19,533 research outputs found
‘PTA doet gevaarlijke, weinig praktische aanbeveling’: Aanbeveling voor transparantere taxaties werkt averechts
De aanbevelingen van het Platform Taxateurs en Accountants sturen aan op kwalitatief betere en transparantere taxaties. Het opvolgen van de adviezen leidt echter tot het omgekeerde, zegt UvA-hoogleraar Vastgoedeconomie Peter van Gool
Automatic Workflow Monitoring in Industrial Environments
Robust automatic workflow monitoring using visual sensors in industrial environments is still an unsolved problem. This is mainly due to the difficulties of recording data in work settings and the environmental conditions (large occlusions, similar background/foreground) which do not allow object detection/tracking algorithms to perform robustly. Hence approaches analysing trajectories are limited in such environments. However, workflow monitoring is especially needed due to quality and safety requirements. In this paper we propose a robust approach for workflow classification in industrial environments. The proposed approach consists of a robust scene descriptor and an efficient time series analysis method. Experimental results on a challenging car manufacturing dataset showed that the proposed scene descriptor is able to detect both human and machinery related motion robustly and the used time series analysis method can classify tasks in a given workflow automatically
Van de grond af opgebouwd
Bundeling van de lezingen ter gelegenheid van de 80e verjaardag van prof. Agema, naast de lezingen staan er twee interviews met prof. Agema in deze publicatie. De bijdragen van de overige sprekers zijn: Rijkswaterstaat: de (te) grote opdrachtgever in de GWW (Struik), De fundamenten onder het ontwerp (vd Meer), Buitenland en waterbouw (Zanetti), Uitvoeren met verstand (Beerda), Techniek en grote projecten (Korf)Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Verslag van de Staatscommissie met de opdracht een onderzoek in te stellen van de buitengewoon hooge waterstanden, tijdens den stormvloed van 13/14 januari 1916: voorgekomen op de in Zuidholland gelegen benedenrivieren, meer bepaaldelijk op den Rotterdamschen Waterweg
Rapport met een analyse van het extreme hoogwater in Rotterdam op 13 januari 1916 waardoor een dijk bij het Mallegat was doorgebroken terwijl de waterhoogte op zee bij Hoek van Holland net zo hoog was als bij de stormvloed tien jaar daarvoor. De concrete vraag was wat de oorzaak was, en of dit vaker kon voorkomen. De leden van de commissie waren deskundigen van Rijkswaterstaat en van het KNMI, maar het ministerie (minister Lely) wilde een ter zake deskundige buitenstaander als voorzitter. De commissie concludeerde dat dit specifieke hoogwater werd veroorzaakt door hoge rivierafvoer en een samenloop van diverse factoren, waaronder de lange duur van de storm. En dat er in principe geen bovengrens aan de waterstand is, maar dat bij geometrie van de waterlopen van dat moment een maximale ontwerpwaterstand van 3,55 m boven N.A.P. te adviseren was. De commissie heeft zeer uitgebreid gerapporteerd, en daarbij onderzoek gedaan naar de wiskunde van de doordringing van stormvloeden in de benedenrivieren. Het rapport bevat tevens een bijlage van 62 blz met een Historisch Overzicht van de hoge vloeden en overstromingen tot en met 1868
Taluds van losgestorte materialen: Golfneerloop op statisch stabiele stortsteen taluds onder golfaanval
In dit verslag worden neerloopmetingen gepresenteerd en geanalyseerd welke zijn verkregen uit onderzoeken naar de statische stabiliteit van stortsteen taluds onder golfaanval. De analyse van deze proeven heeft geleid tot de relatie voor de relatieve neerloop die door 2% van de neerlopen wordt overschreden. Deze empirische relatie wordt beschreven aan de hand van dimensieloze parameters, welke zijn afgeleid van de in de onderzoeken gevarieerde grootheden. De relatieve neerloop wordt belnvloed door de volgende dimensieloze parameters : \u95 golfsteilheid (sm) \u95 taludhelling (cot alpha) \u95 doorlatendheid van de constructie (P) \u95 spectrumvorm (K) \u95 relatieve waterdiepte (h/Hs)Applied Geophysics and PetrophysicsHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Memory under pressure: Blood pressure management to prevent dementia
