18,036 research outputs found

    Plangebied Noord Koninginnewal 91 te Helmond, gemeente Helmond; een archeologische opgraving

    No full text
    In opdracht van Adriaans Vastgoed bv heeft RAAP van 18 tot en met 20 april 2018 een archeologische opgraving uitgevoerd op een bouwkavel aan de Noord Koninginnewal 91 te Helmond. Het voornaamste doel van het onderzoek was het veiligstellen van de oudheidkundige informatie (behoud ex situ). Tijdens het onderzoek is een gebied van 162 m2 groot in twee vlakken onderzocht. Hierbij zijn drie greppels, zes kuilen, zeven paalkuilen, twee kelders en een muur blootgelegd. In totaal zijn 38 stuks vondstmateriaal bestaande uit aardewerk, keramisch bouwmateriaal, glas en hout gevonden. Het verzamelde gebruiksaardewerk dateert uit de periode tussen de late middeleeuwen B en de nieuwe tijd C. De vondst van een laat middeleeuwse houttrip is bijzonder. Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied aan de binnenzijde van de wal in de noordoosthoek van de historische kern van Helmond ligt. In de late middeleeuwen en nieuwe tijd behoorde het plangebied tot het achtererf van bewoning aan de Markt en was het in gebruik als tuin. Gerelateerd aan deze context zijn greppels, kuilen en paalkuilen gedocumenteerd. Ook de gering aantal vondsten bevestigen dit extensief landgebruik in de historische binnenstad. In de 19de eeuw wordt het centrale en oostelijke deel van het plangebied bebouwd. Van deze bebouwing zijn twee kelders en één funderingsmuur gedocumenteerd. Aanbevelingen Met deze opgraving is de oudheidkundige informatie ex situ bewaard, zodat verder archeologisch veldonderzoek op deze locatie niet meer aan de orde is. Ten aanzien van het aspect archeologie is het plangebied vrij voor ontwikkeling

    Helmond - Businesspark. Archeologisch Centrum Eindhoven en Helmond Rapport 82

    No full text
    Dit betreft de derde fase van het proefsleuvenonderzoek op de Vinex-locatie Brandevoort II in de gemeente Helmond. Aanleiding voor het onderzoek is de geplande bouw van bedrijventerreinen. Tijdens het onderzoek -uitgevoerd in april/mei 2012- is ruim 6% (4260m2) van het onderzoeksgebied beoordeeld. In de sleuven zijn relatief weinig sporen en vondsten aangetroffen. De aanwezige sporen (perceelsgreppels) en vondsten dateren uit de nieuwe tijd. Het gebied bleek verstoord te zijn door recente machinale verstoringen afkomstig van o.a. egalisering (ruilverkaveling) en tuinbouw. Een aanbeveling tot vervolgonderzoek was daarom niet noodzakelijk. Het gebied is vrij gegeven voor ontwikkeling

    BAAC-rapport A-17.0215

    No full text
    In opdracht van de gemeente Helmond, Projectbureau Helmond, heeft BAAC bv een begeleiding uitgevoerd tijdens een bodemsanering in plangebied Heistraat 110-114, Woonplein Noord te Helmond. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van woningen in het plangebied waarbij een gerede kans bestaat dat archeologische waarden vernietigd zullen worden. Tijdens de archeologische begeleiding zijn geen behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen. Ter plaatse van de voormalige bebouwing direct langs de Heistraat was de bodem diep verstoord. Aanwezige funderingsresten waren alleen te dateren in de 20e eeuw; oudere faseringen in het muurwerk zijn niet waargenomen. Op een groot deel van het terrein, op de voormalige achterpercelen, was nog een donkerbruin humeus ophogingspakket aanwezig. Vondstmateriaal hieruit dateert van de 15e tot de vroege 20e eeuw en geeft het pakket daarmee een sterk gemengd karakter. Er is één tonput aangetroffen in het ophogingspakket. Deze zal niet ouder zijn dan de tweede helft van de 19e eeuw. Eventuele resten van een landweer, die ter plaatse van het plangebied gelegen zou kunnen hebben, zijn niet aangetroffen. Het kan zijn dat de landweer nooit gesitueerd was in de onderzochte zone, ofwel het eventueel sporenniveau is er te veel afgetopt om er nog iets van terug te zien. Het ophogingspakket bevindt zich namelijk direct op een afgetopte C-horizont. De kans is groot dat alleen diepere sporen nog bewaard zijn gebleven onder dit pakket. Over het algemeen is echter tot in het ophogingspakket gesaneerd, waardoor het beeld van wat er onder nog intact zou kunnen zijn, onvolledig is. Diepere waarnemingen, zoals mogelijk was bij het graven van een rioolsleuf, lijken echter te duiden op een aanzienlijke aftopping. De kans op het aantreffen van sporen van voor het ophogingspakket lijkt daarmee vrij klein. Op basis van deze resultaten kan het gebied worden vrijgegeven voor ontwikkelingen

