Xios Theses
Not a member yet
    1062 research outputs found

    Taalstimulering bij 5 jarige kleuters

    No full text

    NBN EN 1996-1-1 of NBN EN 1996-3 bij SILKA - elementen

    No full text
    Het doel van dit eindwerk was om zowel de EN 1996-1-1 of, eenvoudig gezegd de uitgebreide Eurocode voor metselwerk, als de EN 1996-3 of de vereenvoudigde versie van de EN 1996-1-1 toe te passen op SILKA-elementen. De uitgebreide Eurocode vraagt natuurlijk veel meer rekenwerk dan de vereenvoudigde Eurocode. Maar loont deze lange werkwijze nu wel de moeite? Om op de titel \u27NBN EN 1996-1-1 of NBN EN 1996-3 bij SILKA-elementen?\u27 te kunnen beantwoorden, werden, samen met ir. Elly Van Overmeire en ing. Bram Vandoren, deze Eurocodes toegepast op verschillende muren. Deze muren waren steeds reeds bestaande of te bouwen muren van drie verschillende cases. De cases waren de werven: Delil in Tienen, EIB in Sint-Truiden en HassaPorta in Hasselt, alle drie appartementsgebouwen. In overleg met ir. Elly Van Overmeire en ing. Bram Vandoren werd er besloten om enkel rekening te houden met de verticale belastingen. De horizontale belastingen die afkomstig kunnen zijn van o.a. windbelasting worden hier niet in rekening gebracht. Uit de berekeningen die gedaan werden op de verschillende muren kan worden besloten dat niet alle muren voldeden aan de voorwaarden om de vereenvoudigde Eurocode te mogen toepassen. Indien men dan enkel kijkt naar de muren die wel voldoen kan men zeggen dat de vereenvoudigde methode veel strenger is dan de uitgebreide methode. De uitgebreide methode geeft de weerstand weer op drie plaatsen, de vereenvoudigde slechts op één plaats. De uitgebreide methode is dus veel nauwkeuriger en het loont dus zeker de moeite om deze berekening steeds toe te passen. Hierna wordt de weerstand tegen verticale belasting, bekomen uit de uitgebreide methode, uitgezet in grafieken i.f.v. enkele parameters zoals de overspanning, de muurdikte, de muurhoogte en de genormaliseerde gemiddelde druksterkte. Ook de invloed van het aangrijpend moment wordt onderzocht. Uit deze grafieken bekomt men interessante verbanden die helpen om de kennis van de weerstand van metselwerk beter te beheersen. Zo kan men zeggen dat de drie weerstanden stijgen bij een toenemende muurdikte of een toenemend genormaliseerde gemiddelde druksterkte en dat de weerstand zowel aan de boven- en onderzijde van de wand daalt bij een toenemende vloeroverspanning. De invloed van de hoogte is hier dan weer eerder beperkt maar niet op de weerstand in het midden van de wand. De slankheid wordt hier dan ook in rekening gebracht. Eveneens vindt men in de uitgebreide bespreking nog andere verbanden en conclusies