Contains fulltext :
196838.pdf (Publisher’s version ) (Open Access)Dementia prevention research is crucial, given the expected increase in people with dementia. High blood pressure is one of the most important potentially modifiable risk factor for dementia. With qualitative and quantitative research I have studied the relation between blood pressure and dementia and how to best prevent this. We found that antihypertensive medication can prevent damage to the small cerebral vessels, but are not proven effective to prevent dementia. Certain classes of antihypertensive medication are associated with a lower risk of dementia. A lot of variation in blood pressure does not lead to a higher risk of dementia, but it is associated with a higher risk of cardiovascular disease. Dutch general practitioners are reluctant in starting and deprescribing antihypertensive medication in older patients. Finally, we have gotten to know more about the reasons for participation and motivation to keep participating in prevention research.Radboud University, 05 november 2018Promotores : Gool, W.A. van, Klijn, C.J.M. Co-promotores : Richard, E., Moll van Charante, E.P.229 p
Haloperidol prophylaxis in critically ill patients with a high risk for delirium
Contains fulltext :
125507.pdf (Publisher’s version ) (Open Access)ABSTRACT: INTRODUCTION: Delirium is associated with increased morbidity and mortality. We implemented a delirium prevention policy in intensive care unit (ICU) patients with a high risk of developing delirium, and evaluated if our policy resulted in quality improvement of relevant delirium outcome measures. METHODS: This study was a before/after evaluation of a delirium prevention project using prophylactic treatment with haloperidol. Patients with a predicted risk for delirium of >/= 50%, or with a history of alcohol abuse or dementia, were identified. According to the prevention protocol these patients received haloperidol 1 mg/8 h. Evaluation was primarily focused on delirium incidence, delirium free days without coma and 28-day mortality. Results of prophylactic treatment were compared with a historical control group and a contemporary group that did not receive haloperidol prophylaxis mainly due to non-compliance to the protocol mostly during the implementation phase. RESULTS: In 12 months, 177 patients received haloperidol prophylaxis. Except for sepsis, patient characteristics were comparable between the prevention and the historical (n = 299) groups. Predicted chance to develop delirium was 75 +/- 19% and 73 +/- 22%, respectively. Haloperidol prophylaxis resulted in a lower delirium incidence (65% vs. 75%, P = 0.01), and more delirium-free-days (median 20 days (IQR 8 to 27) vs. median 13 days (3 to 27), P = 0.003) in the intervention group compared to the control group. Cox-regression analysis adjusted for sepsis showed a hazard rate of 0.80 (95% confidence interval 0.66 to 0.98) for 28-day mortality. Beneficial effects of haloperidol appeared most pronounced in the patients with the highest risk for delirium. Furthermore, haloperidol prophylaxis resulted in less ICU re-admissions (11% vs. 18%, P = 0.03) and unplanned removal of tubes/lines (12% vs. 19%, P = 0.02). Haloperidol was stopped in 12 patients because of QTc-time prolongation (n = 9), renal failure (n = 1) or suspected neurological side-effects (n = 2). No other side-effects were reported. Patients who were not treated during the intervention period (n = 59) showed similar results compared to the untreated historical control group. CONCLUSIONS: Our evaluation study suggests that prophylactic treatment with low dose haloperidol in critically ill patients with a high risk for delirium probably has beneficial effects. These results warrant confirmation in a randomized controlled trial. TRIAL REGISTRATION: clinicaltrial.gov Identifier: NCT01187667
Toelichting tot de geomorphologische kaart van IJsselmonde
Beschrijving van de genese van IJsselmonde, specifiek in relatie tot te ligging van het veenpakket. Bevat een bodemkaart, polderkaart en profiele
