1,747,333 research outputs found

    Trykk 735

    No full text
    735 med tittel: Forskrifter vedkommende reparasjon, ombygging m.v. av normalsporet rullende materiell ; lokomotiver ; vogne

    UMNH:Mamm:735

    No full text
    UMNH:Mamm:735 Voucher Specimen Study Ski

    Resolución UNRN N° 735/2009. Declara desierto renglones y adjudica compra de renglones de licitación privada N° 05/2009.

    No full text
    Fil: Universidad Nacional de Río Negro (U). Universidad Nacional de Río Negro. Río Negro, ArgentinaResolución UNRN N° 735/2009. Declara desierto renglones y adjudica compra de renglones de licitación privada N° 05/2009.fals

    Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis

    Get PDF
    The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed

    Santa Fe (ATSF) 735

    No full text
    A photograph print showing Santa Fe (ATSF) 735, 2-8-0, Kansas City, K

    Variations on the Author

    Get PDF
    “Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship

    BOORrapporten 735

    No full text
    In opdracht van de RVKO (Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs) heeft het team Onderzoek en Rapportage van Archeologie Rotterdam (BOOR) in september en oktober 2021 een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Asserweg 360 te Rotterdam, in de gelijknamige gemeente. Dit onderzoek bestond uit het verrichten, beschrijven en analyseren van twee mechanische boringen. Er is geboord vanaf het maaiveld tot maximaal 15,92 m - NAP (11,00 m - mv). Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het gebied een bureauonderzoek gedaan. De onderzoeken zijn verricht, omdat in het plangebied nieuwbouw zal worden gerealiseerd. Hierbij zullen grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. Indien archeologische waarden aanwezig zijn, kunnen deze bij de werkzaamheden worden aangetast of vernietigd. Uit het bureauonderzoek, waarbij onder meer is gekeken naar de bodemopbouw ter plaatse, de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie, komt naar voren dat voor het gehele plangebied in principe een lage (of zelfs geen) archeologische verwachting geldt voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Dit hangt samen met onder meer het ontbreken van stroomgordelafzettingen in de diepere ondergrond, het feit dat het oorspronkelijk aanwezige veen (waarschijnlijk grotendeels) is afgegraven ten behoeve van de turfwinning en het gebied, na de droogmaking tot aan het begin van de jaren 60 van de vorige eeuw, alleen in gebruik is geweest als landbouwgrond. Alleen voor vindplaatsen uit het Mesolithicum geldt een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting. Dit hangt samen met de mogelijke aanwezigheid van een laag rivierduinafzettingen (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen). Uit de niet-archeologische sonderingen blijkt namelijk dat in het plangebied, tussen circa 14,0 en 12,0 m - NAP, een zandlaag aanwezig is. Op basis van het bureauonderzoek is het echter niet duidelijk of het daadwerkelijk om rivierduinzand gaat. Uit het verkennend inventariserend veldonderzoek is gebleken dat de diepe ondergrond, van onder naar boven, bestaat uit beddingafzettingen (Formatie van Kreftenheye), komafzettingen (Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen) en vermoedelijk een verspoelde veenlaag (Formatie van Nieuwkoop, Basisveen Laag). De drie stratigrafische eenheden zijn tussen de maximale boordiepte en 15,07 m - NAP (10,15 m - mv) waargenomen. Hierboven zijn in beide boringen, vanaf gemiddeld 12,74 m - NAP (7,94 m - mv), geulafzettingen (Formatie van Echteld en/of Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer) aangetroffen. Deze grotendeels zandige afzettingen zijn in de niet-archeologische sonderingen als een zandlaag herkend. Mogelijk moet de kleiige basis van dit stratigrafische niveau anders geïnterpreteerd worden, maar dit is niet zeker. Rivierduinafzettingen zijn in ieder geval niet aanwezig in het plangebied. De top van natuurlijke sequentie bestaat uit een dik pakket komafzettingen (Formatie van Echteld) met enkele veenlagen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket). Het vermoeden bestaat wel dat er sprake is geweest van enige mariene invloed in de fluviatiele komklei. De bovenste veenlaag in boring 2 betreft het zogenaamde restveen. Dit is een restant van het oorspronkelijk aanwezige veenpakket, dat in de 17e en 18e eeuw is afgegraven. De top van de natuurlijke ondergrond is op respectievelijk 7,30 m - NAP (2,62 m - mv) en 8,10 m - NAP (3,18 m - mv) aangeboord. De natuurlijke sequentie wordt afgedekt door een opgebracht pakket met een gemiddelde dikte van 290 cm. Tijdens het veldonderzoek zijn geen stratigrafische niveaus met archeologische potentie waargenomen. Ook zijn in het plangebied geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Concluderend kan gesteld worden, dat de kans klein is dat bij de voorgenomen grondroerende werkzaamheden in het plangebied archeologische waarden verstoord zullen worden.  Op grond van het bureauonderzoek en het verkennend inventariserend veldonderzoek luidt het (selectie)advies voor het plangebied Asserweg 360 te Rotterdam dat er geen voorzieningen hoeven te worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Vervolgonderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg wordt niet aanbevolen

    Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis

    Get PDF
    We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis
    corecore