    Archeologisch Centrum Eindhoven en Helmond Rapport 83

    No full text
    Dit betreft de vierde fase van het proefsleuvenonderzoek op de vinex-locatie Brandevoort II in de gemeente Helmond. Aanleiding voor het onderzoek is de geplande bouw van woningen. Tijdens het onderzoek -uitgevoerd in mei 2012- is 7% (4820m2) van het onderzoeksgebied beoordeeld. In de sleuven zijn een grafveld, sporen van bewoning en vondsten aangetroffen uit de overgangsperiode tussen de late ijzertijd en vroeg-Romeinse tijd. De aanbeveling is om een deel van onderzoeksgebied Kranenbroek vlakdekkend op te graven

    Archeologisch Centrum Eindhoven en Helmond rapport 28

    No full text
    In 2003, 2005 en 2006 hebben voorafgaand aan bouwwerkzaamheden drie vlakdekkende opgravingen plaatsgevonden op drie aan elkaar grenzende percelen aan de Vrijstraat in Eindhoven. De opgravingen vonden plaats in opdracht van de gemeente Eindhoven. De drie opgravingen werden uitgevoerd door het Bureau Archeologie van de gemeente Eindhoven. Het doel van de opgravingen was (laatmiddeleeuwse) stedelijke bewoningssporen in dit deel van de Eindhovense binnenstad te registreren en archeologische waarden veilig te stellen. De opgraving die in 2003 is uitgevoerd vond plaats in de periode tussen 25 april en 16 mei op de percelen aan de Vrijstraat 22 en 24. De afgelopen eeuw heeft op deze twee percelen aan de straatzijde één gebouw gestaan. Naast de vroegere westgevel lag, dwars op de Vrijstraat, de Vijksteeg. Tussen de sloop van de oude gebouwen en de geplande nieuwbouw ter plaatse werd de eenmalige kans om op te graven benut. De kleinschalige opgraving op de hoek van de Vrijstraat en de Vijksteeg, bestaande uit werkput 1 die machinaal werd aangelegd tot op het gele dekzand, heeft inzicht gegeven in de ontwikkeling van de bebouwing aan één van de oude straten in de stadskern van Eindhoven. Vooral aan de straatzijde was de bodem van het perceel nog redelijk ongestoord, doordat er eeuwenlang vloeren van gebouwen bovenop hebben gelegen. Het opgravingsvlak is aangelegd midden op het perceel en midden in de oorspronkelijke bebouwing. Funderingen van buitenmuren werden alleen aan de zijde van de Vijksteeg waargenomen. Midden in het op te graven gebied lag een grote kelder die uit het laatste kwart van de 19e eeuw dateert. Aan de straatzijde heeft onder de vloer van het jongste gebouw een vloer van plavuizen gelegen. Hiervan zijn verschillende fragmenten teruggevonden. Daaronder lag een ophogingspakket van circa 60 cm dik. In dit pakket werden scherven aangetroffen van aardewerk, steengoed en kleipijpen. Een lemen vloer onder dit ophogingspakket dateert uit de 15e tot het begin van de 16e eeuw en behoorde tot een gebouw. De randen van de vloer zijn niet aangetroffen omdat de opgravingsput niet tot aan de perceelsgrens en (Vrij-)straatgrens kon worden uitgegraven. Onder de lemen vloer lag een humeus pakket van ongeveer 40 cm dik, dat was omgespit kort voordat de lemen vloer erop is aangebracht. Dit humeuze pakket, mogelijk van oorsprong een akkerlaag, bevatte scherven van aardewerk en steengoed die dateren uit de 12e tot de 15e eeuw. Op het achtererf werden een ingegraven tonnetje en een waterput aangetroffen. Het tonnetje en de waterput dateren beide uit de 18e of 19e eeuw. Op het achtererf stond een grondwaterzuiveringsinstallatie. Nadat deze verwijderd was kon tussen 4 april en 31 mei 2005, tijdens het tweede archeologisch onderzoek, tevens het achtererf van het perceel onderzocht worden (Vrijstraat 26-26a). Bij deze opgraving zijn werkput 2 en 3 aangelegd. Hierbij zijn diverse muurresten van oude gebouwen gevonden, waaronder een muur met pleisterwerk van een oude kelder en een uitbraaksleuf of puinfundering, vermoedelijk van een haardplaats. In werkput 2 is een waterput uit de 20e eeuw gevonden en meerdere afvalkuilen. Er zijn hier tevens drie dierbegravingen aangetroffen van een rund, een paard en een varken. Daarnaast werden nog enkele skeletelementen van een tweede paard in deze put aangetroffen. In werkput 3 werden middeleeuwse sporen en sporen met een datering in de vroeg moderne tijd (15e-18e eeuw) aangetroffen. Een enkel spoor dateerde uit de 19e eeuw tot heden. Bij de meeste sporen gaat het om muur- en funderingsresten. Ook werden er twee sporen van kelders aangetroffen. Daarnaast werd een kuil met een vondstrijke vulling aangetroffen, waaronder slachtafval en een constructie van houten stammetjes. Behalve slachtafval werden ook enkele begraven skeletelementen van een jong varkentje aangetroffen. Ook werden in werkput 3 een waterput en enkele tonputten gevonden, evenals verschillende afvalkuilen en enkele paalkuilen. In sommige van de paalkuilen werden nog restanten van eikenhouten palen aangetroffen. De onderlinge relatie tussen deze sporen is onbekend. Mogelijk hebben de paalkuilen onderdeel uitgemaakt van een constructie, maar doordat er geen vergelijkbare paalkuilen werden aangetroffen in de naastgelegen werkput is hierover tijdens het onderzoek geen verdere duidelijkheid ontstaan. Tegen de bestaande zijgevel van het belendende pand aan de Vrijstraat 20 was in het oude metselwerk een stijl van eikenhout zichtbaar. Ook was de oorspronkelijke dakhelling herkenbaar in het metselwerk. Een strook metselwerk met zwarte roetaanslag wijst op een oude haardplaats. Dit gebouw is door sloop verdwenen. Tussen 22 en 25 augustus 2006 heeft hier het derde archeologische onderzoek plaatsgevonden, waarbij de werkputten 5 en 6 zijn opengelegd en onderzocht. Werkput 5 werd tot op het gele dekzand aangelegd. In werkput 5 werd een stadsophogingslaag uit de 15e tot 16e eeuw zichtbaar. Tevens is hier het graf van een rund aangetroffen. In werkput 6 zijn verschillende middeleeuwse kuilen aangetroffen, waaronder waarschijnlijk een ambachtelijke kuil. Verder zijn hier twee waterputten gevonden, een houten tonput uit de 14e eeuw en een bakstenen waterput uit de 18e -19e eeuw. In het noordprofiel kwam een donkere humeuze laag aan het licht die duidt op een ophogingslaag daterend uit de 12e -15e eeuw. Samenvattend hebben de opgravingen de archeologische verwachting voor het terrein bevestigd. Er zijn sporen aangetroffen van stadsbewoning die dateren uit de late middeleeuwen. Het gaat hierbij om paalkuilsporen, kelders, bijgebouwen, erven met waterputten, afvalkuilen en begraven dieren. Tot in de 15e eeuw is het terrein in gebruik geweest als (stads-)akker. Vanaf die tijd werd het opgehoogd met humeuze grond. Aangetroffen paalkuilsporen, houten tonputjes en waterputten maken bewoning na de eerste ophogingsfase aannemelijk

