Tilburg University

Tilburg University Repository
Not a member yet
    232451 research outputs found

    Pity and Mercy - The Human and Divine Poles of Compassion

    No full text

    Pity and Mercy - The Human and Divine Poles of Compassion

    No full text

    Courts, science and climate justice:Examining the role of GHG reduction data in systemic mitigation climate cases

    No full text
    Climate change is one of the most urgent challenges of our time, and governments around the world are being taken to court by civil society organisations and individuals for not doing enough to reduce greenhouse gas (GHG) emissions. In many of these lawsuits, petitioners rely on climate science, such as reports from the Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), to show what mitigation is needed. This research investigates how courts in 14 countries have used, understood, or ignored scientific information about GHG reduction in climate cases challenging mitigation policies. It asks: Do courts rely on this science when making decisions? What tools do they use to assess complex evidence? And do judicial references to science about mitigation make it more likely that citizens or NGOs win their cases? To answer these questions, the study analysed 49 court decisions from 2015 to 2022, with additional cases up to May 2024. It combined legal content analysis with statistical methods to identify patterns across countries. The findings show that many courts acknowledge the urgency of climate change, but fewer actually use climate science when deciding what governments should do. Nearly half of the decisions did not mention science about the required mitigation levels and trajectories. When they did, judges rarely explained how they dealt with its complexity or uncertainty. In many cases, courts accepted the evidence but concluded it wasn’t their role to tell the elected branches of government (the legislature and the executive) what to do, especially when laws did not clearly require stronger mitigation action. The study also found signs that there may be significant differences between groups of countries. In Europe, courts were more likely to refer to climate science. However, these references did not increase the chances of a favourable decision for those who brought claims against their government. In the United States and Canada, many cases were dismissed early due to various technical legal reasons, including concerns about overstepping judicial power, and never got to the stage of discussing scientific evidence. However, in the less frequent cases where courts did consider the claims on their merits in the U.S., such as Held v. State, judges often relied on science to support their decisions. The research suggests that even though courts in various parts of the world often acknowledge that climate change is urgent, judges frequently hesitate to translate scientific findings into legal orders to mitigate emissions because they worry about going beyond their role and dictating steps to the political branches. To address this, the thesis recommends greater cooperation among courts, legislators, policymakers, and experts in formulating climate plans, as well as using expert panels, holding public hearings, and developing clear guidelines to evaluate the reliability and relevance of scientific input. It also calls for more research in regions that are often overlooked, particularly in the Global South, where some courts have shown greater willingness to engage with climate science in meaningful ways.