861 research outputs found
Intra-operative bacterial contamination : control and consequences
Een combinatie van gedragsmaatregelen en een beter luchtinblaassysteem in de operatiekamer leidt tot een afname van het aantal bacteriën bij plaatsing van een knie- of heupprothese. Hierdoor neemt de kans af op infectie van de prothese en op problemen met wondgenezing na de operatie. Dit blijkt uit onderzoek van Bas Knobben, uitgevoerd bij de afdeling Orthopedie en de vakgroep Biomedical Engineering van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Deze bevindingen kunnen ertoe bijdragen dat gewrichtsprothesen minder vaak infecteren en vervangen moeten worden. Hij promoveert op 26 april 2006 op zijn onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
In elke operatiekamer kunnen ondanks strenge hygiënische maatregelen bacteriën voorkomen die een mogelijk risico vormen voor infectie van prothesen en problemen met wondgenezing na de operatie. Tot nu toe was de omvang hiervan onduidelijk. Uit het onderzoek van Knobben blijkt dat bij 36 procent van de plaatsingen van heupprothesen bacteriën aanwezig waren op het instrumentarium en op verwijderde botsnippers bij het inbrengen van de prothesen. Ook bleek er een verband te zijn tussen het vóórkomen van deze bacteriën en het optreden van verstoorde wondgenezing en infectie van de prothesen.
Gedragsmaatregelen
Knobben onderzocht of gedrags- en technische maatregelen, aanvullend op de gebruikelijke hygiënerichtlijnen, de kans op bacteriële besmetting tijdens de operatie verkleinen. Uit zijn onderzoek blijkt dat de combinatie van deze maatregelen in een operatiekamer de kans op aanwezigheid van bacteriën deed afnemen van 34 procent naar 8 procent. Tegelijk nam de kans op infectie van prothesen, verstoorde wondgenezing en wondinfectie beduidend af.
De gedragsmaatregelen die onder andere werden genomen, zijn het beperken van het spreken en het in- en uitlopen van de operatiekamer door het operatiekamerpersoneel, het gecontroleerd bewegen, het juiste gebruik van het neus-/mondkapje en een beter gebruik van het gebied onder de luchtstroom. Een van de technische maatregelen betrof het gebruik van een beter luchtinblaassysteem (laminaire airflow). Hierbij vindt een constante aanvoer van schone lucht plaats boven het operatiegebied en worden bacteriën via verticale luchtstromen afgevoerd.
Kosteneffectief
Met dit onderzoek toont Knobben aan dat gedragsmaatregelen en een beter luchtinblaassysteem in de operatiekamer infecties van prothesen en problemen met wondgenezing kunnen voorkomen. De maatregelen zijn bovendien kosteneffectief: de gemiddelde totale kosten per patiënt met een eerste (primaire) prothese zonder infectie zijn ongeveer € 15.000, zo’n 3,5 keer lager dan die van een patiënt met een geïnfecteerde prothese (ongeveer € 52.000). De resultaten van dit proefschrift hebben ertoe geleid dat het Universitair Medisch Centrum Groningen de aanvullende gedrags- en technische maatregelen toepast bij het plaatsen van prothesen.
Verdubbeling
In Nederland zijn in 2004 ongeveer 25.000 heup- en 20.000 knieprothesen geplaatst. De belangrijkste indicatie voor het plaatsen hiervan is gewrichtsslijtage. De verwachting is dat door vergrijzing het aantal mensen dat in aanmerking komt voor deze operaties de komende twintig jaar zal verdubbelen. Bij ongeveer één tot vier procent van de patiënten treedt na plaatsing een bacteriële infectie op.
