1,723,868 research outputs found

    Bernhardstraat 25 in Bakel, gemeente Gemert-Bakel; proefsleuvenonderzoek

    No full text
    In opdracht van Firma Marco Gas heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau op 26 en 27 februari 2013 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd aan de Bernhardstraat 25 in Bakel (gemeente Gemert-Bakel). Aanleiding van het onderzoek is de uitbreiding van Marco Gas BV, die zich nu in het zuidelijk deel van het plangebied situeert. Het primaire doel van dit onderzoek was het toetsen en aanvullen van de gespecificeerde archeologische verwachting, waarbij het in eerste instantie ging om het (al dan niet) vaststellen van de aanwezigheid van archeologische grondsporen. Voorts diende het onderzoek zich te richten op de aard, omvang, datering, kwaliteit (gaafheid en conservering) en diepteligging van eventueel aanwezige archeologische grondsporen en resten. Uit het voorgaand bureauonderzoek werd duidelijk dat er voor het plangebied een hoge archeologische verwachting is voor gave vindplaatsen uit alle perioden, op basis van de hoge en droge ligging op een dekzandrug, en de aanwezigheid van een afdekkend pakket, bestaande uit stuifzand en een plaggendek. Onder dit afdekkend pakket, bleek een geaccidenteerd dekzandreliëf verscholen te zitten dat bestond uit een noordwest-zuidoost georiënteerde laagte. Tijdens onderhavig onderzoek is de bodemopbouw en de hoge archeologische verwachting uit het voorgaand onderzoek bevestigd. Er werden twee vinplaatsen aangetroffen: De eerste vindplaats bestond uit vage, mogelijk prehistorische sporen, die werden aangetroffen op dekzandkoppen ten noordoosten en zuidwesten van een centraal gelegen laagte. Omdat aan deze sporen geen enkel dateerbaar vondstmateriaal gerelateerd kan worden, is de datering en de context van de vinplaats onbekend. Verspreid over het plangebied werden sporen en structuren aangetroffen, die op basis van vondsten en de stratigrafische ligging onder het plaggendek en stuifzand kunnen gedateerd worden in de periode 12e-16e/17e eeuw. In het noordwesten werden resten van een Middeleeuwse veekraal met stal óf van een erfgreppel met schuur aangetroffen. Centraal in het plangebied werden resten van een Middeleeuwse moestuin aangetroffen. Centraal en in het oosten van het plangebied werden greppels aangetroffen, die deel uitmaakten van houtwallen. Op basis van deze sporen worden in de directe omgeving binnen of net buiten het plangebied Middeleeuwse nederzettingsresten verwacht. Deze zijn onder het stuifzand en plaggendek goed bewaard. De prehistorische vindplaats, op de dekzandkopjes, is niet behoudenswaardig. De vindplaats uit de periode Volle Middeleeuwen t/m Nieuwe Tijd A wel. De sporen van de jongste vindplaats bevinden zich verspreid in het plangebied, met een zwaartepunt van sporen ter plaatse van de lager gelegen zone tussen de dekzandkoppen. Deze sporen kunnen erg gaaf bewaard zijn. Vanuit archeologisch standpunt, kunnen vervolgens twee kleinere zones worden vrijgegeven omdat hier geen (behoudenswaardige) sporen zijn aangetroffen. Voor het resterende deel, grotendeels ter plaatse van de laagte en het zuidelijke deel dat wegens verharding niet onderzocht kon worden, wordt behoud in situ aanbevolen. Omdat de archeologische sporen zich hier onder een erg dik afdekkend pakket (stuifzand en/of plaggendek) bevinden (dikte afdekkend pakket ter plaatse van dit onderzochte deel: ca. 118 à 155 cm, diepte top stuifzand: vanaf 80 cm -Mv), en de bodemingrepen ten behoeve van de uitbreiding van Firma Marco Gas niet zo diep reiken, is verder archeologisch onderzoek nu niet relevant, want er worden geen behoudenswaardige sporen direct bedreigd

    Plangebied Nieuwe Uitleg te Bakel, gemeente Gemert-Bakel; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek).