___Klimaatverandering is een van de meest urgente uitdagingen van deze tijd. Overheden wereldwijd worden aangeklaagd door burgers en maatschappelijke organisaties, omdat zij volgens hen onvoldoende doen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. In veel van deze rechtszaken baseren eisers zich op klimaatwetenschap, zoals rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), om aan te tonen welke mitigatiemaatregelen nodig zijn. Dit onderzoek gaat na hoe rechters in 14 landen wetenschappelijke informatie over broeikasgasreductie hebben gebruikt, begrepen of genegeerd in klimaatzaken waarin het mitigatiebeleid wordt aangevochten. Het stelt de volgende vragen: Baseren rechters hun beslissingen op deze wetenschap? Welke methoden gebruiken ze om complex bewijs te beoordelen? En leidt het verwijzen naar klimaatwetenschap ertoe dat burgers of ngo’s vaker hun zaak winnen? Om deze vragen te beantwoorden zijn 49 rechterlijke uitspraken uit de periode 2015 tot 2022 geanalyseerd, met aanvullende zaken tot mei 2024. De studie combineerde juridische inhoudsanalyse met statistische methoden om patronen tussen landen te identificeren. De resultaten laten zien dat veel rechtbanken de urgentie van klimaatverandering erkennen, maar dat minder rechters de klimaatwetenschap daadwerkelijk gebruiken om te bepalen wat overheden moeten doen. In bijna de helft van de uitspraken werd niets gezegd over noodzakelijke reductieniveaus of emissietrajecten. En als zulke gegevens wel werden genoemd, legden rechters zelden uit hoe ze omgingen met de complexiteit of onzekerheid ervan. In veel gevallen accepteerden rechtbanken de gepresenteerde wetenschap, maar vonden ze dat het niet hun rol was om de wetgevende of uitvoerende macht te vertellen wat ze moeten doen, zeker niet als de wet geen duidelijke verplichtingen oplegt tot strengere klimaatmaatregelen. De studie laat ook zien dat er mogelijk verschillen zijn tussen groepen landen. In Europa verwezen rechters vaker naar klimaatwetenschap, maar dat leidde niet automatisch tot meer uitspraken in het voordeel van de eisers. In de Verenigde Staten en Canada werden veel zaken in een vroeg stadium afgewezen, vaak vanwege juridische bezwaren, zoals zorgen over een te grote rol van rechters. Daardoor kwam het vaak niet tot een inhoudelijke beoordeling van het wetenschappelijk bewijs. In de zeldzamere gevallen waarin Amerikaanse rechters de zaak wél inhoudelijk behandelden, zoals in de zaak Held v. State, werd het oordeel vaak gebaseerd op wetenschappelijke informatie. Hoewel rechtbanken in veel delen van de wereld erkennen dat klimaatverandering dringend is, zijn rechters vaak terughoudend om wetenschappelijke bevindingen om te zetten in bindende wettelijke verplichtingen. Ze maken zich zorgen dat ze daarmee hun rol overschrijden en politieke beslissingen beïnvloeden. Het proefschrift beveelt aan om de samenwerking tussen rechters, wetgevers, beleidsmakers en deskundigen te versterken bij het opstellen van klimaatplannen. Ook wordt voorgesteld om vaker gebruik te maken van deskundigenpanels, openbare hoorzittingen te organiseren en duidelijke richtlijnen te ontwikkelen voor het beoordelen van de betrouwbaarheid en relevantie van klimaatwetenschappelijke informatie. Tot slot roept het onderzoek op tot meer aandacht voor regio’s die vaak onderbelicht blijven, vooral in het mondiale Zuiden, waar sommige rechtbanken juist bereid lijken om klimaatwetenschap op een betekenisvolle manier te betrekken bij hun oordeel

