38,991 research outputs found
Transect-rapport 2164: Een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Hall, Voorstondensestraat 22, gemeente Brummen (GD)
In april 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Voorstondensestraat 22 in Hall (gemeente Brummen). De aanleiding van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie van een rundveestal. Bij de voorgenomen werkzaamheden zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. Volgens het bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie (2018) geldt in het plangebied een dubbelbestemming Waarde - Archeologie Hoog. Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen vanaf 250 m2 en een diepte vanaf 30 cm -Mv een archeologisch onderzoek verplicht is. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 500 m2. Onder het gebouw zal een kelder worden aangelegd dat tot ongeveer 2,0 m - Mv zal reiken. Aangezien de voorgenomen bouwplannen deze planregels overschreden, is in
het kader van de aan aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologisch vooronderzoek nodig
BAAC-rapport A-13.0139
Tussen 12 en 16 augustus 2013 heeft BAAC bv in een deel van het plangebied Verkabeling Hoogspanningskabels te Limmel (gemeente Maastricht) een opgraving uitgevoerd. Tijdens het vooronderzoek is in deelgebied H, het onderhavige onderzoeksgebied, een vindplaats aangetroffen, die vermoedelijk wordt gedateerd in de ijzertijd of (vroege) middeleeuwen. De aanleiding voor het onderzoek is de verkabeling van de hoogspanningskabels op het traject Limmel – Nazareth. Hierbij zullen de bovengrondse kabels over ca. 690 m lengte ondergronds worden gebracht, waarbij de in de bodem aanwezige archeologische resten definitief verloren zullen gaan.
Uit de opgravingsgevens blijkt dat het onderzoeksgebied zich bevindt op fluviatiele afzettingen van de Maas die zijn afgezet in het Late Dryas en mogelijk het Preboreaal. In de ondergrond zijn diverse geulen aanwezig van waaruit bij hoogwater hoogvloedleem is afgezet. Vanaf het neolithicum nam de overstromingsfrequentie in het onderzoeksgebied toe en is ‘jonge’ overstromingsklei afgezet. Desondanks was het onderzoeksgebied, gezien de sporen die tijdens de opgraving zijn aangetroffen, bewoonbaar vanaf de bronstijd tot en met de Romeinse tijd.
Vanaf de late bronstijd was het onderzoeksgebied al in gebruik door de mens. In het zuidelijke deel is een kuil aangetroffen waarin de bodem van een grote pot is aangetroffen. Zeer waarschijnlijk heeft er binnen het onderzoeksgebied geen bewoning plaats gevonden. Verspreid over het terrein is hetzelfde type aardewerk als in de kuil aangetroffen, maar dit moet niet gezien worden als afval van een nederzetting, maar als incidenteel gebruik van de locatie. Zeer waarschijnlijk ligt de nederzetting uit de late bronstijd ergens in de buurt van het onderzoeksgebied. Pas in de vroege en midden-ijzertijd verschijnen sporen van bewoning op het terrein. Binnen de greppel uit de ijzertijd zijn twee spiekers, palenzwermen en kuilen uit de vroege en midden-ijzertijd aangetroffen. Bij niet-archeologische graafwerkzaamheden, circa 120 m ten zuiden van het onderzoeksgebied, zijn ook twee kuilen uit dezelfde periode aangetroffen. Alle sporen worden gezien als onderdelen van erf, maar omdat huisplattegronden ontbreken, worden de verschillende structuren/sporen beschouwd als delen of perifere zones van erven. De greppel zal een imposante barrière gevormd hebben in het landschap. Vergelijkbare nederzettingen uit de ijzertijd die versterkt zijn door een greppel worden niet vaak aangetroffen. Een voorbeeld is aangetroffen in Eckelrade, op de Molenakker te Weert en in de Schalkskamp nederzetting te Oss. Dit zijn voorbeelden die allen dateren in delate ijzertijd. Na de vroege en midden-ijzertijd is het onderzoeksgebied verlaten. In de vroeg-Romeinse tijd verschijnt er pas weer bewoning in het onderzoeksgebied. Op het terrein verschijnt een huisplattegrond van het type Alphen-Ekeren, een waterkuil en enkele kuilen, waaronder twee kuilen waarin afval is gedeponeerd. Op basis van het aardewerk en de huistypologie wordt de nederzetting gedateerd in de vroeg-Romeinse – midden-Romeinse tijd A.
