202 research outputs found
Plangebied Bosweg te Woerdense Verlaat
In opdracht van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden heeft RAAP in oktober 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Bosweg te Woerdense Verlaat in de gemeente Nieuwkoop. Het onderzoek vond plaats in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning en is bovendien gewenst door de opdrachtgever om in kaart te brengen in hoeverre archeologische resten aanwezig zouden kunnen zijn ter hoogte van de geplande bodemingrepen. Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: Het plangebied A kenmerkt zich door zijn ligging in een uitgestrekt ontgonnen veengebied, gelegen langs de in de jaren 1970 aangelegde Bosweg. Het plangebied B is eveneens gelegen langs de Bosweg, maar direct naast de Meije. Het oppervlak uit de steentijd bevindt zich op meer dan 7 m –mv. Er is onvoldoende informatie voorhanden over de aan- of afwezigheid van gradiëntzones. Er geldt dan ook een niet nader gespecificeerde archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het laat paleolithicum. In het plangebied A heeft zich vanaf het begin van het Holoceen tot in de middeleeuwen een dik pakket veen ontwikkeld en is dit gebied zo goed als onbewoonbaar geworden tot in de 11e eeuw. Voor resten uit de periode mesolithicum tot en met de nieuwe tijd A geldt daarom een lage archeologische verwachting. In het plangebied B zijn in een eerdere aardkundige boring kleiige afzettingen van het Laagpakket van Wormer uit het toenmalige getijdenlandschap aangetroffen. Aangezien uit de directe omgeving van het plangebied geen vindplaatsen uit het late neolithicum bekend zijn, geldt voor deze periode een lage archeologische verwachting voor de afzettingen van het Laagpakket van Wormer in het plangebied B. In het plangebied B heeft zich vanaf de bronstijd tot ruwweg het midden van de ijzertijd een pakket Hollandveen op het Laagpakket van Wormer ontwikkeld, dat waarschijnlijk te nat was voor bewoning. Vandaar dat voor deze periode een lage verwachting geldt in het plangebied B. Vanaf de midden ijzertijd tot en met de late middeleeuwen was de Meije actief ter hoogte van het plangebied. Voor de oevers van deze stroom is voor de periode ijzertijd tot en met de nieuwe tijd A een hoge archeologische verwachting van kracht in plangebied B. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat er vanaf de nieuwe tijd B geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden In het plangebied ligt het veen direct aan het maaiveld. Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten ontbreken is mogelijk sprake van een slechte conservering van eventuele archeologische resten. In deelgebied B liggen afzettingen van de Meije aan het maaiveld, waarin resten uit de periode ijzertijd tot en met de nieuwe tijd kunnen voorkomen. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied B (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om deplannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dat lijkt echter niet mogelijk in het kader van het nieuw te plaatsen gemaal en het vergraven van een bredere watergang op deze locatie. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Om de gespecificeerde verwachting aan te vullen en te verfijnen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek. Een dergelijk vervolgonderzoek heeft tot doel de opbouw van de ondergrond, de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting worden getoetst en kunnen concrete gegevens worden verzameld over gaafheid en diepteligging van de verwachte archeologische resten. In het plangebied A wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen, op deze locatie geldt namelijk een lage archeologische verwachting voor alle perioden. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Nieuwkoop, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit
Ontzwaveling van FCC-voeding, in opdracht van Nerefco Europoort
Document(en) uit de collectie Chemische ProcestechnologieDelftChemTechApplied Science
Plangebied Bosweg te Woerdense Verlaat, gemeente Nieuwkoop