    No full text
    De gemeente Gemert-Bakel is voornemens om de Nieuwe Uitleg te Bakel te vernieuwen (wegreconstructie). In het kader van deze werkzaamheden heeft RAAP in opdracht van de gemeente Gemert-Bakel in november 2018 een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied. Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de archeologische resten die in dit plangebied verwacht worden en de te verwachten diepteligging en fysieke kwaliteit daarvan. Middels het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over de landschappelijke en archeologische context van het plangebied, op basis waarvan een archeologische verwachting is opgesteld. Deze gegevens zijn middels een booronderzoek in het veld getoetst. Het plangebied ligt op een dekzandrug en wordt gekenmerkt door het voorkomen van een zeer goed ontwaterde vruchtbare hoge zwarte enkeerdgrond. In het plangebied worden resten van bewoning, begraving en beakkering verwacht vanaf de tijd van de eerste landbouwers (late prehistorie) tot en met de Nieuwe Tijd. Op basis van bekende archeologische vondstlocaties in de omgeving geldt met name een hoge archeologische verwachting voor nederzettingsresten uit de Romeinse Tijd en de Vroege- en Volle Middeleeuwen. Gezien het historisch gebruik van het plangebied als weg, kunnen in de ondergrond sporen hiervan aanwezig zijn. Deze resten worden verwacht aan de basis van het esdek, ingegraven in de C-horizont. Resten uit de Nieuwe Tijd, die jonger zijn dan het opbrengen van de enkeerdbodem, kunnen direct onder de wegfundering voorkomen. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in ieder geval in het oostelijk deel van het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden voorkomen. Waarschijnlijk is deze bodem oorspronkelijk ook in het westelijk deel van het plangebied aanwezig geweest, maar is deze ten gevolge van afgraving / egalisatie afgetopt. In algemene zin is er sprake van een AC-profiel. De Aa-horizont bevindt zich op een diepte vanaf 25 cm –mv. De top van de C-horizon bevindt zich op een diepte vanaf 30 cm –mv (zie figuur 10 voor diepte ter plekke). Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat de top van de C-horizont is geroerd. Op basis hiervan blijft de gespecificeerde verwachting uit het bureauonderzoek gehandhaafd. De verwachting is hoog dat in het plangebied goed bewaarde archeologische resten van landbouwers aanwezig zijn, die door de beoogde bodemingrepen verstoord kunnen worden. Vanwege de aard van de werkzaamheden zal het archeologische begeleiden van de werkzaamheden het meest effectief zijn. Allereerst zal daarbij de werkstrook na het verwijderen van de huidige wegfundering door een archeoloog geïnspecteerd worden. Daarna zullen er waarnemingen worden gedaan tijdens de aanleg van de riolering en de putten/kolken. Een en ander moet daarbij goed op elkaar afgestemd worden. Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd op basis van Programma van Eisen (PvE) dat dient te zijn goedgekeurd door de gemeente. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Gemert-Bakel, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit

    Gemert-Bakel, Handel. Kernplan MFA. Archeologische begeleiding conform protocol proefsleuvenonderzoek: BAAC rapport A-12.0307

    No full text
    In opdracht van Gemeente Gemert-Bakel heeft BAAC bv (onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie) te 's-Hertogenbosch een Begeleiding conform protocol Proefsleuvenonderzoek in plangebied Kernplan MFA te Handel, gemeente Gemert-Bakel uitgevoerd. Dit onderzoek vond plaats op 19 en 20 september 2012. De aanleiding hiervoor was de voorgenomen realisatie van onder meer een gemeenschapshuis. Tijdens de begeleiding werden twee werkputten en een korte sleuf aangelegd. De aangetroffen muurresten en sporen zijn onderdeel van bebouwing uit de late 19e en 20e eeuw. Oudere sporen ontbreken. Alhoewel niet geheel uitgesloten kan worden dat zich elders op het terrein oudere sporen in de bodem bevinden lijkt dit gezien het geheel ontbreken van archeologische indicatoren niet waarschijnlijk maar kan niet uitgesloten worden. Er zijn geen sporen gevonden die in relatie te brengen zijn met de hoeve Handel en de huiskapel uit de late middeleeuwen of nieuwe tijd

    Bureauonderzoek: Landgoed Bakel – De Zorgboog, gemeente Gemert – Bakel

    No full text
    In opdracht van Stichting de Zorgboog heeft Archeodienst BV een bureauonderzoek uitgevoerd voor het terrein de Roessel van de Zorgboog te Bakel (gemeente Gemert-Brakel, Fig. 1.1). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen verkoop van het terrein. Het onderzoek zal als achtergrondinformatie worden gebruikt en de voorbereidingskosten voor de ontwikkeling van het terrein worden hierdoor verminderd. Op de gemeentelijke beleidskaart is het terrein grotendeels aangegeven als een gebied met een hoge archeologische verwachting, dorpskern (Cat. 3) (Fig. 1.2). Aan het zuidoostelijke deel van het plangebied (het driehoekige perceel) is grotendeels een lage verwachting toegekend (Cat. 6) met een smalle strook waarvoor een middelhoge verwachting geldt (Cat. 5). Voor categorie 3 geldt dat er een archeologisch onderzoeksplicht is voor bodemingrepen groter dan 250 m² en dieper dan 40 cm, voor categorie 5 geldt de onderzoeksplicht voor bodemingrepen groter dan 2.500 m² en dieper dan 40 cm. Voor categorie 6 geldt enkel een onderzoeksplicht als het plan m.e.r.-plichtig is of valt onder de Tracéwet. Met de gegevens die in dit bureauonderzoek worden verzameld, zal deze verwachting worden genuanceerd en gespecificeerd per periode. Het onderzoek is uitgevoerd conform de gemeentelijke eisen en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 3.3 (CCvD 2013)

