1,721,117 research outputs found
A Pilot Study on the Monitoring of the Physical Quality of Three Archaeological Sites at the UNESCO World Heritage Site at Schokland, Province of Flevoland, the Netherlands
A Pilot Study on the Monitoring of the Physical Quality of Three Archaeological Sites at the UNESCO World Heritage Site at Schokland, Province of Flevoland, the Netherland
NAR 25
Contents:
1. Introduction to the Voorne-Putten Project (R.M. van Heeringen & E.M. Theunissen)
2. Archaeological Background of the Project Area (E.J. van Ginkel)
3. Assessment of the Voorne-Putten Sites (R.M. van Heeringen & E.M. Theunissen)
4. Geoarchaeological Survey 2000-2001 (J.M. Moree)
5. The Preservation Potential of the Burial Environment (A. Smit)
6. Micromorphological Research on Site Formation Processes (M.J. Kooistra & B. Makaske)
7. The Preservation of Botanical Remains in Archaeological Sites on Voorne-Putten (T.J.J. Vernimmen)
8. Evaluation of the Physical Quality of Bone Material from Voorne-Putten (M.M.E. Jans)
9. Spatial Planning Perspective (W. van der Zijpp & B. van der Veken)
10. Results of the Quality Assessment (R.M. van Heeringen & E.M. Theunissen)
11. Lessons Learned (R.M. van Heeringen & E.M. Theunissen
Een Bureauonderzoek
ADC ArcheoProjecten heeft in april 2016 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de archeologische waarde voor een plangebied aan de Klinkenberg te Rothem, gemeente Meerssen (afb. 1 en 2). Het plangebied ligt ingesloten tussen de Maastrichterweg, Emmaweg en de Klinkenberg. Aanleiding voor het uitvoeren van het bureauonderzoek is de voorgenomen realisatie van een bergbezinkbassin. Hierbij zal de bodem over een oppervlakte van ruim 725 m2 tot een diepte van 6 m worden uitgegraven. Rondom het bergbezinkbassin zal ondergrondse infra worden aangelegd. Tevens wordt een rioolsleuf gegraven vanaf het bergbezinkbassin naar de westzijde van de A2. Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op een terrasrand van het Terras van Mechelen aan de Maas ligt, welke gedurende het vroeg en midden-Wechselien is gevormd. In het holoceen zijn hierop kalkloze ooivaaggronden afgezet waarbij tussen 0,4 m -mv en 1,2 m -mv de kalkoze jonge rivierklei overgaat in oude rivierklei. In het verleden zijn op het Terras van Mechelen aan de Maas meerdere vindplaatsen zijn aangetroffen uit de bronstijd, ijzertijd, Romeinse Tijd en Middeleeuwen. De vindplaatsen liggen, stratigrafisch gezien, op de overgang van de jonge naar de oude rivierklei. Eén van de archeologische nederzettingsterreinen uit de Romeinse Tijd omvat meerdere crematiegraven alsook een Romeinse weg. Deze weg maakte als secundaire weg deel uit van de Via Belgica, een Romeinse hoofdweg van de Franse zeekust naar het Duitse Rijnland. Ten oosten van Meersen is deze Via Belgica tot aan Voerendaal als provinciaal archeologisch aandachtsgebied aangemerkt. Op de diverse archeologische verwachtingskaarten van het Maasdal is er in het plangebied sprake van een kans op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan bewoning, begraving, economische en rituele activiteiten. Ook op de archeologische beleidskaart van de gemeente Meerssen ligt het plangebied in een zone met zeer hoge trefkans en middelhoge trefkans. Volgens de Archeologische Monumenten Kaart maakt een gedeelte van het plangebied deel uit van een archeologisch monument van hoge waarde (historische kern Rothem). Op het beschikbare kaartmateriaal lijkt de historische bebouwing van Rothem zich niet in het plangebied uit te strekken. Binnen het onderzoeksgebied zijn enkele kabels en leidingen aanwezig, waardoor er vanuit kan worden gedaan dat de bodem plaatselijk (deels) verstoord zal zijn. Uit bodemloket is gebleken dat de bodem in het plangebied ernstig verontreinigd is (geweest). Navraag bij de provincie Limburg leert dat er nog geen sanering is uitgevoerd. Eventuele archeologische vindplaatsen / lagen zouden dan ook nog in de bodem aanwezig zouden kunnen zijn. Al met al kan geconcludeerd worden dat in het plangebied sprake is van een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de bronstijd tot en met de Middeleeuwen. Of er in het plangebied ook daadwerkelijk archeologische resten aanwezig (kunnen) zijn is van uit het bureauonderzoek niet expliciet duidelijk geworden. Om de kans op aanwezigheid van archeologische resten te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid van belang. ADC ArcheoProjecten adviseert om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een verkennend booronderzoek. Het doel van dit onderzoek is de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting aan te vullen en te toetsen. De boringen dienen in een verspringen grid met een dichtheid van 6 boringen per hectare te worden geplaatst, met een minimale hoeveelheid van 5 boringen per plangebied. Voor het terrein ter plaatse van en rondom het bergbezinkbassin komt dit neer op 5 boringen en voor de te graven rioolsleuf met een lengte van 220 m dienen 5 verkennende boringen met een tussenafstand van 50 m te worden geplaatst. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een Plan van Aanpak (PvA)
Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek
ADC ArcheoProjecten heeft in april 2016 een bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Achterweg 28 te Lisse. Aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de opsplitsing van het terrein in 5 kavels en de hierop volgende nieuwbouw van enkele woningen. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Het plangebied ligt in een gebied van strand(wal)afzettingen waarin in de top van het strandzand en eventuele bovenliggende duinafzettingen archeologische resten vanaf het Neolithicum aanwezig kunnen zijn. Tevens zijn in directe nabijheid van het plangebied archeologische resten bekend uit de Late Middeleeuwen (Huis ter Specke) en Nieuwe Tijd (hoeve Dubbelhoven). De kans bestaat dat ook in het plangebied (bewonings-)activiteiten hebben plaatsgevonden dan wel archeologische resten aanwezig zijn, die hieraan te relateren zijn. Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat de bodem mogelijk door driesteekdelven in het verleden omgewerkt is en daarbij eventuele ondiep gelegen archeologische resten vernietigd zullen zijn. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het plangebied maakt onderdeel uit van een strandvlakte al dan niet met vervlakte duinen. Daarop is in het verleden een kalkhoudende enkeerdgrond gevormd. Tijdens het verkennend booronderzoek is deze bodemopbouw ook aangetroffen en is duidelijk geworden dat er in het plangebied inderdaad een humeuze enkeerdgrond op strandzand aanwezig is. De top van de enkeerdgrond is tussen 0,4 en 0,8 m –mv aanwezig. In boring 001 en 005 zijn in het humeuze zand recente baskteenspikkels waargenomen. Het intacte strandzand is op een diepte van 0,8 tot 1,45 m –mv aangeboord. Door het driesteekdelven is de top van de oorspronkelijke strandwal vanaf 0,4 m -mv tot een maximale diepte van 1,45 m -mv verstoord geraakt. Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van het uitgevoerde archeologische onderzoek kan de archeologische verwachting naar beneden worden bijgesteld. ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies
Archaeological resource management and preservation
World Heritage & Archaeological Resource Managemen
Het germaanse grafveld te Deventer-Colmschate, opgraving 1984
Item does not contain fulltex
Goud van Oud. Apeldoornse bouwstenen voor de Veluwse archeologie (SAGA-RAPPORT 2).
In 'Goud van Oud' (SAGA-RAPPORT 2, door R.M. van Heeringen, R. Schrijvers en W. Weerheijm, N.F.H.H. Vossen (red.), 2014) heeft de gemeente Apeldoorn tien oude archeologische onderzoeksprojecten uitgewerkt die plaats hebben gevonden in de gemeente Apeldoorn. Zo ook project Uddel-Hunneschans. In het gemeentelijk depot van Apeldoorn voor bodemvondsten was nog vondstmateriaal aanwezig van project Uddel-Hunneschans. Het vondstmateriaal is gedeponeerd (Gelders Archeologisch Centrum, 4-2-2015) met bijbehorende veldtekeningen, dia's en documentatie
BROB 46
In deze laatste aflevering van de bROB, zijn diverse publicaties opgenomen over een grote verscheidenheid aan onderwerpen binnen de Archeologische Monumentenzorg
Handreiking prospectief onderzoek in Flevoland voor het opsporen en waarderen van vindplaatsen uit de vroege prehistorie
De voorliggende handreiking prospectief onderzoek in Flevoland voor het opsporen en waarderen van vindplaatsen uit de vroege steentijd vormt de uitwerking van thema 1C zoals benoemd in het Programma Kennisontwikkeling Archeologie Hanzelijn (PKAH). Het doel van de handreiking is om conform de onderzoeks- en waarderingssystematiek in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) een hulpmiddel te verschaffen bij het voorbereiden van – het opstellen van een plan van aanpak voor - het opsporen en waarderen van archeologische vindplaatsen uit de vroege prehistorie in de provincie Flevoland
- …