In opdracht van Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden heeft RAAP in december een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Bosweg te Woerdense Verlaat in de gemeente Nieuwkoop ( figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van de aanvraag een omgevingsvergunning en vond plaats op basis van het advies van een eerder uitgevoerd bureauonderzoek (De Rijk, 2021) . Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: In het plangebied zijn geulafzettingen van de Meije stroomgordel en slappe veenlagen van het Hollandveen aangetroffen onder een bouwvoor en (enkele) verstoorde lagen. De top van de pleistocene afzettingen bevindt zich op meer dan 7 m –mv en is niet bereikt gedurende het booronderzoek. Vandaar dat de niet nader gespecificeerde archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het laat paleolithicum ongewijzigd blijft. Tijdens het veldonderzoek zijn de afzettingen van het Laagpakket van Wormer niet waargenomen binnen de einddieptes van de boringen (ca. 5,5 m –NAP), wat erop duidt dat in het neolithicum mogelijk al veen groeide in het plangebied. Op basis van de waargenomen veenlagen waren de omstandigheden te nat voor bewoning in het neolithicum, zodat de lage verwachting gehandhaafd kan worden in het plangebied. Tijdens het veldonderzoek zijn in het aangetroffen veen geen tekenen van veraarding waargenomen. Op basis hiervan kan gesteld worden dat de lage archeologische verwachting voor de periode vanaf het begin van het begin van de bronstijd tot ruwweg het midden van de ijzertijd gehandhaafd kan worden. Tijdens het booronderzoek zijn in delen van het plangebied weliswaar de verwachte afzettingen van de Meije stroomgordel aangetroffen, maar oeverafzettingen zijn niet waargenomen. Mogelijk zijn deze verstoord geraakt en de overige geulafzettingen die zijn aangetroffen, zijn gevormd onder te natte omstandigheden voor bewoning. Vandaar dat de hoge archeologische verwachting voor de periode ijzertijd tot en met de nieuwe tijd A naar laag kan worden bijgesteld voor het plangebied. Op basis van het historisch kaartmateriaal werden geen resten van bebouwing verwacht uit de periode vanaf de nieuwe tijd B. Tijdens het veldonderzoek zijn ook geen aanwijzingen gezien om deze verwachting aan te passen
Waarom verlaat verpleegkundiges die beroep?
An investigation was done to determine the factors which influence registered nurses to leave the nursing profession. Two critical factors were found to be salaries and unpopular working hours. Other factors appeared to be less significant. The author makes a number of recommendations, including suggestions about salaries, hours of duty, recruitment and the status and image of the nursing profession
Novel technologies and materials for thermal management
Efficient thermal engineering solutions for the entire heat load path from source to sink (sensor to cooling plant) are crucial for the future silicon detectors, more than even before. The particularly demanding cooling requirements are coming from the extreme radiation environment, causing high leakage current in the silicon sensors, as well as from the high power dissipated in the front-end electronics, featuring enhanced functionality and high channel count. The need to carry out dedicated R&D has encouraged increased cooperation among the HEP experiments, to identify state-of-the-art materials and construction principles that can help fulfilling the requirements, and to develop more efficient active cooling systems like CO2 cooling, which is now widely accepted as an excellent detector cooling technology
Tijd voor Marktkwaliteit
Op welke wijze kunnen woningcorporaties marktkwaliteit incorporeren in hun bijdrage aan gebiedsontwikkeling?
Dat is de onderzoeksvraag waarover deze masterproof, ter afronding van de opleiding Master City Developer gaat.
Het onderzoek behelst drie onderzoeksobjecten; ‘gebiedsontwikkeling’, ‘marktkwaliteit bij gebiedsontwikkeling’ en
‘woningcorporaties’. Door deze drie objecten samen te brengen ontstaat een theoretische beantwoording van de
onderzoeksvraag. Hiertoe zijn allereerst verschillende afgeleide onderzoeksvragen gedefinieerd (hoofdstuk 1), van waaruit
een helder inzicht ontstaat in de onderzoeksobjecten. Het antwoord op de onderzoeksvraag luidt als volgt.