    Paranecrocarcininae Fraaije, Van Bakel, Jagt & Artal 2008

    No full text
    Subfamily Paranecrocarcininae Fraaije, Van Bakel, Jagt & Artal, 2008 <p>Paranecrocarcininae Fraaije, Van Bakel, Jagt & Artal, 2008: 201.</p>Published as part of <i>Van Bakel, Barry W. M., Guinot, Danièle, Artal, Pedro, Fraaije, René H. B. & Jagt, John W. M., 2012, A revision of the Palaeocorystoidea and the phylogeny of raninoidian crabs (Crustacea, Decapoda, Brachyura, Podotremata) 3215, pp. 1-216 in Zootaxa 3215 (1)</i> on page 60, DOI: 10.11646/zootaxa.3215.1.1, <a href="http://zenodo.org/record/5248640">http://zenodo.org/record/5248640</a&gt

    Plangebied Burgemeester Diepstratenlaan te Bakel, gemeente Gemert -Bakel; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

    No full text
    In opdracht van de gemeente Gemert -Bakel heeft RAAP in oktober 2019 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Burgemeester Diepstratenlaan te Bakel. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel ter hoogte van de weg Burgemeester Diepstratenlaan, daarnaast zal in het zuidelijk deel van het plangebied (de speelweide) een wadi gerealiseerd worden. Bureauonderzoek Het plangebied bevindt zich nabij de Peelrandbreuk op de Peelhorst. De Peelhorst bestaat uit oudere rivierafzettingen die tijdens het laat pleistoceen door de wind zijn bedekt zijn met dekzand. Op het dekzand zijn vanaf de middeleeuwen plaggen aangebracht en zijn er hoge zwarte enkeerdgronden en laarpodzolgronden ontstaan. In de omgeving van het plangebied zijn diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd en vondsten aangetroffen. De meeste archeologische resten betreffen middeleeuwse erven en akkers met bijbehorend vondstmateriaal. Daarnaast is er ten zuidoosten van het plangebied een ijzertijd erf gevonden. Op basis van historisch kaartmateriaal is gebleken dat het plangebied tot 1983 bestond uit akkerland dat onderdeel was van het dorp Bakel. In 1984 is de huidige woonwijk gebouwd, inclusief de weg Burgemeester Diepstratenlaan die zich bevindt in het noordelijk deel van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek is er een middelhoge verwachting op paleolithische –mesolithische kampementen. Daarnaast is er een hoge verwachting op bewoningsresten (nederzetting en akkers) uit het neolithicum-middeleeuwen. Ook sporen en vondsten uit de middeleeuwen- nieuwe tijd die in verband staan met landbouwactiviteiten, kunnen niet uitgesloten worden. Veldonderzoek Tijdens het veldonderzoek bleek dat het noordelijke deel van het plangebied van nature tot een dekzandrug behoort. Het natuurlijke reliëf liep af in zuidelijke richting. In het noordoostelijk deel van het plangebied zijn enkele verstoringen opgetreden die mogelijk verband houden met de aanleg van de woonwijk. Het wordt niet uitgesloten dat deze verstoringen ook aanwezig zijn ter hoogte van de Burgemeester Diepstratenlaan. In het zuidelijk deel van het plangebied is een esdek aangetroffen met hieronder een gedeeltelijk intact bodemprofiel van een veldpodzol. In het hele plangebied komen matig fijne matig siltige zanden voor welke geïnterpreteerd zijn als dekzand. De hoge verwachting op bewoningsresten uit het neolithicum-middeleeuwen en voor de middeleeuwse - nieuwe tijdse akkers blijft gehandhaafd. In het noordelijk deel van het plangebied wordt een archeologische inspectie geadviseerd, zodat de bodemgesteldheid in kaart gebracht kan worden en mogelijk archeologische resten gedocumenteerd kunnen worden. In het zuidelijk deel van het plangebied worden archeologische proefsleuven geadviseerd, zodat de mogelijk aanwezige archeologische resten gewaardeerd kunnen worden

    Dinocarcinus Van Bakel & Hyžný & Valentin & Robin 2023, gen. nov.

