofdstuk behandeld. Een belangrijke factor bij alle Phaeocystis-bloeien was de hoge afvoer van geëutrofieerd rivierwater. De mosselen in de Waddenzee waren giftig geworden (DSP) door een bloei van Dinophysis acuminata. Deze bloei, die voor het eerst gesignaleerd werd voor de Hollandse kustzone, werd veroorzaakt door zoutstratificatie en warm zomers weer. Deze combinatie van abiotische factoren kan bij de verwachtte klimaatverandering in deze eeuw vaker gaan voorkomen. In 2002 is het effect van zoutstratificatie en hoge watertemperaturen op plaagalgen nader onderzocht. De problemen met de diverse plaagalgen in 2001 onderstrepen het belang van een snelle monitoring. Daarnaast dient specifieke kennis van de verschillende soorten plaagalgen en van de veldomstandigheden voor handen te zijn om het verloop van bloeien, en de daar aan verbonden risico\u92s, te kunnen voorspellen. Belangrijk hierbij is bovendien de samenwerking met collega instituten in Nederland, als ook de internationale contacten die leiden tot een versnelde kennisuitwisseling
Het toegenomen belang van de nederlandse Waddenzee voor ruiende Bergeenden
Bergeenden kunnen tijdens hun ruiperiode bijna een maand niet vliegen. Ze zijn dan erg kwetsbaar voor menselijke verstoring en zoeken rustige gebieden in de Waddenzee op. Van oudsher ruien vrijwel alle West-Europese Bergeenden in het waddengebied van Sleeswijk-Holstein in Duitsland. Rond de eeuwwisseling ruiden daar ruim 200 000 Bergeenden. Sindsdien namen de aantalen er gestaag af en vormden zich steeds grotere ruiconcentraties in de Nederlandse Waddenzee. De vraag is wat het Nederlandse Wad zo aantrekkelijk maakt voor ruiende Bergeenden
- …