Woningcorporaties kunnen marktkwaliteit incorporeren in hun bijdrage aan gebiedsontwikkeling door het verbinden van
het proces van gebiedsontwikkeling met het proces van marketing
Waterkering Dordrecht
De hoofdwaterkering van Dordrecht, waarvan de Voorstraat een belangrijk onderdeel vormt, is vanaf het eind van de jaren zeventig onderwerp van studie geweest. De kering voldeed niet aan de eisen van de Deltawet en moest hieraan aangepast worden. De beslissing tot de bouw van de stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg in 1989 maakte verdere studie naar dijkversterking overbodig. De marge tussen de actuele hoogte en de maatgevende waterstanden is echter klein en zorgt ervoor dat de kering slecht kan inspelen op veranderingen in de randvoorwaarden. Aangezien er indicaties zijn dat de maatgevende waterstanden hoger zijn, is het doel van deze studie het vinden van een oplossing voor de hoofdwaterkering van Dordrecht die in kan spelen op veranderingen in de toekomst. De gehele binnenstad van Dordrecht heeft de status van beschermd stadsgebied. De vele monumenten en de historische structuur maken de stad uniek voor Nederland. Het huidige trace over de Voorstraat loopt dwars door een druk winkelgebied. Gezien deze factoren vereist het zoeken naar een oplossing veel aandacht voor de inpassing van de waterkering in het stadsbeeld. Het meest veelbelovende altematief dat uit eerdere studies naar voren is gekomen was een keermuur geintegreerd in de buitendijkse huizen van de Voorstraat. Deze oplossing is door de hoge kosten en protesten van bewoners en ondememers nooit gerealiseerd. Naast alle in het verleden opgestelde traces zijn in deze studie vijf traces opgesteld. Na een eerste beoordeling zijn vijf traces gekozen om mee te nemen ind e studie. Op elk trace komen bepaalde karakteristieke profielen voor. In totaal zijn er vijf van deze profielen te onderscheiden.Voor elk van deze profielen is de constructie gekozen die hierbij het beste past. Uit de traces komt het trace langs de kaden van binnenstedelijke havens als meest wenselijke trace naar voren. De criteria die bij deze keuze de meeste waarde hebben gekregen zijn afgeleid van de stedebouwkundige en cultuurhistorische aspecten. Het gekozen trace is daardoor een kostbaar alternatief. De constructies die op het gekozen trace worden toegepast zijn een keermuur geintegreerd in de panden en een schuifkering geintegreerd in de kaden. Beide constructies combineren een waterkerende functie met een bestaande functie. Hierdoor besparen ze schaarse ruimte, wat ze uitermate geschikt maakt voor waterkeren in stedelijk gebied. De inpassing van de keringen in het stadsgezicht is goed, omdat ze onder dagelijkse omstandigheden nauwelijks zichtbaar aanwezig zijn. Op een representatief deeltraject is de verticale schuifkering, geintegreerd in de kademuur, uitgewerkt. De kering bestaat uit secties van 20 m. Voor het bewegingssysteem van de schuif is gekozen voor twee hydraulische vijzels per sectie. De afsluiting van de schuif met de betonconstructie geschiedt met een tubeafdichting. De afdichting tussen de schuiven onderling is gewaarborgd door een flexibele slab. De geraamde kosten van de schuifkering op het uitgewerkte deeltraject zijn ongeveer fl. 28.000,-/m. Een schatting van de kosten van het totale trace is niet te geven. Uit het onderzoek is geconcludeerd dat de waterkering van Dordrecht niet zonder vergaande, kostbare, ingrepen kan worden versterkt, Door uit te gaan van een planperiode van 100 jaar en hogere waterstanden dan de officiele, biedt de gekozen oplossing een duurzame oplossing voor de toekomst. Een algemene conclusie is dat constructies die hun waterkerende functie integreren met een bestaande functie het meest geschikt zijn voor waterkeren in gebieden waar weinig ruimte beschikbaar is, zoals steden.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
The ATLAS IBL CO2 Cooling System
The Atlas Pixel detector has been equipped with an extra B-layer in the space obtained by a reduced beam pipe. This new pixel detector called the ATLAS Insertable B-Layer (IBL) is installed in 2014 and is operational in the current ATLAS data taking. The IBL detector is cooled with evaporative CO2 and is the first of its kind in ATLAS. The ATLAS IBL CO2 cooling system is designed for lower temperature operation (<-35⁰C) than the previous developed CO2 cooling systems in High Energy Physics experiments. The cold temperatures are required to protect the pixel sensors for the high expected radiation dose up to 550 fb^-1 integrated luminosity. This paper describes the design, development, construction and commissioning of the IBL CO2 cooling system. It describes the challenges overcome and the important lessons learned for the development of future systems which are now under design for the Phase-II upgrade detectors
Evaporative CO2 cooling using microchannels etched in silicon for the future LHCb vertex detector
The extreme radiation dose received by vertex detectors at the Large Hadron Collider dictates stringent requirements on their cooling systems. To be robust against radiation damage, sensors should be maintained below -20°C and at the same time, the considerable heat load generated in the readout chips and the sensors must be removed. Evaporative CO2 cooling using microchannels etched in a silicon plane in thermal contact with the readout chips is an attractive option. In this paper, we present the first results of microchannel prototypes with circulating, two-phase CO2 and compare them to simulations. We also discuss a practical design of upgraded VELO detector for the LHCb experiment employing this approach. © 2013 IOP Publishing Ltd and Sissa Medialab srl
- …