Na de Romeinse tijd lijkt het onderzoeksgebied voor langere tijd verlaten te zijn geweest. De ontbossingen bereikten hun maximum in de Romeinse tijd. Mogelijk heeft de hiermee samenhangende toenemende overstromingsfrequentie bijgedragen tot de verlating van het plangebied. De overstromingen hebben plaatsgevonden vanuit de oude vlechtende geulen, die tevens gebruikt zijn voor de afwatering van lokale beken, zoals de Kanjelbeek ten zuiden van het onderzoeksgebied. In de 17e – 18e eeuw is in het onderzoeksgebied een veldoven gebouwd. De oven lijkt een strategische ligging te hebben gezien de ligging in de nabijheid van de Kanjelbeek voor (aanvoer van) grondstoffen, kleiwinning en transportmogelijkheden. Daarnaast ligt de oven ook in de direct omgeving van drie kastelen, namelijk kasteel Bethlehem, kasteel Jerusalem en een omgracht terrein waarvan het kasteel vermoedelijk in de 18e eeuw gesloopt is. De oven is waarschijnlijk gebruikt voor de bouw of restauratie van een van de kastelen. Ze worden dikwijls vlakbij een bouwproject geplaatst om de transportkosten zo laag mogelijk te houden.
Na de 17e – 18e eeuw is het onderzoeksgebied niet langer in gebruik geweest en vermoedelijk een aantal keren overstroomd. In de 19e eeuw lag het onderzoeksgebied volgens een waterstaatskundige kaart uit 1912 op de zogenaamde Heugemse geul. Deze geul is gebruikt om het overstromingswater om Maastricht te leiden
Asymptotic behavior of <em>BV</em> functions and sets of finite perimeter in metric measure spaces
AbstractIn this paper, we study the asymptotic behavior of BV functions in complete metric measure spaces equipped with a doubling measure supporting a 1-Poincaré inequality. We show that at almost every point x outside the Cantor and jump parts of a BV function, the asymptotic limit of the function is a Lipschitz continuous function of least gradient on a tangent space to the metric space based at x.We also show that, at co-dimension 1 Hausdorff measure almost every measure-theoretic boundary point of a set (Ε) of finite perimeter, there is an asymptotic limit set Ε∞ corresponding to the asymptotic expansion of Ε and that every such asymptotic limit (Ε)∞ is a quasiminimal set of finite perimeter. We also show that the perimeter measure of Ε∞ is Ahlfors co-dimension 1 regular. Abstract
In this paper, we study the asymptotic behavior of BV functions in complete metric measure spaces equipped with a doubling measure supporting a 1-Poincaré inequality. We show that at almost every point x outside the Cantor and jump parts of a BV function, the asymptotic limit of the function is a Lipschitz continuous function of least gradient on a tangent space to the metric space based at x.We also show that, at co-dimension 1 Hausdorff measure almost every measure-theoretic boundary point of a set (Ε) of finite perimeter, there is an asymptotic limit set Ε∞ corresponding to the asymptotic expansion of Ε and that every such asymptotic limit (Ε)∞ is a quasiminimal set of finite perimeter. We also show that the perimeter measure of Ε∞ is Ahlfors co-dimension 1 regular
Hall - Dorpsstraat 56 Hall, Dorpsstraat 56
De voorgenomen bouw van 25 woningen in het plangebied Dorpsstraat 56 vormt de aanleiding van een inventariserend veldonderzoek, variant proefsleuven.
Het onderzoek is uitgevoerd door BAAC archeologie & bouwhistorie.
Het plangebied Dorpsstraat 56 te Hall bevindt zich op een archeologisch monument, de es van Hall, in de dorpskern van Hall, op ongeveer honderd meter ten westen van de kerk. De es van Hall is in de late middeleeuwen als landbouwgrond gevormd. Tijdens archeologische onderzoeken, op en rond de es, die in het verleden hebben plaatsgevonden zijn resten gevonden van bewoning uit het mesolithicum tot en met de late middeleeuwen. Bij booronderzoek is vastgesteld dat de bodem bestaat uit een podzol, afgedekt door een enkeerdgrond, op basis hiervan is een hoge verwachting toegekend aan het gehele plangebied voor sporen uit het mesolithicum tot en met de middeleeuwen.