    Infiltratie: beproeving en clogging

    No full text
    Door de jaren heen is er een bewustzijn gegroeid dat duurzaam waterbeheer een streefdoel moet worden, dit zowel vanuit de regerende instanties als de bevolking zelf. Met de opkomst van de infiltratietechniek wordt er een optie geboden om duurzaam om te gaan met regenwater en dit op klein- en grootschalig niveau. Echter de praktijk leert dat de meeste infiltratievoorzieningen in de bodem worden aangebracht zonder enige garantie op een goede en blijvende werking. De vraag die men zich moet stellen is of dat de hedendaagse systemen die men voorschrijft wel naar behoren functioneren. Tevens is het mogelijk om a.d.h.v. beproeving op laboniveau voorspellingen te doen omtrent de doorlatendheid van het infiltratiesysteem waarbij het geotextiel en het infiltratiemateriaal als de belangrijkste parameters dienen beschouwd te worden. Deze problematiek wordt onderzocht in de masterproef "Infiltatie: beproeving & clogging" geschreven door Jurgen Claes, masterstudent aan de Xios hogeschool Limburg, waarbij de interne promotor, meneer Bollen, en de externe promotor, mevrouw Francken, voor de nodige aansturing hebben gezorgd. Initieel is men op zoek gegaan of er reeds beproevingsmethoden bestaan om infiltratievoorzieningen in een labo te beproeven. Hierbij heeft men beroep gedaan op zowel nationale, Vlario, als internationale, Rioned en IKT, overkoepelende organisaties die zich bezigen met duurzaam waterbeheer. Deze opgedane ervaringen heeft men vervolgens vertaald om te komen tot een beproevingsmethode waarin de opbouw van de infiltratiesystemen, zoals deze in de praktijk voorkomen, kunnen worden getest. Vermits de te beproeven monsters aanzien kunnen worden als een soort patroon, biedt het eveneens de mogelijkheid om verschillende combinaties geotextiel en infiltratiemateriaal te testen. Vooraleer men kan overgaan tot de eigenlijke beproeving, heeft men normatieve testen uitgevoerd op het geotextiel in het labo van de geotextielfabrikant Bonar Technical Fabrics te Lokeren en op het infiltratiemateriaal bij het onderzoekscentrum voor de wegenbouw, OCW, te Sterrebeek zodanig dat de initiële eigenschappen gekend zijn en men over een referentiepunt bezit. In de volgende stap werden de monsters bereid en ging men over tot de verticale beproeving met proper water in het OCW om te komen tot de waterdoorlatendheid. Bij deze proeven heeft men twee verschillende soorten opbouw getest, namelijk een geotextiel in combinatie met een infiltratiemateriaal en een zelfde opbouw waaraan een extra geotextiel werd toegevoegd. Daarna volgde de beproeving met vuil water, waarin Millisil W4 de rol van vuilstof op zich nam. Uit de resultaten is gebleken dat het infiltratiemateriaal een dominant effect heeft op de doorlatendheid van het infiltratiesysteem (geotextiel - infiltratiemateriaal) bij belasting met proper water en deze rollen worden omgekeerd wanneer het systeem met vervuiling wordt belast. Tevens kon er aangegeven worden dat een hoger gehalte aan fijne fractie in het infiltratiemateriaal nefast is voor de doorlatendheid van het infiltratiesysteem welteverstaan bij belasting met proper water. Hiervan is zand 0/2 een spraakmakend voorbeeld, aangezien dit zand reeds werd toegepast als voegvulling in waterdoorlatende straatstenen. &#8195

    Duurzame bedrijventerreinen: module energie

    No full text
    De bedrijven en bedrijventerreinen moeten het 20-20-20 pakket van de Europese Unie toepassen. Dit wil zeggen dat hun CO2-uitstoot met 20 procent moet verminderen, de energieefficiëntie met 20 procent moet verbeteren en het aandeel hernieuwbare energie in het energieverbruik moet verhogen tot 20 procent. Dit moet allemaal tegen 2020 verwezenlijkt worden. Het bewustzijn van de noodzaak om te verduurzamen is er al langer. Helaas is de manier van aanpakken tot op heden vaak onduidelijk en onoverzichtelijk. Sustainable Industrial Sites (SIS) is een project voor zowel bedrijven als bedrijventerreinen. Het bestaat uit een SIS-tool en een SIS-metroplan en biedt een oplossing voor deze milieuproblematiek. Doel van het project is het ontwikkelen van een praktisch vraag gestuurd instrument. Het SIS-metroplan is een instrument dat kwalitatief de duurzaamheid aanpakt. De SIS-tool is een modulair kwantitatief meetinstrument dat de duurzaamheid in kaart brengt en helpt verduurzamen. Het SIS-project brengt duurzaamheid meer in de aandacht en stimuleert de toepassing ervan. Echter, de vooropgestelde doelstelling van de module energie (binnen de SIS-tool) is niet duidelijk bereikt. Bij deze masterproef zijn twee kerntaken uitgewerkt: de verdere ontwikkeling van de module enerzijds en de simulatie van een concreet bedrijf anderzijds. Kortom, de module energie is een goed initiatief, maar het ontbrak aan praktische toepassingen die aan de module werden gekoppeld zoals de betere beoordelingscriteria, ontbrekende nietgevalideerde energiebronnen/technische installaties, adviserende simulatie tools van zonneenergie en het toetsen aan een reële situatie. Dit eindwerk geeft de lezer meer informatie over de milieuproblematiek, het SIS-project en de verdere uitwerking ervan

