Electronic Archiving System
Not a member yet
318455 research outputs found
Sort by
Erfgoed van de Oorlog, Collectie Diederichs, interview 32 - COLD32
Oral history interview met vrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog een relatie heeft met een Duitse soldaat. Eén van haar zussen is verloofd geweest met een Duitse militair. Het gezin heeft weinig contact met dorpsgenoten. Ongeveer een jaar voor de bevrijding verbreekt COLD32 de relatie.
Na de oorlog wordt het hele gezin opgepakt. De zussen worden kaalgeschoren en samen met andere 'moffenmeiden' moeten ze in optocht door hun woonplaats lopen. Daarna hebben alle gezinsleden vastgezeten in Westerbork. Hun huis wordt onteigend en COLD32 krijgt een toezichthouder. Op het gebied van huisvesting en werk ervaart ze meermalen tegenwerking en discriminatie. Ze is met een Nederlandse man getrouwd, die ze nooit iets verteld heeft over haar ervaringen. COLD32 en haar echtgenoot zijn verschillende jaren bevriend geweest met haar Duitse soldaat en zijn gezin.
De aanleiding voor dit interview was het samenstellen van het boek 'Wie geschoren wordt moet stil zitten: de omgang van Nederlandse meisjes met Duitse militairen' / Monika Diederichs (2006).
De voorwaarden voor het aanvragen van het interview staan beschreven in het veld 'Remarks’
Erfgoed van de Oorlog, Collectie Diederichs, interview 24 - COLD24
Oral history interview met een vrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog een relatie heeft met een Duitse militair en nog tijdens de oorlog met hem getrouwd is. Ze heeft haar geliefde ontmoet tijdens het uitgaan. Ondanks de anti-Duitse houding van haar vader mag haar vriend bij hen thuiskomen. Na Dolle Dinsdag gaat ze met haar kind naar Duitsland, bij haar schoonouders wonen. Omdat de ruimte beperkt is, brengen COLD24 en haar man hun zoon naar haar ouders in Nederland. Tijdens één van de keren dat COLD24 en haar echtgenoot zwart de grens overgaan, worden ze gearresteerd en worden ze twee weken gevangen gehouden.
COLD24 heeft haar hele leven met haar echtgenoot in Duitsland gewoond. Ze heeft weinig negatieve reacties gehad op haar omgang en huwelijk met een Duitser. Naast COLD24 is een vriend van haar geïnterviewd, die bij het verzet heeft gezeten. Hij vertelt onder meer hoe hijzelf en anderen aankeken tegen meisjes die met Duitse soldaten omgingen, en over het kaalscheren van vrouwen na de oorlog.
De aanleiding voor dit interview was het samenstellen van het boek 'Wie geschoren wordt moet stil zitten: de omgang van Nederlandse meisjes met Duitse militairen' / Monika Diederichs (2006).
De voorwaarden voor het aanvragen van het interview staan beschreven in het veld 'Remarks’
Erfgoed van de Oorlog, Collectie Diederichs, interview 53 - COLD53
Oral history interview met een vrouw wiens zus tijdens de Tweede Wereldoorlog een relatie heeft met een getrouwde Duitse soldaat en zwanger van hem raakt. Tijdens de zwangerschap moet ze van haar ouders binnen blijven, uit angst dat het gezin als pro-Duits wordt gezien. Haar familie wil dat ze de baby afstaat, maar ze houdt het kind, gaat zelfstandig wonen en werken voor de kost. Later is de zus van COLD53 met een Nederlandse SS-er getrouwd. Ze heeft nooit verteld wat er precies gebeurd is en wie de vader van haar zoon is. COLD53 heeft veel last gehad van het zwijgen in haar familie.
De aanleiding voor dit interview was het samenstellen van het boek 'Wie geschoren wordt moet stil zitten: de omgang van Nederlandse meisjes met Duitse militairen' / Monika Diederichs (2006).
De voorwaarden voor het aanvragen van het interview staan beschreven in het veld 'Remarks’
Erfgoed van de Oorlog, Collectie Diederichs, interview 48 - COLD48
Oral history interview met een vrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog een relatie krijgt met een getrouwde Duitse soldaat. Haar ouders hebben tot de Eerste Wereldoorlog in Berlijn gewoond, waardoor ze goed Duits spreken. De verloofde van COLD48 komt veel bij hen thuis. Ze heeft geen last van negatieve reacties op haar relatie.
