18,203 research outputs found
Iedereen aan het werk?
Door de economische crisis is de werkloosheid toegenomen. Ook als de economie weer aantrekt, zijn er structurele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt die onze aandacht vragen. Zijn er in de toekomst genoeg arbeidskrachten beschikbaar als de vergrijzing toeneemt? Hoe houden we de sociale zekerheid betaalbaar en beheersbaar? Moeten we ons zorgen maken om een groeiende onderklasse van werklozen die weinig perspectief hebben op een betaalde baan? 'Iedereen aan het werk!' is het adagium van het huidige arbeidsmarktbeleid. Maar hoe realistisch is dit uitgangspunt?Naar aanleiding van het eerder verschenen onderzoek Een baanloos bestaan organiseerde het Sociaal en Cultureel Planbureau een studiemiddag met het thema Werkloosheid in goede banen. Na een introductie van het SCP-rapport door onderzoekster Patricia van Echtelt lieten de hoogleraren Paul de Beer (UvA), Godfried Engbersen (EUR) en Romke van der Veen (EUR) hun licht schijnen over bovenstaande thema's. Het merendeel van de lezingen die op de studiemiddag zijn gehouden, zijn gebundeld in deze publicatie en bieden op een heldere en toegankelijke wijze antwoorden op actuele arbeidsmarktvraagstukken
Het Nieuwe Werken en Burn-out
Contains fulltext :
131979.pdf (Publisher’s version ) (Open Access
Waarom werknemers overuren maken: drie mechanismen getoetst
Dit artikel gaat over de vraag welke baan- en organisatiekenmerken van invloed zijn op de tijd die werknemers aan overwerk besteden. Hiertoe worden drie mechanismen gepresenteerd die kunnen verklaren waarom werknemers overuren maken, namelijk het 'werk-als-hobbymechanisme', het 'crisismechanisme' en het 'tijd-competitiemechanisme'. Daarnaast wordt de invloed van een aantal kenmerken van het huishouden op overwerk onderzocht. De hypothesen worden getoetst met behulp van de TNO Arbeidssituatie Survey van 2000 en 2002, waarin van in totaal ruim 5.000 werknemers gegevens zijn opgenomen over het aantal uren dat zij aan zowel betaald als onbetaald overwerk besteden. Uit de gegevens blijkt dat ruim 70% van de werknemers betaald of onbetaald overwerk verricht. Uit de resultaten blijkt dat de drie mechanismen overwerk inderdaad gedeeltelijk kunnen verklaren. Werknemers werken vooral over wanneer zij veel belang hechten aan hun werk, wanneer zij te maken hebben met een hoge werkdruk en veel gebruikmaken van de mobiele telefoon, wanneer er sprake is van onderlinge rivaliteit op het werk en wanneer werknemers in hun normale werktijd thuis werk verrichten
Van de grond af opgebouwd
Bundeling van de lezingen ter gelegenheid van de 80e verjaardag van prof. Agema, naast de lezingen staan er twee interviews met prof. Agema in deze publicatie. De bijdragen van de overige sprekers zijn: Rijkswaterstaat: de (te) grote opdrachtgever in de GWW (Struik), De fundamenten onder het ontwerp (vd Meer), Buitenland en waterbouw (Zanetti), Uitvoeren met verstand (Beerda), Techniek en grote projecten (Korf)Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Time-greedy employment relationships. Four studies on the time claims of post-Fordist work
Recent case studies consistently show that employees in contemporary work structures (often referred to as post-Fordist work designs) spend longer hours at work than in more traditional workplaces. This study investigates the association of post-Fordist work with working unpaid overtime and over-employment, using a multi-firm survey in the Netherlands. We test a range of explanations of why people would agree to work overtime for no pay. We also examine how and under what conditions working overtime harms the well-being of employees. For example, are the possible negative effects of working overtime just as severe for people who enjoy their work? These research questions are examined with the Time Competition Survey. The data were collected by means of a multi-stage sample of 1114 Dutch employees within 89 function groups in 30 work organizations in the Netherlands.
Patricia van Echtelt (1975) studied Sociology at the University of Utrecht. She conducted the present research at the Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS) in Groningen, the Netherlands.