    Studie van luchtbehandelingswegen

    No full text
    Daikin Belgium in Herentals is dé specialist voor een ideale klimaatregeling. Binnen klimaatregeling wordt energierecuperatie steeds belangrijker: het levert energiebesparing en dus ook geld op. Deze bachelorproef vergelijkt de energie-impact van diverse energie-recuperatiesystemen binnen luchtbehandelingsgroepen en bespreekt ook de gevolgen van de constructieve parameters van luchtgroepen. Eerst worden de systemen geïdentificeerd en bestudeerd, daarna volgen een aantal selecties met ASTRA, een softwareprogramma voor de selectie van een luchtbehandelingsgroep. Ten slotte volgt er een energetische simulatie en wordt de economische impact bepaald, door een vergelijking van: investeringskost en energiebesparing

    Mobiele applicatie geneeskunde UZ Leuven

    No full text
    In de epidemiologie wil men het voorkomen en de verspreiding van ziekten onder de bevolking onderzoeken (bijvoorbeeld huidkanker). Men gaat dus niet een diagnose of behandeling onderzoeken, maar wel wie er door de ziekte getroffen worden en welke factoren (leeftijd, geslacht, klimaat) hier invloed op hebben. Bij dit type onderzoek zullen relatief eenvoudige formules gebruikt worden om maten te berekenen, vaak op basis van twee-maal-twee tabellen of varianten daarop. Momenteel zijn er meerdere statistische pakketten die dit ondersteunen. Bij deze statistische pakketten wringt het schoentje wat. Ze zijn in het Universitaire Ziekenhuis beschikbaar op desktops. Enerzijds ondersteunt elk pakket telkens maar een beperkt type onderzoek. Het opstarten van een PC en een pakket kost al snel meer tijd dan de relatief eenvoudige berekening zelf. Anderzijds zijn er steeds meer mensen bezig met het zelf doen van kleinschalig onderzoek, of het beoordelen van onderzoeksresultaten. Deze mensen hebben in hun praktijk meestal geen toegang tot één van deze pakketten. Verder verlangt men ook deze pakketten mobiel ter beschikking te hebben. Als geneeskundigen naar ontwikkelingslanden gaan voor onderzoek, heeft men deze pakketten nodig. Door het feit dat er vaak geen computers beschikbaar zijn in ontwikkelingslanden, zoekt men naar een andere manier om gebruik te kunnen maken van de klassieke statistische pakketten. Op het einde van de stage verwacht het Universitair Ziekenhuis Leuven gebruik te kunnen maken van een applicatie die epidemiologie en diagnostiek ondersteunt. De applicatie zal zowel door jonge geneeskundigen als oudere professoren gebruikt worden. Vooral voor deze laatste groep wordt een zeer simplistische user interface verwacht, die zichzelf uitwijst zonder dat de gebruiker kennis nodig heeft van de applicatie. De applicatie zal ontwikkeld worden met behulp van jQuery Mobile: dit is een systeem interface gebaseerd op HTML5. Hierdoor zal de applicatie ondersteund worden door smartphones en tablets van alle bekende fabrikanten (Android, iOS, Windows Phone, BlackBerry, …). Ook wil men gebruik kunnen maken van deze zelfde applicatie via desktops. Er zal niet steeds verbinding zijn met het internet in het ziekenhuis, dus moet de app offline beschikbaar zijn