Na Dolle Dinsdag vlucht COLD48 naar Duitsland. Na de oorlog zijn ze getrouwd. Omdat haar echtgenoot geen werk in Nederland kan vinden, zijn ze in Duitsland gaan wonen.
De aanleiding voor dit interview was het samenstellen van het boek 'Wie geschoren wordt moet stil zitten: de omgang van Nederlandse meisjes met Duitse militairen' / Monika Diederichs (2006).
De voorwaarden voor het aanvragen van het interview staan beschreven in het veld 'Remarks’
Data from: Reproduction probabilities and size distributions of the smooth snake Coronella austriaca in the Netherlands and Norway
The goal of our study was to compare the morphology, survival and frequency of reproduction of Smooth snakes (Coronella austriaca) between The Netherlands and Norway. Individuals caught in the field were measured and identified using photographs. We here archive the raw measurements and individual encounter histories used in the analyses of Dalessi et al. (2021, Amphibia-Reptilia).
Field observations were done in the Eindhoven area in The Netherlands (51°27′0″N, 5°28′0″E), and the Oslo area (59°54′41″N, 10°45′29″E) in Norway.
In The Netherlands the study area consists of a number of remaining nature fragments of De Peel, a once large moorland area in the South-east of The Netherlands. Fragmentation is largely due to peat extraction and transformation of the former peat bog into farmland. De Peel is located across and along the border of the provinces Noord-Brabant and Limburg. Two large and a number of smaller geographical elements can be distinguished that still show most of the original natural conditions and features of a peat-bog moor. De Groote Peel (1500 ha; a national park) is one of these, the other is a combined area consisting of the Deurnsche Peel (1400 ha) and the adjacent Mariapeel (1400 ha). The vegetation in these sites is dominated by Purple moor-grass (Molinea caerulea). Other plants species that are mainly found are common heather (Calluna vulgaris), cross-leaved heath (Erica tetralix), small trees and different species of peat moss (Sphagnum spp.). In this study we included six locations within these two nature reserves: Groote Peel Yellow track, Groote Peel summer biotope, Groote Peel Noordoostpad, Mariapeel East, and in the Deurnsche Peel: Leegveld and Eikenlaan.
In the South of Norway, Coronella austriaca is found mainly in a narrow area along the southwestern coastline. Typical habitat is more or less isolated open areas (surrounded by forest varying in density) with south-facing rocky slopes. Patches of small trees and shrubs are present in these areas and particularly crevices and parts where cracks filled with plant material, loose rocks and stones occur, are the spots where smooth snakes were found. Typical plant species are Scotch pine (Pinus silvestris), juniper (Juniperus communis) and birch (Betula verrucosa). Heather (Calluna vulgaris) is dominating the lower vegetation (Sørensen 2014). This study includes data from 8 different locations (mainly fjord-related habitats) south of Oslo (Sørensen 2014): Pollevannet, Skjelvik, Emmerstad, Bunnefjorden, Eineåsen, Digerud, Tofte and Bleikslitjern.
In The Netherlands we searched for smooth snakes during their reproductive season (April/May to August/September) from 2011 until 2015. Visiting frequencies were higher from 2012 onwards (ranging from approximately 40 visits in 2011, 60 visits in 2012, 80 visits in 2013 to around 130 visits during 2014 and 150 visits during 2015, for at least once a week in all years), and were higher in Leegveld and Mariapeel East than in the other areas. Observations in Norway were collected with frequencies varying from 1 to 20 visits per year varying with weather conditions and available time.
In The Netherlands, we constructed encounter histories for a total of 110 distinguished individual female snakes. A number of these individuals were observed during multiple years, adding up to a total of 157 observations, 142 of which involved pregnant females and 9 observations non-pregnant females. In 6 cases the pregnancy status was not established with certainty. Females were determined to be pregnant or non-pregnant visually (in many cases the unborn snakes can readily be observed) or by means of palpating in both Norway and The Netherlands (Reading 2004). A number of pregnant females was temporarily held in captivity to determine the number of offspring.