    No full text
    <i>Dinocarcinus</i> gen. nov. <p>urn:lsid:zoobank.org:act: 96EBB8A3-15BE-4E6D-9461-981A163ECED6</p> <p> <i>Dinocarcinus</i> Van Bakel, Hyžný, Valentin & Robin <i>in</i> Robin, Van Bakel, Hyžný, Cincotta, Garcia, Charbonnier, Godefroit & Valentin, 2019: 2, figs. 1–3 [unavailable].</p> <p> <b>Etymology</b>. Denoting the actual association with dinosaur (ornithopodan) remains.</p> <p> <b>Type species</b>. <i>Dinocarcinus velauciensis</i> gen. nov., sp. nov.</p> <p> <b>Diagnosis</b>. Chelae large and massive. Fingers gaping, arched, with strong teeth, proximal tooth molariform. Fixed finger dorsal surface with single ‘pitted groove’, palm surface smooth, articulation with dactylus oblique, prominent (in accordance with Van Bakel, Hyžný, Valentin & Robin <i>in</i> Robin <i>et al</i>. 2019).</p>Published as part of <i>Van Bakel, Barry W. M., Hyžný, Matúš, Valentin, Xavier & Robin, Ninon, 2023, Validation of Dinocarcinus velauciensis Van Bakel, Hyžný, Valentin & Robin, a fossil crab (Crustacea, Decapoda, Brachyura) from Upper Cretaceous (Campanian) continental deposits of Velaux and vicinity, southern France, pp. 483-484 in Zootaxa 5315 (5)</i> on page 483, DOI: 10.11646/zootaxa.5315.5.5, <a href="http://zenodo.org/record/8142411">http://zenodo.org/record/8142411</a&gt

    Ibericancer Artal, Guinot, Bakel & Castillo, 2008, n. gen.

    No full text
    Ibericancer n. gen. Type species. Ibericancer sanchoi n. sp.Published as part of Artal, Pedro, Guinot, Danièle, Bakel, Barry Van & Castillo, Juan, 2008, Ibericancridae, a new dakoticancroid family (Decapoda, Brachyura, Podotremata) from the upper Campanian (Upper Cretaceous) of Spain, pp. 1-27 in Zootaxa 1907 on page 9, DOI: 10.5281/zenodo.18451

    Validation of Dinocarcinus velauciensis Van Bakel, Hyžný, Valentin & Robin, a fossil crab (Crustacea, Decapoda, Brachyura) from Upper Cretaceous (Campanian) continental deposits of Velaux and vicinity, southern France

    No full text
    Van Bakel, Barry W. M., Hyžný, Matúš, Valentin, Xavier, Robin, Ninon (2023): Validation of Dinocarcinus velauciensis Van Bakel, Hyžný, Valentin & Robin, a fossil crab (Crustacea, Decapoda, Brachyura) from Upper Cretaceous (Campanian) continental deposits of Velaux and vicinity, southern France. Zootaxa 5315 (5): 483-484, DOI: 10.11646/zootaxa.5315.5.5, URL: http://dx.doi.org/10.11646/zootaxa.5315.5.

    Tanidromites maerteni Fraaije & Van Bakel & Guinot & Jagt 2023, sp. nov.

    No full text
    Tanidromites maerteni sp. nov. urn:lsid:zoobank.org:act: 6AF2E747-B3FE-4417-A4D9-3B94B2A5693A Tanidromites maerteni Fraaije, Van Bakel, Guinot & Jagt, 2013: 250, fig. 1 [unavailable]. Type material. The holotype, MNHN.F.A47612 (leg. L. Maerten), is deposited in the collections of the Muséum National d’Histoire Naturelle, Département Histoire de la Terre (Paris). The type specimen originates from the town quarry of the Commune de Maizet, Calvados (northwest France) from a level which is locally referred to as the “Oolithes ferrugineuses de Bayeux”, the age of which is early late Bajocian (Niortense ammonite Zone) (Gauthier et al. 1996). Etymology. In honour of Lionel Maerten (Ver-sur-Mer, France), who collected the holotype and kindly donated it to the Muséum National d’Histoire Naturelle collections. Diagnosis. A tanidromitid with lateral epibranchial spine; slightly concave portion of cervical groove at central posterior margin of mesogastric region; two faint, yet clearly visible, V-shaped grooves on central part of mesogastric region; relatively deep and long postcervical grooves; pustulate ornament on cardiac, epibranchial and epigastric regions (in accordance with Fraaije et al. 2013: 252). Remarks. A full description and figures of Tanidromites maerteni sp. nov. are supplied by Fraaije et al. (2013).Published as part of Fraaije, René H. B., Van Bakel, Barry W. M., Guinot, Danièle & Jagt, John W. M., 2023, Validation of Tanidromites maerteni Fraaije, Van Bakel, Guinot & Jagt, a species of crab (Crustacea, Decapoda, Brachyura) from Middle Jurassic (Bajocian) deposits of Maizet, Calvados, northwest France, pp. 437-438 in Zootaxa 5318 (3) on page 437, DOI: 10.11646/zootaxa.5318.3.9, http://zenodo.org/record/816701
    corecore