    Vergelijkende studie houtskeletbouwmethode België vs Canada

    No full text
    Tegen eind 2020 moeten alle nieuwe gebouwen bijna energieneutraal zijn. Het feit is dat woningen steeds energiezuiniger (moeten) zijn. Met houtskeletbouw kan men dit perfect verwezenlijken. In Canada bouwt men hoofdzakelijk in hout. Bouwen in hout is een interessant gegeven om te onderzoeken. Hoe gaat men er te werk en welke items van deze werkwijze kunnen we hier toepassen? Dit document bespreekt de bovenbouw van een houtskeletbouwwoning, met name de buitenwanden, binnenwanden, buitenschrijnwerk, luchtdichtheid en de verdere binnenafwerking. De opbouw van de kelder, het dak en de technieken in deze studie wordt besproken in de bachelorproef van Andries Emmers. In deze studie worden er drie methodes weergegeven: de platformmethode, de balloonmethode en de palen-balk-methode. Deze 3 systemen worden nadien met elkaar vergeleken. De fysische aspecten over de luchtdichte afwerking en aansluitingen tussen de verschillende bouwonderdelen worden toegelicht. De opbouw naar akoestiek en thermische isolatie wordt aangetoond door vergelijkende tabellen. De opbouw van de bovenbouw wordt chronologisch weergegeven vanaf de funderingaansluiting, de wanden, de vloeropleg en de inbouw van het buitenschrijnwerk. Elke bouwknoop wordt zorgvuldig getoetst aan de isolatiewaarde van de constructie. Het resultaat van de vergelijking tussen de bouwwijze met Canada wordt na de stage ter plaatste uitvoerig beschreven

    EPB ventilatie: toepassing in de industriebouw.

    No full text
    Deze studie gaat over de EPB- normen in de industriebouw, in het bijzonder ventilatie. Het project dat besproken wordt voor deze studie is de werf Narviflex in Geel. Het project bestaat uit een uitbreiding en renovatie van het bestaande gebouw, waarbij de productie tijdens de werken zal verdergaan. Tijdens de studie wordt er een duidelijke omschrijving gegeven over het bedrijf en project Narviflex. Hierbij worden ook de eisen van de EPB in theorie besproken alsook de verschillende basisaspecten inzake isolatiewaarde en verluchting. In het tweede deel van deze studie zal er een energiestudie worden gemaakt die een beeld vormt van de eisen voor specifiek deze werf. Er zal vooral gekeken worden naar de ventilatie en verluchting van het gebouw, omdat dit een groot probleem vormt in de bijbouw en renovatie van de werf Narviflex. Het laatste deel van deze studie beschrijft welke de beste praktische oplossing is voor dit probleem, maar ook welke invloed dit heeft op de kostprijs en planning van het project

    Studie van bekisting voor funderingsbalken

    No full text
    Voor mijn eindwerk heb ik een studie gemaakt over de bekisting van funderingsbalken. Deze werken zijn uitgevoerd op een werf in Diest waar het project Bergveld – Den Ren heeft plaatsgevonden. Er zijn namelijk 93 sociale woningen gebouwd en dit werk is uitgevoerd door een tijdelijke vereniging tussen Bouwbedrijf Dethier nv en H. Keulen nv. Het onderwerp is gekozen na overleg met het bedrijf en mijn externe promotor. Er zijn namelijk 2 verschillende bekistingen gebruikt voor 2 verschillende gebouwen. Daarna is er 1 systeem gekozen om alle andere gebouwen uit te voeren. Het is dus interessant om beide systemen te vergelijken aangezien ze zijn toegepast op dezelfde werf en gelijkaardige gebouwen. Beiden zijn vergeleken aan de hand van het materiaal, de uitvoering, de calculatie en de planning. Het eerste type van bekisting zijn aluminium panelen van het merk NOE. Deze panelen zijn hanteerbaar door de arbeiders. Of deze al dan niet makkelijker werken en een hoger rendement geven, is onderzocht in mijn studie. Het tweede type van bekisting zijn stalen panelen van het merk PERI. Deze panelen zijn zwaarder en moeten met behulp van een kraan verplaatst worden. Of dit een groot effect heeft op de kostprijs wordt onderzocht. Maar wat met andere types van bekisting? Zijn er geen systemen die goedkoper en handiger zijn? Daarom is er ook naar een alternatief gezocht en dit derde systeem zal vanuit een theoretisch standpunt onderzocht worden. Na het maken van de studie kan ik besluiten welk systeem het meest interessant is voor het realiseren van de funderingsbalken. &#8195

    0

    full texts

    1,062

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    Xios Theses
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