Physical traits such as sex, total body length (summation of the snout-vent length and tail length; measured with measuring tape) were recorded. Body mass was determined by use of a scale-beam (Super Samson, 200 g max., increments 2 g). Temperature was recorded as well.
Photographs of the heads of all snakes (from above) and first 5-15 cm of dorsal side of the body were taken in order to be able to distinguish individual snakes, based on coloration and markings present on the skin (Sauer, 1994). Each individual was marked with a small dot of green nail polish on the head and thereafter released at the exact same spot where it was captured.
In Norway, measurements of participation in reproduction of female snakes were carried out during a varying number of consecutive years between 1982 and 2015. Generally, more observations were made per individual, but for fewer individuals than in The Netherlands. Exact locations of the found individuals were determined and measurements such as total body length, body mass and whether females were pregnant or not were taken using the same methods as in The Netherlands. Females were photographed in order to distinguish between individuals.
Encounter histories were constructed for a total of 87 distinguished individual female snakes from Norway. A number of these snakes were observed during multiple years, adding up to a total of 184 observations, 148 of which were determined pregnant, and 29 observations were determined non-pregnant. In 7 cases pregnancy status was not established with certainty
?De huizinghe, steenoven en verder getimmerte daarop? (Remie, 2005: 21): opgraving van steenoven ?Het Oude Werk?. Plangebied Ruimte voor de Lek, locatie 1 (Bossenwaard); gemeente Nieuwegein; archeologisch onderzoek: een proefsleuvenonderzoek met doorstart naar een opgraving De huizinghe, steenoven en verder getimmerte daarop? (Remie, 2005: 21): opgraving van steenoven ?Het Oude Werk?. Plangebied Ruimte voor de Lek, locatie 1 (Bossenwaard); gemeente Nieuwegein; archeologisch onderzoek: een proefsleuvenonderzoek met doorstart naar een opgraving
In opdracht van Martens & Van Oord/Heijmans wegen heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in september 2013 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van het project Ruimte voor de Lek, locatie 1 (Bossenwaard, uiterwaarden ten zuiden van Nieuwegein). Bij dit onderzoek werden behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen. Deze archeologische resten konden binnen de geplande werkzaamheden (maaiveldverlaging en uitgraven van een nevengeul) niet in situ behouden blijven. Daarom is in november en december 2013 een archeologische opgraving uitgevoerd.
Tijdens het onderzoek zijn sporen aangetroffen van een woning met werkschuur en drie baksteenovens. De ovens volgen elkaar op in de tijd en hebben niet tegelijk gefunctioneerd. Dit blijkt uit het feit dat de steenoven 3 onder steenoven 2 ligt en uit het feit dat bij de aanleg van steenoven 1 een deel van de muur van steenoven 2 is afgebroken. Het gaat in alle gevallen om permanente ovens met drie muren en één open zijde. Opvallend is het verschil in oriëntatie van de stookgangen van de oudste oven en de overige twee. Kennelijk was er een reden om deze oriëntatie te wijzigen. Meest voor de hand liggend lijkt een verandering van de overheersende windrichting te zijn.
Naast de steenovens heeft een gebouw gestaan. In oorsprong was dat een houten gebouw, dat volgens de lay-out van een hallenhuis was gebouwd. Dit gebouw is, in de 16e of 17e eeuw versteend en (mogelijk in fasen) in baksteen opgetrokken als een krukhuisboederij. Het stenen gebouw bestond uit een woongedeelte, een werkschuur en een bestraat buitendeel. Het woongedeelte was verdeeld in twee ruimten, gescheiden door een gang en had twee kelders aan de westkant. De werkschuur bestond mogelijk ook uit meerdere gedeeltes. Deze ruimte was vermoedelijk grotendeels voorzien van een houten vloer, met alleen langs de noordelijke en oostelijke randen een bakstenen vloer. In de werkschuur werden in ieder geval gebakken bakstenen opgeslagen, maar mogelijk werden hier ook stenen gevormd of andere werkzaamheden uitgevoerd. Ook bevond zich in het oostelijke deel van de werkschuur een waterkelder.