Managing Supplier Integration into Product Development: A Literature Review and Conceptual Model
Industrial clusters, Regional agglomerations, Technological learning, Technological capability, Knowledge spillovers, Regional innovation systems
Verslag van de Staatscommissie met de opdracht een onderzoek in te stellen van de buitengewoon hooge waterstanden, tijdens den stormvloed van 13/14 januari 1916: voorgekomen op de in Zuidholland gelegen benedenrivieren, meer bepaaldelijk op den Rotterdamschen Waterweg
Rapport met een analyse van het extreme hoogwater in Rotterdam op 13 januari 1916 waardoor een dijk bij het Mallegat was doorgebroken terwijl de waterhoogte op zee bij Hoek van Holland net zo hoog was als bij de stormvloed tien jaar daarvoor. De concrete vraag was wat de oorzaak was, en of dit vaker kon voorkomen. De leden van de commissie waren deskundigen van Rijkswaterstaat en van het KNMI, maar het ministerie (minister Lely) wilde een ter zake deskundige buitenstaander als voorzitter. De commissie concludeerde dat dit specifieke hoogwater werd veroorzaakt door hoge rivierafvoer en een samenloop van diverse factoren, waaronder de lange duur van de storm. En dat er in principe geen bovengrens aan de waterstand is, maar dat bij geometrie van de waterlopen van dat moment een maximale ontwerpwaterstand van 3,55 m boven N.A.P. te adviseren was. De commissie heeft zeer uitgebreid gerapporteerd, en daarbij onderzoek gedaan naar de wiskunde van de doordringing van stormvloeden in de benedenrivieren. Het rapport bevat tevens een bijlage van 62 blz met een Historisch Overzicht van de hoge vloeden en overstromingen tot en met 1868
Taluds van losgestorte materialen: Golfneerloop op statisch stabiele stortsteen taluds onder golfaanval
In dit verslag worden neerloopmetingen gepresenteerd en geanalyseerd welke zijn verkregen uit onderzoeken naar de statische stabiliteit van stortsteen taluds onder golfaanval. De analyse van deze proeven heeft geleid tot de relatie voor de relatieve neerloop die door 2% van de neerlopen wordt overschreden. Deze empirische relatie wordt beschreven aan de hand van dimensieloze parameters, welke zijn afgeleid van de in de onderzoeken gevarieerde grootheden. De relatieve neerloop wordt belnvloed door de volgende dimensieloze parameters : \u95 golfsteilheid (sm) \u95 taludhelling (cot alpha) \u95 doorlatendheid van de constructie (P) \u95 spectrumvorm (K) \u95 relatieve waterdiepte (h/Hs)Applied Geophysics and PetrophysicsHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Toelichting tot de geomorphologische kaart van IJsselmonde
Beschrijving van de genese van IJsselmonde, specifiek in relatie tot te ligging van het veenpakket. Bevat een bodemkaart, polderkaart en profiele
Stabiliteit van taludbekleding met Hillblocks bij golfaanval
Hillblock is een nieuw, innovatief type taludbekleding voor toepassing als toplaag op waterbouwkundige construclies zoals dijken, kribben en oevers. Om de stabiliteit bij golfaanval van het bekledingssysteem te bepalen is er groolschalig onderzoek uitgevoerd in de Deltagoot. Hierbij is de goot in twee secties verdeeld: op één sectie de variant Basisblock en op de andere sectie de variant Slimblock. De schaal van dit onderzoek was 1 :2. De Hillblocks hadden een dikte van 20 cm. De constructie was voorzien van een filterlaag met een dikte van 7 cm (Df15 = 12 mm), een geotextiel en een laag cementstabilisatie. De constructie is beproefd met drie proevenseries. De eerste twee series bestonden uit korteduurproeven met in iedere serie een gelijkblijvende brekerparameter. De derde serie bestond uit in totaal 29 uur aan langeduurproeven met gelijkblijvende belasting. Na iedere proef is de vervorming en eventuele schade aan het talud geregistreerd. Uit de Deltagootproeven is gebleken dat de bekleding bestaande uit een Basisblock of een Slimblock een stabiliteit heeft die voldoet aan de stabiliteitseis van zuilen zoals berekend met STEENTOETS. Daarbij wordt als dikte van de toplaag de afstand aangehouden tussen het bovenvlak en het ondervlak van de steenzetting. Het onderzoek is voor 50% gefinancierd door Hill Innovations BV en voor 50 % door het Innovatie Test Centrum van Rijkswaterstaat.Steenzettinge
- …