    Indigenous women's individual and collective rights at the United Nations:A history of the distinctions and synergies

    No full text
    The 2007 United Nations (UN) Declaration on the Rights of Indigenous Peoples (Declaration) includes a mere four references to women in its forty-six articles, while simultaneously recognizing a range of innovative individual and collective rights. This is surprising, given that the UN has been articulating women’s rights since it was first established in 1945 and the UN General Assembly adopted the Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women (Women’s Convention) several years before the UN Working Group on Indigenous Populations began drafting the Declaration. Furthermore, the collective rights orientation of the Declaration raises important questions about how those rights should be understood given the individual focus of the Women’s Convention and other international human rights treaties and instruments. UN reports authored in the last decade further complicate this picture, as some bodies clearly recognize a relationship between the individual rights of Indigenous women and the collective rights of Indigenous Peoples. The scholarship has not yet untangled how the UN has negotiated these distinct, but overlapping areas of women’s and Indigenous Peoples’ rights. This historical study fills this gap. It asks how select UN bodies and procedures historically approached and developed their understanding of the relationship between the individual and collective rights of Indigenous women in two areas: Indigenous customs and violence against Indigenous women used by states and non-state business actors to exploit Indigenous lands and resources without the consent of Indigenous Peoples. Utilizing historical methodology, the research analyzes the archives of the UN, non-governmental organizations (NGO), and Indigenous Peoples’ organizations to identify continuities, discontinuities, and transitional periods in the history of the UN’s work. This reading of the archives is further contextualized through analysis of contemporaneous scholarship and NGO research, especially the contributions of the international Indigenous Peoples’ and Indigenous women’s movements. In addition to filling the lacuna in the knowledge, the research recommends further analysis of the concept of gender in developments on Indigenous Peoples’ rights, the role of structural intersectional discrimination in impeding the realization of Indigenous women’s rights, and the contributions of Indigenous women and Indigenous Peoples to the development of international human rights norms.___De Verklaring van de Verenigde Naties (VN) over de Rechten van Inheemse Volken (Verklaring) uit 2007 bevat slechts vier verwijzingen naar vrouwen in haar 46 artikelen, terwijl daarin tegelijkertijd een reeks innovatieve individuele en collectieve rechten wordt erkend. Dit is verrassend, aangezien de VN-vrouwenrechten al sinds haar oprichting in 1945 onder de aandacht brengt en de Algemene Vergadering van de VN het Verdrag inzake het Uitbannen van Alle Vormen tegen Discriminatie van Vrouwen (Vrouwenverdrag) aannam, enkele jaren voordat de VN-Werkgroep Inheemse Bevolkingen begon met het opstellen van de Verklaring. Bovendien roept de oriëntatie van de Verklaring op collectieve rechten belangrijke vragen op over hoe die rechten moeten worden begrepen, gelet op de individuele focus van het Vrouwenverdrag en andere internationale mensenrechtenverdragen en -instrumenten. VN-rapporten die in het afgelopen decennium zijn opgesteld, compliceren dit beeld verder, omdat sommige instanties duidelijk een relatie erkennen tussen de individuele rechten van inheemse vrouwen en de collectieve rechten van inheemse volken. De wetenschap heeft nog niet ontrafeld hoe de VN is omgegaan met deze afzonderlijke, maar overlappende gebieden van vrouwen- en inheemse volkenrechten.Deze historische studie vult deze lacune. Ze onderzoekt hoe bepaalde VN-organen en -procedures de relatie tussen de individuele en collectieve rechten van inheemse vrouwen op twee terreinen in het verleden hebben benaderd en ontwikkeld: inheemse gebruiken en geweld tegen inheemse vrouwen, dat door staten en niet-statelijke bedrijven wordt gebruikt om inheemse gronden en hulpbronnen te exploiteren zonder de toestemming van inheemse volken. Aan de hand van een historische methodologie analyseert het onderzoek de archieven van de VN, niet-gouvernementele organisaties (ngo's) en organisaties van inheemse volken om continuïteiten, discontinuïteiten en overgangsperioden in de geschiedenis van het werk van de VN te identificeren. Deze interpretatie van de archieven wordt verder gecontextualiseerd door analyse van het wetenschappelijk onderzoek en ngo-onderzoek van dezelfde periode, met name de bijdragen van de internationale bewegingen van inheemse volken en inheemse vrouwen.Naast het opvullen van de kennislacune beveelt het onderzoek een verdere analyse aan van het concept gender in ontwikkelingen op het gebied van de rechten van inheemse volken, de rol van structurele intersectionele discriminatie bij het belemmeren van de verwezenlijking van de rechten van inheemse vrouwen, en de bijdragen van inheemse vrouwen en inheemse volken aan de ontwikkeling van internationale mensenrechtennormen.<br/

    Van alle markten thuis?:Levensbeschouwelijke diversiteit in de zorg voor zin

    No full text
    Binnen het bestek van enkele generaties is de levensbeschouwelijke diversiteit in Nederland en Vlaanderen zodanig toegenomen dat het ondoenlijk is geworden om daar volledig zicht op te krijgen. Een individueel perspectief wordt dan ook steeds gebruikelijker: hoe geven mensen zin aan hun bestaan, eventueel ook los van herkenbare levensbeschouwelijke stromingen?De verbinding van geestelijk verzorgers (in Vlaanderen: ‘spirituele zorgverleners’) met gevestigde religies is afgenomen, terwijl het spreken over zingeving en levensvragen een grote vlucht heeft genomen. Het lijkt er soms op dat de eigen oriëntatie van de zorgverlener er hierbij niet toe doet. Van alle markten thuis.Onderzoekers en praktijkbeoefenaars gaan kritisch op deze situatie in. Welke rol spelen spiritualiteit en levensbeschouwing in de zorg voor zin en hoe kan er meer recht worden gedaan aan diversiteit? <br/

    52,825

    full texts

    232,451

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    Tilburg University Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