Het bestrate buitendeel bevindt zich ten noorden van het woongedeelte. Dit is grotendeels voorzien van bestrating. Op basis van het feit dat de bestrating deels afloopt en er langs dit deel sprake is van goten, lijkt het buitengedeelte in gebruik te zijn geweest als droogveld. Dit onderzoek heeft een schat aan informatie opgeleverd over de inrichting, het gebruik en de ontwikkeling van steenovens in het gebied. De kennis over deze steenovens, die voorheen alleen op historische bronnen gebaseerd was, is daarmee aanzienlijk uitgebreid
Archeologische begeleiding Heide Heidseweg 9 Archeologisch Proefsleuvenonderzoek aan de Heidseweg 9 te Heide in de gemeente Venray
Bij het onderzoek zijn in het gehele plangebied sporen vastgesteld. De sporen vallen uiteen in twee groepen. Sporen die wijzen op de aanwezigheid van een nederzetting uit de prehistorie, het betreft hier kuilen, waaronder paalkuilen, en sporen die wijzen op landgebruik in de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd, het betreft hier voornamelijk greppels of sloten. Het prehistorische aardewerk is gedateerd, waarschijnlijk de Vroege IJzertijd. In het plangebied is een nederzetting uit de IJzertijd aangetroffen, waarschijnlijk uit de Vroege IJzertijd. Verder zijn er in het vlak sporen van recente agrarische activiteiten vastgesteld zoals sporen ontstaan door diepwoelers. Deze recente verstoringen waren niet dermate verstorend dat de archeologische waarde is aangetast
Proefsleuvenonderzoek Grubbenvorst Steegerakkerweg Proefsleuvenonderzoek aan de Steegerakkerweg te Grubbenvorst in de Gemeente Horst aan de Maas
In het onderzoeksgebied is een begraven A-horizont vastgesteld, die in de Late-Bronstijd - Vroege IJzertijd en in de Vroege en Late Middeleeuwen in gebruik is geweest. Tevens hebben in het onderzoeksgebied activiteiten plaatsgevonden in het Mesolithicum en/of het Neolithicum. In de proefsleuven zijn twee paalsporen en een kuil aangetroffen, waarschijnlijk uit de Late-Bronstijd - Vroege IJzertijd. Mogelijk bevindt het onderzoeksgebied zich in de periferie van een erf uit deze periode. In de Vroege en Late Middeleeuwen is het onderzoeksgebied in gebruik geweest als akkerland. Mogelijk lagen hier de akkers van de versterkte hofstede, die ongeveer 150 meter ten zuidwesten van het onderzoeksgebied heeft gelegen. De hofstede heeft hiermee een vroegere datering dan tot nu toe is aangenomen. Aan het einde van de Middeleeuwen of in de Nieuwe tijd heeft de Maas een dikke leemlaag afgezet, waarin aardewerk uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd terecht is gekomen. In de toplaag is geen aardewerk aangetroffen. Het betreft hier een ophogingslaag uit de Late Nieuwe tijd.
Het resultaat van het proefsleuvenonderzoek betreft dus één vindplaats bestaande uit nederzettingssporen uit de periferie van een erf uit de Late-Bronstijd - Vroege IJzertijd. Daarnaast zijn er nog losse vondsten uit het Mesolithicum en/of het Neolithicum, de Vroege- en Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd aangetroffen
Meliskerke Torenstraat 12-16 Meliskerke Torenstraat 12-16. Gemeente Veere. Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven
Het voornemen is om nieuwbouw te realiseren aan de Torenstraat 12 tot 16 te Meliskerke. Hiertoe is de bestaande bebouwing gesloopt. Volgens een mondelinge mededeling van de opdrachtgever in het kader van het opstellen van het vooronderzoek zou deze nieuwbouw gefundeerd worden op een plaatfundering die wordt aangebracht op 0,80 m -mv. Het plangebied omvat (delen van) vijf percelen die kadastraal bekend staan onder Gemeente Mariekerke, Sectie E, Perceel 875 (ged.), 820, 848, 848 en 1025 en beslaat een oppervlakte van circa 575 m2.
