1,721,151 research outputs found

    RAAPRAPPORT 104

    No full text
    onderzoeksrappor

    RAAPRAPPORT 856

    No full text
    onderzoeksrappor

    Stadse fratsen 18

    No full text
    In het voorjaar van 2008 werd een klein gedeelte onder het trottoir voor de studentensociëteit Mutua Fides aan de Grote Markt te Groningen opgegraven. Van het Scholtenhuis (19e eeuw) was alleen de rode cementvloer van het souterrain over. Het huis was gefundeerd op de kloostermoppen van de in 1878 afgebroken middeleeuwse panden. Er is niets gevonden, wat te maken had met de bezetting en het gebruik van het pand als regionaal hoofdkwartier van de Gestapo en de SD. Het pand ten noorden van het Scholtenhuis, huis Panser, is waarschijnlijk gebouwd omstreeks 1325. Het huis was opgetrokken in kloostermoppen. De ondergrond was slap, vandaar dat voor de fundering brede banen schoon zand waren ingegraven tot op het keileem van de Hondsrug. In deze zandfundering was een kuil ingegraven met resten aardewerk en rondom een witte kalkaanslag. Was dit een bouwoffer of toch gewoon een urinoir? Van de muren zelf was weinig meer over. Bijna alle kloostermoppen waren na de oorlog al uitgebikt en hergebruikt bij de restauratie van de zwaargehavende kerken in de provincie Groningen. Onder de vloer was tegen de voorgevel een urinoir van gestapelde bakstenen uit de 17e eeuw ingegraven. Van de prachtige voorgevel in renaissancestijl werd niets meer terug gevonden. Onder huis Panser zijn lemen vloeren gevonden. Muren of balken waren niet meer te zien. Misschien waren die opgeruimd ten tijde van het leggen van de zandfundering van huis Panser. Onder de microscoop was te zien, dat de vloer enkele malen was hersteld en opgehoogd. Op de vloer waren verder as- en stookresten te zien. Vermoedelijk was dit de vloer van een open schuur of werkplaats uit de overgangstijd van Groningen van dorp tot stad, tussen 1000 en 1300. De markt is verschillende keren opgehoogd. Helaas werden er geen middeleeuwse bestratingen van het marktplein gevonden. Voor de huizen langs lag een berm met een sloot. Om de greppel te dempen en de berm op te hogen werd onder meer gebruikt gemaakt van mest en plantaardig materiaal van elders. Bovendien is er veel afval van vooral schapebotten en scherven van kannen en kookpotten in gevonden. Een vrolijke noot tussen het afval was een fluitje, gemaakt van de ellepijp van een gans. Het oudste gevonden grondspoor is de bouwvoor van een akker uit de 9e en 10e eeuw

    RAAPRAPPORT 508

    No full text
    onderzoeksrappor

    RAAPRAPPORT 263

    No full text
    onderzoeksrappor

    Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis

    Full text link
    The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed

    Variations on the Author

    Full text link
    “Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship

    Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis

    Full text link
    We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis

    Reduzum, Overijsselsestraatweg 6a. Gem. Boarnsterhiem (Frl.) Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek.: Steekproefrapport 2012-07/02Z

    No full text
    De Steekproef bv heeft een terrein onderzocht aan de Overijsselsestraatweg 6a te Reduzum. Het onderzoek was gericht op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen uitbreiding van een bedrijfsterrein met een aangrenzende groenstrook en een sloot. Het plangebied bestaat nu nog uit weiland. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek door middel van boringen. In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een lage tot middelhoge kans op resten uit de periode steentijd tot en met de bronstijd en een middelhoge kans op resten uit de periode ijzertijd tot de middeleeuwen. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat het plangebied op een dik pakket veen ligt waarvan de top is geërodeerd. Dit veen loopt door tot tenminste drie meter beneden het maaiveld. Dit betekent dat de voorgenomen bodemverstoring nergens binnen het plangebied tot in het onder het veen gelegen dekzand kan reiken. Boven het veen liggen getijde-afzettingen die lijken te zijn afgezet vanuit een (zij)geultje dat het zuidelijke deel van het plangebied doorsneed. Deze wadafzettingen bestaan overwegend uit matig slappe klei en zijn nooit geschikt geweest voor bewoning. Tijdens het booronderzoek zijn in geen van de boringen archeologische indicatoren aangetroffen. Zowel losse vondsten als bewoningslagen of overige grondsporen ontbreken volledig. Gezien het ontbreken van bewoningslagen en overige archeologische indicatoren in het plangebied geven de resultaten van het uitgevoerde onderzoek geen aanleiding tot het adviseren van beschermende en/of beperkende maatregelen of archeologisch vervolgonderzoek
    corecore