Uit het proefsleuvenonderzoek is gebleken dat zich binnen het plangebied één behoudenswaardige vindplaats bevindt. Het betreft bewoningssporen (kuilen en paalkuilen) uit de periode late bronstijd tot en met de middeleeuwen. In één van de paalkuilen te midden van de vindplaats is een scherf aardewerk gevonden die dateert in de late bronstijd – vroege ijzertijd. Het advies van BAAC luidt de vindplaats te behouden in situ en wanneer dit niet mogelijk is de vindplaats op te graven (behoud ex situ)
Communication and signal exchange in the Rhizobium bradyrhizobium legume system
A new comprehensive communication concept in the Rhizobium/Bradyrhizobium legume symbiosis was developed. It includes a root zone specific flavonoid exudation, the differential activity of phenylpropane/acetate pathway derivatives on chemotaxis, nod-gene inducing activity and phytoalexin resistance induction on the microsymbiont side (Bradyrhizobium). Nod factor production from the microsymbiont affects the host plant in root hair curling and meristem induction. Phytoalexin production in the host plant is also an early response, however repressed to a low level after a few hours. Another strategy of the microsymbiont to overcome phytoalexin effects is degradation of phytoalexins in Rhizobium leguminosarum bv. vicieae. Competitiveness within the same infection group of the microsymbiont was studied with gus-gene fusion, using the blue coloured nodules to easily discriminate marked strains from unmarked competitors. New exopolysaccharide (EPS) mutants of Bradyrhizobium japonicum were reconstructed homologous with a DNA region to exoB gene of Rhizobium meliloti. Their clearly reduced competitiveness of nodulation, demonstrates that exopolysaccharides of Bradyrhizohium japonicum also have an important function during the early stages of this symbiotic interaction
Characterization of the compact operators on the class (bv,bvkθ)
The space bv, the set of all bounded variation sequences, has an important role in the summability theory. In recent study, this spaces has been extended to the space bvk? and some matrix class on this space has been characterized [2]. In the present paper, for 1 ? k ?, computing Hausdorff measure of non-compactness, we characterize compact operators in the class (bv, bvk?), where ? is a sequence of positive numbers. © 2019 Author(s)
A lower semicontinuity result for functionals on BV.
In this work the author deals with some very important problems in the calculus of variations related to the functional|
that can be considered as the natural extension to BV(Ω) of the functional
f(x,u,Du)dx, u ∈ W1,1(Ω) [see G. Dal Maso, Manuscripta Math. 30 (1979/80), no. 4, 387–416; MR0567216]. The author generalizes her results from another paper [Boll. Un. Mat. Ital. B (7) 5 (1991), no. 2, 291–313] and proves that F is lower semicontinuous, along sequences bounded in BV(Ω), relative to the strong topology of L1(Ω). The interest of the result is based on two facts: (i) the integrand f(x,s,p) is dependent on x, while in the above-mentioned paper by the author it was not so; (ii) the integrand f (x, s, p), which was supposed in Dal Maso’s paper [op. cit.] to be lower semicontinous relative to s, is not so in the present paper
The influence of profiled ceilings on sports hall acoustics: Ground effect predictions and scale model measurements
Over the last few years, reverberation times and sound pressure levels have been measured in many sports halls. Most of these halls, for instance those made from stony materials, perform as predicted. However, sports halls constructed with profiled perforated steel roof panels have an unexpected very low reverberation time in the 125 and 250 Hz octave bands. The aim of this study was to provide an explanation for this low-frequency anomaly. A 1:20 scale model of a sports hall was constructed and placed in a small anechoic chamber. The roof could be equipped with differing ceiling types: a flat non-absorbing ceiling, a flat absorbing ceiling, two different profiled non-absorbing ceilings and a profiled absorbing ceiling. With a spark sound source and a small microphone, the impulse-response of the scale model could be registered and analysed. Moreover, a Matlab model was constructed to simulate the acoustic behaviour of the sports hall. This model included the ‘ground effect’ of the roof surface, an effect typically not included in commercial ray-tracing programs. The measurements and the simulations showed that the high sound absorption values of a perforated panel roof structure at 125 and 250 Hz can be (partly) explained by its shape. The diffusing properties of the corrugated roof have an effect similar to sound absorption. Because the roof is the largest absorbing surface in a sports hall, this effect can have a significant effect on the low-frequency reverberation time.Accepted Author ManuscriptBuilding Physic
Hall polynomials for the representation-finite hereditary algebras
Ringel CM. Hall polynomials for the representation-finite hereditary algebras. Advances in mathematics. 1990;84(2):137-178
- …