    BAAC-rapport A-17.0039

    No full text
    In opdracht van de gemeente Helmond heeft BAAC bv een archeologische begeleiding uitgevoerd bij het gehucht Medevoort in Helmond. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aanleg van een fietspad in het plangebied waarbij een gerede kans bestaat dat aanwezige archeologische waarden vernietigd zullen worden. Direct ten zuiden van het onderzoeksgebied, ten zuiden van de spoorlijn Helmond-Eindhoven, ligt de wijk Brandevoort. Voorafgaand aan de bouw hebben diverse opgravingen plaatsgevonden. Voor het onderhavige onderzoek is vooral de deels opgegraven Romeinse nederzetting van Steppekolk Oost van belang. Aangenomen wordt dat de bewoningssporen onder de spoorlijn gewoon doorlopen. Veldverkenningen door de lokale amateur-archeoloog Henk Goossens op een akker direct ten noorden van de spoorlijn leverde veel vondsten uit de Romeinse tijd op. De begeleiding vond plaats op 27 en 28 maart 2017. Tijdens het veldwerk is het cunet van het fietspad, voor zover dit archeologisch relevant was, onderzocht. Het gedeelte tussen station Brandevoort en het doodlopende weggetje dat aansluit op de Medevoort was nog niet beschikbaar. Vanwege onvoorziene vertraging is er op later dan gepland gestart met de ontgraving van het cunet. Hierdoor waren er op de eerste dag van de werkzaamheden nog geen archeologen beschikbaar voor de begeleiding, er was wel telefonisch contact. Op de tweede dag is er duidelijk geworden dat het gehele cunet ter hoogte van het aardbeienveld diep verploegd is. De volgende morgen is geconcludeerd dat ter hoogte van de weide met wallaby’s er geen sporen van diepploegen meer aanwezig zijn, maar dat daar de ondergrond is verstoord door boomplantgaten, een recente sloot en de bedding van het spoor. Net buiten de wei, op de oostelijke akker, duikt de C-horizont en komt het cunet niet meer op het niveau van de mogelijke sporen. Dit is ook aan de westzijde het geval, ter hoogte van het bos. Het advies is om de zone direct naast het spoor vrij te geven, gezien de recente ingrepen (bomen planten, bedding maken en graven bermgreppels). Indien er op de akkers en weide ooit bouwactiviteiten gaan plaatsvinden, is het wenselijk vooraf archeologisch onderzoek uit te laten voeren. De locatie van het bos is waarschijnlijk verstoord door bosbouwactiviteiten