Stabiliteit van taludbekleding met Hillblocks bij golfaanval
Hillblock is een nieuw, innovatief type taludbekleding voor toepassing als toplaag op waterbouwkundige construclies zoals dijken, kribben en oevers. Om de stabiliteit bij golfaanval van het bekledingssysteem te bepalen is er groolschalig onderzoek uitgevoerd in de Deltagoot. Hierbij is de goot in twee secties verdeeld: op één sectie de variant Basisblock en op de andere sectie de variant Slimblock. De schaal van dit onderzoek was 1 :2. De Hillblocks hadden een dikte van 20 cm. De constructie was voorzien van een filterlaag met een dikte van 7 cm (Df15 = 12 mm), een geotextiel en een laag cementstabilisatie. De constructie is beproefd met drie proevenseries. De eerste twee series bestonden uit korteduurproeven met in iedere serie een gelijkblijvende brekerparameter. De derde serie bestond uit in totaal 29 uur aan langeduurproeven met gelijkblijvende belasting. Na iedere proef is de vervorming en eventuele schade aan het talud geregistreerd. Uit de Deltagootproeven is gebleken dat de bekleding bestaande uit een Basisblock of een Slimblock een stabiliteit heeft die voldoet aan de stabiliteitseis van zuilen zoals berekend met STEENTOETS. Daarbij wordt als dikte van de toplaag de afstand aangehouden tussen het bovenvlak en het ondervlak van de steenzetting. Het onderzoek is voor 50% gefinancierd door Hill Innovations BV en voor 50 % door het Innovatie Test Centrum van Rijkswaterstaat.Steenzettinge
Uitwisselbaarheid van BIM: Handvat voor de uitwisseling van BIM-modellen
Een veelbelovende innovatie in de bouw is Building Information Modelling (BIM). De ontwikkeling van BIM gaat snel in Nederland en daarbuiten. Meerdere organisaties houden zich bezig met de implementatie of promotie van BIM. Strukton is één van de voorlopers in Nederland die BIM wil toepassen. Theoretisch is BIM deels mogelijk, maar de praktijk blijft achter. De invoering van BIM verloopt moeizaam. De versnippering en projectgestuurde aanpak in een bouwproject maken informatieoverdracht tussen de projectpartners van essentieel belang. In de huidige situatie wordt informatie vastgelegd in 2D technische tekeningen en overgedragen op (digitaal) papier. De traditionele informatieoverdracht is inefficiënt, foutgevoelig en leidt tot waardeverlies. Een betere informatieoverdracht kan worden verkregen door BIM. BIM is het proces van informatie toevoegen aan een digitale objectgeoriënteerde representatie van een bouwproject. Centraal in BIM is het BIM-model waaraan in een ideaal geval alle projectpartners tegelijk werken zodat de partners over de juiste en up-to-date informatie beschikken. Consequenties van wijzigingen zijn dan direct zichtbaar voor alle partners. Het principe van BIM is niet nieuw, maar afgekeken van andere industrieën, zoals de automobiel- en vliegtuigindustrie. Hoewel de bouwsector wezenlijk anders is, kan de technologie uit de meer procesgerichte sectoren ook in de bouw voor verbeteringen zorgen. De implementatie van BIM in de bouw wordt onder andere gestimuleerd door de ontwikkeling van meerdere BIM-software. Met BIM-software is het mogelijk een deel van het BIM-model te modelleren. In de versnipperde bouw zijn voor de diverse projectpartners verschillende BIM-software beschikbaar. De software ondersteunt slechts een deel van het gehele BIM-model. Noodzakelijk is het uitwisselen van gedeeltelijke BIM-modellen tussen de projectpartners. In de praktijk is nauwelijks ervaring met het uitwisselen van gedeeltelijke BIMmodellen. Ook richtlijnen ontbreken. De probleemstelling van het afstudeerproject is: Op welke wijze kunnen (delen van) BIM-modellen worden uitgewisseld tussen projectpartners met verschillende BIM-software? De gedeeltelijke BIM-modellen komen overeen met de nformatiestromen tussen de projectpartners. Op basis van meerdere interviews zijn de taken van vier projectpartners in geïntegreerde samenwerkingsvormen bepaald. De bijbehorende informatiestromen kunnen worden uitgedrukt in bouwobjecten en eigenschappen.Design and ConstructionCivil Engineering and Geoscience
- …
