39,765 research outputs found
Asymmetric gate induced drain leakage and body leakage in vertical MOSFETs with reduced parasitic capacitance
Vertical MOSFETs, unlike conventional planar MOSFETs, do not have identical structures at the source and drain, but have very different gate overlaps and geometric configurations. This paper investigates the effect of the asymmetric source and drain geometries of surround-gate vertical MOSFETs on the drain leakage currents in the OFF-state region of operation. Measurements of gate-induced drain leakage (GIDL) and body leakage are carried out as a function of temperature for transistors connected in the drain-on-top and drain-on-bottom configurations. Asymmetric leakage currents are seen when the source and drain terminals are interchanged, with the GIDL being higher in the drain-on-bottom configuration and the body leakage being higher in the drain-on-top configuration. Band-to-band tunneling is identified as the dominant leakage mechanism for both the GIDL and body leakage from electrical measurements at temperatures ranging from ?50 to 200?C. The asymmetric body leakage is explained by a difference in body doping concentration at the top and bottom drain–body junctions due to the use of a p-well ion implantation. The asymmetric GIDL is explained by the difference in gate oxide thickness on the vertical (110) pillar sidewalls and the horizontal (100) wafer surface
Plangebied Middelweg-Noord te Rockanje, gemeente Westvoorne; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek
Datum einde onderzoek: mei 2008
Groot, R.W. de, Plangebied Middelweg-Noord te Rockanje, gemeente Westvoorne; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek, RAAPrapport 1738 (Weesp, 2008)
Ivm met maaiveldverlaging binnen verschillende zones heeft een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Deze melding betreft de deelgebieden 1 t/m 3
Archeologische waarnemingen op de Holdeurn in 2007
Resultaten van waarnemingen en een archeologische begeleiding op het wettelijk beschermd monument de Holdeurn in Berg en Dal (gem. Groesbeek)
High quality Schottky contacts for limiting leakage currents in Ge-based Schottky barrier MOSFETs
Schottky barrier (SB) Ge channel MOSFETs suffer from high drain-body leakage at the required elevated substrate doping concentrations to suppress source-drain leakage. Here we show that electrodeposited Ni-Ge and NiGe/Ge Schottky diodes on highly doped Ge show low off current, which might make them suitable for SB p-MOSFETs. The Schottky diodes showed rectification of up to 5 orders in magnitude. At low forward biases the overlap of the forward current density curves for the as deposited Ni/n-Ge and NiGe/n-Ge Schottky diodes indicates Fermi-level pinning in the Ge band gap. The SB height for electrons remains virtually constant at 0.52 eV (indicating a hole barrier height of 0.14 eV) under various annealing temperatures. The series resistance decreases with increasing annealing temperature in agreement with four point probe measurements indicating the lower specific resistance of NiGe as compared to Ni, which is crucial for high drive current in SB p-MOSFETs. We show by numerical simulation that by incorporating such high quality Schottky diodes in the source/drain of a Ge channel PMOS, highly doped substrate could be used to minimize the subthreshold source to drain leakage current
Plangebied Oostelijke Poeloever, gemeente Amstelveen; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek
Coordinaten: 117.882/478.667
Datum einde onderzoek: april 2009 (rapportage)
Projectmedewerkers:R. de Groot, T. Lyklema
Complextype(n): NX
Datering: LMEB-NTA
Diversen: Groot, de R.W., : Plangebied Oostelijke Poeloever, gemeente Amstelveen; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek, RAAP-notitie 3115 (WEESP, 2009)
het plangebied zal ontwikkeld worden. Alleen binnen het centrale deel van het plangebied heeft een booronderzoek plaatsgevonden
Rapportage Archeologische Monumentenzorg 166
In november 2006 heeft een oppervlaktekartering en karterend en waarderend booronderzoek plaatsgevonden langs de Maas bij Afferden (gemeente Bergen), ter hoogte van het gehucht Gening. Eerder onderzoek in 2000 en 2001 bracht hier de resten van een Romeinse villa aan het licht. Vanwege de aanwezigheid van verschillende vindplaatsen uit diverse perioden en de verwachte goede conservering van de archeologische resten is een gebied met een omvang van ca. 96 ha door de RACM als onderzoeksgebied aangewezen. Dit gebied, dat begrensd wordt door Maas en Eckeltsebeek, vormde waarschijnlijk de Siedlungskammer voor de villa. De komende jaren zullen de villa en zijn omgeving nader in kaart worden gebracht en gewaardeerd. Het onderzoek in 2006 vormde een eerste stap in dit gebiedsgerichte onderzoek en had als doel het nader waarderen van twee vindplaatsen, het verkrijgen van meer inzicht in de landschappelijke opbouw van het onderzoeksgebied en het karteren van nieuwe vindplaatsen.