Mapping the shadow economy: spatial variations in the use of high denomination bank notes in Brussels city-region
The aim of this paper is to map the spatial variations in the size of the shadow economy
within Brussels. Reporting data provided by the National Bank of Belgium on the deposit of high
denomination banknotes across bank branches in the 19 municipalities of the Brussels-Capital
Region, the finding is that the shadow economy is concentrated in wealthier populations and not
in deprived or immigrant communities. The outcome is a call to transcend the association of the
shadow economy with marginalized groups and the wider adoption of this indirect method when
measuring spatial variations in the shadow economy
Biogeochemical redox proxies in sediments from Schandelah during the Toarcian (Early Jurassic)
Author contributions:
The sampling was led by Bas van de Schootbrugge and measurements performed by Nina Papadomanolaki, with supervision of Niels A. G. M. van Helmond and Caroline P. Slomp. Measurements were gathered, processed and analysed by Itzel Ruvalcaba Baroni
Creative Networks and the City: Towards a Cultural Political Economy of Aesthetic Production
This book offers a fundamental contribution to the literature on the creative industries and the knowledge-based economy by focusing on three aspects: urban spaces as key sites of capitalist restructuring, creative industries' policies as state technologies aimed at economic exploitation, and the role of networks of aesthetic production in inflecting these tendencies. It simultaneously goes beyond these debates by integrating a concern with the cultural and aesthetic dimensions of the creative industries. As such, the book is relevant to researchers interested in the transdisciplinary project of a cultural political economy of creativity and urban change
Concurrentievermogen van Brussel in het Europees onderzoek
Welke plek neemt Brussel in de Europese onderzoeksgeografie in? Brussel wordt algemeen erkend als de hoofdstad van de Europese Unie, maar vooral vanwege haar politiek-bestuurlijke functies. Omdat onderzoek fundamenteel is in een “kenniseconomie”, toont dit artikel de prestaties van Brussel op het gebied van deelname aan Onderzoek & Ontwikkeling-projecten (O&O) in de Europese Unie. De conclusies wijzen op een dubbele rol voor Brussel: i) de Belgische actoren presteren goed in de competitie om O&O‑calls; ii) EU-gerelateerde actoren dragen bij door de oprichting van onderzoeksnetwerken, die van Brussel de “hoofdstad van de Europese onderzoeksgeografie” maken. De analyse is gebaseerd op een innovatieve databank van deelnames aan Framework Programme-projecten van 1999 tot 2010.What is the place of Brussels in the European research geography? Brussels is commonly recognised as the EU capital, but mainly for its political and administrative functions. As research is fundamental in a “knowledge-based economy”, this paper shows the performance of Brussels in terms of participation in EU R&D projects. Findings show a double role for Brussels: i) Belgian stakeholders perform well in the competition for R&D calls; ii) EU-related stakeholders contribute by establishing research networks, making Brussels the “capital of the European Research Area”. The analysis is based on an innovative database of participation in Framework Programme projects from 1999 to 2010.Quelle est la place de Bruxelles dans la géographie de la recherche européenne ? Elle est généralement reconnue comme la capitale de l’UE, mais principalement en raison des activités politico-administratives qu’elle abrite. Or, la recherche est essentielle à une économie fondée sur la connaissance. La présente étude montre donc dans quelle mesure Bruxelles participe efficacement aux projets européens de R&D. D’après les conclusions qui s’en dégagent, Bruxelles exerce un double rôle : d’une part, les acteurs belges enregistrent de bons résultats face à la concurrence dans le cadre des appels à projets de R&D et d’autre part, les acteurs liés à l’UE, par la mise en place de réseaux de recherche, contribuent à faire de Bruxelles la capitale de l’Espace européen de la recherche. Cette analyse s’appuie sur une base de données innovante recensant les participations à des projets relatifs aux programmes-cadres de 1999 à 2010
Hoe centrale groepsuitbreidingen ontstaan uit oppervlaktes van driehoeken
In deze scriptie volgen we de lijn die in W. van Est in “A group theoretic interpretation of area in the elementary geometries” heeft uitgezet, maar we gaan grondiger in op de stof en bewijzen de meeste claims die door Van Est worden gedaan. We kijken naar wat triviale en nontriviale centrale groepsuitbreidingen zijn, wat die te maken hebben met cocykels en coranden en cohomologieklassen. We zien dat iedere cocykel een corresponderende homogene cocykel heeft. Aan de hand van het oppervlaktebegrip in een tweedimensionale ruimte kunnen we een homogene cocykel definiëren en daarmee kunnen we dan een centrale groepsuitbreiding construeren van de symmetriegroepen op het tweedimensionale hyperbolische, euclidische en elliptische vlak. We zien dat die uitbreidingen niet triviaal zijn, maar dat wanneer we ieder van deze uitbreidingen verheffen naar hun universele overdekking, de uitbreiding op de symmetriegroep van het hyperbolische vlak triviaal wordt, in tegenstelling tot die van het euclidische vlak
- …