In het kader van de benodigde omgevingsvergunning werd eerder een archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen) uitgevoerd. Op basis van de resultaten van dit onderzoek werd door de bevoegde overheid besloten dat het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven binnen het plangebied noodzakelijk was.
In totaal zijn twee proefsleuven gegraven waarin 3 tot 4 vlakken zijn aangelegd. Het eerste sporenniveau manifesteerde zich net onder de verstoorde laag, in de opgebrachte lagen uit de Nieuwe tijd, op een diepte vanaf 0,63 m -mv (0,31 m +NAP aan de noordzijde en 0,68 m +NAP aan de zuidzijde van het plangebied). Dit niveau bevat sporen van bewoning waarvan de oudste sporen dateren vanaf de 15de / 16de eeuw en de jongste uit de 20ste eeuw. Een tweede sporenniveau is aangetroffen in de opgebrachte, middeleeuwse/vroeg Nieuwe tijdse, lagen op een diepte van 0,92 m -mv (0,40 m +NAP aan de noordzijde en 0,01 m +NAP aan de zuidzijde van het plangebied). Dit sporenniveau omvat bewoningssporen die dateren tussen het einde van de late middeleeuwen en het begin van de Nieuwe tijd. Het derde sporenniveau is vastgesteld in de top van het Laagpakket van Walcheren op een diepte van 1,07 m -mv (0,14 m -NAP) aan de noordzijde en 1,32 m -mv (0 m NAP) aan de zuidzijde van het plangebied. Dit niveau bevat sporen die dateren tussen de 12de / 13de eeuw en de 15de eeuw
Ouwerkerk Haneweg 13 Ouwerkerk Haneweg 13. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
De initiatiefnemer heeft het voornemen om 14 sociale huurwoningen te realiseren aan de Haneweg 13 te Ouwerkerk. Hiertoe wordt het bestaande schoolgebouw gesloopt. Het plangebied omvat delen van twee percelen die kadastraal bekend staan onder Gemeente Duiveland, Sectie D, Perceel 478 en 479 (ged.) en beslaat een oppervlakte van circa 3.550 vierkante meter.
De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het bestaande bestemmingsplan/omgevingsplan en is dus een Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit (BOPA). In het tijdelijke deel van het omgevingsplan geldt volgens het bestemmingsplan Zonnemaire Ouwerkerk Sirjansland (2012) een dubbelbestemming waarde archeologie 5 voor het centrale deel van het plangebied. Binnen dit gebied geldt een verbod op het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die groter zijn dan 250 m2 en dieper reiken dan 0,50 m -mv. Het noorden kent een minder stringent regime met waarde archeologie 6 (2.500 m²). Om de plannen mogelijk te maken is een BOPA-omgevingsvergunning noodzakelijk. In het kader hiervan is voorliggend archeologisch onderzoeksrapport opgesteld. Omdat de vrijstellingsgrenzen in het noorden niet worden overschreden is een archeologisch onderzoeksrapport enkel noodzakelijk voor het zuidelijke deel met een oppervlakte van circa 2.590 m2.
In het kader van het bureauonderzoek werd een groot aantal bronnen bestudeerd, hetgeen heeft geleid tot een gespecificeerd verwachtingsmodel voor het plangebied. Dit model is vervolgens getoetst door het uitvoeren van een verkennend booronderzoek. Op basis van de resultaten van beide onderzoeken kan gesteld worden dat: - De bovenzijde van het profiel verstoord is tot 0,6 en 1,3 m -mv (1,46 en 1,95 m -NAP).
- In, en op, de afzettingen van het Laagpakket van Walcheren een lage verwachting bestaat op het voorkomen van vindplaatsen uit de Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd.
- Op het Hollandvee,n dat voorkomt vanaf minimaal 1,25 m -mv (2,1 m -NAP), een lage verwachting geldt op het voorkomen van vindplaatsen uit de Bronstijd tot Midden-IJzertijd en geen verwachting voor vindplaatsen uit de Late IJzertijd en Romeinse Tijd.
- In, en op, het Laagpakket van Wormer dat voorkomt vanaf minimaal 1,35 m -mv/ 2,31 m -NAP een lage verwachting geldt op het voorkomen van vindplaatsen uit het Neolithicum