182,965 research outputs found

    C. Horst Roseman, Pytheas of Massalia, On the Ocean, Ares Publ., Chicago 1994, ISBN 0890055459.

    No full text
    Recensione a C. Horst Roseman, Pytheas of Massalia, On the Ocean, Ares Publ., Chicago 1994, ISBN 0890055459.Review of the book by C. Horst Roseman, Pytheas of Massalia, On the Ocean, Ares Publ., Chicago 1994, ISBN 0890055459

    P. C. Van der Horst. Les vers d'or pythagoriciens, 1932

    No full text
    Puech Aimé. P. C. Van der Horst. Les vers d'or pythagoriciens, 1932. In: Journal des savants, Novembre-décembre 1933. pp. 270-271

    P. C. Van der Horst. Les vers d'or pythagoriciens, 1932

    No full text
    Puech Aimé. P. C. Van der Horst. Les vers d'or pythagoriciens, 1932. In: Journal des savants, Novembre-décembre 1933. pp. 270-271

    Terrein Douven, Horst Gemeente Horst aan de Maas

    No full text
    In opdracht van Janssen de Jong Projectontwikkeling heeft archeologisch onderzoeksbureau Becker & Van de Graaf bv in juli 2008 een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) verkennende fase uitgevoerd op het terrein Douven aan de Americaanseweg in Horst, gemeente Horst aan de Maas. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande sanering van het terrein en de nieuwbouw van 35 woningen. Hierbij zal de bodem door graafwerkzaamheden worden verstoord tot een nog onbekende diepte. Daarom is van een verstoringsdiepte van maximaal 2,0 m beneden het maaiveld uitgegaan. Hierbij bestaat de kans dat eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord dan wel vernietigd zullen worden. Een bureau- en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase zijn uitgevoerd. De doelstelling van het bureauonderzoek was het krijgen van informatie met bestaande bronnen over de bekende of verwachte archeologische waarden binnen het plangebied. Hiermee is een specifieke archeologische verwachting opgesteld. Het doel van het veldonderzoek was het aanvullen en vaststellen van de opgestelde verwachting en om inzicht te krijgen in de genese van de afzettingen in de ondergrond van het plangebied. Bij het veldonderzoek is de opbouw van de ondergrond onderzocht en is gekeken of er archeologische indicatoren in de boringen aanwezig waren. Na de geplande zes boringen was onduidelijk of er wel of geen archeologische waarden in het plangebied aanwezig waren. Daarom zijn drie extra boringen gezet. Het plangebied ligt op een dekzandvlakte. De zandafzettingen dateren uit het Weichselien, de laatste koude periode van het Pleistoceen (laatste ijstijd) vóór het huidige warme Holoceen. Door plaggenbemesting is een esdek ontstaan. Het aanwezige bodemtype kan worden geclassificeerd als een hoge zwarte enkeerdgrond dat begraven is geraakt onder een dun pakket geroerde grond. Dit pakket geroerde grond is hoofdzakelijk recent ontstaan bij het verwijderen van de aanwezige bebouwing en bestrating. Het plangebied staat op de IKAW aangegeven als een gebied met een onbekende archeologische verwachtingswaarde doordat het plangebied in bebouwd gebied ligt. Uit nabij gelegen onbebouwde gebieden blijkt dat de archeologische verwachting in het plangebied hoog is. De CHW geeft eveneens een hoge archeologische verwachting. De archeologische verwachting is hoog door de ligging op een dekzandrug. Bij het veldonderzoek bleek dat de top van het esdek meer of minder is omgewerkt. Toch resteert veelal circa 45 tot 70 cm van het esdek in het plangebied. In ieder geval is de onderkant van het esdek in vrijwel het gehele plangebied intact. Eventuele archeologische resten onder het esdek zullen dan ook intact zijn. In het esdek zijn vooral archeologische indicatoren aangetroffen die als groep te dateren zijn in de Nieuwe tijd en dan vermoedelijk met name in de 19e en 20e eeuw. De kans is groot dat in die tijd het grootste deel van het esdek ontstond. Archeologisch het meest interessant zijn de volgende twee indicatoren, die helaas niet dateerbaar zijn. Beide zijn afkomstig uit de onderste laag van het esdek, op de overgang naar C-horizont. De ene is een in drie stukjes uiteengevallen brokje van vermoedelijk verbrande leem en de andere een brokje houtskool. Gezien de positie aan de onderkant van het esdek kunnen de indicatoren zowel afkomstig zijn uit voor bemesting aangevoerde grond als uit de oorspronkelijk bouwvoor (oude akkerlaag). In dat laatste geval kunnen de indicatoren een aanwijzing zijn voor eventuele archeologische resten in het plangebied. Eventuele archeologische resten zijn aanwezig in de top van de het pakket gele zand onder het esdek, dus in de top van de C-horizont op een diepte van circa 70 à 100 cm onder het huidige maaiveld. De voorgenomen graafwerkzaamheden kunnen archeologische waarden in het plangebied bedreigen. De gaafwerkzaamheden reiken naar verwachting tot onder het esdek, waar archeologisch resten aanwezig kunnen zijn. Op basis van de resultaten van het Inventariserend Veldonderzoek wordt geadviseerd om vervolgonderzoek uit te laten voeren

    Insinuationum divinae pietatis Lib. V ...

    No full text
    Sign.: A\p12\s, b\p12\s, c\p8\s, A-Z\p12\s, 2A-2O\p12\s, 2P\p4\

    Dynamic Systems of Social Interactions

    No full text
    We state conditions for existence and uniqueness of equilibria in evolu- tionary models with an infinity of locally and globally interacting agents. Agents face repeated discrete choice problems. Their utility depends on the actions of some designated neighbors and the average choice throughout the whole population. We show that the dynamics on the level of aggregate be- havior can be described by a deterministic measure-valued integral equation. If some form of positive complementarities prevails we establish convergence and ergodicity results for aggregate activities. We apply our convergence re- sults to study a class of population games with random matching.evolutionary dynamics, social interaction, equilibrium, interacting particle systems, coordination games

    Ralph C. Diaz, Horst et Judith von Oppenfeld. Case Studies of Farm Families, Laguna Province, Philippines

    No full text
    Gallais Jean. Ralph C. Diaz, Horst et Judith von Oppenfeld. Case Studies of Farm Families, Laguna Province, Philippines. In: Études rurales, n°17, 1965. p. 103

    Denkler (Horst). Restauration und Revolution. Politische Tendenzen im deutschen Drama zwischen Wiener Kongress und Märzrevolution

    No full text
    Tindemans C. Denkler (Horst). Restauration und Revolution. Politische Tendenzen im deutschen Drama zwischen Wiener Kongress und Märzrevolution. In: Revue belge de philologie et d'histoire, tome 58, fasc. 2, 1980. Histoire (depuis l'Antiquité) - Geschiedenis (sedert de Oudheid) pp. 497-498

    Collapse of flow: probing the order of the phase transition

    No full text
    We discuss the present collective flow signals for the phase transition to the quark-gluon plasma (QGP) and the collective flow as a barometer for the equation of state (EoS). We emphasize the importance of the flow excitation function from 1 to 50A GeV: here the hydrodynamicmodel has predicted the collapse of the v1-flow at ~ 10A GeV and of the v2-flow at ~ 40A GeV. In the latter case, this has recently been observed by the NA49 collaboration. Since hadronic rescattering models predict much larger flow than observed at this energy, we interpret this observation as potential evidence for a first order phase transition at high baryon density pB

    Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis

    No full text
    The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
    corecore