    Havendammen van IJmuiden, modelonderzoek

    No full text
    De Bouwdienst van Rijkswaterstaat heeft WL Delft Hydraulics opdracht gegeven voor het uitvoeren van 2D fysisch modelonderzoek ten behoeve van een mogelijke renovatie van de havendammen van IJmuiden. Het betreft enerzijds modelonderzoek om meer inzicht te verkrijgen in mogelijk optredende schademechanismen bij de huidige constructie (Proevenserie A) en anderzijds modelonderzoek ten behoeve van de afweging tussen drie verschillende overlagingsvarianten (Proevenserie B). De mogelijke schade mechanismen die zijn onderzocht in Proevenserie A zijn: \u95 Het bepalen van de stabiliteit van de huidige teenconstructie. \u95 Het meten van waterdrukken op de bodem ten behoeve van het bepalen van interne verhangen in het filtermateriaal en de kern, om mogelijke uitspoeling van zand te kunnen beoordelen. \u95 Het meten van opwaartse krachten onder de asfaltlaag. Ten behoeve van de onderlinge afweging van overlagingsvarianten zijn drie varianten getest: 1. Variant 3b; Nieuwe toplaag bestaande uit een enkele laag hoge dichtheid kubussen, waarbij de ruimte tussen de oude toplaag en de nieuwe toplaag is uitgevuld met breuksteen. 2. Variant 4; Nieuwe toplaag bestaande uit een dubbele laag hoge dichtheid kubussen, waarbij de ruimte tussen de oude toplaag en de nieuwe toplaag is uitgevuld met breuksteen 3. Nieuwe toplaag bestaande uit een dubbele laag hoge dichtheid kubussen, waarbij de ruimte tussen de oude toplaag en de nieuwe toplaag niet is uitgevuld. Het belangrijkste doel van de modelproeven voor de overlagingsvarianten was om de stabiliteit van de toplaag, de teen en de bodembescherming van de drie varianten te vergelijken.IJmuiden, Havenda

    Modellering zandtransport zeereep: Windrichting, vegetatiegroei en seizoensvariatie

    No full text
    Rekenmodel om effect van vegetatie op zandtransport door wind in rekening te brengen.TAW/EN

    Social media-related Android (Google Play) and iOS (iTunes Store) app ecosystems

    No full text
    This dataset provides information about all the apps that are part of the [Facebook], [Instagram], [Snapchat], and [Twitter]-related Android (Google Play) and iOS (iTunes (App) Store) app ecosystems, derived from Google Play (play.google.com) and Apple's App Store (apps.apple.com) on July 14 and 19, 2018 (N = 19,481). They include all app results for the input search queries, as well as all apps related to them, as specified on the app details pages (i.e. ‘Similar’ Android apps or iOS apps ‘You May Also Like’). This information includes: (a) details about each Android or iOS app (N = 998 and 531, respectively); (b) relations of each Android or iOS app, and details about each of the related apps (N = 12,772 and 5,180); and (c) (high-resolution) information graphics created from these sources. Data were collected with the ‘Google Play “Similar” Apps’ and ‘iTunes Store’ tools (Digital Methods Initiative, University of Amsterdam). The dataset is deposited for the (open access) journal article: Gerlitz, C., Helmond, A., van der Vlist, F. N., & Weltevrede, E. J. T. (2019). Regramming the Platform: Infrastructural Relations Between Apps and Social Media. In C. Gerlitz, A. Helmond, D. B. Nieborg, & F. N. van der Vlist. (Eds), Apps and Infrastructures (Special Issue), Computational Culture – A Journal of Software Studies, 7. Computational Culture. http://computationalculture.net/regramming-the-platform/

    Van optelsom van bouwmaatstaven naar strategisch vastgoedmanagement

    No full text
    Toenemende marktwerking in de zorg noodzaakt tot strategisch denken en handelen bij het ontwikkelen en beheren van vastgoed. Kosten en opbrengsten en kansen en risico’s moeten zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen, proactief en voor de gehele levensduur. Een beschouwing over vastgoedmanagement op basis van inzichten uit het domein van Corporate Real Estate Management.Accepted Authors ManuscriptReal Estate Managemen
    corecore