Het waarderend booronderzoek op de locatie van de eerste vindplaats, de villa, heeft aangetoond dat de vondstverspreiding onder het plaggendek hier een omvang van minimaal 3 ha heeft. Dit areaal is groter dan op grond van het proefsleuvenonderzoek verwacht werd. Aan de noord- en zuidzijde kon geen begrenzing worden vastgesteld. Diverse vondsten van handgevormd aardewerk bevestigen het vermoeden dat de villa een voorganger heeft gehad, die mogelijk tot de Late IJzertijd teruggaat. De sporen worden afgedekt door een puinlaag en plaggendek, waardoor ze goed geconserveerd zijn. Wel is een deel van de puinlaag in het plaggendek opgenomen.
Ook bij de tweede vindplaats, ca. 200 m ten oosten van het villaterrein, lijkt sprake te zijn van een goed geconserveerde nederzetting uit de Romeinse Tijd, met een mogelijke Late IJzertijd- of 1e-eeuwse component. Op grond van het booronderzoek lijkt de nederzetting een minimale omvang van 0,5 ha te hebben. Naast bovengenoemde vindplaatsen is een aantal mogelijke nieuwe vindplaatsen ontdekt. De vondst van een kleine concentratie bewerkt vuursteen in het Maasdal wijst op de mogelijke aanwezigheid van een zandopduiking in de ondergrond met sporen uit de Vroege Prehistorie. Daarnaast zijn op een aantal locaties langs de N271 aan de westelijke rand van het Maasterras vondsten uit de Romeinse Tijd gedaan. Mogelijk is in de Romeinse Tijd sprake van een aaneengesloten zone van bewoning en landgebruik langs de terrasrond
Getting evidence into nursing practice: roles of social context
Contains fulltext :
129659.pdf (Publisher’s version ) (Open Access)Radboud Universiteit Nijmegen, 15 september 2014Promotor : Achterberg, T. van Co-promotores : Schoonhoven, L., Mintjes-de Groot, A.J
Quantifying Asymmetry of Multimeric Proteins
A large
number of proteins assemble as homooligomers. These homooligomers
accomplish their function either symmetrically or asymmetrically.
If asymmetry is prevalent in a structure ensemble, the asymmetric
motion will occur in any of the subunits. Many computational analysis
tools implicitly use ensemble averages to determine protein motions,
e.g., principle component analysis. Therefore, taken together, this
approach results in a loss of the asymmetric signal and a false symmetric
output, rendering it impossible to analyze asymmetric motions with
available tools. A first step toward understanding asymmetric systems
is the quantification of asymmetry. Only a few tools exist to calculate
asymmetry quantitatively, such as the continuous symmetry measure
(CSM). In this study, we present an extension of CSM delivering additional
information about the subunit contributions to the overall asymmetry.
Furthermore, we introduce an algorithm termed the functional asymmetry
measure (FAME). FAME is based on an algorithm that predicts functionally
relevant motions of a protein (PLS-FMA) and thus allows calculating
asymmetry in relation to protein function. To validate our developed
algorithm, we applied it to two different potassium channels, TREK-2
and KcsA, as well as to the unfolding mechanism of the carrier protein
Transthyretin. For both potassium channel systems, an artificial asymmetric
motion was introduced to benchmark the algorithm in addition to demonstrate
the interpretation potential of the results. Therefore, the degree
of overall as well as subunit based asymmetry for KcsA was quantified
using CSM as the provided extension requires more than two subunits.
The functional modes of asymmetric TREK-2 motions were recovered and
their asymmetry was quantified using FAME as a dimeric protein is
the simplest application. FAME was further used to study the asymmetry
of the unfolding pathway of Transthyretin. We show the ability of
both algorithms to correctly predict asymmetry. The tools are available
online and can be applied to most homooligomeric systems
- …
