72 research outputs found
Boekbespreking
De boekbespreking betreft het proefschrift van Nina Büttgen geschreven bij de afdeling arbeidsrecht aan de Universiteit van Maastricht. In een notendop weergegeven onderzoekt Büttgen in haar proefschrift de Lissabon Strategie die in 2000 met veel ambities is gelanceerd. Die Strategie staat vol met abstracte ideeën en ideologiën, zoals sociale markeconomie en Europees Social Model, die voor juristen vaag zijn maar wel van invloed zijn op de vorming van het arbeidsrecht op Europees niveau. Büttgen gaat in haar proefschrift de uitdaging aan om daar voor (arbeidsrecht)juristen een begrijpelijke duiding aan te geven. De boekbespreking beschrijft hoe Büttgen dit doet, welke theoretische modellen ze daarvoor gebruikt en analyseert in hoeverre zij erin slaagt deze Strategie voor de (arbeidsrecht)jurist te duiden om vervolgens te concluderen dat zij dit bewonderswaardig goed heeft gedaan.Hervorming Sociale Regelgevin
(Weg)kijken? Nee, doorpakken! [Een reactie op de column van Burger in TRA 2016/102]
In haar column in TRA 2016/102 besteedt Burger aandacht
aan de zaak die de FNV samen met twee vakbonden en een arbeider uit Bangladesh
is begonnen tegen Wereldvoetbalbond FIFA. Kort samengevat is de claim van FNV dat
FIFA ervoor moet zorgen dat er bij de bouw van stadions en andere gebouwen ten
behoeve van het WK voetbal 2022 in Qatar, betere arbeidsomstandigheden worden
afgedwongen. Het is een goede zaak dat Burger hier aandacht aan besteedt. Het
is geen alledaagse zaak en het is een mooi voorbeeld van een beweging op
transnationaal niveau waarin werkgevers – zoals Burger ook aangeeft – in
toenemende mate verantwoordelijk worden gehouden voor het respecteren van
mensenrechten en fundamentele arbeidsrechten. Ze eindigt haar stukje met de
vraag “Zullen we in 2022, met alles dat het aan mensenlevens en eventuele
claims heeft gekost, dan gaan (weg)kijken?” Desgevraagd licht ze toe dat ze ons
lezers hiermee aanspreekt met een gewetensvraag: Gaan we afwachten wat er
gebeurt met de claim en daarna "gewoon" kijken; of kijken we nu niet
weg en ondernemen we in de 5 jaren die nog resten tot 2022 meer acties om
verdere uitbuiting en onderdrukking te voorkomen? Hervorming Sociale Regelgevin
Rana Plaza en de (on)macht van MNO's om maatschappelijk verantwoord te ondernemen over de landsgrenzen heen
De instorting van kledingfabriek Rana Plaza in Bangladesh heeft een debat losgemaakt over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van multinationale ondernemingen (MNO’s) voor hun gehele productieketen, maar in hoeverre zijn MNO’s eigenlijk in staat om deze verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk waar te maken? Twee zaken spelen hierbij een rol: het regelgevend vacuüm waarin deze ondernemingen zich bevinden en de onderlinge machtsverhouding tussen de MNO en haar toeleveranciers. In deze bijdrage staat de vraag centraal of de veiligheidsovereenkomst die een aantal MNO’s heeft gesloten met twee Global Union Federations, de Internationale Arbeidsorganisatie en de regering van Bangladesh aan deze zaken het hoofd kan bieden
SER iMVO Convenant: Van vrijwilligheid naar (semi)gedwongenheid
De SER iMVO Convenanten zijn een relatief nieuw juridisch instrument en hoewel de Convenanten niet tot stand zijn gekomen via wetgeving en dus juridisch niet-bindend zijn, gaat er wel een sterk normerende werking vanuit die een juridisch effect kan hebben. In het geval van de iMVO Convenanten zit de normerende werking hem met name in de concreetheid van de regels, maar ook in de mogelijkheid van handhaving via een klacht bij een speciaal daarvoor ingestelde Commissie. Op 4 augustus 2020 heeft de Commissie een eerste klacht in behandeling genomen. Inhoudelijk zijn twee aspecten van de klacht interessant om nader te bekijken omdat deze binnen het arbeidsrecht relatief nieuw zijn. Ten eerste wordt het kledingbedrijf C&A op basis van nationale normen (vastgelegd in het Convenant) aangesproken op iets wat één van haar leveranciers doet, die bovendien niet in Nederland gevestigd of actief is. Ten tweede gaat het hier om een verantwoordelijkheid die is omgeven door juridisch niet-bindende normen. Zowel het Convenant zelf als de regels waar het Convenant op is gebaseerd zijn doorspekt van vrijwilligheid. Het doel van dit artikel is om nader in te gaan op welke verplichtingen het Kledingconvenant nu eigenlijk oplegt aan de bedrijven die zich bij het Convenant hebben aangesloten. Meer concreet en aansluitend bij de zaak tegen C&A betreft dit de volgende vraag: wat voor gedrag en acties worden van een multinational verwacht wanneer arbeidsrechten worden geschonden door een toeleverancier, onderaannemer, enz. die onderdeel uitmaken van de productieketen? Hervorming Sociale Regelgevin
Doorwerking Europese sociale grondrechten in de nationale rechtsorde. Een eenvoudig stappenplan voor de praktijk
De kern van het Europese arbeidsrecht is vervat in richtlijnen die door de lidstaten moeten worden omgezet in nationale wetgeving. Daarbij kan veel misgaan waardoor werknemers mogelijk de door de richtlijn beoogde bescherming mislopen. Behalve via richtlijnconforme interpretatie en een staatsaansprakelijkheidsactie heeft het Europees Hof van Justitie een derde manier geïntroduceerd waarop een werknemer mogelijk toch die bescherming kan claimen via een beroep op een sociaal grondrecht. In dit artikel introduceert de auteur een eenvoudig stappenplan ter bepaling of een dergelijk beroep mogelijk is
Hof van Justitie van de EU: leeftijdsdiscriminatie van 25-jarigen mag … of toch niet?
Op 19 juli 2017 deed het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch. Een opmerkelijke uitspraak, want het Hof acht het gerechtvaardigd dat een oproepcontract automatisch eindigt louter en alleen omdat de werknemer de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt. In voorgaande arresten waar jongeren anders werden behandeld vanwege hun leeftijd leek het Hof heel strikt te zijn en die niet te accepteren. Is de uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch het begin van een andere houding of toch niet? In deze bijdrage onderzoek ik dit door de uitspraak te plaatsen in de bredere context van leeftijd als discriminatiegrond en het Europese Jeugdbeleid. Op die manier beschouwd is tot op zekere hoogte begrijpelijk waarom het Hof de Italiaanse maatregel gerechtvaardigd acht. Echter, met AG Bobek, is mijn conclusie dat voor de essentie van de maatregel leeftijd helemaal niet nodig is als onderscheidend criterium en dat het Hof in deze uitspraak eigenlijk een scheve schaats rijdt.Hervorming Sociale Regelgevin
FIFA, Qatar, Kafala: Can the World Cup Create a Better World of Work?
Hervorming Sociale Regelgevin
- …
